Vakantieherinnering (7)

De schapenmarkt in Brecon

Pas lang na de vakantie werd duidelijk wat de oorzaak was van het malheur. Toen ik nog eens de gebruiksaanwijzing van onze pyramidetent doorlas ontdekte ik dat we al acht jaar lang het grondzeil op een verkeerde manier hadden vastgezet.
Wij zijn in 1997 op vakantie in Wales. Dit is schapenland. Tijdens onze wandelingen staren de beesten ons waakzaam aan. Er is er altijd wel een die zijn darmen leegt, een rozenkrans van glimmende keuteltjes achterlatend. Of we horen hun geblaat achter de heggen. In Brecon is een schapenmarkt. In de lucht zien we schapenwolken.

Op de camping wemelt het van de kinderen. Onze zoons van tien en twaalf leren de eerste beginselen van cricket. Voortdurend klinkt het ‘Stay!’. Ze zingen een of ander verbasterd Engels lied, wat klinkt als: ‘I saw with my eyes in my underwear’, waarop zij zelf het vervolg bedenken: ‘And I just saw my balls weren’t there.’ We eten een curry in een plaatselijke pub, waar volkse mannen na het plassen nog bezig zijn hun gulp dicht te knopen als ze terugkomen in de gelagkamer. En waar zij met een boer de zaak weer verlaten.
Tijdens regenachtige dagen leren we de kinderen klaverjassen. Op hun beurt leren zij het weer aan campingvriendjes, waarna er een klaverjasgolf door de tenten trekt.

Halverwege de vakantie verplaatsen we ons naar het noorden.
Wij kamperen daar aan de voet van de Snowdon, met 1085 meter het hoogste punt van Wales. Die moeten we natuurlijk bedwingen. De eerste uitdaging is echter het opzetten van de tent. Het waait zo hard, dat we zelfs met zijn vieren nauwelijks in staat zijn om het klapperende doek in bedwang te houden, terwijl we ondertussen alle spullen moeten beschermen tegen de slagregens. Het had een voorteken moeten zijn.
We horen dat de camping bij Brecon de dag na ons vertrek ’s morgens vroeg is overlopen door een kudde schapen. De beesten liepen tot in het toiletgebouw, overal hun keutels achterlatend. We hebben geluk gehad, denken we op dat moment.
De Snowdon bewaren we tot het einde van de week, we trainen eerst onze spieren op wat lagere hellingen. Tijdens een uitje naar het strand helpen wij, gekleed in regenpakken, de kinderen in hun zwembroek en we lopen verdwaasd over de boulevard van Rhyll, waar veel te dikke, bleke Engelsen langs amusementshallen en kermisattracties sjouwen, gevolgd door snoepende kinderen in voetbalshirts en adidasbroeken.
Op maandagochtend 4 augustus neemt het gemekker van de schapen rondom de camping onrustbarende vormen aan. Er steekt een nieuwe storm op. Harde windvlagen gieren door de opbollende tent. De wind golft onder het grondzeil door. Dan opeens waait één zijde van de tent de lucht in. Het kooktoestelletje valt om, kleren worden weggeblazen. Alle tien de scheerlijntjes aan die zijde zijn gebroken. In de bulderende storm knopen we de lijntjes weer provisorisch vast. Het grondzeil aan de windzijde verzwaren we met kratten. In het crisisberaad dat volgt is de conclusie duidelijk. We pakken alles in voor een paar dagen London. De Snowdon bleek een berg te ver.