Schrijven, Lezen, Leven.

Tag

Ouderen

2

WIJ ZIJN NIET OUD

In het nieuws

Deze week liep ik op Utrecht Centraal opeens te midden van honderden leeftijdgenoten die in colonnes naar het Jaarbeursplein schuifelden. Dat kon maar één ding betekenen: de 50-plusbeurs had de poorten weer geopend. ‘Van autoplein tot fietstest. Van modeshows tot vakantieplein. Van fit-test tot beauty scan. Lekker proeven en genieten.’
Trouw, misschien wel de krant met de meeste ouderen onder zijn abonnees, heeft voor ons een nieuwe afkorting bedacht: de Yep, young elderly people. Daarmee worden de jonge, vitale ouderen bedoeld, die nog van alles kunnen maar niets meer hoeven.
Grofweg gaat het om ouderen tussen de 65 en de 80.
Wie honderd jaar geleden vijfenzestig werd had veelal nog een jaar of vijf voor de boeg. Jaren met lichamelijke klachten en zonder pensioen. De huidige yep hebben in doorsnee nog vijftien jaar te gaan. Vijftien jaar van vakantie vieren, schrijft Trouw. Zonder de zorg voor kinderen of de verantwoordelijkheden van een baan en met een beter dan ooit gevulde portemonnee kan het grote genieten beginnen. Vitale ouderen reizen de wereld over of zoeven met bruin verbrande koppen op e-bikes door Nederland. Ze schaffen zich nog eens een nieuwe ruime woning aan.
Toen ik stopte met werken ontving ik vele kaarten met afbeeldingen van luie stoelen aan het strand en hangmatten tussen cocospalmen. ‘Ga lekker genieten’, was een veel geuite aanbeveling. Ik ben blij, dat ik mijn eigen tijd kan indelen, maar de nadruk op al die genoegens beviel me toen al niet. Er zijn genoeg mensen van onze generatie die nooit geleerd hebben om op hun luie kont te zitten.

Trouw zou Trouw niet zijn als er geen boodschap aan de berichtgeving wordt gekoppeld. ‘Vitale ouderen weigeren zich voor te bereiden op de zorg, die ze later nodig hebben’, luidt de kop boven een artikel. Alsof ik gisteren nog de gemeentelijk zorgcoördinator de deur uit heb gegooid.
We zijn zo bezig met genieten, aldus Trouw, dat we niet willen nadenken over het levensbestendig maken van onze woning. In plaats van te sparen om een particulier verpleegkundige in huis te kunnen halen stoppen we de vingers in de oren. We willen niet weten, dat het aantal ouderen groeit en het aantal zorgverleners en mantelzorgers omgekeerd evenredig afneemt. ‘Er is sprake van massale ontkenning’, zo meent een deskundige.
Het is de tweede generalisatie die me niet bevalt. Hoeveel generatiegenoten maken zich juist niet veel te veel zorgen om de toekomst?
En wat is de oorzaak van deze struisvogelpolitiek volgens de deskundigen? De young elderly people maken zich geen zorgen, ‘omdat zij zichzelf niet als ouderen zien’. Daarin konden de deskundigen wel eens gelijk hebben. In de gezondheidsrubriek van Trouw vroeg laatst iemand of het mogelijk is om het krimpen van het lichaam op latere leeftijd tegen te gaan. Als hij er elke dag een half uur voor had moeten hangen, had hij dat ervoor overgehad. Wij willen eeuwig jong blijven. De bejaarde is al afgeschaft. Nu is de oudere aan de beurt en Trouw levert ons het nieuwe begrip: de yep.

