Enkele jaren geleden was ik op reis met een koor. Ik had regelmatig contact met een heel vriendelijk stel. Zowel met hem als met haar kon ik het uitstekend vinden. Het ware lieve mensen bij wie ik me op mij gemak voelde. Op een ochtend zag ik hen samen in de hal van het hotel staan. Vanaf een afstandje hoorde ik een felle woordenwisseling. De meningen, correcties en verwijten vlogen over en weer. Hoe konden die mensen die zo aardig waren tegenover hun reisgenoten zo lelijk doen tegen elkaar?

Wat minder lang geleden deelde ik de wachtkamer van de huisarts met een ouder echtpaar.
‘Jij hebt je mondkapje verkeerd op’, zei de man tegen zijn vrouw. Zij reageerde laconiek.
‘Dat doe je altijd, omdat je gewoon niet goed oplet’, ging de man brommerig verder.
Ik moest denken aan wat een vriendin ooit tegen me zei: oudere stellen zitten vaak te vitten op elkaar. Ik was ervan geschrokken want ondertussen behoor ik ook tot die categorie en ik begreep waar het om ging.
Als de een spreekt over een vakantie in Italië in 2013, corrigeert de ander: dat was 2014. Vraagt de ander waar dat boek gebleven is, zegt de een: dat heb je gisteren ook al gevraagd. Er vallen woorden over de aankoop van een verkeerd merk koffie. Of de plek waar je de plakband opbergt.

Het gaat nergens over. Het betreft futiliteiten. Er is geen sprake van urgentie, er gebeuren geen ongelukken en de gewraakte opmerkingen dienen geen hoger doel. Dat de correcties tot een ander gedrag leiden is een illusie. Waarom dan gemuggenzift? En waarom zouden oudere paren zich vaker hieraan bezondigen?
Je kunt denken, dat wie ouder wordt meer behoefte heeft aan houvast. De vergeetachtigheid neemt toe. Je wilt de wereld behouden die je hebt. Stel toch, dat je niet meer weet wanneer je in Italië was! Of dat het plakband elke week weer op een andere plek ligt.
Een andere, tegenovergestelde verklaring is de volgende. Je bent al lang bij elkaar en je kent elkaar van haver tot gort. Gesprekken herhalen zich. Wie steeds dezelfde wandeling maakt of naar dezelfde muziek luistert, wil wel eens iets anders. Sleur kan tot irritatie leiden. ‘Dat doe je altijd!’
Ik geloof dat er nog iets meespeelt. Het is gemakkelijker boos te worden op degene die dichtbij je staat. Toen ik jong was viel een vader van een vriendje opeens vreselijk naar mij uit. Ik schrok en hij ook. Hij had mij voor zijn zoontje aangezien en bood meteen excuses aan. Heb je elkaar lief dan laat je eerder je irritaties blijken. Je bent er immers zeker van dat de ander je weer snel vergeeft. Als ik tegen mijn buurman begin te vitten, weet ik niet of ik daarmee de relatie bederf en of ik de volgende keer nog wel zijn heggenschaar mag lenen. Vitten op elkaar is een vorm van liefde.