Schrijven, Lezen, Leven.

Tag

Vakantieherinnering

0

EEN SPECIALE PRIJS

Herinnering

Vakantieherinnering (4)

De haven van Genua

Eenmaal waren G. en ik in Genua, de stad die is beschreven door Ilja Leonard Pfeiffer en eenmaal reden we over het beroemde viaduct, dat ons toen nog kon dragen. Het was in 2012, we beschikten niet over een navigatiesysteem, dus het kostte veel overbodig rondrijden, vragen en irritatie voor we ons doel bereikt hadden: een overdekte, bewaakte parkeergarage naast het station.
We zouden een week gaan wandelen in het Parque Nazionale delle Cinque Terre, langs vijf voormalige vissersdorpjes, die op onmogelijke plaatsen tussen de rotsen boven de Middellandse Zee liggen. Dorpjes die vroeger over land onbereikbaar waren, maar nu vanwege hun schitterende ligging en hun ‘authentieke karakter’ jaarlijks een paar miljoen bezoekers trekken. Waardoor je er niet je auto kunt parkeren. In zijn boek Grand Hotel Europa, één lange aanklacht tegen het toerisme, besteedt Pfeiffer ook een hoofdstuk aan de Cinque Terre.

We reden de Golf Variant de donkere buik van de garage in, het ene na het andere smalle bochtje omlaag, langs stootranden die al vaak geraakt waren en met banden die piepten op een vloer die op geglazuurd beton leek. Diep onderin vonden we een veilig plekje. Het tarief was € 1,60 per uur. Een schappelijk prijsje, maar wij waren benieuwd naar het tarief per week. De automaat gaf het ons niet prijs en het kantoortje daarachter was leeg en donker. In de hele garage was het doodstil, we waren de enigen in het halfduister ergens diep onder de grond. Dit was bewaking op zijn Italiaans.
De automaat beschikte over een gele knop met het woord ‘info’. Aarzelend duwden we deze in. We hoorden een krakerige stem, die ons in het Italiaans toesprak. Het klonk mij alsof wij in overtreding waren en opgesloten zouden blijven, maar G., die beter is in talen, had ook enkele Engelse woorden opgevangen en daaruit begrepen dat er iemand naar ons toe zou komen. Na vijftien spannende minuten kwam er waarachtig een kleine Italiaan in een mouwloos hemd op een scooter aangereden. Hij verontschuldigde zich. Het was de nationale feestdag, La Festa de la Republicca, hij had thuis achter de tv gezeten.
Natuurlijk, een week parkeren was mogelijk. Dat kostte 105 euro, maar – hier begon hij zachter te praten, zijn blik werd samenzweerderig – hij kon ons de stalling voor 90 euro aanbieden, handje contantje. We moesten dan bij het ophalen vragen naar Gianlucca. Zijn ogen glinsterden. Wij keken elkaar bezorgd aan. ‘Dit is Italië’, zei ik in de duistere lift omhoog.

Een week later waren wij opgelucht dat we de auto in puike staat terugzagen. Gianlucca was echter nergens te bekennen. In plaats daarvan zagen wij in het kantoortje een onkreukbaar uitziende Italiaan in uniform, die zomaar eens de baas van Gianlucca zou kunnen zijn. Het leek mij onverstandig om uit te leggen welke prijs wij hadden afgesproken. We stopten daarom ons parkeerkaartje in de automaat. We werden aangeslagen voor € 264. Zie je wel, we zijn bedonderd, zei ik. Er zat niets anders op dan de kwestie aan de onkreukbare beambte voor te leggen. Die glimlachte bij het horen van de naam Gianlucca. Hij gaf ons voor 90 euro de begeerde uitrijkaart, waarna wij met piepende banden uit het duister omhoog reden naar het zonlicht .

1

OPLOPENDE TEMPERATUREN

Herinnering

Vakantieherinnering (3)

Ronda

In augustus 1981 zijn G. en ik in Andalusië met de bus onderweg van Ronda naar Sevilla. Het is 37 graden Celsius in de schaduw. De zweetdruppels lopen van mijn hoofd en mijn rug plakt vast aan de zitting. Ik zweet snel, wat volgens sommigen een voordeel is. Maar in dit soort omstandigheden ervaar ik dat als een nadeel. Zolang de bus maar rijdt en er warme lucht door de openstaande ramen naar binnen waait, is de hitte nog te dragen.
Ik had vier jaar daarvoor 35 graden meegemaakt in Athene. Dat vond ik ongekend. Elvis was net overleden en in de YMCA had ik de bijzondere aandacht van een man die naakt bij de wastafels liep. Ik had niet het idee, dat hij dat deed vanwege de hitte.

