‘Ping!’, klonk er op mijn telefoon. Ik zat in Italië in een busje dat zich door het donker langs haardspelbochten omlaag kronkelde. Mijn bril zat onbereikbaar voor mij opgeborgen in een tas die in de bagageruimte stond. Met veel moeite kon ik de vraag van G. ontcijferen: ‘Hoe ging het optreden’. Whatsappen is de snelweg in het communicatieve verkeer, dus ik wilde alvast een voorlopig antwoord geven op haar vraag. Dit is het bericht dat G. ontving: ‘Zit in het busje terug, we GGD volhajajopeld en’. Gevolgd door: ‘A Ntwootd laten er, geen bril opk’.

Aanvankelijk zag ik weinig in What’s app. Het leek mij meer iets voor jngrn. Ik zag hen met twee duimen razendsnel op hun schermpje tikken. Dat gepriegel met mijn dikke vingers op het kleine schermpje vond ik erg onpraktisch. Even bellen vond ik een stuk gemakkelijker. Bovendien probeer ik altijd foutloos Nederlands te schrijven.
Zoals ik indertijd na een periode van verzet toch maar op de smartphone ben overgeschakeld, bang dat ik anders de volgende innovatie niet meer zou kunnen volgen, zo heb ik mij aangepast in het gebruik van whatsapp. Net als 12,4 miljoen Nederlanders. Dat is met aftrek van kleuters en ouden-van-dagen zo ongeveer de gehele bevolking. Wereldwijd zijn er meer dan twee miljard gebruikers, dat is een kwart van alle mensen op de aarde. Er moeten landen zijn waar velen de fasen van het telefoneren en het mailen hebben overgeslagen. Zie ik beelden op televisie van arme mensen in krottenwijken, waar van alles ontbreekt, dan zie ik daar ook altijd mensen met een smartphone.
Ik liep eens op mijn eentje hoog in de Italiaanse Alpen, ver van de bewoonde wereld toen ik een appje ontving dat onze kat rustig in de zon lag. Wat zou de volgende ontwikkeling zijn? Het duizelt me af en toe. Wat zouden we zien als al die geluidsgolven zichtbaar waren? En nog raadselachtiger: waar verdwijnen al die geluidsgolven?

Ik zie nu de voordelen van whatsappen. Je kunt een aantal mensen tegelijk bereiken. Het is minder storend of dwingend dan telefoneren. Ik heb nog even geprobeerd om het tikken met twee duimen aan te leren. In een overmoedige bui dacht ik dat mij dat wel zou lukken. Ik heb het opgegeven. Sommige dingen moet je niet meer willen. Maar ik voel met niet onthand als Whatsapp eens uitvalt, zoals op 4 oktober j.l. Het is juist wel eens goed, dacht ik, als mensen eventjes niet meer alles kunnen wat zij willen. Maar dat komt omdat ik vlak na de oorlog geboren ben.
Vermakelijk is het af en toe, als ik kijk naar de woorden die de app suggereert.
Typ ik Vanavond eten wij dan volgen als opties: het – hebben – zijn.
Ik hou van de: middag – trein – gemeente.
Ik ga op vakantie: in Rusland – in Doorwerth.
Ik heb contact gehad met: Gerda Islam – Gerda – de.
Achtereenvolgende keuzen geven verrassende resultaten:
De politie heeft: nog meer > hulp > in de huishouding.
De kardinaal wil: graag > weer verder > met zangles.