Schrijven, Lezen, Leven.

Tag

Geschiedenis

0

EEN SPOOR VAN GEWELD

Dagelijks

Twee jaar geleden zat ik op een terras in een dorp in Umbrië. Aan de tafel naast ons zat een groep oude mannen achter leeggedronken koffiekopjes. Er stopte een Fiat Panda voor het terras, waaruit een corpulente man stapte. Direct ontstond er een twistgesprek met een van de ouderen. Uit de woorden die zij elkaar toeschreeuwden begreep ik dat de een populist was, de ander communist. De dag tevoren had de populist Salvini de verkiezingen in Umbrië gewonnen. De woordenwisseling liep zo op dat ik even bang was, dat de mannen elkaar de hersens zouden inslaan.
Ik moest aan dit voorval denken bij het lezen van M De zoon van de eeuw, een boek van Antonio Scurati over de opkomst van Mussolini en het fascisme in Italië in de jaren twintig van de vorige eeuw. Het heet een roman omdat het in literaire stijl is geschreven, maar het is geen fictie. Dat soort boeken lees ik graag. Maar toen ik het door mij gereserveerde boek bij de bibliotheek kwam afhalen had ik het bijna daar gelaten. Achthonderdvijftig pagina’s telt het werk. Zo’n aantal zou verboden moeten worden. Eigenlijk ben ik niet zo’n lezer.

Teruggekeerde soldaten

De zoon van de eeuw hield mij echter wel bezig.
Italië had vanaf 1915 aan de zijde van de geallieerden tegen Oostenrijk en Duitsland gevochten. Het slecht uitgeruste Italiaanse leger had daarbij immense verliezen geleden. Gedesillusioneerd en berooid keerden de soldaten terug. Vanwege hun aandeel in de overwinning beloofde de Amerikaanse president Wilson dat delen van de Dalmatische kust (nu Kroatië)aan Italië zouden toevallen. Toen deze belofte niet gestand werd gedaan voelde de overwinning voor veel Italianen als een nederlaag.
Zo niet voor de socialisten, die tegen deelname aan de oorlog waren geweest. Na 1918 waren zij op het toppunt van hun macht. Ze wonnen alle verkiezingen. De invloed van de vakbonden was zo groot, dat vele eisen van de arbeiders ingewilligd konden worden. De socialisten zelf twijfelden of zij de Russische revolutie zouden navolgen of via de legale weg hun macht zouden uitbreiden.

Mussolini spreekt zijn aanhangers toe

Mussolini speelde handig in op de alom aanwezige angst voor een socialistische revolutie. Hij hield niet van het parlementaire werk, hij hield van directe actie. Overal ontstonden fascistische knokploegen, gevuld met gefrustreerde ex-soldaten. Die staken het ene na het andere gebouw van de socialisten in de fik. Lokale leiders van partij en bonden werden gewoonweg vermoord. De knokploegen trokken een spoor van geweld door het land. De staat was te zwak om de aanslagen te keren. Een enkele fascist werd opgepakt, vaker keek het gezag weg of stond men aan de kant van de geweldplegers. De dreiging van nog meer geweld, via de Mars op Rome, bracht Mussolini aan de macht.

Ik kon af en toe niet verder lezen vanwege dat zegevierende geweld en het onrecht dat de socialisten werd aangedaan. Ik zag de aanval van de Trumpaanhangers op het Capitool. Ik hoorde Salvini Mussolini citeren. De literaire non-fictie had zijn werk gedaan. De achthonderd pagina’s beslaan de periode tot 1925. Inmiddels is deel II van Scurati’s trilogie uit, aan deel III wordt gewerkt.

0

DE LANDWACHT

Dagelijks

Oefening van de Landwacht – Foto collectie Niod

In de Tweede Wereldoorlog zijn door het verzet meer dan vijfhonderd aanslagen gepleegd op NSB’ers, collaborateurs, Nederlandse SS’ers en Duitsers. Dat schrijven Kooistra en Oosthoek in hun boek Recht op Wraak. De 91-jarige Kooistra, ook wel de Friese Wiesenthal genoemd, liet mij via de mail weten dat hij geen enkel geval kende van een NSB’er die niet door het verzet, maar door eigen mensen uit de weg is geruimd. Dat is echter precies de verdenking in het geval van de liquidatie van de Vleutense NSB’er Van der Grift in 1944. Ten behoeve van de historische vereniging Vleuten – de Meern doe ik onderzoek naar deze aanslag. Vorige week beschreef ik hier mijn speurtocht naar de mogelijke betrokkenheid van de Rotterdamse NSB’er Y. Een zoektocht die vooralsnog als enige aanwijzing opleverde dat Y. lid was geweest van de beruchte Landwacht.

