Opeens is daar het onheil, zonder aankondiging, als een dief in de nacht, de nacht van zondag op maandag 21 september. Hitte, rillingen, een bonkend hoofd. De koortsthermometer bevestigt mijn gevoel: 39,1. Ik verhuis direct naar een andere slaapkamer, waar ik onrustig lig te draaien zonder in slaap te komen. Normaal is een griep vervelend. Nu voelt het alarmerend. Heeft het mij nu ook te pakken, het virus dat de hele wereld al een half jaar in zijn greep houdt? Ik voel een kriebeltje in mijn keel, maar dat kan ik geen keelpijn noemen. Ik voel me niet benauwd, maar mijn hartslag bonkt in een hoog tempo door mijn lijf.
Waar zou ik besmet zijn geraakt? Ben ik te onvoorzichtig geweest? Behalve tijdens de presentatie van mijn boek heb ik in de voorgaande dagen nauwelijks mensen ontmoet. Moet ik iedereen gaan waarschuwen? Ik moet eerst zekerheid hebben.

Maandagochtend spreken G en ik direct af om elkaar zoveel mogelijk te mijden. Eigen slaapkamer, eigen wc, eigen ontbijttafel, eigen computer. G voelt zich nog goed en hoewel het volgens de regels niet mag, doet ze boodschappen. Ondertussen maak ik deurknoppen, trapleuningen, grepen van keukenkastjes enz. schoon met een ontsmettingsmiddel. Later merk ik dat er nog veel meer voorwerpen zijn waar ik door de dag heen met mijn vingers aankom. Theepot, kaasdoos, broodzak. De pagina’s van de krant. De afstandsbediening van de tv. Ik doe dunne handschoentjes aan, maar dat helpt natuurlijk maar even. Het is ondoenlijk. Ik begrijp nu een beetje wat mensen met smetvrees doormaken. En dat je er gek van kan worden.
De aanhoudende hoge koorts eist zijn tol. Ik kan niet veel anders meer dan op bed liggen. De trap oplopen is een berg beklimmen. Wachtend aan het ene uiteinde van onze lange tafel op het moment dat verzorgende G mij een bord met eten voorzet, voel ik me een afhankelijke bejaarde in een verpleeghuis. Stel dat ik ergens in de tachtig ben en me dagelijks zo zou voelen, hoe zou ik dan tegen het leven aankijken? Ik zwaai naar G aan het andere uiteinde.

Woensdag ga ik door de lopende band van de teststraat. Zou het niet beter zijn als ik het virus maar gehad heb? Op vrijdag volgt het telefoontje: men noemt de uitslag positief.
Een dag later geeft de thermometer ook bij G verhoging aan. Dat kan maar één ding betekenen: dat onze vermijdingsdansen onvoldoende zijn geweest. Het virus heeft de regie overgenomen. Onze wereld bestaat uit zorgen.
De eerste dagen van mijn tweede ziekteweek blijft de temperatuur onveranderd rond de 38 graden. Ik betrap mezelf erop dat ik me alleen maar focus op iets wat ik niet in handen heb. Nieuwsuur trakteert me op een reportage over de schade die Covid aan de hersenen toebrengt. Dat had ik niet willen zien. Hoe kon ik denken dat het maar beter zou zijn om het virus gehad te hebben?
Ook de uitslag voor G is positief. Het enige voordeel is, dat we niet meer bang hoeven te zijn dat we elkaar aansteken. De zon hebben we al dagen niet gezien.
Na elf dagen verhoging kan op vrijdag 2 oktober de trompet geblazen worden: mijn eerste koortsvrije dag. Vandaag heb ik mijn herintrede in de maatschappij gemaakt.