1

LEVE HET BEJAARDENTEHUIS

In het nieuws

Begin deze eeuw wist de overheid het zeker: hulpbehoevende ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Op de eerste plaats omdat de ouderen het zelf willen. Dat klinkt heel logisch, want wie laat zich voor zijn plezier uit zijn vertrouwde huisje verladen naar een instituut vol gebrekkige en mokkende medemensen? Een tweede argument was dat verzorgingshuizen hospitalisatie in de hand werken. Tenslotte – het werd als laatste genoemd, maar voor de overheid was dit het belangrijkste – waren de hoge kosten aanleiding om het thuis blijven te stimuleren.
Wie nieuw beleid en nieuwe projecten in Nederland wil promoten maakt van de oude situatie een karikatuur en schenkt geen aandacht aan mogelijke nieuwe problemen die kunnen ontstaan. Die andere problemen werden al snel zichtbaar.
De thuiszorg werd opeens een flink stuk duurder. Want de verzorgende die voorheen de hele hulpbehoevende clientèle bij elkaar had, was nu veel meer tijd kwijt aan het reizen. Datzelfde gold voor de verpleegkundige en de maaltijdbezorger. Omdat de bezuinigingsdoelstelling wel gehaald moest worden, ging er dus ook nog een bezuinigingsslag over de thuiszorg heen.
Voor de ouderen zelf namen de risico’s toe, want wie met versleten pantoffels over de eigen salontafel struikelt en niet meer overeind kan komen, mag tenminste een etmaal op de vloer doorbrengen. Maar niet getreurd, daar hadden de beleidsmakers slimme oplossingen voor: domotica en zorg-op-afstand via makkelijk bedienbare tablets.
Tenslotte was het gevolg – wie had het ooit kunnen bevroeden – dat alle hulpbehoevende ouderen, die niet mobiel genoeg meer waren om het huis uit te komen, in hun eentje thuis zaten te verpieteren.
En dus is er nu, na een actie van omroep Max en de ouderenbonden, de campagne Een tegen eenzaamheid: 29 miljoen voor projecten om ouderen te mobiliseren, ‘zoals wandelvoetbal, tablet-les, samen eten en opleidingen voor supermarktpersoneel om eenzaamheid bij klanten te herkennen’, aldus Trouw. Mevrouw, u heeft alleen maar éénpersoonsverpakkingen in uw rollatormandje, gaat het wel goed met u?
Minister de Jonge is nog steeds zo enthousiast over het thuisblijven, dat hij dit beleid naar China wil exporteren. Er moet toch ook wat die kant opgaan.

Toen mijn moeder op haar 88e niet meer zelfstandig kon blijven wonen en naar het verzorgingshuis verkaste, was dat niet haar eigen keuze. Maar toen ze er eenmaal zat, bloeide ze helemaal op (en andersom werd het huis er een stuk gezelliger door). Ze ging op haar gemak elke ochtend, elke middag en elke avond koffie of thee drinken. Kwam ik op bezoek, dan zat ze nogal eens te kaarten (en wilde daarbij niet gestoord worden). Een paar maal per week ging ze naar de activiteitenbegeleiding, wat overigens niet altijd een succes was. Het voorlezen uit de krant kon ze erg waarderen, maar dat knutselen en tekenen was maar fröbelwerk. ‘Laten we een potje klaverjassen’, zei ze dan, maar dat vond de activiteitenbegeleidster weer te min. ‘We mogen toch zeker zelf weten wat we doen’, zei mijn moeder dan verontwaardigd.

Ik pleit voor de terugkeer van het verzorgingshuis, vanuit sociaal oogpunt. Maar dan wel een verzorgingshuis nieuwe stijl: kleinschalig, met een nadruk op elkaar helpen, personeel op afroep en bestuurd door ouderen zelf of hun familieleden. Laten we echter, voor we iets nieuws beginnen, ons afvragen of deze woonvorm wellicht weer andere problemen oproept.

1

BUT NOW THE DAYS ARE SHORT

Dagelijks

Fietsend door de stad, komt mij een onbekende jongen van een jaar of veertien tegemoet. Onze blikken kruisen elkaar. In zijn gezicht vallen de trekken van het kind op dat hij geweest is, maar ook de aankondiging van de man die hij zal worden. Als ik hem voorbij ben, gaan mijn gedachten door. Ik stel me voor hoe de jongen er op middelbare leeftijd uit zal zien en aan het einde van zijn leven.
Het omgekeerde gebeurt ook. Dan zie ik een oudere vrouw van tegen de tachtig. Ze heeft een hard en rimpelig gezicht. Ik zie haar op haar dertigste met een kind achterop of op haar twintigste uitdagend lachend naar een jongeman.
Het zijn gedachten over veranderingen die zich in een leven voordoen, als een film die een leven in een hoog tempo afwerkt. Het lijkt wel of dit soort gedachten mij vaker overkomen. Het zegt ongetwijfeld iets over mij. En het kan bijna niet anders, dan dat het ook iets over mijn leeftijd zegt. Het is niet voor niets dat ik hier op deze plaats regelmatig herinneringen ophaal.
Die jongen van veertien heeft nog niet zoveel te overzien. Hij heeft vooral veel te willen, te dromen en te leren. Als je 66 bent, zoals ik, dan ligt dat – laat ik het voorzichtig formuleren – anders. Ik wil nog genoeg, maar ik weet ook dat ik geen circusartiest meer zal worden die in een strak pakje boven de piste hangt.