De Landwacht was door NSB-leider Mussert opgezet om bescherming te bieden aan NSB-leden. Vanaf najaar 1944 werd de organisatie ingezet voor het opsporen en arresteren van tegenstanders, onderduikers en illegalen. ‘De Duitsers konden het niet alleen’, schrijft historicus Ad van Liempt. Bij de Sicherheitsdienst en de Sicherheitspolizei hebben nooit meer dan zevenhonderd functionarissen gewerkt. De aanstelling van 20.000 Landwachters betekende daarom een forse uitbreiding van de opsporingsmogelijkheden. Op deze betaalde banen kwamen nogal wat werkloze rauwdouwers en gefrustreerde vechtersbazen af. In hun opsporingswerk gebruikten de Landwachters veel geweld, vaak onder invloed van alcohol. Zo werd de leider van het verzet in Zuid-West Utrecht na zijn arrestatie in de Meern mishandeld door een LW’er die eerst een fles jenever had leeggedronken. De verzetsman werd na overdracht aan de Sicherheitsdienst niet veel later gefusilleerd.

Een liquidatie – Foto collectie Niod

Op zondagmorgen 1 oktober 1944 ontvangt de groepsleider van de NSB in Vleuten een aantal Landwachters. Hij heeft werk voor hun. Op de achterkant van een oude envelop van een verzekeringsmaatschappij heeft hij de namen geschreven van zwarthandelaren, verzetsmensen, onderduikers en ‘communisten’. De eerste razzia van de Landwachters levert weinig op. Veel verdachten zijn niet thuis. Het lijkt erop, dat zij gewaarschuwd zijn. Volgens Kooistra heeft Van der Grift, die gekenmerkt wordt als ‘goede NSB’er’, hierin een rol gespeeld.
Op 9 oktober wordt Van der Grift geliquideerd. Deze aanslag is aanleiding voor de Landwacht om enkele Vleutense verzetsmensen op te pakken. Twee dagen later worden zij door de Duitsers terechtgesteld.

Kortom, de Landwacht en de NSB hadden meer baat bij de liquidatie van Van der Grift dan het Vleutens verzet:
– Van der Grift hinderde hen in het opsporen van onderduikers en verzetsmensen;
– Een liquidatie van een NSB’er zou hen vrij spel geven om verzetslieden op te pakken.
En wie weet was Van der Grift een gevaar geworden, omdat hij na een beëindiging van de oorlog belastende informatie over collaborateurs zou kunnen doorgeven. De vrouw van Van der Grift was ervan overtuigd dat de NSB betrokken was bij de moord op haar man.
Rest de vraag, wie de trekker heeft overgehaald. Wellicht heeft de Landwacht voor het uitvoeren van de aanslag een collega uit Rotterdam ingeschakeld. Of een van de Landwachters heeft als schuilnaam de naam van Y. heeft gebruikt. Bewijzen zijn er niet en waarschijnlijk zullen die er ook niet meer komen.

1

ONDERZOEK VAN EEN DOOFPOT

Dagelijks

Liquidatie van de NSB’er Fake Krist in Haarlem

Vorig jaar schreef ik voor het blad van de Historische Vereniging Vleuten – de Meern een artikel over de liquidatie van de Vleutense NSB’er Van der Grift in 1944. Het dorp was destijds geschokt. Van der Grift stond bekend als ‘een goede NSB’er’. Hij had verzetslieden gewaarschuwd als er een razzia op komst was. Onderzoekers betitelden de aanslag later als ‘dubieus’ en zelfs ‘onterecht’.
Zoals in veel dorpen zijn in Vleuten de oorlogsgebeurtenissen in de kast gestopt. Er werd niet over gesproken. Meer dan vijfenzeventig jaar na de bevrijding zijn alle hoofdrolspelers overleden. Dat wil niet zeggen dat de wonden geheeld zijn, zo bleek mij na de publicatie. Mijn artikel bracht niet alleen  emoties naar boven. Er kwamen nieuwe, bijzondere feiten boven tafel.

Het was mij tijdens het onderzoek voor het artikel niet gelukt om familieleden van Van der Grift te vinden. Ik had niet goed gezocht. De eerste lezer die reageerde was zijn dochter, nu een vrouw van in de tachtig. Zij was verrast door details die ze niet kende. Voor mij onthutsend was haar mededeling dat haar moeder ervan overtuigd was, dat de NSB achter de liquidatie zat. Mijn aanbod om haar versie van het gebeuren in een volgend artikel te beschrijven sloeg zij af. De publicatie had haar al te veel slapeloze nachten bezorgd.
Ik zou daarmee de zaak hebben laten rusten, ware het niet, dat er nog meer reacties binnenkwamen. De zoon van een verzetsman uit Harmelen vertelde dat hij wist wie de trekker had overgehaald. Hij noemde een naam en gaf een signalement. Het zou gaan om een man van buiten de regio die in hotel Het Wapen van Harmelen had gelogeerd. Ik zal deze man hier verder aanduiden met ‘Y’.

