Schrijven, Lezen, Leven.

Tag

Ouderen

0

BOZE 60-PLUSSER

In het nieuws

In de Volkskrant woedde de afgelopen week een hoogoplopende discussie over kortingen op pensioenen en de solidariteit tussen jong en oud. De lont in het kruitvat was het artikel Hoe zo oud en zielig?  van economieredacteur Yvonne Hofs (44 jaar, de leeftijd is in deze discussie niet onbelangrijk). Zij richt zich in dit artikel tot 60-plussers die boze brieven schrijven naar de krant. Enkele citaten uit de brieven:
U als jongere vindt dat u te weinig verdient, probeer dan niet geld bij ouderen weg te halen. Wij ouderen hebben voor onze welvaart hard gewerkt’
‘Mij is altijd beloofd, dat ik 70% van mijn laatste salaris zou krijgen. Ik voel mij heel erg bedrogen..’
‘Me dunkt dat mijn generatie aardig solidair is geweest met de jongeren. Nu het erop aan komt, dat de jongeren solidair zijn met ouderen, zoals ik, beginnen ze te sputteren’.
‘En wat de jongeren betreft: allemaal in luxe grootgebracht en zij verdienen meer geld dan wij ooit verdiend hebben’.
Hofs haalt in haar artikel systematisch de argumenten over het pakken van ouderen onderuit en concludeert dan:
‘Jongeren betalen tot hun 50e veel te veel pensioenpremie in verhouding tot de pensioenrechten die ze dan opbouwen. Dat overschot wordt doorgeschoven naar de 50-plussers, die juist te weinig premie betalen.’
‘Jongeren moeten zes tot vijftien jaar langer werken voor een lager pensioen, omdat de pensioenfondsen de afgelopen dertig jaar ten gunste van de gepensioneerden hebben potverteerd’.

Het artikel leidde tot honderden ingezonden brieven. De meeste reacties zijn instemmend, al wordt her en der gewezen op individuele gevallen van ouderen die nauwelijks kunnen rondkomen. Henk Krol, de voorman van 50-plus, bij wie ik om de een of andere reden altijd de associatie krijg van stiekeme scheetjes, schrijft dat hij niet wil dat ouderen tegen jongeren uitgespeeld worden. Door te benadrukken dat ouderen er in alle koopkrachtplaatjes er het meest op achteruitgaan, doet hij echter zelf mee aan de strijd tussen de generaties. Hij kan niet anders, zijn partij is op deze tegenstelling gebaseerd.

Ik ontvang al jarenlang mijn pensioenoverzichten. Periodiek valt het blad van het PensioenFonds voor Zorg en Welzijn in mijn bus. Als werknemer word ik uitgenodigd voor voorlichtingsbijeenkomsten. Men wil mij o zo graag uitleggen hoe het zit met dekkingsgraden, rekenrentes, indexeringen en franchises. Er moet een speciale site bestaan waarop al mijn gegevens bij de hand staan en waarop ik, online en realtime, precies kan uitrekenen wat ik over een aantal jaar ga ontvangen. Ondanks al dit gelonk en gewenk, raak ik nog niet opgewonden van het thema pensioen. Zelfs aan de vooravond van mijn pensionering heb ik nog nooit op de site gekeken. Ik benijd dan ook niet de trouwe vakbondsleden die ten behoeve van het besturen van pensioenfondsen dikke stapels berekeningen moeten doornemen. Dat komt bij mij alleen in nachtmerries voor.

Ik sta niet aan de zijde van de boze 60-plussers en het is goed dat een aantal heilige huisjes omver wordt gehaald. In de discussies mis ik echter de vraag, waaròm de 60-plussers zo boos zijn. Ik denk dat het antwoord hierop niet alleen met de cijfers te maken heeft, maar minstens evenzeer met de beleving. Ouderen zijn opgegroeid in een tijd, dat elk dubbeltje omgedraaid moest worden. Ze hebben flink gespaard en zuinig geleefd en zien nu hoe de luxe de jongere generaties komt aanwaaien en hoe het geld dat verdiend wordt net zo gemakkelijk weer over de balk gesmeten wordt. Zij hebben het gevoel dat ze nu gestraft worden voor hun spaarzin, terwijl de economische crisis te wijten is aan overmatige consumptiedrang en het leven op de pof.
Ik vind het goed om solidariteit na te streven. Dat de sterkste schouders zoveel mogelijk de zwaarste lasten dragen. De sterke en zwakke schouders lopen echter door de verschillende generaties heen. Daarbij komt: solidariteit kent zijn grenzen. Het leven is niet altijd eerlijk.