Sinds het boek van Douwe Draaisma weten we dat de tijd sneller gaat als je ouder wordt. Want wat is nog een jaar als je er al zeventig hebt versleten? Bovendien, als je veel nieuwe dingen beleeft – zoals dat voor kinderen geldt – dan duurt de tijd gevoelsmatig langer.
But now the days are short
I’m in the autumn of the year
zong Frank Sinatra.
De beleving van de tijd gedurende het leven kan je vergelijken met de beleving tijdens een vakantie van drie weken. In de eerste week heb je het idee, dat er nog zeeën van vakantietijd volgen. In de tweede geniet je gewoon van alles wat je meemaakt en ben je in de derde week beland dan komen er snel gedachten over het naderende einde van al dat moois.
Ik ben in de derde week van mijn leven beland. Maar ik wil niet steeds over mijn voorbije leven dromen. Heb ik na negentien dagen vakantie nog twee resterende dagen voor de boeg, dan denk ik: ik sta aan het begin van een prachtig weekend met tal van mogelijkheden. Wat voor leuks zullen we eens gaan doen? Ik heb het zelf in de hand. Als ik nieuwe dingen beleef gaat de tijd immers langzamer.
Tenminste, zo wil mijn verstand het zien. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat dit niet altijd lukt. Soms overheerst het gevoel en laat ik me meevoeren, bijvoorbeeld met de melancholie van Willem Wilmink:
Soms was de nacht zo wonderschoon
Dat hij de ochtend kon verdragen
Bij meisjes uit vervlogen dagen
Die wij niet meer weten te wonen.

0

HAD IK MAAR

Dagelijks

Ze is halverwege de zestig. Haar hele leven bestond uit zorgen, zorgen en nog eens zorgen. Ze had naar de toneelschool gewild, maar dat mocht niet van haar ouders. Het werd een saai baantje in het onderwijs. En nu speelt ze vol overgave toneel.
In het tv-programma Kruispunt kwamen ouderen aan het woord die terugkijken op hun leven. Stel je mocht het leven over doen, zou je het dan anders doen, was de vraag. In een onderzoek onder 1700 ouderen bleek dat meer dan de helft van de ondervraagden zijn leven anders zou inrichten. Het meest genoemde punt van spijt betrof de opleiding. Veel ouderen van nu mochten vroeger niet studeren, ze moesten geld verdienen. Of hun ouders stuurden hen naar een andere opleiding dan zij zelf wilden.
En nu, in de herfst van hun leven, zeggen ze: ‘Had ik maar…’

Als je een trein te laat genomen hebt of als de kapper teveel heeft afgeknipt, dan is het leed te overzien. Het wordt al erger als je een huis gekocht hebt, wat toch niet bevalt. Maar zelfs die keus zou je nog kunnen repareren. Maar als je je hele leven werk gedaan hebt, wat je eigenlijk niet wilde. Of als je decennia lang je ziel en zaligheid hebt opgeofferd voor de PvdA. Tja, wat moet je dan?
Ik weet niet wat bij mij overheerst bij het zien van deze documentaire: de bewondering om het lef waarmee de mensen hun spijt onder woorden brengen of het meeleven met de pijn, die zij hierbij voelen.
Of raakt de documentaire mij, omdat ik geconfronteerd wordt met mijn eigen keuzes?
Aan het einde van de middelbare school twijfelde ik tussen geschiedenis, mijn beste vak, en psychologie. Het werd het laatste. Als ik nu in het jaar van mijn pensionering zie met welke hartstocht ik met zingen en schrijven bezig ben en hoe graag ik met mijn neus in de historische archieven zit, kan ook ik me afvragen of ik andere keuzes zou maken, als ik het leven over mocht doen. Heb ik de juiste richting gekozen? Heb ik mijn talenten voldoende benut?
Deze vragen roepen tegenstrijdige gedachten op. Er schuurt iets in het brein. Psychologen noemen dat cognitieve dissonantie. En net als in de muziek wil je dat de dissonanten oplossen. Daarom komen er in mijn hoofd direct argumenten op, die mijn keuzes ondersteunen: ik heb een mooie loopbaan gehad, met fijne collega’s en met de ruimte om naast het werk een dag voor mijn kinderen te zorgen. Daarnaast had ik de tijd en energie om cabaret te maken en te zingen.
Probleem opgelost. Of niet?

Het zijn confronterende vragen. Want wat doe je als je moet bekennen, dat je eigenlijk liever iets anders had willen doen. Als je ouders de keuze voor jou gemaakt hebben, kan je hen nog de schuld geven. Maar als je zelf hebt kunnen kiezen?
Veel opties om dit conflict op te lossen zijn er niet. Je kunt alsnog proberen om iets in te halen wat je gemist hebt, zoals de vrouw die nu toneel speelt. Of je kunt erin berusten, zoals een aantal ouderen uit de documentaire: ‘het is zo gelopen, zoals het is’.

