Schrijven, Lezen, Leven.

Tag

Ouderen

1

DE BROEK VAN DE OUDERE WERKLOZE

In het nieuws

oudere werklozeIn Trouw, de krant van Ouder Nederland, woedde een discussie over werkloze 60-plussers. Het was natuurlijk een socioloog, die de knuppel in het hoenderhok gooide. Jan Cremers van de universiteit van Tilburg nam het op voor de oudere werkzoekende. Het moet, aldus Cremers,  maar eens afgelopen zijn met het frustrerende circus van de zinloze sollicitatieplicht en de wekelijkse vernedering vanwege de zoveelste afwijzing. Gesteund door het CNV pleitte hij voor een Generaal Pardon. Voor minder doen we het in dit land meestal niet.
Andere deskundigen erkenden dat enige coulance voor de oudere werkloze gewenst is, maar argumenteerden dat een Generaal Pardon zal leiden tot ongewenste neveneffecten. Werknemers gaan het als een recht zien en werkgevers zullen op nog grotere schaal ouderen in de WW dumpen.
Politiek Den Haag riep eenstemmig, dat  het niet nodig is om oudere werklozen ‘achter de broek aan te zitten’ en dat maatwerk gewenst is. Dat laatste is in den Haag een oplossing voor vele kwalen.

Ik weet waar het over gaat. Sinds twee jaar ben ik gedeeltelijk werkloos en sinds deze week geheel. Ik ontvang WW en als tegenprestatie doe ik elke week een sollicitatieactiviteit. Dat zijn de regels van het spel en ik speel dit met gepaste tegenzin mee. De beslissers van het UWV zijn tenslotte ook maar gewone werknemers, die blij zijn, dat ze een baan hebben.
Regelmatig verstuur ik sollicitaties, ook al weet ik dat mijn geboortejaar 1952 alle argumenten om mij uit te nodigen in één keer onderuit haalt. Ik heb al een mooie verzameling aangelegd van redenen om mij af te wijzen.

Ik heb echter niet het idee, dat het UWV mij achter de broek aan zit. Mijn laatste telefonisch gesprekje dateert van najaar 2014. Daarnaast is er nog de uitlaatklep van de netwerkcontacten. Een netwerkcontact geldt als sollicitatieactiviteit, dus nu u, lezer, weet dat ik op zoek ben naar werk kan ik uw naam als netwerkcontact opvoeren.
Het lijkt er derhalve op dat het coulancebeleid reeds wordt uitgevoerd, al wordt dit niet zo genoemd. Dat kan je met gedogen immers beter niet doen.
Ik heb nog verplicht een groepscursus solliciteren bij het UWV gevolgd. Dat is een van de stimuleringsmaatregelen van minister Asscher. Hij heeft er 67 miljoen in geïnvesteerd. In mijn groep was snel duidelijk, wie echt op zoek was naar een baan en wie het wel wilde uitzingen tot zijn pensioen.
Het UWV zou er goed aan doen zich te concentreren op de eerste groep. Laat mensen die vrijwilligerswerk doen of mantelzorg verlenen, dat rustig blijven doen.

AsscherVorige week schreef Trouw over het onderzoek ‘kansrijk arbeidsmarktbeleid’ van het Centraal Planbureau. Niet de werkzoekende, maar minister Asscher en het UWV krijgen hier ongenadig voor de broek.  Alle denkbare maatregelen om werklozen aan een baan te helpen blijken zo goed als zinloos te zijn. Baanvindbonussen, kortingen voor werkgevers, jobcoaching, verplicht solliciteren: het helpt allemaal niets. De enige maatregel die nog enig gewicht in de schaal legt is de verlaging van het wettelijk minimumloon. Dààr hebben de besparingslustige werkgevers nog wel oren naar. Voor minder doen zij het niet.
De uitkomsten van het CPB-onderzoek verbazen mij niet. Als het aantal banen niet toeneemt, kan je werklozen kontjes geven waar je wilt, een baan vind je er niet mee.
Asscher, de minister die altijd schuin uit zijn ogen kijkt alsof hij razendsnel nadenkt over de oplossing voor het eerstvolgende probleem, laat zich echter niet uit de wind slaan. Hij brengt nu zijn zwaarste geschut in. Niemand minder dan John de Wolf, ooit een meedogenloze verdediger bij Feyenoord, die voor niemand aan de kant ging, wordt het boegbeeld van een nieuwe arbeidsmarktcampagne.
Er is dus nog hoop voor de oudere werkloze.

0

DE EINDIGHEID DER DINGEN

Dagelijks

geraniumsAfgelopen dinsdag was het zover.Ik deed mijn laatste klus. Het schrijven van een verantwoording voor een subsidie van de gemeente Houten.  Ik ruimde nog wat laatste spullen op. Documenten over opleidingsactiviteiten. Offertes en nota-opdrachten voor cursussen en presentaties.Op LinkedIn verving ik mijn werkadres door mijn privéadres.Ik bracht enkele ordners naar mensen die mijn taken overnemen.Tijdens dit alles was ik me er continu van bewust: dit is mijn laatste werkdag. Na 36½ jaar.Het voelde vreemd, maar ook niet meer dan dat. De betekenis wilde nog niet erg doordringen.
Ik bracht een paar laatste verbeteringen aan in de uitnodiging voor mijn afscheid en gaf door hoeveel verlofdagen ik nog over heb. Die schenk ik de instelling.Daarna maakte ik een ronde langs de collega’s. Ze wilden allen weten, wat er op dat moment door mij heen ging. Het voelt onwezenlijk, antwoordde ik, maar het is wel goed zo.Sommigen raakten een verkeerde snaar (‘oh heerlijk voor altijd vakantie vieren’), zoals er ook  wenskaarten zijn met teksten als ‘Stoppen met werken? Begin met genieten!’ met bijpassende foto van twee ligstoeltjes aan de vloedlijn. Of nog erger: ‘Geniet van je verdiende rust!’.

