Je kunt iemand in Vleuten nog een ansichtkaart sturen. Maar je kunt er niet meer geboren worden. Vleuten is opgegaan in Utrecht. Het is geen gemeente meer, geen dorp, geen wijk. Wat is Vleuten dan wel?

Halverwege de vorige eeuw was Vleuten niet veel meer dan een kruispunt van wegen, tien kilometer ten westen van Utrecht. Er stonden twee kerken, twee scholen, zeker vijf cafés en een aantal oude boerderijen. Mijn geboortehuis stond even buiten het dorp tussen de weilanden en de boomgaarden. Omdat het dorp in de vaart der volkeren opgestoten diende te worden gingen de monumentale boerderijen in de kern van het dorp tegen de vlakte en werd de ene  na de andere nieuwbouwwijk uit de grond gestampt. Binnen tien jaar was ons vrij gelegen huis aan alle kanten omgeven door nieuwe huizen. Ondanks deze uitbreiding was het streven om Vleuten kleinschalig te houden. De gemeente verzette zich tegen groeiscenario’s zoals in Nieuwegein, Maarssenbroek en Houten. Dat lukte enkele decennia lang en toen ging het dorp alsnog voor de bijl. En hoe. Vleuten en de Meern werden opgeslokt door de grootste Vinexlocatie van Nederland, Leidsche Rijn. Deze ‘wijk’ nadert nu zijn voltooiing. Over enkele jaren zullen er bijna 100.000 mensen wonen.

Als ik vanuit de bestaande stad Utrecht het Amsterdam-Rijnkanaal oversteek kom ik in een woud van nieuwe huizen terecht, dat zich naar alle kanten uitstrekt. Langs straten met namen als Ivoorzwamhof, Zuiderbreedte en Jazzsingel rijgen de eengezinswoningen zich in schier oneindige aantallen aaneen. Heterogeen in stijl, kleur en hoogte, homogeen in hun nieuwe uitstraling. Jonge planten omlijsten de paadjes naar de voordeur. Vitrage en jaloezieën beletten de inkijk. Ik zie afvalcontainers, hondenuitlaatplaatsen en klimrekken.
Er is veel groen en veel water. Waar eens tuinderijen en kassen lagen, liggen nu de vlindertuin, de Japanse tuin en de speeltuin, onderdelen van het grootse Maximapark. Op de in Nederland schaarse ruimte is hier niet bespaard. Hoe langer ik fiets, hoe minder houvast ik heb. Het is een overdaad aan nieuwe huizen, waarin ik me verloren voel. Ik mis bakens als kerktorens, molens of schoorstenen. Ik zie weinig mensen op straat. Ik denk dat ik vroeg naar bed zou gaan, als ik hier zou wonen.

En waar is het dorp Vleuten gebleven?
Zoals mijn ouderlijk huis in de zestiger jaren is ingebouwd, zo ligt het oorspronkelijke dorp Vleuten nu ingeklemd tussen de nieuwbouwwijken, zonder identiteit en zonder grenzen. Het is niet verdwenen zoals sommige Franse dorpen onder de oppervlakte van een stuwmeer. Het is een plantje dat overwoekerd is door nieuwe uitheemse soorten. Een kleur die vervloeit omdat er teveel andere kleuren bij gemengd zijn.
Er staan nog steeds twee kerken en er zijn wat winkels. De woninginrichters en doe-het-zelfzaken doen het hier blijkbaar goed, net als de shoarmatenten en fysiotherapeuten. Het oude gemeentehuis is een eethuis geworden, het Verenigingsgebouw een meubelzaak. De winkeliersvereniging probeert de moed erin te houden. In augustus was er de Braderie en volgende maand wordt een Tiroler Oktober Festijn gehouden.
Op Facebook worden in de groep Je bent Vleutenees als…. oude en nieuwe foto’s uitgewisseld op zoek naar de identiteit van Vleuten. De historische vereniging houdt avonden over ‘de rijke geschiedenis van Vleuten’.

Ik weet het, er zijn nieuwe huizen nodig, nieuwe wegen en spoorbanen. Zo gaan de ontwikkelingen. Mijn geboortedorp is verdwenen. De naam Vleuten bestaat nog, maar er is geen woord meer om aan te duiden, wat Vleuten nu is.