Het afscheid was gedwongen, een paar jaar voor zijn pensionering. Maar Dijk had er voor zover ik weet, en tot mijn verbazing, niet tegen geprotesteerd.
Uit: H.M. van den Brink, Dijk, Atlas Contact, Amsterdam, 2016.

Ik kijk op de klok en zie dat het al 01.00 uur is. Op de tafel voor mij staan flessen wijn en vazen met bloemen. Er liggen boeken, cadeaubonnen, kleine attenties, een berg verscheurd cadeaupapier en een slordige verzameling wenskaarten. Daartussen nog een  stapel bankbiljetten, de bijdragen die ik gevraagd heb voor een kunstwerk dat ik als aandenken wil kopen. In mijn handen houd ik het vuistdikke liber amicorum. Ik heb er wat in zitten bladeren, nieuwsgierig en gevleid. Maar mijn hoofd zit boordevol. Allerlei beelden en sensaties dreunen na als de muziek na een te luid popconcert.
Ik bewaar het vriendenboek tot morgen en ga naar bed.

wijn afscheidVandaag nam ik na meer dan 36 jaar afscheid van mijn werk. Ik schudde vele handen en zoende nog meer wangen. In de geestelijke gezondheidszorg zijn de dames immers altijd in de meerderheid geweest. Emeritus-hoogleraar Clemens Hosman beschreef de ontwikkelingen in het ggz-preventiewerk in Nederland, waaraan ik gedurende vele jaren heb bijgedragen. Kamerkoor Decibelle verzorgde de verstrooiende noot. Er waren toespraken en een groep oud-collega’s zong een potpourri van nostalgische liederen uit de oude team-doos.
In mijn eigen afscheidswoord vertelde ik dat ik in al die jaren nooit een dag met tegenzin naar mijn werk ben gegaan. Die gedachte bracht enige reuring onder de aanwezigen.
Tenslotte gebruikten we het laatste avondmaal met de collega’s van de laatste jaren. Tijdens de maaltijd verdween de zon aan de horizon. Een tijdperk was afgesloten.

In bed lukt het vooralsnog niet om in slaap te komen. Het gonzen in mijn hoofd gaat in het donker minstens even krachtig door. Ik zie mijzelf weer staan midden in de zaal, als een honingpot waar de bijen omheen zoemen.
Er zijn verrassende contacten, ex-collega’s die ik in jaren niet gezien heb. Er zijn lovende woorden, opgepoetste anekdotes, hartelijke wensen voor de toekomst. Ik vertel, dat ik mijn pensioen net niet heb gehaald, maar dat ik dit niet pijnlijk vind. Dat ik getwijfeld heb, of ik mijn afscheid wilde vieren, omdat de reorganisaties die eraan ten grondslag liggen niet feestelijk zijn.
Het zijn korte, vluchtige gesprekjes.  In mijn ooghoeken zie ik de volgende wachtenden en de nieuw aangekomen gasten.
De eerste cadeaus pak ik nog uit, daarna leg ik de attenties achter mij op een tafel en doe ik een apert onhaalbare poging om te onthouden wie wat gegeven heeft. Waar is de assistent die de namen op de cadeaus kan plakken?
De tijd schiet voorbij. Gewoon doorademen, zeg ik tegen mijzelf tijdens de toespraken. Ik balanceer tussen de lovende woorden en de relativeringen in mijn hoofd. Het lukt mij niet alles in mij op te nemen. Een beetje aandacht is prettig, maar zo in het middelpunt staan voelt onwennig. Door het raam zie ik op een afstand de Domtoren, het standvastig baken boven het gewoel van de stad. Kon ik maar een Domtoren zijn.

De rode cijfers van de wekker staan op 2.30 uur. Ik draai me nog eens om.afscheid nemen
Ik ben mijn loopbaan ooit begonnen als coördinator van  een project over stervensbegeleiding en rouwverwerking. Onze boodschap was dat je kunt leren om afscheid te nemen. Ik probeerde het zelf in de praktijk te brengen. Zo liet ik mijn kinderen, die er als peuter moeite mee hadden, dat ik naar mijn werk ging, uitgebreid voor het raam zwaaien.
Vandaag ben ik uitgezwaaid.
Nou tabé dan, ik groet je…

 

Reageren? Klik links onder op het tekstwolkje. Het rechter icoontje kan je gebruiken om dit blog te delen. Op de hoogte blijven? Vul dan in de rechterkolom je naam en mailadres in.