Ik kon geen afscheid nemen van mijn kamer. Ik liep nog maar eens nutteloos rond en inspecteerde de boel, zoals ik dat doe als ik een hotelkamer achterlaat. Is er iets op de grond of achter een kast blijven liggen?Ik keek uit het raam en prentte het uitzicht in mijn geheugen. Checkte een laatste keer mijn mail, alsof ik  hoopte op een nieuw bericht. Tenslotte schakelde ik de pc uit, trok mijn jas aan, pakte de tassen met persoonlijke bezittingen en knipte het licht van de kamer uit. Ik zou er langer over hebben willen doen. Om het unieke van het moment te voelen. Maar het unieke bleek ongrijpbaar.
Pas toen ik de buitendeur voor de laatste keer achter mij dichttrok, kwam er brok in mijn keel.
Ik vond het niet prettig in mijn eentje weg te gaan.

Toen ik het contact van de auto omdraaide, klonk er direct en veel te hard een klassieke mars uit de luidsprekers. Was dit een afscheidsmars?.
Opeens waren er toen tranen, in die kleine, afgezonderde ruimte. Maar waarvoor eigenlijk?
Het verdriet mij niet dat ik ‘s morgens niet meer op de fiets zal stappen om nog eens een beleidsdocument over de jeugdzorg te schrijven of de stukken voor de zoveelste vergadering door te nemen.
Ik ben al sinds 2013 bezig geweest om mijn werk af te bouwen. Vanaf die tijd is het relativeren begonnen. Het was prettig om langzaam te minderen, maar er moet eens een einde aan komen. Overgangen horen bij het leven. ‘Ieder einde brengt een nieuw begin’, is een tegeltjeswijsheid, net als ‘afscheid nemen bestaat niet’.
Het is ook niet dat ik me uitgerangeerd voel of een tweederangs burger. En het is zeker niet zo, dat ik moet nadenken over wat ik zal gaan doen. Dus waarom dan tranen?
Ach, het zal de weemoed zijn om de eindigheid der dingen. Een optreden, een bestuursfunctie, een vakantie, kinderen in huis, aan alles komt een keer een eind. Zelfs aan V&D.
Ik heb op feesten en partijen nog wel eens een act opgevoerd als overgangsbegeleider. Nu mag ik mezelf onder handen nemen.
Thuis, bij de voordeur, met een paar sleutels minder aan mijn sleutelbos, was er weer die brok in mijn keel. Die verdomde deur, symbool van de overgang.

0

“BOZE 60-plusser SNAKT NAAR PENSIOEN”

Dagelijks

time-is-gold-1215479De bovenstaande kop stond laatst op Teletekst. Daaronder stond het volgende bericht.
“Veel zestigplussers halen maar met moeite hun pensioen. Uit onderzoek blijkt dat 7 op de 10 oudere werknemers tenminste één langdurige ziekte, aandoening of handicap hebben.”
“Veel mensen zijn kwaad over het verhogen van de pensioenleeftijd. Zij zien dit als een groot onrecht: 44% van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan boos of zeer boos te zijn”, aldus de onderzoekers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut.
Wat is hier aan de hand?
Dat burgers boos zijn, mag geen nieuws meer heten. Wie is er tegenwoordig niet boos?
De 60-plussers zijn boos, omdat zij erop gerekend hadden eerder te kunnen stoppen met werken. Hun 2-3 jaar oudere collega’s konden er op hun 62e nog met een mooie regeling uit. Maar wie na 1950 geboren is zag eerst de fiscale voordelen van het eerder stoppen  verdwijnen. Daar kwam de stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar nog eens bovenop. Dat vinden zij niet rechtvaardig.
Tja.
Ik had ooit een parttime werkende collega, voor wie de donderdag geen werkdag was. Zij vond het niet eerlijk, dat haar collega’s wel op Hemelvaartsdag vrij waren. Dus kende zij zichzelf een andere dag in die week een vrije dag toe.
Het leven is niet altijd rechtvaardig. Was de grens voor de pensioenverhoging niet bij 1950 gelegd, maar bij 1955, dan waren de 55-plussers boos geweest.

Ik ben 60-plusser, maar ik ben niet boos. Tenminste niet over mijn pensioenleeftijd. Zoals het er nu naar uitziet haal ik niet ongeschonden mijn pensioendatum. Door een reorganisatie ben ik binnenkort overbodig.  Misschien zouden de boze 60-plussers dat ook wel willen. Zijn ze niet alleen boos, maar ook nog eens jaloers.
Ik begrijp hun boosheid echter heel goed. Ik kan zelf ook niet tegen onrechtvaardigheid. Is er geen sprake van gelijke behandeling, dan kom ik in het geweer. Bijvoorbeeld toen onze zoon door procedurefouten op de openbare basisschool van onze keuze werd afgewezen. In zo’n geval haal ik alles uit de kast om de onrechtvaardigheid bloot te leggen. Dan schrijf ik pagina’s vol met overtuigende argumenten.
Niet dat het veel helpt overigens. De fout kon niet meer goed gemaakt worden. De excuses die we na twee jaar procederen van het College van B&W ontvingen waren slechts een schrale troost. Maar het verweer had wel geholpen bij het kanaliseren van de boosheid.

