Hoewel ik dit eigenlijk niet de plaats vind om mijn gezondheid te bespreken, moet ik ter inleiding van mijn onderwerp iets vertellen over mijn conditie. Sinds vorig jaar heb ik last van tintelingen en dove gevoelens in benen en armen. Er valt goed mee te leven. De meeste irritatie ervaar ik op de racefiets, als mijn gestrekte armen een deel van mijn bovenlichaam dragen. Huisartsen spreken wel van neuropathie. Dat wil in goed Nederlands zeggen dat ik een zenuwlijder ben. Behalve dat ik nu eindelijk bevestigd zie wat ik altijd al gedacht heb, schiet ik met die term niets op. Een goede behandeling is er namelijk niet. Bewegen is goed, elke dag een half uur fietsen bijvoorbeeld zou mooi zijn…. waarmee de cirkel van het gebrek rond is (doet me denken aan There’s a hole in my bucket van Harry Belafonte.)
Skeelers dus, dacht ik toen, dan kan ik toch buiten sporten.
Ik zie kinderen op straat schuivend lopen op die hoge schoenen met vier wieltjes. Een enkele keer racet er een gespierde god op hoge snelheid hier door het park. En in Utrecht zagen we op zomerse vrijdagavonden nog wel eens een optocht van honderden jongvolwassen skeelerrijders op de maat van luide discoklanken de stad uitrollen. Maar de eerste bejaarde op inline skates moet ik nog tegenkomen. Dus ook in dat opzicht is er een wereld te winnen.

De dichtstbijzijnde speciaalzaak bevindt zich in Achterveld, een dorp tussen de weilanden ten oosten van Amersfoort. Men beweegt zich daar dus niet alleen voort op tractoren of klompen.
Met enige schroom loop ik op de voordeur van de winkel af, een gevoel dat ik probeer te verbergen door achteloos om een paar skeelers te vragen, alsof ik om een pondje kaas kom. Ik tref een alleraardigste verkoopster die geheel in mijn houding meegaat en het doet voorkomen alsof ik die dag al de zoveelste bejaarde ben die dringend om een paar skates verlegen zit. Uit de duizelingwekkende hoeveelheid skeelers die in de winkel tentoongesteld worden laat ze mij enkele paren in kekke kleuren passen. Tien minuten later alweer stap ik met een zware doos de zaak uit.

Dezelfde schroom voel ik weer als ik enkele dagen later op een bankje in het park de skeelers aantrek en zeker als ik de bijbehorende knie-, elleboog- en polsbeschermers omdoe en als een aangeklede pop de eerste, voorzichtige slagen maak. Vergeleken met schaatsen is de weerstand van de wieltjes op het asfalt veel groter. Je gaat minder hard en misschien is dat maar goed ook. Snel remmen is er niet bij, tenzij je voor de bermstop kiest. Skeeleren is niet vrij van risico’s. Voor dit blog zou het wellicht het mooiste zijn geweest als ik hier een sappig relaas over een spectaculaire val kan toevoegen. Zo ver is het echter niet gekomen, ik ben overeind gebleven. Ik weet het, het is geen garantie voor de toekomst. Er komt wat bij kijken als je je zenuwen wilt beheersen.