Een stukje buitenland in Nederland. Zo voelt het Limburgse Heuvelland. Als ik deze week tussen de nog groene korenvelden en kersenboomgaarden wandel, over modderige paadjes en natte grintwegen, komt er een vraag bij mij boven. Had Limburg eigenlijk niet gewoon buitenland moeten zijn? Ik ga eens struinen op internet. Het blijkt een complexe historie.
Toen Napoleon in 1815 overwonnen was wilden de belangrijke Europese staten een sterke buffer aan de noordgrens van Frankrijk. Daarom werden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden samengevoegd onder Koning Willem I. Pruisen had ook zijn zinnen gezet op dat mooie Limburg, maar die wens werd niet ingewilligd.
Een gelukkig huwelijk tussen Zuid en Noord werd het niet. Het Nederlands was als standaardtaal ingevoerd en katholieken werden als tweederangs burgers behandeld. In 1830 waren de Zuidelijke provincies de achterstelling door dat protestantse Noorden zat. Men sprak van arrogante Hollanders en van uitbuiting. De zuidelijken scheidden zich af en Limburg sloot zich aan bij België.
Wederom kwamen de grote mogendheden in het geweer. Het had iets met de broze stabiliteit in Europa te maken. Er waren in meer landen grensconflicten. Zij deelden in 1831 het hertogdom Limburg op en voegden het oostelijk deel weer bij Nederland. Zeer tegen de zin van de Limburgers.

Vreemd genoeg was Limburg ook nog lid van de toenmalige Duitse statenbond, waardoor de Limburgse vertegenwoordigers in het bondsparlement er in 1848 voor pleitten om Limburg onderdeel te maken van een nieuwe Duitse staat. ‘Limburg is een jammerlijke strook gronds, een uitwas van ons land, dat onze beste sappen verteert’, zo meende de Arnhemse Courant. In de Nederlandse politiek voelde men er wel voor om Limburg aan de Duitsers te laten. De Bond viel in 1866 echter uit elkaar en zo werd Limburg in 1867 alsnog Neerlands elfde provincie.
Na de Eerste Wereldoorlog deed België nog een laatste poging om oostelijk Limburg terug te krijgen vanwege de vermeende Nederlandse steun aan Duitsland. Het neutrale Nederland had weliswaar aardappels uitgevoerd naar Duitsland en vervolgens in november 1918 de Duitse keizer binnengelaten toen die opeens aan de grens bij Eijsden stond. Voor de geallieerden was dat echter onvoldoende reden om grondgebied af te pakken. Van een afscheidingsbeweging in Limburg is sinds 1919 niets meer vernomen.

Gank mer wiejer en maak andere bliejer

De Limburgers sloten zich aan bij België, ze deden een poging om onder de Duitse vlag te komen en steeds weer hoorden ze van de grote jongens, dat ze moesten spelen met die eigenwijze Nederlandse kinderen. Wat zij helemaal niet wilden.
Nederland had er een elfde provincie bij, een aanhangsel op de oevers van de Maas, ingeklemd tussen België en Duitsland. Met zijn eigen dialecten en zijn eigen cultuur: het carnaval, de schuttersfeesten, de processies. Zijn invloedrijke bisschop, zijn KVP, zijn PVV en zijn eigen lokale politieke mores.

De vraag stellen of deze provincie wel bij Nederland past is even zinloos als de vraag of Nederland niet eigenlijk de zeventiende deelstaat van de Bondsrepubliek is (zoals sommige buitenlanders denken).
In Eys plant een oude vrouw verse bloemetjes voor een kruisbeeld op straat. Schiet er op een begraafplaats een kruis over, zo vertelt zij, dan plaatst men dat ergens langs de weg. Zo blijft Limburg de provincie die het altijd geweest is.