Vreeswijk is een oud plaatsje aan de Lek onder Utrecht. In de veertiende eeuw werd hier een sluis in de Vaartse Rijn gebouwd, waardoor Utrecht zijn scheepvaartverbinding met de Lek kreeg. Daarna kwam er een fort om de sluis te beschermen en groeide er een dorp omheen. In 1971 werd Vreeswijk met het buurdorp Jutphaas samengevoegd tot groeikern Nieuwegein.
Het hart van Vreeswijk bestaat nog altijd uit de Oude Sluis. Twee smalle straatjes met aaneengesloten bebouwing onder hoge bomen omzomen het dieper liggende water. Aan beide uiteinden is een ophaalbrug. Waar beurtschippers de trossen om de meerpaal mikten passeren nu de pleziervaartuigen. De laadplaatsen zijn terrassen geworden en in de grutterszaak zit een sieradenwinkel. De huidige horecazaken heten Kings Valley, Happy Garden en Luigi’s IJssalon.

Op 21 oktober 1906 viel sluiswachter Willem van den Hoek in het water en verdronk. Dagblad de Tijd meldde enkele dagen later: ‘De sluisknecht Van den Hoek is waarschijnlijk door te struikelen in de sluiskolk gevallen en verdronken.’ Een bericht dat in nog acht andere dagbladen verscheen, van Leeuwarden tot Arnhem en Rotterdam. De Nieuwe Tilburgsche Courant voegde er nog aan toe: ‘Den ganschen nacht heeft men naar hem gezocht; gisterenochtend werd zijn lijk opgehaald.’
Bij de herbouw van de sluis, van 1822 – 1824, had Dirk van den Hoek, de vader van Willem, met zijn paard alle materialen aangesleept. Daarna was hij sluiswachter geworden in dienst van de provincie. Dirk heeft meermalen drenkelingen uit het water gered. Schippers konden niet altijd zwemmen. Voor deze verdienste kreeg hij ooit een zware snuifdoos. Nadat zijn zoon Willem het werk had overgenomen, ging Dirk eenmaal per jaar naar het Provinciekantoor op de Pausdam in Utrecht om een ‘pensioen’ à f 100,- in ontvangst te nemen. Een pensioen was voor die tijd bijzonder. Eind 19e eeuw waren de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren blijkbaar al aardig geregeld.

Willem van den Hoek (1844 – 1906)

Zoon Willem was behalve sluiswachter ook een begenadigd zanger en dirigent. Naast het koor van de katholieke kerk leidde hij ook een zangvereniging. Op de bewuste 21 oktober had hij een repetitie van het kerkkoor geleid. Volgens de overlevering had hij de koorleden gemaand om het Kyrie Eleison, Heer ontferm u over ons, met meer gevoel te zingen. ‘Denk er toch bij na, wat je zingt’, had hij gezegd. Na afloop van de repetitie waren zij zoals gewoonlijk nog een borrel gaan drinken. Daarna had hij in het donker de kortste weg over de sluisdeuren genomen.
Willem van den Hoek was de jongere broer van mijn overgrootmoeder Theodora van den Hoek, de moeder van mijn opa van Dijk. Mijn Tante Jo schreef over dit ongeluk: ‘waarschijnlijk is hij onwel geworden. Hij had niet teveel gedronken, dat heeft men nagegaan.’ Deze laatste bewering heb ik niet kunnen checken.
Theodora had een van haar zoons Willem genoemd, naar haar broer. In 1883, jaren voor het ongeluk in Vreeswijk, was deze kleine naamgenoot op 3-jarige leeftijd, voor zijn ouderlijk huis tijdens het knikkeren in de sloot gevallen en verdronken. Toeval of niet, maar na het verdrinken van de twee Willems is deze naam in de familie nooit meer gebruikt.