Voor sommige ouderen is doorgaan met werken een zegen.
In dezelfde tijd als het Teletekstbericht schreef Trouw over Henk Kluver uit de Achterhoek.
Henk is 93 jaar en al tachtig jaar aan het werk. De laatste jaren werkt hij weliswaar nog maar halve dagen, maar toch. Elke morgen gaat hij weer naar zijn fietsenfabriek. Ooit biesde hij fietsen, nu werkt hij in het magazijn of bij de serviceafdeling.
Dirigenten, schrijvers, professoren: er zijn meer gedreven vaklieden die doorgaan tot Magere Hein op de deur klopt. Zij zijn voor eeuwig verbonden met hun werk.
Hoe Henk dit zo lang vol heeft kunnen houden? Humor helpt, zegt Henk, en een open geest, altijd in zijn voor nieuwigheden. Maar, zegt Kluver, mensen moeten zich niet aan hem spiegelen. Van een unicum moet je geen regel maken. Ieder moet voor zich weten, wat hij wil.
Er is één geluk voor de boze 60-plusser. De tijd gaat sneller als je boven de 60 bent. Voor je het beseft heb je je pensioen bereikt.

0

EEN SERIEUZE KWESTIE

Dagelijks

Ik heb eens een vijftiger horen zeggen: “als ik 75 ben, dan heb ik lang genoeg geleefd. Dan is het mooi geweest”.
Wie niet wil afwachten tot de dood hem overkomt, moet zelf actie ondernemen.
Het aantal verzoeken om euthanasie vanwege ‘een voltooid leven’ is erg klein, maar het neemt wel toe. Het gaat bijvoorbeeld om ouderen die blind zijn of in een rolstoel zitten en die afhankelijk zijn van de hulp van anderen. Of het gaat om mensen die door lichamelijke beperkingen nauwelijks meer het huis uit komen en zich erg eenzaam voelen.
Wil je in zo’n geval hulp, dan wend je je in Nederland tot een arts.
Veel artsen hebben moeite met euthanasie vanwege een voltooid leven. Het gaat immers niet om een patiënt, die ondragelijk lijdt en niet lang meer te leven heeft. Strikt genomen valt de vraag om euthanasie vanwege een voltooid leven niet binnen de regels van de wet. Het is niet alleen of zelfs maar in beperkte mate een medische vraag. Moet een arts dan beoordelen of dat leven nog de moeite waard is?
Columnist en geriater Bert Keizer spreekt in Trouw zijn twijfel hierover uit. Tegelijkertijd vraagt hij zich af: ‘aan wie moet zo iemand het dan vragen?’.
Een terechte vraag, al zou hieronder de gedachte kunnen liggen, dat er dan een andere hulpverlener klaar moet staan.
Een oplossing voor dit probleem werd in 1991 voorgesteld door de jurist Drion: een pil, waarmee mensen van 75 jaar en ouder in staat worden gesteld om op humane wijze en op een zelfgekozen tijdstip een einde te maken aan hun leven. Zo’n middel versterkt de autonomie van ieder mens en verkleint de afhankelijkheid van artsen.
De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig Levenseinde (NVVE) wil gedurende drie jaar een proef met de verstrekking van een levenseindepil. Doel van de pilot is om te bepalen onder welke voorwaarden deze pil verstrekt zou kunnen worden.
Tegenstanders zeggen, dat het beter is om angst, somberheid of eenzaamheid aan te pakken en dat het verlangen naar de levenseindepil voortkomt uit angst voor aftakeling en pijn. Lijden hoort bij het leven en je moet niet proberen om via euthanasie daaraan te ontkomen. Bert Keizer vindt dit argument ‘bloedlink’. ‘Ik ken op de eerste plaats niemand die erin slaagt om te leven zonder te lijden en zou niet durven zeggen, dat daar aan het eind nog een bepaalde portie bij moet om de zaak netjes af te ronden’.
Ik vraag me af wat de rol van de familie gaat worden als er zo’n pil is. Hoe zou het voor nabestaanden zijn als moeder tijdens een eenzame kerst in haar eentje besloten heeft om er tussenuit te piepen? Zouden ze zeggen: ‘ze was oud en wijs genoeg’?
Omgekeerd zou je je ook kunnen voorstellen dat familieleden, voor wie de verzorging van moeder thuis te zwaar wordt, een proefballonnetje oplaten over die pil. Of erfgenamen die het geld hard nodig hebben. Of een ziekenhuis, dat door zijn budget voor behandelingen heen is.
Econoom de Kam stelde laatst vast, dat de pil van Drion de zorg betaalbaar kan houden: ‘Het klinkt cru, maar wanneer ouderen in de toekomst vaker voor een zelfgekozen einde opteren, blijft de zorg voor wie zo’n pil afwijzen beter betaalbaar’.
Kunnen we dan nu vast even noteren wie zich wil opofferen?
Zou er een levenseindepil zijn, dan nog zou ik niet de neiging hebben om er al vast een te reserveren. Ik weet absoluut niet hoe ik in het leven sta als ik 75 ben (als ik dan nog leef, ik klop het maar even af).
Toen mijn moeder 98 was, zei ze vaak: ‘ik hoop dat je ook zo oud mag worden’, om er na een paar tellen aan toe te voegen: ‘in goede gezondheid’. De definitie van wat goede gezondheid is, had zij in de laatste tien jaar van haar leven dramatisch aangepast. Terwijl haar geheugen haar ernstig in de steek liet, haar oren en ogen sterk achteruit waren gegaan en zij in een instelling een zittend bestaan leidde in afwachting van de volgende maaltijd, wilde ze nog wel 100 jaar worden.
Ik weet niet of zo’n aanpassing mij zou lukken.

0

IS DAT WEL GOED VOOR U?