De NSB marcheert over de Maliebaan in Utrecht

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Zonder idee van de voetangels en klemmen begon ik te zoeken. Het hotel kon mij helaas niet meer aan de gegevens van de gasten van najaar 1944 helpen. Mijn geluk was dat de betreffende achternaam, volgens de databank van het Meertens Instituut, eind jaren veertig zeer weinig in Nederland voorkwam en dan nog alleen in de regio Rotterdam. Een tweede meevaller was dat een vriendin een collega had gehad met deze achternaam. De collega bleek bereid om binnen haar Rotterdamse familie navraag te doen naar het genoemde signalement. Dat leverde geen match op. Ondertussen had ik via internet achterhaald dat er in Rotterdam een winkelier Y. had gewoond, die lid was geweest van de NSB.
Ik plaatste een oproep in De Oud-Rotterdammer, een tijdschrift dat leeft van de herinneringen aan vroeger. Het leverde een reactie op van een negentigjarige die als jonge vrouw bij Y. in de winkel had gewerkt. In een telefoongesprek haalde zij allerlei herinneringen op. Ze beloofde mij foto’s van haar baas toe te sturen. Daarnaast ontving ik een aardige reactie van een dochter van winkelier Y. Toen duidelijk werd dat ik een gebeurtenis uit 1944 onderzocht haakte zij direct af. Daarna bleek ook de voormalige winkelbediende geen foto’s meer te hebben en zich niets meer te kunnen herinneren.

Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging

Vervolgens las ik het complete dossier van Y. in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, een onderdeel van het Nationaal Archief waarin alle documenten van rechtszaken tegen NSB’ers bewaard worden. Hierin vond ik geen aanwijzingen voor aanwezigheid van Y. in Harmelen of Vleuten. Op één mogelijk verband na. Y. was in het najaar van 1944 lid geweest van de Landwacht, de beruchte opsporingsdienst van de NSB.
Wordt vervolgd.

3

HET KATHOLIEKE HUWELIJK

Herinnering

Een innige omstrengeling van mijn vader en moeder in het najaar van 1951 zorgde ervoor dat ik de daarop volgende zomer ter wereld kwam, vandaag precies 68 jaar geleden. Van deze gebeurtenissen weet ik uiteraard niets. Wel weet ik nu, dat er in die tijd in de slaapkamers van katholieke echtparen veel problemen waren. De voortplanting was het meest besproken onderwerp in de biechtstoel en overal schoten Katholieke Bureaus voor Huwelijksmoeilijkheden uit de grond. Ik las de afgelopen tijd het boek Geestelijke bevrijders van Hanneke Westhoff over de geschiedenis van de katholieke geestelijke gezondheidszorg. Daarin nemen huwelijk en seksualiteit een prominente plaats in. Het was allemaal nog veel erger dan ik gedacht had.

Een katholiek gezin – foto: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Mijn ouders groeien op in de eerste helft van twintigste eeuw als de katholieken in een triomftocht naar buiten trekken om het ware geloof te prediken. Men leeft in de geborgenheid van het gezin, de parochie en het eigen onderwijs en in strikte gehoorzaamheid aan de kerk en de paus. De hemel is weliswaar nog niet bereikt, maar het scheelt niet veel. De alomtegenwoordigheid van de kerk gaat gepaard met een strikte controle van de pastoor op de naleving van de regels.
De katholiek dient zich te laten leiden door zijn verstand, dat op zijn beurt gestuurd wordt door de geboden van God. Emoties moeten worden beheerst, driften getemd. Genieten is gevaarlijk. Dansen, bioscoop en zonnebaden zijn verdacht, want lustopwekkend. Mannen met teveel energie moeten worden aangezet tot bezigheden: ‘timmer bijvoorbeeld een kerststalletje.’
Masturbatie vóór of tijdens het huwelijk is vanzelfsprekend een zonde. Het doel van het huwelijk is de voortplanting. Niets mag daarbij in de weg staan. Coïtus interruptus, voor het zingen de kerk uitgaan, is een doodzonde. Priesters worden opgeleid om in de biechtstoel hierop door te vragen. Wie zich niet wil voegen, ontvangt geen vergiffenis voor zijn zonde en mag niet ter communie gaan. Dan ziet heel de goegemeente dat jij tijdens het hoogtepunt van de mis in de bank blijft zitten. En erger nog: wie doodzonden begaat zonder vergeving eindigt in de hel. Zelfs periodieke onthouding is tegennatuurlijk, want tegen de wetten van God.

Een pastoor zegent kruisen – foto: BHIC

Het zijn vooral de gevoelige katholieken die hieronder leiden. Een hele generatie groeit op met tal van remmingen en angsten. Met afkeer van en schuldgevoelens over aanrakingen, genot en seksualiteit. Alleen al de gedachten eraan zijn zondig. In die sfeer ben ik opgegroeid.
De eerste psychologen in de jaren vijftig wijzen op het gebrek aan emotionele volwassenheid en op de risico’s van al die geboden en verboden. Maar psychologen zijn in de ogen van de kerk aanhangers van de zondige Freud. Als mensen problemen hebben dan is dat een kwestie van onwil, zwakte en slechte gewoonten. De leer van de kerk is de enige remedie: bid veel en vertrouw op God. Het geloof is nooit schadelijk, maar altijd heilzaam.

