De biechtstoel

Ach, wat leef ik met terugwerkende kracht toch mee met de katholieke jongemannen die in de eerste helft van de vorige eeuw volwassen werden. Ze moesten slapen met de handen boven de dekens, ook als de seksuele opwinding door hun lijf gierde. Ik lees hierover in verband met een volgend boek dat ik bezig ben te schrijven.
Volgens de katholieke kerk was elke seksuele activiteit voor ongehuwden uit den boze. Masturbatie was een doodzonde. Wie daarover geen schuld bekende in de biechtstoel kwam in het eeuwig brandende vuur van de hel terecht. Dus jongens die zich niet hadden kunnen beheersen dienden onverwijld hun zonde op te biechten.
Wat moeten zich in de hoofden van die jongens ongelooflijke conflicten hebben afgespeeld, vooral in die van de gevoelige en consciëntieuze types. Er kon niet over gesproken worden, er bestond geen seksuele voorlichting. ‘Zorg vooral voor een maximum aan wils- en gewetensvorming. Dat is beter dan de beste voorlichting’, zo schreven de paters van de Heilige Harten in 1934 in het tijdschrift Huwelijk en Huisgezin. Zij konden het weten. Leer uw kinderen zelfbeheersing en doordring hen ervan dat zij zelf de schuld dragen, als die beheersing mislukt.

Begin jaren zestig was de situatie maar weinig verbeterd. Toen ik in de laatste klas van de lagere school zat, kregen de jongens, alleen zij, een speciaal gesprek met de kapelaan. Het was ergens buiten school, het kwam mij vreemd over. Van alles wat hij gezegd heeft kan ik me een paar zinnen herinneren. Die heb ik wel donders goed onthouden. Ik vond het een merkwaardig en onsmakelijk verhaal. Het paste niet bij de kapelaan die ik kende.
Hij vertelde ons, dat elke jongen die opgroeit op een gegeven moment een zaadlozing krijgt. Ik kende dat woord niet. Er zou dan een beetje vocht uit mijn plassertje komen. Daarover hoefden we ons geen zorgen te maken, zei de kapelaan. Het had iets te maken met een goed huwelijk en kinderen verwekken, begreep ik, maar hoe de vork in de steel stak kwam niet aan de orde. Het verhaal over de zonde en de hel bleef achterwege. De zaadlozing zou ons overkomen, dus dat wij er zelf de hand in konden hebben, bleef ook onvermeld.

Omdat ik verder van vriendjes niets wijzer was geworden, werd ik een paar jaar later compleet overvallen door een heftige spiersamentrekking in mijn onderbuik. Ik lag op mijn buik in bed wat heen en weer te rollen, toen het gebeurde. Mijn eerste associatie was pijn, maar die waarneming moest ik ogenblikkelijk bijstellen. Dit was best lekker, al voelde ik al snel nattigheid. Ik stapte mijn bed uit, schakelde de lamp aan en bestudeerde als verbaasde, jonge onderzoeker wat er gebeurd was. Pas toen ik weer in bed lag herinnerde ik mij de woorden van de kapelaan.
Juist in die jaren kwam er een einde aan de biechtpraktijken. Voor mij verdween daarmee de hel uit mijn leven, maar de schuldgevoelens over zelf opgewekte lusten bleken behoorlijk hardnekkig. Voor de generatie van mijn vader kwam die bevrijding te laat. Velen van hen raakten op latere leeftijd in de problemen door het strenge regiem uit hun jeugd.