In het nieuws
Het tijdschrift Zorg+Welzijn luidde vorige week de noodklok: Steeds meer alcoholverslaving onder ouderen. Huisarts en Wetenschap bericht: ‘de frequentie van het alcoholgebruik onder 55-plussers is gemiddeld hoger dan onder jongeren, en zij drinken ook vaker dagelijks. In 2008 gebruikte 71% van de 65-plussers per dag meer dan 1 glas alcohol.’
Weg dus met al die zorgen om comazuipende jongeren en overlast van laveloos jongvolk in het uitgaanscircuit. Dat is klein bier vergeleken met al die glaasjes die ouderen vaak in stilte achteroverslaan.  Het zijn nu eens de ouderen die onze aandacht verdienen!
Het alcoholgebruik per oudere neemt ook nog eens fors toe. Ouderen hebben tijd en geld. Daarnaast zijn er ouderen die drinken om de eenzaamheid te verdrijven of om te ontsnappen aan gezondheidsklachten of andere problemen.
Wij 55-plussers drinken er dus lustig op los. Artsen vinden dit riskant. Een senior is namelijk door een verminderde werking van organen juist minder goed tegen alcohol bestand. Ook de combinatie van alcohol en medicatie kan verkeerd uitpakken. Gebruik je als oudere teveel alcohol dan kan dat leiden tot een veelheid aan lichamelijke klachten. Je komt eerder op je snufferd terecht (botbreuken) en – last but not least – je gaat eerder dood.
 
alcohol en ouderen
 
Gezondheidsvoorlichters raden ouderen daarom aan om niet meer dan 7 glazen per week te drinken en maximaal 2 of 3 glazen per keer. Volgens anderen is dit nog te veel. Kom daar maar eens mee aan bij de biljarttafel in de dorpskroeg of de kaarttafel op de ouderensoos.
Artikelen over alcoholgebruik onder ouderen eindigen steevast met aanbevelingen om de signalering van overmatig gebruik door ouderen te verbeteren en vroegtijdig in te grijpen. Na het ethisch appèl van de Blauwe Knoop is er nu het gezondheidsappèl.
Bij mij roepen deze artikelen twee vragen op.
1.    Is het erg dat ouderen meer alcohol gebruiken dan strikt genomen goed is?
Als iemand op latere leeftijd door de drank zijn huwelijk verwoest, zijn kinderen nooit meer ziet en eenzaam drinkend ten onder gaat, dan lijkt me dat reden om hulp aan te bieden. Maar wat te denken van een oudere, die 3 glazen per dag drinkt, geen enkele overlast geeft, maar door het drinken wel eerder ziek wordt en eerder dood gaat? Geeft dit aanleiding voor een stevig gesprek?
Misschien zouden we in dit geval wel het rijbewijs moeten afpakken.
2.    Is vroegtijdig ingrijpen haalbaar?
De zegeningen van de alcoholpreventie zijn beperkt. Over de resultaten van het voorkómen van verslaving onder ouderen heb ik helemaal niets kunnen vinden. In zijn algemeenheid is bekend, dat je via voorlichting kennis kunt overdragen. Daarom is het zinvol om ouderen te vertellen dat hun lichaam minder goed bestand is tegen alcohol.
Kennis alleen echter leidt niet tot gedragsverandering. Elke roker weet dat hij een grotere kans heeft op longkanker en een korter leven. Toch roken mensen door. Zo zijn er ook ouderen die in volle bewustzijn ervoor kiezen om meer te blijven drinken dan goed voor hen is.
Ten aanzien van de rol van de huisarts in de vroegtijdige signalering wil ik nog een vraagteken plaatsen. Uit een enquete van Medisch Contact bleek, dat 60% van de huisartsen niet naar het alcoholgebruik van de patient vraagt, ook als de klachten er wèl aanleiding toe geven. De reden hiervan laat zich raden. Bijna 90% van de huisartsen lust zelf graag een borrel.
Voor wie zijn alcoholgebruik wil testen volgt hieronder een veelgebruikte vragenlijst voor eerste screening. Beloon jezelf na het invullen met een lekker kopje kruidenthee. Met een slagroomgebakje.
1 Hoe vaak drinkt u alcoholische dranken?
(0.0) Nooit
(0.5) 1x per maand of minder
(1.0) 2 tot 4 x per maand
(1.5) 2 a 3 x per week
(2.0) 4 x of vaker per week
2 Hoeveel alcoholische dranken gebruikt u op een typische dag waarop u alcohol drinkt?
(0.0) 1 of  2
(0.5) 3 of 4
(1.0) 5 of 6
(1.5) 7 tot 9
(2.0) 10 of meer
3 Ergert u zich wel eens aan mensen die opmerkingen maakten over uw drinkgewoonten?
(0.0) Nee
(1.0) Ja
4 Voelt u zich wel eens schuldig over uw drinkgewoonten
(0.0) Nee
(1.0) Ja
5 Drinkt u wel eens ‘s ochtends alcohol om de kater te verdrijven?
(0.0) Nee
(1.0) Ja

 

Score: tel de punten die voor het gekozen antwoord staan op. Een score van 2,5 of hoger duidt op mogelijk problematisch alcoholgebruik. Neem dan contact op met je huisarts. Je kunt op zijn minst ervaringen uitwisselen.
0

GAAN WE ACHTERUIT?

