Op zondagmorgen is onze buurtapp opeens in rep en roer. Een bewoner meldt een ervaring en pong, pong, pong, binnen no-time komt de ene naar de andere reactie binnen. Elke straatbewoner draagt zijn steentje bij, vergezeld van verontwaardigde, gekwelde en walgende gezichtjes. Pong, pong, pong.
De kwestie is er dan ook naar: een reëel ervaren dreiging, een aanval op het comfortabele leven dat wij leiden, een aantasting van het levensgeluk in onze ruime huizen.
De app die het bal opent is kalm van toon:
‘Vraagje: zijn er meer mensen hier die ineens veel vliegen in huis hebben?’
Het vraagje wordt, zoveel zal duidelijk zijn, van alle kanten bevestigend beantwoord. Ook in ons huis hadden we in de voorliggende weken dagelijks een aantal vliegen mogen begroeten. Ze gaan op de broodplank zitten of op de kale plek op mijn hoofd. We verbazen ons erover, maar zijn niet erg onder de indruk. Misschien komt dat wel door wat je levenservaring zou kunnen noemen.

Na de vaststelling van de overlast komen in de buurtapp tal van verklaringen langs: vocht in de kruipruimte, kieren in het systeem van mechanische ventilatie, rondslingerend eten. Maar de meeste stemmen gaan naar de ondergrondse kliko’s voor het restafval die de gemeente onlangs heeft geplaatst. Volgens velen stinkt de container en wemelt het er van de insecten. De zondebok is gevonden. De ene na de andere buurtbewoner laat weten, dat hij terstond een klacht bij de gemeente heeft ingediend. Iemand heeft de GGD om een onderzoek gevraagd. ‘Hebben die ambtenaren morgenochtend weer iets te doen.’
Een bewoonsters heeft op het internet een grote variatie aan vliegen ontdekt. Zij weet nu zeker dat de buurt last heeft van de klustervlieg, een sterk uitgegroeide kamervlieg. Anderen constateren dat vliegen twee tot drie weken oud worden en dat de vrouwtjes in die tijd wel duizend eitjes kunnen leggen. Het aantal opgewonden emoticons laat zich raden.

Diverse oplossingen komen langs: electrische vliegenmeppers, de stofzuiger, allerhande chemicaliën, de ouderwetse plakstrips en ultrasonische apparaten. Eén bewoonster vangt de vliegen onder een glas. Misschien zet zij de beestjes daarna wel weer buiten.
Zo gaat het een lange zondag door in de buurtapp. Een klein insect blijkt in staat de cohesie in de buurt te versterken. Een eigentijdse versie van Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan. Als er maar een gezamenlijke vijand is, of het nu een vlieg is of de gemeente. Wij houden ons buiten de discussies en zijn het helemaal eens met de overbuurman, die van onze leeftijd is: ‘de vliegen komen binnen door de kou. Maar ze leven niet lang, dus binnenkort hebben we er geen last meer van.’
Inmiddels is de kou ingetreden en heeft de overbuurman gelijk gekregen.
Het is maar goed, dat minister Grapperhaus (nog) niet de mogelijkheid heeft om app-conversaties op te eisen en in te zien.