 

0

ZINGEN TOT HET EINDE

Dagelijks
young-at-heart

Young@Heart

Acht jaar geleden zong ik de Matthaeus Passion bij de Utrechtse Oratorium Vereniging, destijds een groot koor van overwegend bejaarde zangers. Elke repetitieavond werd in de pauze een lange lijst voorgelezen van zangers die ziek waren of in het ziekenhuis lagen.
Rond dezelfde tijd zag ik een documentaire over Young @ Heart, een koor van stokoude Amerikanen die Jimi Hendrix en James Brown zingen. Rock and roll will never die, maar dat gold niet voor de leden. Tijdens de opnamen overlijdt een van de zangers. Daarna zagen we het koor de bus instappen voor een optreden. The show goes on.
Vorige week ontving ik het bericht van het onverwachte overlijden van Femmy, een sopraan van mijn 60plus-koor D’Allure. Ze overleed aan een ernstige hersenbloeding, 71 jaar oud. Enkele dagen daarvoor hadden we nog samen staan zingen. Het was niet te bevatten.
Ook D’Allure stapte in de bus om te gaan zingen. In de afscheidsdienst.

evang-broederg-zeist

Grote Zaal Evangelische Broedergemeente Zeist

Femmy was lid van de Evangelische Broedergemeente in Zeist, een klein protestant kerkgenootschap. Zij woonde met haar man Ben, dirigent in Zeist en tenor in D’Allure, en hun ‘broeders en zusters’ in 18e eeuwse gebouwen bij Slot Zeist.
De Grote Zaal van de kerk is een sobere vierkante ruimte met witte banken en links en rechts een wit koor. Een ruimte van tradities. Er lopen oudere vrijwilligsters, zij dragen een wit kapje op hun hoofd.
De dominee leidt de dienst zittend vanachter een wit beklede tafel als de voorzitter van een vergadering. Hij zit op een voorname zetel met hoge rugleuning.
Tijdens een lezing komt er een stevige bui over. Door de heldere ramen van ongekleurd glas zie ik de bomen woest heen en weer zwaaien. Regen slaat hard tegen de ruiten.
Het leven is niet altijd zonneschijn.
Een dochter leest de levensloop voor. In de Evangelische Broedergemeente speelt muziek een grote rol. Hetzelfde gold voor het leven van Femmy. ‘Muziek zegt soms meer dan woorden, muziek komt direct uit het hart’. Soortgelijke woorden sprak Nicolaus von Zinzendorf, de oprichter van de Broedergemeente. Femmy zong tot het einde van haar leven.
We hadden een paar dagen tevoren een aantal voor mij onbekende, stukken toegestuurd gekregen. Ik vond het protestantse stukken, maar ik kan niet zeggen waarom. In de nacht voorafgaand aan de dienst ging het Father eternal, ruler of creation onafgebroken door mijn hoofd.


Er zijn zo’n 40 zangers. Dat komt goed uit, daardoor kunnen we korisch (om beurten) wegvallen vanwege een brok in de keel. Ik heb zo’n moment bij Doeg Twoi Blazjieg, een heftig stuk, dat door Ben gedirigeerd wordt, terwijl de kist langzaam de kerk wordt uitgedragen.
Zo’n gebeurtenis doet iets met een koor. Het brengt je dichter bij elkaar. Je gaat elkaar vasthouden als om meer leed te voorkomen.

Buiten speelt de blaaskapel van de Broedergemeente gewijde klanken. De blazers dragen handschoentjes zonder vingertoppen. De witte kist met het witte kleed wordt als een lichtend voorbeeld hoog boven de stoet uit geheven door acht jonge dragers in lange grijze jassen. Terwijl het verkeer wordt tegengehouden leidt de blaaskapel de rouwstoet naar het kerkhof, de Godsakker geheten, een grasveld met kaal gesnoeide boomstammen.
De lucht is opgeklaard, de zon net verdwenen. Wolkenflarden in de bleke lucht kleuren licht oranje, het is waterig koud. Het voelt onwerkelijk, daar op de Godsakker, alsof ik meespeel in een film. Tegelijk is er, nog veel meer dan voorheen, het besef van eindigheid: hodie mihi cras tibi. Het zal vaker gaan gebeuren, denk ik. Een stem in mijn hoofd zegt: wen er maar vast aan.

0

EINDEJAARS INTERVIEW

Dagelijks

boom-ouder-wordenU bent dit jaar werkloos geworden…
In mijn jonge jaren noemden we dat baanloos. Ik heb geen baan meer, maar er is altijd voldoende werk te doen ook al krijg je er niet voor betaald.
Volgens sommige wetenschappers zijn zestigers zelfs de gelukkigste mensen. Wij hoeven niets meer en kunnen nog van alles. Ik hoef geen carrière meer te maken, een partner te vinden, enz. En ik heb twee geweldige kleinkinderen, die mij iedere keer om de hals vliegen.
Ik ervaar emotionele rust. Het is gemakkelijker te accepteren als iets anders loopt dan gedacht. De wereld vergaat dan niet.  Al moet ik hier direct aan toevoegen, dat er het afgelopen jaar diverse gebeurtenissen in de wereld zijn geweest die tot een tegenovergestelde gedachte leiden.