Eenmaal getrouwd is het parool: losgaan! Wat altijd verboden was, is dan opeens noodzaak en plicht. Aan het einde van hun huwelijksdag vonden mijn ouders dichtgenaaide pyjama’s in hun slaapkamer. Ik hoorde dit als kind en begreep er niets van. Het destijds opkomende pleidooi voor meer voorlichting was nog lang niet tot de pastoor van Vleuten doorgedrongen.

0

EEN ONTERECHTE LIQUIDATIE?

Herinnering

De liquidatie van de NSB’er Fake Krist in Haarlem – bron: Verzetsmuseum

Het is maandagavond 9 oktober 1944. Aan de Enghlaan in Vleuten zit boer en NSB’er Hendrik van der Grift om 20.45 uur met drie huisgenoten in de keuken. Er is even een moment van ontspanning voordat het tijd is om het bed op te zoeken. Dan gaat de keukendeur open. Drie gemaskerde en gewapende mannen richten hun wapens op Van der Grift. Nog voor iemand iets kan doen zijn de mannen weer verdwenen, Van der Grift dood achterlatend. Zijn huisgenoten blijven ongedeerd. Op de grond liggen vijf lege hulzen van negen mm.
In Vleuten verspreidt het nieuws van de aanslag zich de volgende dag razendsnel. Ongeloof overheerst naast onbegrip en ook verontwaardiging. Van der Grift staat bekend als ‘een goede NSB’er’, een nette man die geen vijanden had. Mijn vader schrijft in zijn dagboek: ‘gisteravond is van der Grift vermoord door enkele gemaskerde mannen. Hij had enkele weken geleden zijn radio bij de burgemeester ingeleverd met de tijding dat hij geen NSB’er meer wilde zijn. Men hoort hem veel prijzen. Hij gaf veel aan de armen.’
Als represaillemaatregel worden een paar dagen later twee verzetsmensen opgepakt en gefusilleerd. Er zijn nooit daders voor de aanslag op Van der Grift aangehouden. Na de opwinding van de eerste dagen is er in Vleuten over gezwegen. In 2009 rekent Jack Kooistra in zijn boek Recht op wraak de aanslag in Vleuten tot de dubieuze of onterechte liquidaties. Hoe waarschijnlijk is dit?

In Vleuten woonden zo’n twintig NSB’ers. Ze werden getolereerd zolang zij zich niet te buiten gingen aan zelfverrijking, verraad of geweld. Ook het aantal verzetsmensen was aanvankelijk beperkt. Dat veranderde najaar 1944. De gedachte dat de geallieerden geholpen moesten worden om de vijand te verslaan, nam hand over hand toe. De Engelse luchtmacht dropte in het tuinbouwgebied wapens voor het verzet. Verstopt onder een stapel hout op een handkar werden de stenguns verspreid. Het verzet kon maar mondjesmaat oefenen met de wapens omdat men niet over geluiddempers beschikte. Vlak na de oorlog schreef een verzetsman dat de dood van de twee leiders ‘geheel onverwacht’ kwam.

De bijzondere rechtspleging – bron: Nationaal Archief

Iedere collaborateur moet na de oorlog voor het gerecht verschijnen. In 1947 vindt postuum de rechtszaak plaats tegen Van der Grift. Vier Vleutenaren, inclusief twee verzetsmensen, leggen ontlastende verklaringen af.
Politieman Kolijn verklaart dat hem uit verschillende gesprekken met Van der Grift is gebleken, dat deze zich al veel langer niet meer kon verenigen met de idealen van de NSB en dat hij daarom in september 1944 als lid bedankt heeft. Kolijn vermoedt dat Van der Grift niet eerder heeft willen bedanken ‘om zijn vader, eveneens N.S.B.’er, niet te krenken.’
Een andere inwoner noemt Van der Grift ‘een bijzonder humaan en edel mens.’ Het was geen partijman. ‘Zijn streven was steeds een meer waarderende houding ten opzichte van de agrarische bedrijven.’
Deze laatste waarneming sluit aan bij wat historicus Piet de Rooy schrijft over de uitwerking van de vooroorlogse crisis op de agrarische sector. Veel boeren hadden een afkeer van de politiek. Zij hadden het gevoel dat zij verwaarloosd werden. ‘Ze ontwikkelden een eigen ideologie die zich scherp afzette tegen de moderne stedelijke cultuur van het westen.’ Zo werden zo vatbaar voor extreem-rechts.
De rechter van het Tribunaal besluit dat er geen maatregelen worden opgelegd.
Wie de daders zijn geweest en waarom zij Van der Grift hadden uitgekozen zal waarschijnlijk altijd onbekend blijven.

0

KATHOLIEKE ONVOLWASSENHEID

In het nieuws

Het grootseminarie in Haaren, Brabant

In 1959 hield de heer Martin, president van de priesteropleiding in Brabant, een toespraak over opvoeding. Hij streefde naar een open verhouding ‘tussen paedagoog en pupil’. Dat was niet vanzelfsprekend, want, zo zei Martin in alle openheid, ‘er is een tijd geweest, dat op seminaries en colleges alles mocht, als je ’t maar stiekem deed’.
Katholieke mannen en hun driften, je kunt er dezer dagen niet omheen. Ook in mijn onderzoek naar het leven van mijn heeroom kom ik nog wel eens wat tegen.