In het nieuws
 
Het regende deze week en het was koud. Het Nederlands elftal verloor weer eens en uit de krant kwam er een stroom van slecht nieuws over oorlogen, aanslagen en ontheemden. Rusland bedreigt Europa en IS wil  het Westen een kopje kleiner maken.
Het lijkt wel of het steeds slechter gaat met de wereld.
Ik zag weinig redenen om te zingen of grappen te maken. Terwijl dat nu juist de dingen zijn, die ik graag doe.
We zijn over het hoogtepunt van de welvaart heen, denk ik wel eens. Onze generatie heeft een mooie tijd meegemaakt. Een tijd van groeiende welvaart en meer vrijheid. Van meer zeggenschap en meer vrije tijd. Van huizen die drie keer in waarde zijn gestegen.
Maar nu gaan we de andere kant weer op.
Zo maalde het nog een tijd verder in mijn hoofd.
Ik vroeg me af of er werkelijk sprake is van een toename van ellende  of dat het met mijn leeftijd te maken heeft? Komen deze negatieve gedachten wellicht eerder op als je ouder wordt?
Als je het leven ziet als een berg, dan ben ik als zestiger onmiskenbaar weer aan het afdalen. Dan kijk je wat vaker om en denk je aan de mooie dingen die je beleefd hebt. Je haalt met vrienden herinneringen op. Vroeger was het nieuwer, spannender, beter…
Nu zie ik een dalende lijn voor me. Ik hoor in mijn omgeving over ernstige ziektes. Ik moet nog even niet denken aan wat mij te wachten staat. Als jongere heb je een doel voor ogen, je wilt wat bereiken. Maar als je kinderen het huis uit zijn en je pensioen bereikt is, wat…
Ho. Stop.
Ik roep mijn gedachtenstroom over de achteruitgang en de ouderdom een halt toe.
Als er één ding beter is dan vroeger, dan is het de gestegen welvaart en de verlenging van de levensverwachting. Wat Henk Krol in zijn ribbroek ook mag beweren, ouderen hebben het nu beter dan een paar generaties terug. Toen waren de mensen blij als ze de 65 haalden. Ze werkten door tot aan hun dood. Nu hebben we na onze pensionering gemiddeld genomen nog zo’n twintig jaar te gaan. Twintig jaren die we zelf kunnen invullen.
We hoeven ons niet te laten opsluiten in een ouderendorp in Florida met acht golfbanen, veertien zwembaden, twaalf bioscopen en een veelvoud aan beveiligers.
Je kunt jezelf nieuwe doelen stellen, persoonlijk en maatschappelijk. Je kunt nieuwe dingen leren en vanuit je levenservaring bijdragen leveren aan maatschappelijke doelen. In de Trouw stond deze week het verhaal van een dominee die na een lang werkend leven een opleiding tot seksuoloog had gevolgd en nu echtparen hielp bij sexproblemen. God heeft de mens immers ook met geslachtsdelen geschapen.
Wat je ook doet, je kunt als oudere wat kalmer aandoen en wat vaker op vakantie.
Er is minder druk in de derde levensfase. Je hoeft je niet meer te bewijzen. Veel ouderen kunnen meer genieten en tegenslagen gemakkelijker opvangen. Ouderen zijn vaak milder. Zelfs bij de conservatieve kardinaal Simonis, wiens missie het was om de katholieken in Nederland weer aan de orthodoxe regels van de kerk te onderwerpen,  zag ik tijdens een televisie-interview een milde kant.
Ouderen kunnen tegen een stootje. Dat depressie en somberheid bij de ouderdom horen is een mythe.
Kortom, als je ouder wordt is er genoeg te zingen en te lachen.
Vorige week zei mijn kleindochter van vier tegen een wildvreemde vrouw op straat, zonder enige inleiding of aankondiging: ‘ik heb wel een beetje een gekke opa’.
Buiten regent het nog steeds. De kou is het huis in getrokken.
De radio bericht over oplopende spanningen in Israël. Politici slagen er maar niet in om afspraken te maken die de opwarming van de aarde tegengaan. In Zweden is een asielzoekerscentrum in de fik gestoken. Vorige week werden er veel dichterbij huis, in Woerden, vuurwerkbommen naar een opvangcentrum gegooid. 
Het ziet er echt naar uit dat het slechter gaat in deze wereld. Of ik nu ouder word of niet. 
1