U hoeft niet meer zo nodig
Zo zou ik het niet willen formuleren. Je moet altijd streven naar beter, zo ben ik opgegroeid. Zelfs nu denk ik nog regelmatig: later wil ik nog dit of dat. Daar moet ik dan wel mee opschieten, dat weet ik. Ik heb onlangs nog een elektrisch  bedmatje voor mijn voeten gekocht. Kan ik iedereen met koude voeten aanraden. En ik heb  dit jaar een nieuwe fiets gekocht (geen elektrische). Dan vraag ik mij niet af of dit mijn laatste fiets zal zijn. Ik heb genoeg interesses en ambities.

Vandaar dat u zich zo fanatiek op het zingen heeft gestort?
Dat zijn uw woorden.
Toen ik de veertig was gepasseerd, kon ik me al niet meer als lid van de Elfstedenvereniging aanmelden. Ik heb het opgegeven om alle vogelgeluiden te leren kennen. Die beestjes schreeuwen toch altijd maar door elkaar heen. En waarom zou ik aan iets beginnen waar ik de ballen verstand van heb? Ik kan beter iets doen, wat ik al redelijk onder de knie heb. Het grote voordeel van zingen en schrijven is dat je er niet bij hoeft te praten.
En muzikaal gezien zijn er nog zoveel mooie dingen te doen. Mijn ontdekking van het afgelopen jaar is Juditha Triumphans van Vivaldi. Een oratorium met een actueel thema: de christelijke wereld  zegeviert over de Arabieren.
Het lijkt er overigens op, dat er een cultuurafbraak aan komt. Daarom hoop ik  dat minister Henk Krol volgend jaar de subsidies voor de bejaardenkoren (wat eigenlijk een pleonasme is) overeind weet te houden.

ouder-worden-bergmanNog geen tekenen van veroudering?
Ik ben tevreden over mijn gezondheid, al zou ik liever niet van oktober tot april een abonnement op een doorlopende verkoudheid willen hebben. Zangtechnisch is dat geen pré.
Ik merk de  veroudering wel, maar dat is niets nieuws. Het menselijk geheugen neemt na het 10e jaar al af en op mijn 25e ontdekte een vriendin de eerste grijze haar. Ik weet dat de kapper steeds minder werk aan mij heeft. Je wordt er niet mooier op als je ouder wordt.
Er is dit jaar wel iets gebeurd, waarvoor ik me ongelooflijk schaam. Ik heb voor het eerst van mijn leven een aanrijding veroorzaakt. Op weg in de auto keek ik bij een voorrangsweg niet uit, hoorde opeens een klap en een godverdomme en zag toen ik uitstapte een man die nog ongeschonden overeind krabbelde en een dubbel geklapte fiets waar ik met mijn voorwiel overheen was gereden. Het was nog voordat ik aan staar geopereerd werd. Nu heb ik een scherpere blik dan ik me ooit herinner. Maar goed, hoe betrouwbaar is de herinnering?
In tegenstelling tot mijn leeftijdsgenoten drink ik minder alcohol dan voorheen en het vlees laat ik ook meestal staan.

Hoe zo? Bang om eerder dood te gaan?
Ik reken mijzelf nu in ieder geval tot de categorie van mensen, voor wie het leven nog lang mag duren. Ik volg de discussies over de levenseindepil, maar ik kan me er weinig bij voorstellen. Ouderen zijn voor mij anderen.

4

ZINGEVING OP KERSTAVOND

Dagelijks

kerstbalAan het begin van de avond schuifelen de bewoners achter hun rollator naar een gemeenschappelijke ruimte. Blijmoedige vrijwilligsters duwen patiënten in rolstoelen en bedden naar een plekje in de volle zaal. Stramme bewoners, begeleid door familieleden, zoeken met een versteende blik naar een plaats. Op de eerste rijen zitten de dames in hun mooiste bloemetjesjurk, het grijze haar vers gepermanent, het boekje van de dienst in hun rimpelige handen vol aderen.

Op de vooravond van Kerstmis zingt ons kamerkoor Decibelle kerstliederen in een verpleeghuis in Utrecht, het Albert van Koningsbruggenhuis. We verzorgen de muziek in een  kerstdienst voor alle geloven.
Als wij binnenkomen steken wij de kaarsen op het altaar aan. We zingen Es ist ein Ros entsprungen.
De pastor, die zelf ook in een rolstoel zit, heet alle bewoners welkom. Hij rijdt zeer behendig over een plankier het altaar op. Alsof hij het levende bewijs is, dat je niet naar je beperkingen moet kijken, maar naar je mogelijkheden.
De dominee leest uit de bijbel en spreekt de bewoners toe. Dat het leven in het verpleeghuis niet gemakkelijk is, omdat het in het teken staat van afscheid nemen. Afscheid van gezondheid, afscheid van je dierbaren, in het licht van je eigen eindigheid. Zij benoemt dat dit leven eenzaam kan zijn. Dat er vragen naar de zin van het leven naar boven komen. En zij verbindt deze ervaringen met de boodschap uit het Evangelie. Dat wij er voor elkaar zijn en dat we elkaar kunnen helpen.
Dan staat ons koor op en zingt vierstemmig Nu sijt wellekome.
Het is niet goed te peilen hoe de bewoners de dienst ervaren. Sommigen houden hun ogen gesloten, de mond een beetje open. Anderen zingen zachtjes mee. Eén mevrouw roept herhaaldelijk: ‘Waar moet ik nu naar toe?’. Dan komt er snel een opgewekte vrijwilligster die een arm om haar heen legt. Een andere bewoonster zit hardop te huilen, waarop haar buurvrouw haar ergernis niet meer kan inhouden en uitroept: ‘Ga dan naar huis toe!’ Wij zingen Komt allen tezamen.
Na afloop van de dienst gaan de grote lichten weer aan en is er voor ieder warme chocolademelk en een plakje cake. De zaal stroomt al snel weer leeg.

