De mier is een schepsel, dat bij mij een potje kan breken. Hij is aandoenlijk, werklustig en hij vervult een goede functie in het ecosysteem.
Niettemin heb ik wel eens in een bos met naar afgrijzen neigende verbazing staan kijken naar een mierenhoop in de vorm van een piramide. Al die miljoenen krioelende beestjes die schijnbaar ongeorganiseerd door elkaar heen lopen. Kan dat niet wat efficiënter, vroeg ik me af. Tegelijkertijd boezemde die veelheid aan insecten mij enige angst in. Dat kan met mijn jeugd te maken hebben.
In een van de boeken van Saskia en Jeroen (Jaap ter Haar) was Saskia in een mierenhoop gaan zitten. Zij moest al haar kleren uitslaan om verlost te worden van het grut. Tussen haakjes: deze passage herinner ik me niet zozeer vanwege de mieren, maar vanwege de tekening. De blote billetjes van Saskia waren voor mij, een goed-katholiek kind, van een ongehoorde frivoliteit. Ik had nog nooit een ander mens, zelfs geen ander kind in zijn blootje gezien.

In onze tuin hebben wij een aardige mierenkolonie. Zodra de winterregens voorbij waren verschenen overal tussen de tegels kleine hoopjes opgeworpen zandkorrels. De nijvere seizoensarbeid was begonnen. Het gaf mij de associatie dat de gehele ondergrond een soort platgeslagen mierenhoop is. Zolang ze maar buiten blijven vind ik alles best. Maar je begrijpt dat ik er niet over zou schrijven als zich niet ergens een probleem zou aandienen.

Het eerste was een klein hoopje mieren in de gang. Ze hadden zich de toegang verschaft door onder de voordeur te kruipen. G. maakte zich gelijk ongerust, ik zat toen nog in de fase van het ‘even aankijken’. Soms is dat andersom, dat is wel weer het fijne van onze relatie.
Leuke beestjes of niet, maar op zo’n moment heb ik geen consideratie en ga ik er met mijn schoen bovenop staan.
Op de tweede dag marcheerden de mieren in optocht uit de vaatwasser omhoog tot op het aanrechtblad. Daar werd een grens gepasseerd, vonden we. Bovendien hielden ze geen anderhalve meter afstand van elkaar. Hoewel onze schoonmaaklat al redelijk hoog ligt, gooiden we er nog een nijver schepje bovenop.
Op de derde dag speelden zij met zijn allen verstoppertje onder de aanrechtkastjes. Tuut-tuut-tuut-tuut, zei Truus de mier. De noodzaak van rigoureuze maatregelen bleek onontkoombaar. Geen lockdown, maar een lock-out zogezegd. Een van de vele wetenswaardigheden die we vonden op internet was, dat mieren niet van koper houden. Dat treft! G. bewaart al jarenlang een grote pot met centen. Onze kinderen speelden er wel eens mee, later de kleinkinderen. Nu hebben wij de plinten in onze keuken versierd met rijen munten. Het mag een centje kosten, vonden we. Het resultaat is verbluffend. Zo af en toe zien we nog wel eens een eenzame mier in verwarring tussen twee munten heen en weer lopen op zoek naar de juiste richting. De grote troep is echter de hort op. De vraag is waarnaar toe. Voorlopig zijn er nog geen plannen om de beperkingen op te heffen.