Het waren maar twee noten die ik onlangs hoorde (e – fis) en maar twee lettergrepen (Nor – man), een flard muziek uit de tv waar ik op dat moment niet naar keek. Meer was er niet nodig om mij terug te brengen naar de tijd, dat ik samen met mijn zus zingend door het huis liep. Norman, oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oeoe, Norman, tot en met de lange uithalen aan het einde van het refrein: Norman, my love! Het was in 1962 een hit van de Amerikaanse Sue Thompson, een Nederlandse versie werd gezongen door Willeke Alberti.
Het lied bracht me terug naar een plakboek waarin ik ooit mijn jeugdige interesses heb vastgelegd. Toen ik al lang en breed het huis uit was heeft mijn moeder met een vooruitziende blik het plakboek van de ondergang gered, zodat ik nu kan nakijken of ik een plaatje van Sue Thompson in het boek heb geplakt.

Op de eerste pagina van het plakboek beschrijf ik in korte aantekeningen de gebeurtenissen van de maand december 1960. Het boek blijkt een cadeau van Sinterklaas, die voor mij ook nog een autobusbaan, een agenda en een zakdoek had meegebracht. Op 8 december noteer ik: Maria Onbevlekte Ontvangenis, op de 11e: snoep op gegeten. Zo kabbelt het een tijdje door. Achter de data 23 tot 31 december staat in het groot gekrast: NIKS GEBEURD.
Op de volgende pagina’s verleg ik mijn aandacht naar een verzameling sigarenbandjes: Elisabeth Bas, Hofnar, Ritmeester, Schimmelpenninck. Dan volgen de opstellingen van Ajax, Feyenoord en PSV en een aantal liedteksten zoals:
Wij trekken vrolijk naar het bos
Naar ’t bos in zomertooi
Daar bloeit zo menig bloementros
Aan ’t smalle pad begroeid met mos
(….)
We laten graag de stad alleen
Die straten dof en grijs
Daar waait nooit zuivre lucht door heen
Daar zie je niets dan dorre steen
Het verhaal dat ik met Pasen wil beginnen (‘Jezus is verezen’) maak ik niet af en gaat direct over in titels van Arendsoog en Pim Pandoer.

De voorkeuren en hobby’s van een 8-jarige kunnen snel wisselen. Blijkbaar heb ik bij een volgende gelegenheid Wasco kleurkrijtjes cadeau gekregen. Die vette stiften gebruik ik om de sigarenbandjes, voetbalopstellingen en liedteksten flink door te krassen, mij niet bewust van de waarde die ik er ooit nog eens aan zal toekennen. Andere pagina’s gebruik ik opnieuw door vele malen mijn eerste handtekening te oefenen.
Dan, eindelijk, op pagina 29, zijn we bij de populaire muziek beland. Een foto van de Blue Diamonds, die hun legerschoenen poetsen. ‘Ze zijn op ’t ogenblik in dienst. Ze worden Sergeant en ze gaan naar Nieuw Giuniea om daar de soldaten te vermaken’. De volgende pagina is voor Caterina Valente en Gondoli, Gondola. Het is de tijd van de tienersterren: Eddy Hodges, Willeke Alberti, Conny Froboess, (wie kent niet haar grootste hit?), Cliff Richard.
Een paar maanden geleden schreef ik hier, dat Jacques Brel mij de ogen had geopend voor de populaire muziek. Daarvan moet ik terugkomen, nu ik mijn plakboek weer zie. Zo zie je maar weer, herinneringen van zestig jaar terug zijn onbetrouwbaar.
Ik vind geen foto van Sue Thompson, geen tekst van Norman. Heb ik dat lied eigenlijk wel met mijn zus gezongen?