kerststukjeHet lijkt een altruïstische daad om deze diensten met gezang op te luisteren. Maar voor de meesten van ons hebben deze diensten ook een betekenis. Velen zijn jaren geleden van hun geloof gevallen en gaan niet meer naar de kerk. Via deze achterdeur kunnen we nog een spirituele inhoud geven aan het Kerstmis van de grote Coca Colatrailer, de cadeautjes en de nostalgische sneeuwplaatjes. Zo hebben we ons eigen moment van overdenken. Bezinning op onze eigen zorgen, op de zin die wij aan ons leven geven, of op de vraag hoe wij zelf over 25 jaar oud zouden willen zijn.

Enkele jaren geleden werd de pastor wegbezuinigd uit het Albert van Koningsbruggenhuis. Vorig werd de gehele dienst Geestelijke Verzorging op deze locatie opgeheven. Daarmee kwam er een einde aan onze optredens in dit verpleeghuis.
Om niet in een gat te vallen zijn we zelf op zoek gegaan naar een alternatief. We omlijsten nu de kerstmaaltijd in het Bartolomeus Gasthuis in Utrecht. Dat is iets minder spiritueel, maar de waardering van de bewoners is net zo onpeilbaar.
Toen ik vanavond na het optreden naar huis fietste hoorde ik op van meerdere kanten het luiden van kerkklokken.
Kerstmis kan beginnen.

1

DE BROEK VAN DE OUDERE WERKLOZE

In het nieuws

oudere werklozeIn Trouw, de krant van Ouder Nederland, woedde een discussie over werkloze 60-plussers. Het was natuurlijk een socioloog, die de knuppel in het hoenderhok gooide. Jan Cremers van de universiteit van Tilburg nam het op voor de oudere werkzoekende. Het moet, aldus Cremers,  maar eens afgelopen zijn met het frustrerende circus van de zinloze sollicitatieplicht en de wekelijkse vernedering vanwege de zoveelste afwijzing. Gesteund door het CNV pleitte hij voor een Generaal Pardon. Voor minder doen we het in dit land meestal niet.
Andere deskundigen erkenden dat enige coulance voor de oudere werkloze gewenst is, maar argumenteerden dat een Generaal Pardon zal leiden tot ongewenste neveneffecten. Werknemers gaan het als een recht zien en werkgevers zullen op nog grotere schaal ouderen in de WW dumpen.
Politiek Den Haag riep eenstemmig, dat  het niet nodig is om oudere werklozen ‘achter de broek aan te zitten’ en dat maatwerk gewenst is. Dat laatste is in den Haag een oplossing voor vele kwalen.

Ik weet waar het over gaat. Sinds twee jaar ben ik gedeeltelijk werkloos en sinds deze week geheel. Ik ontvang WW en als tegenprestatie doe ik elke week een sollicitatieactiviteit. Dat zijn de regels van het spel en ik speel dit met gepaste tegenzin mee. De beslissers van het UWV zijn tenslotte ook maar gewone werknemers, die blij zijn, dat ze een baan hebben.
Regelmatig verstuur ik sollicitaties, ook al weet ik dat mijn geboortejaar 1952 alle argumenten om mij uit te nodigen in één keer onderuit haalt. Ik heb al een mooie verzameling aangelegd van redenen om mij af te wijzen.

Ik heb echter niet het idee, dat het UWV mij achter de broek aan zit. Mijn laatste telefonisch gesprekje dateert van najaar 2014. Daarnaast is er nog de uitlaatklep van de netwerkcontacten. Een netwerkcontact geldt als sollicitatieactiviteit, dus nu u, lezer, weet dat ik op zoek ben naar werk kan ik uw naam als netwerkcontact opvoeren.
Het lijkt er derhalve op dat het coulancebeleid reeds wordt uitgevoerd, al wordt dit niet zo genoemd. Dat kan je met gedogen immers beter niet doen.
Ik heb nog verplicht een groepscursus solliciteren bij het UWV gevolgd. Dat is een van de stimuleringsmaatregelen van minister Asscher. Hij heeft er 67 miljoen in geïnvesteerd. In mijn groep was snel duidelijk, wie echt op zoek was naar een baan en wie het wel wilde uitzingen tot zijn pensioen.
Het UWV zou er goed aan doen zich te concentreren op de eerste groep. Laat mensen die vrijwilligerswerk doen of mantelzorg verlenen, dat rustig blijven doen.