Wie monnik werd in een trappistenklooster legde een gelofte van kuisheid af. Toen mijn oom abt geworden was, merkte hij ‘dat er vooral op het gebied van de affectiviteit veel onvolwassen en ongezonde dingen waren zoals ondergrondse vriendschappen’.
De katholieke hoogleraar Buytendijk sprak vlak na de oorlog van ‘psycho-infantilisme’, een verregaande vorm van onvolwassenheid, die bij veel katholieke mannen voorkwam. Die onvolwassenheid kon zich uiten in een teveel aan verinnerlijkte regels en geboden, hetgeen een oorzaak was van angsten en neurosen; of in ongeremd gedrag. Buytendijk bracht de schrikbarende onvolwassenheid in verband met de negatieve houding van de kerk tegenover seksualiteit en de controle van de geestelijkheid. Masturbatie was verboden, homofilie een doodzonde. Maar in het geheim was blijkbaar van alles mogelijk.
Welke maatregelen de president van de priesteropleiding genomen heeft is mij niet bekend. Mijn oom vroeg het advies van een psychiater. Daarnaast liet hij een medewerker van een psychiatrische instelling een lezing geven in zijn klooster over problemen op het gebied van seksualiteit. Zoveel openheid waren de paters in 1950 niet gewend.

W. Duynstee, redemptorist

Een andere Nijmeegse hoogleraar, Duynstee, jurist en pater, constateerde in dezelfde jaren dat de criminaliteit onder katholieke mannen hoger lag dan bij de protestanten. Ook hij verwees naar het onvolwassen gedrag van de mannen. Voor een bisschoppelijke commissie verklaarde Duynstee dat masturbatie, hoewel objectief een zondige handeling, toegelaten zou kunnen worden met het oog op de geestelijke gezondheid. Het zou de angst kunnen doorbreken die de neurose veroorzaakte. Hij volgde daarin Neerlands eerste vrouwelijke psychiater, Anna Terruwe, die tegen een katholieke patiënt had gezegd, dat masturbatie geen doodzonde was.
Vanzelfsprekend kwamen deze geluiden de leiding van de kerk in Rome ter ore. De Heilige Officie stuurde in 1954 de jezuïet Tromp als inquisiteur naar de Nederlandse Kerkprovincie om te onderzoeken, wat er toch met die slappe Nederlandse priesters aan de hand was. De boodschap was duidelijk: de naleving van het zesde gebod moest via de biechtstoel verlopen en niet via de psychiater en al helemaal niet via psychiaters die de verdringingsleer van Terruwe hanteerden. Terruwe werd in de ban gedaan, Duynstee werd overgeplaatst naar Rome en mocht geen contact meer met Terruwe onderhouden.
Wat in het geheim gebeurde, bestond niet, dat was de verdringingsleer van het Vaticaan.

‘Er is bijna geen monnik, die geen seksuele moeilijkheden heeft in zijn leven’, zei de Zundertse trappist Arnold Bomans in 1970. ‘Het blijft een strijd tot het einde van je leven’.
Men gebruikte de gesel om de driften uit het lichaam te slaan. Lukte dat niet, dan was er voor de zondaars altijd nog de morele wasbeurt van de R.K. kerk: de biechtstoel. Drie weesgegroetjes bidden en je was weer overal van af.
Dom Amandus Prick (zo heette hij echt), de abt van het trappistenklooster in Tegelen, zei in de negentiger jaren: ‘Zelfbevrediging is onkuisheid. Als dienaar van de kerk moet ik dat zeggen. Maar wees gerust, ik vind het onjuist dat de kerk dat zegt. (….) God houdt van zondaars’.

0

MÜNSTER

Reizen

Prinzipalmarkt Münster

De jaarwisseling vieren wij in Münster, een Duitse stad ter grootte van Utrecht, een uurtje rijden achter Enschede.
Ik ken de stad van de Vrede van Münster, maar had iemand mij tevoren gevraagd aan welke oorlog dit verdrag een einde maakte en in welk jaar, dan had ik het antwoord schuldig moeten blijven. Zo krijgt onze viering nog een educatief karakter.
De vrede, gesloten in 1648, maakte niet alleen een einde aan de dertigjarige oorlog, waarin – om het kort samen te vatten – de Europese katholieke machten terrein verloren aan een aantal protestante mogendheden. Het verdrag was tevens het einde van de tachtigjarige oorlog tussen Spanje en de Nederlanden.
Tig jaren oorlog. Zoals het leven toen een stuk trager verliep, zo werden ook de oorlogen in een langzaam tempo gevoerd. Het woord Blitzkrieg moest nog worden uitgevonden. In de Nederlanden hebben destijds vele mensen geleefd, die geboren en gestorven zijn tijdens dezelfde oorlog. Het leven was oorlog, ze wisten niet beter.
Het gevolg van de Vrede van Münster voor de Nederlanden was, dat de Republiek als onafhankelijke staat werd erkend en dat het protestante geloof overheersend werd. Alle katholieke kerken en kloosters vervielen aan de overheid. De katholieken moesten zich terugtrekken in schuilkerken. Het zou twee eeuwen duren voordat zij weer tevoorschijn kwamen.
Het verdrag van Münster wordt wel gezien als de eerste overeenkomst die voortkomt uit moderne diplomatieke onderhandelingen tussen een groot aantal Europese partijen.
Niet dat de vrede lang heeft standgehouden trouwens. Spoedig braken er weer nieuwe twisten uit. Het zou nog tijden duren voor de ratio de oorlogsimpulsen onder de duim kreeg.

