Nog maar nauwelijks ben ik met mijn auto van het parkeerterrein van voetbalclub Excelsior de Honingerdijk in Rotterdam opgedraaid, of ik word staande gehouden door de opgeheven hand van een politieagente. Ze staat met enkele collega’s in het licht van een straatlantaarn tussen een paar rood-witte pylonnen. Verbaasd en wat zenuwachtig draai ik het raampje open.
‘Alcoholcontrole, meneer. Zou u even willen blazen?’
Ik kom net van een voetbalwedstrijd van mijn zoon. Na afloop heb ik in de businessclub, zoals betaald voetbalclubs de sportkantine voor genodigden noemen, nog even een biertje gedronken. Eén biertje, daarmee loop je toch niet tegen de lamp? Maar helemaal zeker ben ik er niet van. Ik ben nog nooit eerder gecontroleerd.
Dat blijkt als ik in het pijpje blaas.
‘Wacht even, andersom, meneer’, glimlacht de agente. Ze draait het pijpje voor mij om. Ze heeft een vriendelijk gezicht. Onder haar pet steken blonde haren uit. Het valt me moeilijk om in haar een autoriteit te zien.
Ze leest de score af op de meter. ‘Uitstekend meneer, nog een prettige avond.’

Een half jaar later ontvang ik een brief van het Centraal Bureau Rijvaardigheid, divisie Vorderingen. De directeur laat mij weten dat men voornemens is mijn rijbewijs tijdelijk ongeldig te verklaren. ‘Dit besluit is genomen vanwege een aanhouding dan wel procesverbaal op 10 maart 2008 door de Regiopolitie Rotterdam Rijnmond, waarbij een alcoholpromillage van 2,56 is geconstateerd.’ Volgens de wet is een maximum van 0,5 promille toegestaan, voor jongeren ligt de grens bij 0,22. Die 2,56 zou betekenen, dat ik straalbezopen achter het stuur heb gezeten.
Mijn eerste verbazing gaat over in pret. Hier is een gigantische vergissing in het spel.
De brief vervolgt met de mededeling dat ik onverwijld dien mee te werken aan een onderzoek. Daarvoor moet ik mij melden op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis in Woerden. Weigeren om mee te werken betekent dat mijn rijbewijs wordt ingenomen. Mijn pret neemt al weer af.
‘Wat een onzin’, zegt G. als de brief gelezen heeft. Voor mijn kinderen die hun vader nog nooit ook maar één moment dronken hebben gezien, is de brief voer voor pesterige speculatie.

Ik bel het CBR met het verzoek om na te gaan waar iets fout is gegaan. Men hoort mij vriendelijk aan. Als ik het niet eens ben met de beslissing moet ik een bezwaarschrift indienen. Ondertussen moet ik wel meewerken aan het onderzoek, zo niet….
Als mijn irritatie weer wat gedaald is, begrijp ik het antwoord. Iedereen kan wel zeggen dat er een foutje is gemaakt. Is het niet kenmerkend voor een alcoholicus dat hij er op deze manier onderuit probeert te komen? Heb ik daardoor juist bijgedragen aan het imago van stevige drinker?
Direct, maar met grote tegenzin stel ik het bezwaarschrift op. Ik wacht nog even met het maken van een afspraak met de psychiater. Ze zien me daar aankomen. Daar heb je die man die met 2,56 promil in zijn auto is gestapt en het vervolgens probeert te ontkennen.
Twee weken later laat de directeur van de Divisie Vorderingen mij in een formeel briefje weten dat de procedure is stopgezet. Geen woord over een vergissing. Geen enkel excuus.