AsscherVorige week schreef Trouw over het onderzoek ‘kansrijk arbeidsmarktbeleid’ van het Centraal Planbureau. Niet de werkzoekende, maar minister Asscher en het UWV krijgen hier ongenadig voor de broek.  Alle denkbare maatregelen om werklozen aan een baan te helpen blijken zo goed als zinloos te zijn. Baanvindbonussen, kortingen voor werkgevers, jobcoaching, verplicht solliciteren: het helpt allemaal niets. De enige maatregel die nog enig gewicht in de schaal legt is de verlaging van het wettelijk minimumloon. Dààr hebben de besparingslustige werkgevers nog wel oren naar. Voor minder doen zij het niet.
De uitkomsten van het CPB-onderzoek verbazen mij niet. Als het aantal banen niet toeneemt, kan je werklozen kontjes geven waar je wilt, een baan vind je er niet mee.
Asscher, de minister die altijd schuin uit zijn ogen kijkt alsof hij razendsnel nadenkt over de oplossing voor het eerstvolgende probleem, laat zich echter niet uit de wind slaan. Hij brengt nu zijn zwaarste geschut in. Niemand minder dan John de Wolf, ooit een meedogenloze verdediger bij Feyenoord, die voor niemand aan de kant ging, wordt het boegbeeld van een nieuwe arbeidsmarktcampagne.
Er is dus nog hoop voor de oudere werkloze.

0

DE EINDIGHEID DER DINGEN

Dagelijks

geraniumsAfgelopen dinsdag was het zover.Ik deed mijn laatste klus. Het schrijven van een verantwoording voor een subsidie van de gemeente Houten.  Ik ruimde nog wat laatste spullen op. Documenten over opleidingsactiviteiten. Offertes en nota-opdrachten voor cursussen en presentaties.Op LinkedIn verving ik mijn werkadres door mijn privéadres.Ik bracht enkele ordners naar mensen die mijn taken overnemen.Tijdens dit alles was ik me er continu van bewust: dit is mijn laatste werkdag. Na 36½ jaar.Het voelde vreemd, maar ook niet meer dan dat. De betekenis wilde nog niet erg doordringen.
Ik bracht een paar laatste verbeteringen aan in de uitnodiging voor mijn afscheid en gaf door hoeveel verlofdagen ik nog over heb. Die schenk ik de instelling.Daarna maakte ik een ronde langs de collega’s. Ze wilden allen weten, wat er op dat moment door mij heen ging. Het voelt onwezenlijk, antwoordde ik, maar het is wel goed zo.Sommigen raakten een verkeerde snaar (‘oh heerlijk voor altijd vakantie vieren’), zoals er ook  wenskaarten zijn met teksten als ‘Stoppen met werken? Begin met genieten!’ met bijpassende foto van twee ligstoeltjes aan de vloedlijn. Of nog erger: ‘Geniet van je verdiende rust!’.

Ik kon geen afscheid nemen van mijn kamer. Ik liep nog maar eens nutteloos rond en inspecteerde de boel, zoals ik dat doe als ik een hotelkamer achterlaat. Is er iets op de grond of achter een kast blijven liggen?Ik keek uit het raam en prentte het uitzicht in mijn geheugen. Checkte een laatste keer mijn mail, alsof ik  hoopte op een nieuw bericht. Tenslotte schakelde ik de pc uit, trok mijn jas aan, pakte de tassen met persoonlijke bezittingen en knipte het licht van de kamer uit. Ik zou er langer over hebben willen doen. Om het unieke van het moment te voelen. Maar het unieke bleek ongrijpbaar.
Pas toen ik de buitendeur voor de laatste keer achter mij dichttrok, kwam er brok in mijn keel.
Ik vond het niet prettig in mijn eentje weg te gaan.