Münster zelf is ook niet gevrijwaard gebleven van oorlogsgeweld. In de 16e eeuw speelden de wederdopers daarin een belangrijke rol. Dit was een protestante afsplitsing, die – om het in huidige termen te omschrijven – als unique selling point had, dat gelovigen pas als volwassene gedoopt mochten worden. Om dit soort religieuze haarkloverijen werden toen bittere oorlogen uitgevochten. Ik moet denken aan de soennieten en sjiieten. Zouden er parallellen zijn?
In 1534 hadden de wederdopers de bisschop uit de stad verdreven. Tijdens de daaropvolgende belegering van de stad door de troepen van de bisschop radicaliseerden de wederdopers. Als een soort communisten-avant-la-lettre schaften zij het geld af en voerden zij het gemeenschappelijk bezit van goederen in. Ook de vrouwen werden gemeenschappelijk bezit, dat wil zeggen van de mannen. Onder aanvoering van Jan van Leiden ontstond een waar terreurbewind. Na twee jaar moesten de wederdopers zich gewonnen geven. De lijken van Jan en twee van zijn metgezellen werden als aanstootgevend voorbeeld in kooien aan de toren van de Lambertuskerk gehangen. Daar hangen ze nu nog, de 16e eeuwse kooien wel te verstaan. We staan er met ons hoofd in de nek naar te staren.

Er komen in Münster heel wat oorlogen voorbij. De meest ingrijpende oorlog voor de stad was de laatste: de Tweede Wereldoorlog. De complete binnenstad werd tot puin gebombardeerd. Na 1945 werden alle gebouwen in de oude stijl opnieuw opgetrokken. Eigenlijk staan we hier naar namaakgebouwen en nepwandjes te kijken. Maar het is wel heel nauwkeurig gedaan en de combinatie van oude en nieuwe architectuur ziet er indrukwekkend uit.
Münster is gekoppeld aan het woord Vrede en dwalend langs de historische plaatsen komt de gedachte aan de Europese Unie naar boven. Nooit meer oorlog is een van de belangrijkste argumenten voor het Europese project. Behoudt de ratio ook in 2018 de overhand?

0

CHRISTOPHORUS BUYS BALLOT

In het nieuws

Sta je met je rug naar de wind, dan is er een lage drukgebied aan je linkerhand en een hoge drukgebied aan je rechterhand. Tenminste op het noordelijk halfrond. Dat wordt de wet van Buys Ballot genoemd. Dus komt de wind uit het westen dan ligt het lagedrukgebied ergens in het noorden en de hoge druk ergens in het zuiden. Voor de doorsnee burger is dit nutteloze kennis, want je kunt er niets mee.
Voor mij is het echter wel handig om te weten. Ik woon namelijk in de Buys Ballotstraat. Als ik vragen krijg over de naam van de straat, dan kan ik uitleggen dat Buys Ballot de oprichter van het KNMI was en de naamgever van de wet over de windrichting. Dat helpt bij het onthouden. Zoals mijn vader vroeger over onze Den Hamstraat nog wel eens vertwijfeld door de telefoon riep: ‘Geen spek, of worst, maar ham!’.

De Sonnenborgh

10 Oktober j.l. was het 200 jaar geleden dat Christophorus Buys Ballot geboren werd. Hij begon als 18-jarige aan de universiteit van Utrecht met de studie klassieke talen, maar al snel stapte de bolleboos over naar de exacte wetenschappen. Na zijn promotie werd hij op jonge leeftijd hoogleraar in de scheikunde, natuurkunde en wiskunde, dat kon in die tijd nog. De bestudering van de sterren vond hij net zo interessant als het meten van de hoeveelheid regen die op verschillende hoogten langs de Domtoren viel.
Met steun van eerste minister Thorbecke kon hij het 16e eeuwse bastion Sonnenborgh aan de buitengracht in Utrecht ombouwen tot observatorium voor weer- en sterrenkundige waarnemingen. Dat was het begin van het KNMI. Buys Ballot begon aan iets wat sommigen ook nu nog als een onmogelijke opdracht zien: het voorspellen van het weer. Hij was de grondlegger van de weerkaart en het weerbericht in Nederland. Hij plaatste apparatuur in havens waarmee de komst van stormweer kon worden voorspeld. Maar nog belangrijker was dat hij over de grenzen heen keek. Hij zorgde ervoor, dat men in heel Europa de wind en de temperatuur op dezelfde manier is gaan meten. Dat leverde een schat aan gegevens op, waaruit hij zijn beroemde wet kon destilleren.
Christophorus overleed in 1890 tijdens een griepgolf. Dat onheil had hij niet aan zien komen.
Zeven jaar later, nu 120 jaar geleden, wordt er aan de overzijde van de nieuwe Oosterspoorbaan in Utrecht op een drassig stuk weiland dat eigendom was van de katholieke kerk een straat aangelegd. De gemeente vernoemt de straat naar haar wereldberoemde meteoroloog.