KERSTDINER IN HET VERZORGINGSHUIS

Herinnering
We zitten met zijn achten aan een tafel.
Bewoner A draagt een colbert en een stropdas. Hij kijkt strak voor zich uit en zegt weinig. ‘Maar hij weet nog alles’, zegt zijn dochter trots naast hem. ‘En met zijn gehoor is ook niks mis’. Deze openbaring brengt geen verandering op zijn gezicht.
Mevrouw B kijkt met een olijke, maar ook wat melancholieke blik de kring rond. Ze hoopt, dat er een besje voor haar wordt ingeschonken. ‘Want ik weet niet of ze die in de hemel hebben’.  Ook zij wordt vergezeld door een dochter.
Mevrouw C is een kleine, tengere mevrouw, die in elkaar gedoken in haar een electrische rolstoel zit. Zij heeft een te wijd uitgevallen gebloemde jurk aan. Haar blik is voortdurend omlaag gericht. Naast haar zit haar zoon. ‘Ik ben zo blij, dat je er bent’, lispelt ze met enige regelmaat tegen hem.
Mijn moeder is de vierde bewoonster aan tafel. Zij is 95 en haar geheugen laat haar behoorlijk in de steek. Ze probeert dat zo goed mogelijk te verbergen. Ze wil niet klagen. ‘Wat is verder de bedoeling?’, vraagt ze mij.
Eerst wordt er door de vrijwilligsters een drankje geserveerd. Het zijn struise, breedlijvige dames van in de zestig, aan wie de kapper goede klanten heeft. Opgewekt en voortvarend gaan ze de tafels langs.
De zoon van  mevr. C vertelt, dat zijn moeder past sinds enkele weken in het huis woont. Hij is aanwezig, omdat alles voor zijn moeder nog onbekend is. Maar eigenlijk komt het hem niet goed uit. Hij heeft deze avond ook een eindejaarsetentje op zijn sportclub. Er staan twee zakken met 150 warme oliebollen op de achterbank van zijn auto. Dus hij heeft zich voorgenomen om na het voorgerecht te vertrekken.
Voorlopig moet hij nog even wachten. Voor de vrijwilligsters is een glaasje vooraf een aangename bezigheid. Maar hier aan tafel kennen we elkaar niet, dus na drie kwartier begint de conversatie ernstig te stokken en kijken wij met zoon C verlangend uit naar de komst van het voorgerecht.
‘Alles op zijn tijd, zei de boer en hij kuste de meid’, zegt mevr. B.  Zij kijkt verwachtingsvol rond of er gereageerd wordt. Meneer A kijkt afkeurend. Maar misschien staat zijn gezicht altijd in diezelfde stand. Bij sommige ouderen staat het leven op het gezicht getekend.
Na een uur wordt een gebonden champignonsoep opgediend.
‘Smaakt ie, mevrouw van Dijk?’, vraagt een vrijwilligster.
Mijn moeder steekt de duim van haar linkerhand in de lucht.
‘We hebben hier niets te klagen hoor!’
Dan buigt zoon C zich voorover naar zijn moeder.
‘Ik moet nu gaan, er wachten een heleboel mensen op mij bij de club’.
Zijn moeder duikt nog verder in elkaar en haar onderlip begint te trillen. Nauwelijks hoorbaar huilt ze: ‘ik heb zo’n pijn jongen, blijf nog even’.
‘Wat zegt ze?’, vraagt mevrouw B.
De zoon wil zijn moeder antwoorden, maar hij sluit zijn lippen weer. Hij doet zijn colbert uit.
Als het hoofdgerecht wordt opgediend, zet mevr. B een lied in:
‘Was ik maar in Lutjebroek gebleven, met je hengels en je worrempies erbij’.
Haar dochter stoot de arm van mevrouw aan: ‘Zeg, het is kersttijd hoor!’
‘Was ik maar in Lutjebroek gebleven, dat was beter voor jou en voor mij en voor Lutjebroek erbij’.
Mijn moeder beweegt met haar rechter wijsvinger mee op de maat van het lied.
‘Wat is het gezellig, hè’, zegt de vrijwilligster die uitserveert. ‘En wat een lekker eten hè, meneer! Rollade, dat kreeg u zeker vroeger thuis niet? Of wel?’. Meneer A wil net een hap nemen, maar het eten valt van zijn vork af.
Zijn dochter antwoordt: ‘ik denk het niet, nee’.
‘Nou, laat u maar lekker verwennen hoor!’
Terwijl Mevr. B Ouwe taaie, jippie, jippie, jeeh inzet, doet zoon C een nieuwe poging om op te stappen. Dit keer huilt zijn moeder harder. Met een zucht gaat de zoon weer in zijn stoel zitten, zich realiserend, dat hij zijn 300 lauwe oliebollen vanavond niet meer kwijt zal raken.
Er worden kerstliederen gezongen.
In afwachting van het dessert vallen de ogen van mijn moeder regelmatig dicht.
Na het puddinkje met bessensap is het tijd om te gaan.
Aan mijn arm schuifelt mijn moeder op haar kaalgetrapte pantoffels over het tapijt van de grote zaal. Ik hoop maar dat het tapijt geen statische elektriciteit opwekt.

 

1

GYMNASTIEKEN HOUDT JE LENIG, DEEL II

Dagelijks
Wie zal er voor ons zorgen, als wij oud en gebrekkig zijn?
Die vraag dringt zich soms aan mij op. Bijvoorbeeld als ik in de sportschool ben en daar 70- en 80-jarigen hun oefeningen zie doen.
Enkele jaren geleden maakten wij een wandeltrektocht op Kreta. Eén van de etappes eindigde in Sougia, een klein gehucht aan de zuidkust, niet veel meer dan wat kleine herdershuisjes en pensions aan een door bergen omgeven turquoise baai. De stilte in het dorp werd af en toe onderbroken door een kakelende kip of een blaffende hond. Naast ons pension hoorden we ook regelmatig hulpgeroep van een vrouw. In de tuin zagen we een stokoude, gekromde vrouw, met donker omfloerste ogen, gekleed in het zwart. Ze zat met een tuigje in een stoel en slaakte op luide toon kreten die even angstig als boos klonken. Zij zat daar de hele dag op haar eentje. Alleen voor het eten en slapen werd zij naar binnen gehaald.
Nederlandse politici wijzen regelmatig naar het buitenland, zeker als een voorziening daar goedkoper is. Dan mag zelfs Griekenland een voorbeeld zijn. Zo is de ouderenzorg in Nederland flink duurder dan in omringende landen. Daarom wil de overheid dat zorgbehoevende ouderen langer thuis blijven wonen. Verzorgingshuizen worden in hoog tempo gesloten.
Zoals wel vaker met het overheidsbeleid valt er op de analyse van de problematiek niet veel aan te merken: de kosten rijzen de pan uit en instellingen hospitaliseren. Onder druk van de bezuinigingen schiet men echter in de aanpak van de problemen te ver door.
Toen mijn moeder ging dementeren en een licht herseninfarct kreeg, was zij niet meer in staat zelfstandig thuis te wonen. Op haar 87e verhuisde zij naar een verzorgingshuis in haar dorp. Dat huis bood veiligheid, verzorging bij alledaagse zaken en, niet in de laatste plaats, sociale contacten en groepsbezigheden. Samen koffie drinken en gymnastieken bevordert het welzijn. Mijn moeder bloeide op in deze omgeving.
Het huidige regeringsbeleid wordt gekenmerkt door wensdenken. Alle hoop is erop gevestigd dat mensen elkaar in een wijk ondersteunen. Maar als ‘s morgens een groot deel van de bevolking naar het werk is vertrokken, blijven de zieken, gestoorden en senioren tezamen met de Marokkaanse werksters achter. In de Volkskrant hield een ouderenadviseur daarom een pleidooi om de hoop niet op de wijk te vestigen, maar op de familie. Dat lijkt me even idealistisch. De familie zwermt straks over de hele wereld uit.
Als we weinig mogen verwachten van de buurt of de familie, dan is het maar het beste, dat wij, als we oud zijn, bij elkaar gaan wonen en elkaar helpen, met verzorging en toezicht op afroep. Dat lijkt me toch een stuk aantrekkelijker dan het zo lang mogelijk zelfstandig, maar o zo vereenzaamd in eigen huis de dood afwachten.
Als ik mijn eigen teennagels niet meer kan knippen, dan kan ik nog wel die van de buurvrouw doen. En als ik mijn sleutels kwijt ben, weet mijn buurman in de rolstoel die misschien te vinden.
Voor mij zou het wel een voorwaarde zijn, dat we in de woongroep een redelijke verdeling over de verschillende vocale stemmen hebben. Zodat we nog zolang mogelijk het niveau van Daar was laatst een meisje loos kunnen ontstijgen. Voor liefhebbers van modelvliegtuigen, verzamelaars van biedermeier serviezen en gezondheidszorgeconomen zijn er vast wel andere woongroepen te vinden.
Ik ken mensen die al jaren bezig zijn zo’n woonvorm op te zetten. Dat kost veel energie. Dus ik sta niet te trappelen om morgen dit voorbeeld te volgen. Niet eens zozeer vanwege de gevraagde inspanningen. Het staat me tegen om  nu al bezig te zijn om mijn kostje over twintig jaar veilig te stellen. Zouden de zorgverzekeraars niet een ietsjepietsje van hun opbrengsten kunnen afstaan om deze ontwikkelingen te stimuleren? Daar heb ik meer behoefte aan dan aan de gratis leefstijlcoach die mij zo graag wil bijstaan.
Of toch maar een huisje kopen op Kreta? Daar kan je elke dag in de schaduw van een oosterse plataan fantastisch mijmeren over het leven.
0