Vergeleken met Athene voelt deze hitte ondragelijker. Hoewel we een tentje bij ons hebben zoeken we in Sevilla een fonda waar je voor een habbekrats kunt slapen. Een oude man, die moeizaam loopt, wijst ons op de eerste étage een kamer met een klein balkon boven een nauwe steeg. Het voelt er nog relatief koel. Naar later zou blijken beheert de man het logement samen met een oudere broer en zus. Iedere nacht slaapt een van hen in een leunstoel onderaan de trap om te voorkomen dat gasten ’s morgens vroeg vertrekken zonder te betalen.
Als we onze rugzakken uitpakken blijkt dat het kampeer-botervlootje, ooit gekocht omdat het bestand was tegen hoge temperaturen, tijdens de reis niet goed afgesloten is geweest. De gesmolten boter heeft zich over een slaapzak verspreid. Mijn vermogen om tegenslag te accepteren was in de loop der jaren wat gegroeid, als ik maar de mogelijkheid had om het probleem direct te verhelpen. Maar als ik met de goed beboterde slaapzak en een stukje toiletzeep klaar sta bij het fonteintje, blijkt dat er geen druppel water uit de kraan vloeit. We horen dat het water in Sevilla op rantsoen is. ‘Esta noche, quizas’, vanavond misschien, zegt onze gastheer onverstoord.

Het Alcazar op een rustige morgen

De volgende ochtend gaan we al vroeg op stap naar het Alcazar, het schitterende koninklijk paleis uit de Moorse tijd. We lopen van schaduw naar schaduw om de ongenadige zon te vermijden. In de middag, als de temperatuur opgelopen is tot bijna 40 graden vluchten we naar het Parque Maria Luis om uit te hijgen op een fraai betegelde bank. De warmte ligt als een zware, niet te verwijderen deken om mij heen. Iedere beweging is teveel. Ik voel een enorme weerstand.
Laat op de avond komt er een eerste verkoelend windje door de wijd openstaande balkondeuren van onze kamer. Ik heb al mijn kleren als overbodige ballast uitgetrokken en moet de exhibitionistische neiging onderdrukken om zo het balkon op te lopen. Van buiten klinkt het lawaai van spelende kinderen. Het loopt tegen twaalven.
Om de warmte voor te zijn vertrekken we de volgende morgen in alle vroegte uit het pension. Met een opgeknapte slaapzak en een leeg botervlootje. Het gestommel op de trap maakt de man in de leunstoel wakker. Hij zet zijn stoel aan de kant om ons met de rugzakken te laten passeren. Op naar Cordoba.

2

AAN HET MEER

Herinnering

Vakantieherinnering (2)

G. met de jongens naast onze tent

Zweden moet een mooi land zijn, hadden we gehoord. De campings zijn er rustig, de natuur is in de zomer op zijn mooist en overal is wel een meer om in te duiken. Ruim op tijd kopen we in 1983 kaartjes voor de overtocht van het Deense Fredrikshavn naar het Zweedse Göteborg. Ondertussen hang ik verlekkerd boven de kaart van Zweden en oefen ik de namen van plaatsen en meren.
De misselijk makende deining op de veerboot nemen we voor lief, evenals de dichte regens die ons het zicht op Göteborg ontnemen. ‘Always look at the bright sight of life. Het is vakantie!’. En zie, als we aankomen op de camping in Kil aan het Frykenmeer, is het droog. Op het groene grasveld is nog heel veel ruimte. We kiezen een plek uit op enkele meters afstand van het water. Nog voordat we de tent hebben opgezet is een van de kinderen al in het water gevallen.

Als we de volgende dag terugkomen van een wandeling, zien we dat we buren hebben gekregen. Een stel jonge Duitse atleten is erin geslaagd om hun bungalowtent nog tussen die van ons en de waterkant te plaatsen. De gettoblaster is al aangesloten. We zijn het er nog niet over eens of dit nu typisch Duits is.
Aan de overkant is er een goedkoop, flodderig tentje bijgekomen, fel blauw en zo te zien nog gloednieuw. Af en toe komt er een blonde vijftiger uit tevoorschijn, die zich met de air van een CEO naar het toiletgebouw beweegt. Na een dag zien we dat er een piepjonge, minstens zo blonde vrouw bij hoort. Zij geven geen overlast, want ze liggen de godganse dag in de tent. Gelukkig is er een windje opgestoken waardoor het gefladder van hun tentdoek andere geluiden overstemt.

