Het jaar 2000 (2)

Die zaterdagavond, eind juli 2000, slaap ik voor het eerst sinds vele jaren in mijn ouderlijk huis. Alles oogt klein. De slaapkamer voelt benauwd, het raam is veel kleiner en lager dan het vroeger was. Alsof het huis gekrompen is.
Mijn moeder was gevallen en ze kon niet meer opstaan. Ze had geen gevoel meer aan één kant van haar lichaam. Zij kon slechts met veel moeite haar arm en been iets bewegen. Met een uiterste inspanning was het ons gelukt om samen mijn auto te bereiken, zodat ik haar naar de eerste hulp kon rijden. Daar zaten we uren op slechte plastic stoelen te wachten tussen de gevallen mannen die van de voetbalvelden werden aangevoerd. Het leek alsof het niet tot mijn moeder doordrong wat er met haar gaande was. We verlieten het ziekenhuis met een voorraad bloedverdunners en de verzekering dat er niets gebroken was. Over de oorzaak van haar val en de aard van de beperkingen waren we niet wijzer geworden.
Hoe dan ook, het was duidelijk dat zij bij alle dagelijkse verrichtingen hulp nodig had. Ik bleef bij haar en hielp bij het uitkleden. Het was een gedoe, haar armen en benen werkten niet mee. Ik verbaasde me over wat zij onder haar jurk droeg: verschillende hemden, geen bh, een slobberige onderbroek. Het ondergoed was nog niet versleten tot op de draad, maar het kwam behoorlijk daarbij in de buurt. Met mijn armen om haar bovenlijf liet ik haar heel voorzichtig achterover zakken, zodat zij zittend op het bed belandde. Ik voelde het direct in mijn rug, ik ben een leek in de ouderenzorg. Daarna zwaaide ik haar benen bij. Die horde was genomen.

Moeder bij de wasmachine

Ik had me al vaker afgevraagd wanneer onze hulp nodig zou zijn. Van leeftijdgenoten had ik verhalen gehoord over wat er al niet gevraagd wordt aan mantelzorg. Op dit moment zijn wij aan de beurt, denk ik die avond met enig fatalisme. Ooit waren wij afhankelijk van moeders zorg. Nu zijn de rollen omgedraaid.
‘s Nachts word ik wakker van een geluid uit haar slaapkamer. Het is een langgerekt en angstig oeoeoeoe. Ze moest plassen maar kon haar bed niet uitkomen. Geduldig trek ik haar eerst een schone onderbroek en pyjamabroek aan. Terwijl zij zich vasthoudt aan de wastafel verschoon ik het bed.
Als ik ’s morgens opsta, mijn hoofd nog duf en duizelig, blijkt het bed van moederlief weer nat. Zou er ergens op deze zondag incontinentiemateriaal te koop zijn, vraag ik me af. Ik trek al haar natte goed uit. Ze staat geheel naakt voor me bij de aanrecht in de keuken, klaar om gewassen te worden. Moet ik dit wel doen? Ja, dit hoort erbij, niet nadenken, spreek ik mezelf toe. Mijn moeder lijkt zich niet bewust van het bijzondere van dit moment, ze laat alles gebeuren. Alsof ik haar elke morgen verzorg. Voorzichtig was ik haar witte lijf, de slappe borsten die mij ooit gevoed hebben, de schoot die mij gebaard heeft.
Als zij na veel moeite aangekleed is zitten we samen aan de keukentafel. De wasmachine draait en het koffiezetapparaat pruttelt. We hebben het goed samen.