Het KNMI verhuisde naar de Bilt en de Sonnenborgh in Utrecht is nu al weer een tijdje Museum de Sterrenwacht. Om de 200e geboortedag van Buys Ballot te vieren waren dinsdag alle inwoners van de Buys Ballotstraat in Utrecht, de Buys Ballotweg in de Bilt en de Buys Ballotlaan in Soesterberg uitgenodigd voor een avond met lezingen en demonstraties in het museum. Bewoners van dezelfde straten in onder meer Leiden, Apeldoorn, Venlo waren niet uitgenodigd, dus dat gaf het feestje enige exclusiviteit.
Je kunt in het museum van alles leren over het weer en de sterren en ik laat me de werking van een reusachtige telescoop uit 1835 uitleggen, maar net als vroeger tijdens de natuurkundeles kost het me moeite om mijn aandacht erbij te houden. Ik ben vooral geïnteresseerd in meneer Buys Ballot. Maar veel verder dan dat hij een zeer gelovig wetenschapper was, 8 kinderen had en zijn stappen telde tijdens het lopen kom ik niet. Door een stevige westenwind fiets ik weer naar huis. Links de lage druk, rechts de hoge, oefen ik nog even voor mezelf.

1

KOUDE OORLOG – deel 2

In het nieuws

koude-oorlog-2Het was in de kern een gevoel van onrechtvaardigheid wat ons destijds dreef. Onrechtvaardigheid over de vele vormen van ongelijkheid en onderdrukking in de wereld: arbeiders, die uitgebuit werden; hun kinderen die minder kansen kregen om door te leren; vrouwen die in een ondergeschikte rol gehouden werden; arme landen, die arm bleven.
Velen van mijn generatie werden vijftig jaar geleden actief in het bestrijden van dit onrecht, bijvoorbeeld in het onderwijs, in buurten, of in de vrouwenbeweging. Sommigen van ons sloten zich aan  bij de Communistische Partij van Nederland. Overal waar mensen streefden naar maatschappelijke verandering was destijds de CPN te vinden. De partij had duidelijke stellingnamen, een grote organisatorische kracht, en een onbaatzuchtige inzet in het verbeteren van de omstandigheden van groepen in de verdrukking.
Zelf ben ik een kort poosje lid geweest van de CPN. Ik meldde me aan nadat ik Het meisje met het rode haar over de communistische verzetsheld Hannie Schaft had gelezen. Ik voelde me echter niet thuis in deze partij.
Ik had het kunnen weten. Want in verschillende acties had ik menig CPN’er leren kennen. Het waren veelal (ex-)studenten. Zij kenden hun marxistische catechismus. Ik vond hen strijdbaar en goed gebekt, maar ook dogmatisch en betweterig. De kameraden wisten het altijd beter, alsof zij de Waarheid in pacht hadden. Twijfels kenden zij niet. Zij hadden de mond vol van ‘de arbeidende klasse’. Sommigen gingen plat praten.

De studenten die aangetrokken werden door de strijdbaarheid van de CPN kregen te maken met argwaan en vooroordelen tegen het communisme. De CPN was toch de vooruitgeschoven post van het Kremlin? De partij die Stalin nog vereerde toen men er in Moskou al op uitgekeken was? Waar ieder die een andere mening had werd uitgemaakt voor handlanger van het kapitaal of agent van de CIA? De nieuwe leden kregen bovendien te maken met de Binnenlandse Veiligheidsdienst, onze eigen Stasi.
boek-josVorige week verscheen van de hand van Jos van Dijk, mijn oudere broer, het boek Ondanks hun dappere rol in het verzet over het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog.
Door een actieve rol in het verzet kreeg de CPN bij de eerste naoorlogse verkiezingen meer dan 10% van de stemmen. Ondanks de vernieuwingsdrang bij velen werden de vooroorlogse politieke verhoudingen weer snel hersteld. Mede als gevolg van de Koude Oorlog belandden de communisten  snel in een maatschappelijk isolement, met als dieptepunt de bestorming van de partijgebouwen na de Hongaarse opstand in 1956.
De CPN werd geweerd uit commissies van de Tweede Kamer. Als enige politieke partij kreeg de CPN geen zendtijd op de radio. Communistische wethouders werden ontslagen. Communisten werden zelfs uit speeltuinverenigingen en visclubs geweerd. Het isolement vertaalde zich binnen de partij in spanningen, achterdocht, royementen en scheuringen (‘Renegaten!’).