Toen ik het contact van de auto omdraaide, klonk er direct en veel te hard een klassieke mars uit de luidsprekers. Was dit een afscheidsmars?.
Opeens waren er toen tranen, in die kleine, afgezonderde ruimte. Maar waarvoor eigenlijk?
Het verdriet mij niet dat ik ‘s morgens niet meer op de fiets zal stappen om nog eens een beleidsdocument over de jeugdzorg te schrijven of de stukken voor de zoveelste vergadering door te nemen.
Ik ben al sinds 2013 bezig geweest om mijn werk af te bouwen. Vanaf die tijd is het relativeren begonnen. Het was prettig om langzaam te minderen, maar er moet eens een einde aan komen. Overgangen horen bij het leven. ‘Ieder einde brengt een nieuw begin’, is een tegeltjeswijsheid, net als ‘afscheid nemen bestaat niet’.
Het is ook niet dat ik me uitgerangeerd voel of een tweederangs burger. En het is zeker niet zo, dat ik moet nadenken over wat ik zal gaan doen. Dus waarom dan tranen?
Ach, het zal de weemoed zijn om de eindigheid der dingen. Een optreden, een bestuursfunctie, een vakantie, kinderen in huis, aan alles komt een keer een eind. Zelfs aan V&D.
Ik heb op feesten en partijen nog wel eens een act opgevoerd als overgangsbegeleider. Nu mag ik mezelf onder handen nemen.
Thuis, bij de voordeur, met een paar sleutels minder aan mijn sleutelbos, was er weer die brok in mijn keel. Die verdomde deur, symbool van de overgang.

0

“BOZE 60-plusser SNAKT NAAR PENSIOEN”

Dagelijks

time-is-gold-1215479De bovenstaande kop stond laatst op Teletekst. Daaronder stond het volgende bericht.
“Veel zestigplussers halen maar met moeite hun pensioen. Uit onderzoek blijkt dat 7 op de 10 oudere werknemers tenminste één langdurige ziekte, aandoening of handicap hebben.”
“Veel mensen zijn kwaad over het verhogen van de pensioenleeftijd. Zij zien dit als een groot onrecht: 44% van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan boos of zeer boos te zijn”, aldus de onderzoekers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut.
Wat is hier aan de hand?
Dat burgers boos zijn, mag geen nieuws meer heten. Wie is er tegenwoordig niet boos?
De 60-plussers zijn boos, omdat zij erop gerekend hadden eerder te kunnen stoppen met werken. Hun 2-3 jaar oudere collega’s konden er op hun 62e nog met een mooie regeling uit. Maar wie na 1950 geboren is zag eerst de fiscale voordelen van het eerder stoppen  verdwijnen. Daar kwam de stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar nog eens bovenop. Dat vinden zij niet rechtvaardig.
Tja.
Ik had ooit een parttime werkende collega, voor wie de donderdag geen werkdag was. Zij vond het niet eerlijk, dat haar collega’s wel op Hemelvaartsdag vrij waren. Dus kende zij zichzelf een andere dag in die week een vrije dag toe.
Het leven is niet altijd rechtvaardig. Was de grens voor de pensioenverhoging niet bij 1950 gelegd, maar bij 1955, dan waren de 55-plussers boos geweest.

Ik ben 60-plusser, maar ik ben niet boos. Tenminste niet over mijn pensioenleeftijd. Zoals het er nu naar uitziet haal ik niet ongeschonden mijn pensioendatum. Door een reorganisatie ben ik binnenkort overbodig.  Misschien zouden de boze 60-plussers dat ook wel willen. Zijn ze niet alleen boos, maar ook nog eens jaloers.
Ik begrijp hun boosheid echter heel goed. Ik kan zelf ook niet tegen onrechtvaardigheid. Is er geen sprake van gelijke behandeling, dan kom ik in het geweer. Bijvoorbeeld toen onze zoon door procedurefouten op de openbare basisschool van onze keuze werd afgewezen. In zo’n geval haal ik alles uit de kast om de onrechtvaardigheid bloot te leggen. Dan schrijf ik pagina’s vol met overtuigende argumenten.
Niet dat het veel helpt overigens. De fout kon niet meer goed gemaakt worden. De excuses die we na twee jaar procederen van het College van B&W ontvingen waren slechts een schrale troost. Maar het verweer had wel geholpen bij het kanaliseren van de boosheid.

Voor sommige ouderen is doorgaan met werken een zegen.
In dezelfde tijd als het Teletekstbericht schreef Trouw over Henk Kluver uit de Achterhoek.
Henk is 93 jaar en al tachtig jaar aan het werk. De laatste jaren werkt hij weliswaar nog maar halve dagen, maar toch. Elke morgen gaat hij weer naar zijn fietsenfabriek. Ooit biesde hij fietsen, nu werkt hij in het magazijn of bij de serviceafdeling.
Dirigenten, schrijvers, professoren: er zijn meer gedreven vaklieden die doorgaan tot Magere Hein op de deur klopt. Zij zijn voor eeuwig verbonden met hun werk.
Hoe Henk dit zo lang vol heeft kunnen houden? Humor helpt, zegt Henk, en een open geest, altijd in zijn voor nieuwigheden. Maar, zegt Kluver, mensen moeten zich niet aan hem spiegelen. Van een unicum moet je geen regel maken. Ieder moet voor zich weten, wat hij wil.
Er is één geluk voor de boze 60-plusser. De tijd gaat sneller als je boven de 60 bent. Voor je het beseft heb je je pensioen bereikt.