Zoals ik mij vroeger op zaterdagochtend bij het voetbal van mijn zonen op en top vader voelde, zo voel ik me nu meer dan ooit grootvader als de kleindochters van 3 en 5 jaar op de achterbank van de auto luidkeels met K3 meezingen: ik wil met je trouwen, altijd van je houen.

texelWe waren deze week op Texel.
Op de boot vanuit Den Helder waren ze al laaiend enthousiast over de meeuwen die in de wind boven hun hoofden bijna stil bleven hangen, loerend naar wat eten. De meisjes lieten zich op de voorplecht met hun armen wijd door de stevige wind naar achteren waaien. Een dag later stortten ze zich zonder dralen in het koude zeewater om vervolgens met hun natte lijven door het zand te rollen. En later waren ze niet weg te slaan bij de kleine zeehondjes in Ecomare die een soort gehuil lieten horen terwijl ze zich moeizaam voortbewogen over de tegels.
In het zwemparadijs deelden we het vakantiegevoel van ontelbare ouders en hun kinderen door mee te deinen op de golven van het golfslagbad. We dobberden allen weer even rond in een gigantische moederbuik.
De onvermijdelijke Disneyfiguur in het vakantiepark heette Koos Konijn. Koos werd elke morgen in een soort pausmobiel rondgereden door het park. Als een rattenvanger van Hamelen verzamelde hij de kinderen voor een knutselactiviteit.
koos konijnAan het begin van elke activiteit hield hij audiëntie. Dan mochten de kinderen hem een high five geven. Daarna was het vijf minuten dansen met Koos. Verder deed ie niets. Hij zei ook niets. Konijnen praten niet. Misschien wel daardoor kreeg Koos een bijna koninklijke status. De kinderen wachtten op hem zoals op Sinterklaas. Toen zij als knutselactiviteit koekjes gebakken hadden, dacht een kleindochter dat alle koekjes voor Koos waren. Ook nadat duidelijk geworden was dat ze hun zelfbereide koekjes mochten opeten, gingen ze naar Koos Konijn om hem het eerste exemplaar aan te bieden. Zoals je een wortel voor het paard van de Sint neerlegt.

Wij hebben niets tegen Koos Konijn. Hij is gelukkig niet historisch beladen.
Ook K3 kunnen we goed verdragen. Elke tijd heeft zijn eigen idolen. Maar onlangs hebben we toch maar eens de cd’s van Ja Zuster, Nee Zuster uit de kast gehaald.
Kwaliteit vergaat niet. Want hoewel de verhalen niet goed te volgen zijn, spreken de emoties en de aanstekelijke refreintjes onze kleindochters direct aan. Zwaaien met je onderbroek, Duifies, duifies, de oude Jacob, Mijn Opa, ze gaan erin als koek. Vooral Moeder ik ben zo bang voor de Bullebak moet steeds opnieuw worden opgezet. Bij ‘de Bullebak staat voor de poort’ vraagt de kleindochter van 3: ‘voor de achterpoort of de voorpoort’?

Je leeft voort in je kinderen en kleinkinderen, zo wordt wel gezegd.
Soms vraag ik me wel eens af, wat ik doorgeef aan hen. Wat de nakomende generaties van mij meenemen. Misschien is dat nu nog wat moeilijk te zeggen en wordt het in de toekomst duidelijker.
Maar zo af en toe heb ik het idee, dat ze wat hebben opgepikt. Dat er een vonk is overgeslagen. Bijvoorbeeld als ik met mijn kleindochter van 3 door de duinen op Texel fiets en zij in dat verlaten landschap, waar wat meeuwen krijsen en schapen grazen, opeens een bijna perfecte versie weergeeft van Stroei, voei, kara kara kios notte kilas stadioel voei.