GYMNASTIEKEN HOUDT JE LENIG

Dagelijks
Elke woensdag ga ik naar de sportschool. Daar werk ik mijzelf in het zweet aan allerlei apparaten. Leuk kan ik het niet noemen, maar nuttig is het wel. De fitness behoort bij een fysiotherapiepraktijk die gevestigd is onder een seniorenflat. Soms beland ik in een groep van 70- en 80-jarigen. Ze lopen met de rollator van het ene apparaat naar het andere en ze geven elkaar een kontje als het met de stramme spieren niet lukt om op de hometrainer te klimmen.

Met mijn 61 jaar voel ik me in dit gezelschap een jonge held.
Een vrouw schuifelt langs een corpulente man die zich uitput op de Leg Extension.
‘Hé Jan, heb je een nieuwe bril?’, vraagt ze.
‘Ja, ik zag steeds slechter’. Hij stopt even met zijn bewegingen om op adem te komen.
‘Met mijn ogen viel het eigenlijk wel mee, maar de glazen zaten vol krassen en vuil. Toen heb ik toch maar een nieuwe gekocht’.
‘Gelijk heb je, je moet een beetje met je tijd meegaan’.
Een oudere dame wandelt in kalm tempo op de loopband. Ze ziet eruit alsof ze naar een verjaardag gaat, in haar kleurige bloemetjesjurk en gekleed vest, compleet met make-up en sieraden. Uit de geluidsboxen van de sportschool komt Sky Radio, the eye of the tiger.
Zou dit de manier zijn om ervoor te zorgen dat iedere oudere zelfstandig thuis kan blijven wonen?
Bij het tijdschriftenrek zit een vrouw op haar rollator te praten met een kleine, ineengedoken man die op zijn stok leunt.
‘…werd ie nog dezelfde dag opgenomen en gelijk geopereerd’, zegt de vrouw aangedaan.
‘Wat zeg u?’
‘DAT IE GELIJK GEOPEREERD WERD!’
‘Oh’, antwoordt de man op een toon, die verraadt dat hij dit niets bijzonders vindt.
Een andere man fietst op een van de hometrainers. Lusteloos en zwaarmoedig duwt hij langzaam de pedalen rond. Een stagiaire van de fysiotherapiepraktijk staat er bij en probeert manmoedig een gesprekje aan te knopen.
‘Heeft u nog televisie gekeken gisterenavond?’
‘Ik?’, zucht de man. ‘Nee’. Er valt een stilte. ‘Wat moet ik nou kijken?’
Op het grote tv-scherm in de fitness is Air Crash Investigations te zien,  een serie van het National Geographic Channel waarin op realistische wijze vliegtuigongelukken worden nagebootst.
Ik loop naar een volgend apparaat.
De vrouw tegenover mij op de Seated Leg Curl zegt tegen haar buurvrouw: ‘Ik heb zo’n hekel aan die verkeersdrempels’.
‘Hoe zo?’, vraagt haar buurvrouw die voorzichtig de stangen van de Triceps Dip omlaag duwt.
‘Dat hobbelt zo als je erover heen fietst.’
‘Ach.’
‘Ik stap tegenwoordig maar even af, ik ben bang dat ik anders een maagverzakking krijg’.