Een van de attracties van deze camping is de visvijver. Je kunt er een dikke forel aan de haak slaan. Regelmatig zien wij mannen (het zijn alleen maar mannen) met hun trofee over de camping paraderen, even later gevolgd door een geur van gebakken vis. Dat willen wij ook wel eens proberen. Wij huren een werphengel bij een aardige Zweed die naar alcohol ruikt. Hij vertelt ons dat de vangst door hem zal worden gewogen en dat we dan 58 kronen (9 gulden) per kilo moeten afrekenen. De vis wordt duur betaald in Zweden.
Geen van ons heeft ooit met een werphengel gewerkt. Voor G. is dat geen beletsel om kordaat het tuig te pakken. Me verheugend op de primeur van een vrouw die met haar vangst de blitz maakt, laat ik het initiatief graag aan haar over. Het is bovendien een mooie avond, echt zo’n avond dat je voelt dat alles gaat lukken. Met een flinke zwaai gooit zij de lijn het water in. Een fractie van een seconde later kijken we elkaar verbouwereerd aan. G. heeft enkel nog het handvat in haar hand. Twee meter verderop zien we de bijna complete hengel langzaam onder het wateroppervlak verdwijnen. De werphengel heeft zijn naam eer aangedaan. Nu kan het vissen echt beginnen. Ik vraag me bezorgd af hoeveel gevangen werphengel in Zweden per kilo doet.

0

DORPSHOTELLETJE

Herinnering

Vakantieherinnering (1)

We hebben 1120 kilometer gereden en zijn al een uur op zoek naar een geschikt overnachtingsadres als we in Belin-Beliet, een dorpje onder Bordeaux stoppen voor Hôtellerie des Pins. Het is een oud landhuis, dat wel een verfje kan gebruiken. Aan de voorzijde ligt een stoffig grintterrein.
‘Eén ster, dat doen we niet’, zegt onze zoon van elf. ‘Een verrot zooitje, balos!’ , valt zijn jongere broer hem bij. Om zijn uitroep kracht bij te zetten smijt hij enkele keien op het grint.
‘Laten we eerst maar eens gaan kijken, hoe het er binnen uit ziet’, zeg ik vermoeid.
We zijn in 1996 voor een kampeervakantie op weg naar de Picos d’ Europa in het noorden van Spanje. Dat betekent saaie uren over de Autoroute waar weinig afleiding is. ‘Daar gaan die Zweden weer met die surfplanken’. A. turft vrachtwagens (‘M.A.N. doe ik ook maar bij de DAF’). Elke twee uur een stop op zo’n drukke Aire de Service waar altijd wel een van ons roept: ‘hier zijn we eerder geweest!’ En waar je na een plas jezelf weer in de overvolle, warme auto vouwt, de benen over de tassen met broodjes, spelletjes en snoep.
De vrouw van het hotel gaat ons voor, door donkere gangetjes en over smalle trappen naar een warme kamer waar het gordijn voor het half geopende raam opwaait. ‘Ils sont neufs’ zegt ze over de bedden. Negen jaar oud, denk ik, dat valt niet mee. Het is weer even wennen met dat Frans. De kamer ziet er niet ideaal uit, maar we hebben geen zin om verder te zoeken.
Bij het diner valt alles op zijn plek. We zitten op een rustig terras aan de achterzijde onder een eeuwenoude eik. De avondlucht voelt très agréable. Met de gierende geluiden van de zwaluwen in de zachtblauwe lucht en het geknirp van een sprinkhaan verdwijnt de dreun van de Autoroute uit ons hoofd. Dit is het vakantiegevoel, tijd om onszelf te verwennen na zo’n dag. We overwegen menu’s van 85 franc met Franse kaas èn een dessert. Kijkend op de kaart slaat er naast het hotel een hond aan. ‘Ah, un chien méchant’, roep ik uit. ‘Ik wil liever een Dame Blanche’, antwoordt de jongste zoon.

Belin-Beliet – ‘Bourge sans histoire’

De kinderen hebben hun dessert al op, als G. en ik nog zitten te wachten op ons hoofdgerecht. Wanneer dit wordt opgediend is het zo schemerig, dat ik niet meer kan onderscheiden welke vreemde ingrediënten in deze lokale specialiteit zijn verwerkt. Ik merk het pas uren later als ik, half in slaap, vanuit mijn darmen het signaal krijg, dat ik als de gesmeerde bliksem de wc moet opzoeken. Het geluid dat er vervolgens in die nauwe hurkplee klinkt zal ik niet proberen te beschrijven. Wel kan ik zeggen dat dit ritueel zich in de volgende uren diverse keren herhaald heeft. Vermoeid, maar toch klaarwakker kan ik volgen hoe zich buiten op het grint een groepje jongeren verzamelt. Naar later blijkt wachten zij op de komst van de dealer. Met enige zorg controleer ik bij elke blik door de gordijnen of de kampeeruitrusting nog boven op de auto ligt.