De CPN was in mijn ogen een partij met twee gezichten. Men streefde op basis van het marxisme-leninisme de dictatuur van het proletariaat na en onderhield daartoe nauwe banden met de Sovjet-Unie. Anderzijds was de CPN een ‘gewone’ politieke partij die meedeed in de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de gemeenteraden.
Wie een boek schrijft over deze periode van zwart-wit denken, kan moeilijk aan oordelen ontkomen. Jos van Dijk benoemt het aandeel dat de CPN zelf heeft gehad in het sociale isolement. De nadruk ligt echter op de tegenwerking die de CPN als parlementaire partij heeft moeten verduren. Wat mij vooral bijblijft van het boek is de onderliggende emotie die ik proef. Dat begon al toen ik de titel las. Het is de emotie over het onrecht, dat die ‘hardwerkende en vredelievende communisten’ is aangedaan, niet alleen in de vijftiger jaren, maar tot lang daarna .
Het is hetzelfde gevoel van onrechtvaardigheid, dat ooit de reden was voor velen om actief te worden in de linkse beweging.

Boek: Ondanks hun dappere rol in het verzet – Jos van Dijk – Uitgeverij Aspekt, 2016.
Website: http://nederlandsecommunisten.nl/#site-header

0

DE HOOGSTE VAN HET LAND

Dagelijks

domtoren-1In de zestiger jaren maakte ik Tacitusvertalingen in de schaduw van de toren. Ruim tien jaar later sliep ik op mijn studentenkamer, nog dichterbij, onder het doordringende geluid van het carillon. Buurtbewoners protesteerden tegen de nachtelijke decibellen. Nog weer later werkte ik op het Nicolaaskerkhof en keek ik uit op die machtige toren, die niet alleen het centrum, maar de gehele stad en omgeving domineert.
De Domtoren.
Utrechters zijn trots op hun toren, ze zijn ermee vergroeid. Zij voelen zich weer thuis als zij naar Utrecht rijdend de toren al van ver zien liggen. De hoogste kerktoren van het land is hèt kenmerk van de stad. Het komt terug in logo’s, souvenirs, gebakjes, kaarsen en wat al niet meer. Een bezoek aan Utrecht is niet af zonder een bezoek aan de Dom. Wordt Koninginnedag in Utrecht gevierd dan loopt het koningspaar onder de toren door. Doet de Tour de France Utrecht aan dan gaan de beelden van de renners onder de Dom de hele wereld over. Aas ik bove op de Dom stao is een van de bekendste en meest geliefde Utrechtse liedjes.
De Domtoren is al honderden jaren lang een landmark. Reizigers in voorbije eeuwen oriënteerden zich gemakkelijk op de toren. Het bouwwerk staat afgebeeld op talloze schilderijen.
Onder de naam Trots van de Stad wijdt het Centraal Museum in Utrecht een tentoonstelling aan de Dom (t/m 2 oktober a.s.).

De bouw van de toren duurde van 1320 tot 1382.  De oorspronkelijk geplande hoogte van 126 meter werd gaandeweg bijgesteld tot 112 meter. De bouw werd vooral gefinancierd met zogenaamde aflaten. Kerkgangers betaalden flinke sommen geld aan de kerk in de hoop, dat hun verblijf in het vagevuur daarmee bekort zou worden; een vorm van zakkenklopperij waaraan later door Luther een einde zou worden gemaakt.
De Dom, in de 14e eeuw als losse toren gebouwd, werd in de daaropvolgende twee eeuwen aan de Domkerk vast gebouwd. Lang zou deze verbinding niet duren, want in een zware augustusstorm in 1674 werd het middenschip van de kerk weggeblazen, net als de torens van enkele andere kerken in de stad. Alleen al omdat de Dom in dit natuurgeweld overeind bleef, is hij zijn positie waard. Medewerkers van het KNMI hebben overigens berekend dat de toren domweg geluk heeft gehad. De sterkste rukwinden gingen langs de toren heen.

domtoren-2Toen ik naar de tentoonstelling ging, had ik drie vragen.
1.    Welke ziener c.q. idioot heeft opdracht gegeven tot een voor die tijd disproportioneel hoge toren?
Dat blijkt het kapittel (het bestuur) van de Domkerk te zijn geweest. De geestelijken hadden in die tijd niet alleen geestelijke, maar ook politieke macht. De bisschop van Utrecht was een van de machtigste mannen van het land.
2.    Waarom wilde men zo’n hoge toren?
Het antwoord op deze vraag is simpel: om de almacht te tonen. De mannen van het kapittel moesten laten zien wie de grootste heeft. We hebben de Dom dus te danken aan machtswellust. Eigenlijk zijn we in Utrecht trots op een fallus.
3.    Wat vond de bevolking van de bouw?
Het antwoord op deze vraag is niet overgeleverd. Aan het volk werd immers niets gevraagd in die tijd en zij hebben het zelf niet opgeschreven.
De theoloog en jurist Geert Grote, die bekend stond om zijn pleidooien voor een eenvoudiger geloofsbeleving, was een van de weinige criticasters. Grote vond het een zondig bouwsel, voortkomend uit ijdelheid en praalzucht. De man, die in deze kwestie zijn achternaam niet mee heeft,  had natuurlijk groot gelijk.
Toch is het maar goed dat er niet naar hem is geluisterd.