Ondertussen droom ik weg op de Abduction. Ik zie mijzelf als tachtigjarige op mijn pantoffels over een tuinpad naar het schuurtje schuifelen. Daar staan een fonkelende cross-trainer en home-trainer, in elkaar gezet door mijn Burundese klusjesman. Via diverse camera’s kijkt mijn surveillante mee. Zij houdt vanuit haar huis op de Filipijnen in de gaten of ik zonder kontje op het zadel van de home-trainer kom en of ik er niet aan de andere kant weer aflazer.
Elke morgen, als ik met veel gepuf en gesteun mijn kousen scheef aan heb getrokken, roep ik in de camera naar haar: ’Tot over een uurtje in het schuurtje’! Mocht het syteem uitvallen, dan kan ik altijd nog mijn mechanische hulphond inschakelen.
Zodra ik in mijn schuurtje op de hometrainer zit, zet ik de bril op. Begin ik met trappen dan verschijnen de beelden van een fietstocht, bijvoorbeeld langs de Lange Linschoten op een mooie voorjaarsdag, inclusief het geluid van buitelende kieviten en de geur van net uitgereden mest. Ik kan ook een ander jaargetijde uitkiezen of het werkelijke weer. Zo fiets ik heel Nederland door. Een wereldpakket was me te duur. Anders was ik even naar mijn surveillante op de Filipijnen gefietst.
De ouderdom kan er héél aantrekkelijk uit zien.

 
0

OUDEREN RIJDEN STEEDS VAKER DOOR ROOD

Dagelijks
 
 
OUDEREN RIJDEN STEEDS VAKER DOOR ROOD
 
Forse toename ongevallen
 
Hilversum – Oudere voetgangers en fietsers negeren steeds vaker  rode verkeerslichten. Het aantal ongelukken vanwege het niet stoppen voor een rood licht is de afgelopen drie jaar gestegen met 90%. Dit blijkt uit cijfers van Veilig Verkeer Nederland.
 
 
 
Dit is een verzonnen krantenbericht, maar als mijn indrukken niet bedriegen, kunnen we een dergelijk bericht de komende jaren verwachten.
Door rood licht gaan komt al jaren op grote schaal onder fietsers en voetgangers voor. Waarom wachten als er geen verkeer komt? Bovendien hebben we een hekel aan regels die anderen ons opleggen. We kunnen zelf wel bepalen of we veilig voor onszelf en voor anderen kunnen oversteken.
De gezagsgetrouwe ouderen, voor de oorlog geboren, waren tot nu toe een uitzondering. Zij bleven keurig wachten op het groene licht.  Nu ook de naoorlogse generatie, gewend aan autonomie en eigen keuzes, oud wordt, zullen ook ouderen steeds vaker rode stoplichten negeren, met alle risico’s van dien. Want ouderen horen niet alleen slechter, zij zien slechter en hun reactievermogen is een stuk minder dan van de jonge student, die – ‘foutje, sorry!’ – op zijn omafiets behendig met een boogje een andere fietser ontwijkt. En dan heb ik het nog maar even niet over de electrisch voortgedreven fietser die in hoge snelheid even niet oplet of over de scootmobielrijders, die overal doorheendenderen omdat anderen maar rekening met hun handicap moeten houden.
Een paar jaar geleden al zag ik kardinaal Simonis in Utrecht op de hoek van de Maliebaan en de Nachtegaalstraat over een zebrapad fietsen en daarbij een rood voetgangerslicht negeren. Meer dan alle bovenvermelde voorbeelden heeft dat mijn ogen geopend. Hier is een niet meer te stuiten trend ingezet met gevaarlijke kanten.
Ooit werd ik na het rijden door een rood licht aangehouden door een agent van de motorbrigade. Het was een frisse maandagmorgen. De agent gespte het riempje van zijn helm los, als om zich een wat vriendelijker uiterlijk te geven, maar hij hield de helm op. Hij wreef zijn gehandschoende handen. Het was zo’n ochtend waarop de adem zichtbaar de mond verlaat. Ik kon niet ontkennen dat ik tegen de verkeersregels gezondigd had. De motoragent was echter in een milde stemming. Hij vertelde dat men besloten had om niet meteen tot bekeuring over te gaan, maar om eerst een motiverend praatje te houden. Ik ontspande direct en wachtte vol goede moed zijn motiverend praatje af. Dat bleek wat anders van inhoud dan de motiverende gespreksvoering die ik vanuit de hulpverlening ken. Eigenlijk was het gewoon een ouderwetse preek. De kern van zijn betoog was, dat ik als volwassene een verantwoordelijkheid draag naar ‘de jeugd’. En dat de jeugd mijn slechte voorbeeld zou volgen. Ik bracht ertegenin, dat ik het lang had volgehouden om te wachten voor rood, maar dat er meermalen jongere fietsers achter tegen mijn spatbord gebotst waren omdat ze niet verwachten dat er ook maar iemand blijft staan voor het verkeerslicht. Dit sloeg even een bresje in zijn praatje. Hij bleef echter zijn best doen. Het kwam mij voor dat het besluit tot het houden van het motiverende praatje nog vrij vers was.
Hoe kunnen we bevorderen, dat weggebruikers het rode stoplicht respecteren?
De beste maatregel lijkt mij dat het aantal verkeerslichten met tenminste 50% verminderd wordt. Dat zal  de eigen verantwoordelijkheid en oplettendheid van eenieder aanzienlijk verhogen. Op kruispunten met veel verkeer kunnen verkeersregelaars uitkomst bieden, zoals recente ervaringen in het Utrechtse stationsgebied laten zien.
Voor ouderen kan overwogen worden om het SH plaatje voor SlechtHorenden weer verplicht te stellen (deze plaatjes zijn voor € 7,62 te koop bij de Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden).
Laten we dan gelijk maar plaatjes invoeren met SZ (slechtzien) en ET (eigengereide types).
Veilig Verkeer Nederland overweegt een harde voorlichtingscampagne (‘door rood rijden kan dodelijk zijn’ met afschrikwekkende foto’s). Zolang die campagne er nog niet is, wil ik mijn verantwoordelijkheid als blogschrijver nemen. Vandaar dit motiverende praatje.