Avec ma gueule de métèque, de juif errant, de pâtre grec et mes cheveux aux quatre vents
Avec mes yeux tout délavés qui me donnent l’air de rêver, moi qui ne rêve plus souvent
Het zijn de eerste regels van het chanson Le métèque van Georges Moustaki. Grote delen van dit lied uit 1969 zijn in mijn herinnering blijven hangen . Daarmee zijn het de enige regels poëzie uit mijn gymnasiumtijd die ik nog ken. Geen verzen van Homerus, geen regels van Vergilius, geen gedichten van Rilke of Keats, maar de woorden van een poplied dat in Frankrijk wekenlang nummer één stond. Dat ik deze tekst nog ken is geheel en al de verdienste van onze onconventionele leraar Frans, meneer Vos.
Vos sprak in de lessen uitsluitend Frans, hij was de enige leraar die dat zo deed. Ik was van het ouderwetse leren. Woordjes stampen, verbuigingen leren en dan toepassen. Dus ik vond die uitleg in het Frans maar irritant. De leraar zei eens iets tegen mij persoonlijk wat ik niet begreep. Hij maakte daarbij een gebaar met zijn hand bij zijn mond. Toen begreep ik dat het iets met mijn spraakgebrek te maken had.
Hij was een leraar die nog wel eens afweek van de leerstof uit het boek. Als enige taaldocent had Vos zijn eigen lokaal met audio-apparatuur. Zo verraste hij ons op een goede dag in 1969 met Le Métèque. Liedjes luisteren, daar was ik wel voor in. Vervolgens deelde hij de Franse tekst uit en kregen we de opdracht om met onze buurman het lied te vertalen. Ik zie me nog worstelen met Ton door al die onbekende woorden die we moesten opzoeken. ‘Gueule’ stond niet eens in het woordenboek. Avec ma peau qui s’est frottée au soleil de tous les étés et tout ce qui porte jupons. Ik stond niet stil bij de wereld die beschreven werd.

Vos tijdens een Salon de Musique

Het Bonifatiuslyceum in Utrecht kende een aantal bevlogen leraren. Docenten die veel meer deden dan het plichtmatig afwerken van hun lessen. Zij organiseerden lezingen, stimuleerden toneel, of hielpen bij het maken van de schoolkrant. Meneer Vos was zo’n leraar. Hij hield bij hem aan huis regelmatig een Salon de Musique, een avond waarop leerlingen hun muzikale talenten konden laten horen. Ik behoorde niet tot die categorie.
Voor C., het meisje met wie ik een tijd gelopen heb, was de Salon een mooie gelegenheid. Zij speelde gitaar en schreef haar eigen chansons. Eén daarvan had zij voor mij geschreven. In de eerste drie coupletten beschreef zij het moois dat wij met elkaar deelden. Elk couplet eindigde met: ‘Je ne sais pas si…’. Het vierde couplet luidde:
Ne pense pas qu’il est l’amour
Nous sommes trop jeunes
Je te trouve joli, toujours
Mais je ne sais pas si…
Voor deze regels had ik geen woordenboek nodig. Het antwoord op haar twijfel kwam niet lang daarna, toen er bijna ongemerkt een einde kwam aan onze vriendschap.

Het Bonifatius College bestond in 2022 honderd jaar. In september verscheen het jubileumboek Méér dan een school, waarin ook de Salon van Ben Vos wordt beschreven. Het boek is te bestellen via www.boni100.nl