Ik ga eerst maar eens een weekendje wandelen. Op zoek naar het Zwitserlevengevoel.

0

OUDERDOM EN GEBREKEN

Dagelijks
Enige tijd geleden zag mijn buurman dat ik over het dak van ons huis liep om bladeren te verwijderen. ‘Goh’, zei hij bewonderend, ‘je loopt nog als een jonge vent over de pannen’. Nu is al jaren een van de belangrijkste doelen in mijn leven om een jonge vent te worden. Dus verguld met dit compliment liep ik lenig verder. Weer veilig terug op aarde vroeg ik me, stampend op de bladeren in de gft-bak, af of de woorden van de buurman eigenlijk wel zo complimenteus waren. Was de impliciete gedachte achter zijn woorden niet, dat iemand van 60 jaar niet meer geacht wordt om soepel over een dak te lopen? Hebben we hier te maken met een vooroordeel over ouderen?
Ik heb nog nooit iemand horen zeggen, dat ie graag oud zou willen zijn. Natuurlijk, iedereen wil de geneugten van de 67-jarige, die de wereld bereist, zich ongeremd stort in het beoefenen van muziek en geruisloos met een flinke vaart op de electrische fiets door het land cruist. Niemand wil de gebreken en verliezen die met de ouderdom geassocieerd worden.
Vorige week hoorde ik nog een eind-vijftiger spreken over zijn vader (84 jaar) in het verzorgingshuis: ‘dat ga ik dus nooit doen, dan zorg ik wel, dat ik er met een spuitje tussenuit kan’.
Ik zou zoiets nooit zeggen. Ik begrijp wel, dat, als je nog volop in het leven staat, een gedwongen verblijf in een verzorgingshuis als kwaliteitsarm ervaren wordt. Maar hoe zou je hierover denken als je 84 bent? Bovendien, komt  de vrees voor een leven met gebreken niet voort uit het gezondheidsideaal, uit de norm, dat alles goed moet zijn en dat gebreken uit het leven verbannen moeten worden?
Ik word al jaren niet meer als lid van de Elfstedentochtvereniging aangenomen. Mijn geheugen gaat sinds mijn 11e al achteruit en mijn knieën werken niet meer zo goed. Ik hoef niet meer aan een professionele zangcarrière te denken en mijn haren worden nooit meer bruin.
Als ik met dit soort zaken kan leven,  zou ik dan ook niet andere vormen van achteruitgang kunnen accepteren? Of denk ik hier te gemakkelijk over? Je geheugen verliezen is iets anders als het niet meer kunnen meedoen aan een Elfstedentocht.
Ik zie in een gebrekkige laatste levensfase twee gevaren:
       Geen betekenis meer hebben. Dat het er eigenlijk niet meer toe doet of je ‘s morgens wakker wordt, omdat er geen mens meer is voor wie dit ontwaken betekenis heeft. In deze geïndividualiseerde maatschappij lijkt me dat een risico.
       Afhankelijkheid. Dat anderen je moeten helpen met wat je zelf niet meer kan. Dat je in je budgetbejaardentehuis nog maar moet afwachten of er iemand langs komt om je op de pot te zetten. En dat je dan je laatste grijze haren uit je hoofd trekt uit spijt dat je niet ooit op Geert Wilders hebt gestemd. Want dan zou je nog een wettelijk recht op een schone luier hebben gehad.
(Derde gevaar: dat je ‘s morgens wakker wordt in het verpleeghuis, dat Geert Wilders in het bed naast je ligt en dat zijn haren al zeker twee maanden lang niet zijn gewassen).
De ouderdom komt met gebreken, hoor ik mijn moeder zeggen. Zij kon zich goed aanpassen aan veranderende omstandigheden en achteruitgang accepteren. Voor mij zal het een uitdaging zijn. Of kan ik me nu al voorbereiden op een betekenisvolle derde en vierde levensfase? Mocht je adviezen hebben dan hoor ik deze graag.
Tot zover deze avondoverdenking.