In de vaart achter ons huis passeert nog wel eens een watervogel. Twaalf verschillende soorten lieten zich al bewonderen, zoals afgelopen maandag het koppel op de foto. Ik kan er niets aan doen, maar ik hou de aantallen bij.
Op een dag besloot een stel meerkoeten om maar eens te blijven hangen in het water bij onze tuin. Eigenlijk kregen we er zo twee huisdieren bij zonder ook maar iets voor hen hoeven te doen.
De meerkoet is niet mijn favoriete watervogel. Hij kan er natuurlijk niets aan doen, maar je hebt er al zo veel van, vind ik. Bovendien zijn meerkoeten nogal luidruchtig. Ze klakken met hun snavels dat het een lieve lust is. Misschien is het dat ook wel. G. is door dit geluid weer helemaal thuis in haar jeugd aan een boezemvliet in de Hoekse Waard.
Ik heb me nogal verbaasd over de meerkoet. Bijvoorbeeld over zijn manier van lopen. Zijn poten zitten recht onder zijn kont en niet midden onder zijn lijf. Een beetje vogel zou door zo’n bouw direct voorover kukelen. Zo niet de meerkoet, maar vraag me niet hoe hij dit doet. Lopen over water kan hij ook als de besten, met een snelheid die Jezus nooit gehaald heeft. En ik keek ervan op, dat een meerkoet niet keurig met de kippen op stok gaat (oogjes dicht, snaveltjes toe). Zelfs midden in de nacht, als G. slaapt, voelen ze zich geroepen om met hun geklak de herinnering aan de Hoekse Waard op te roepen.

De beestjes struinen de godganse dag langs het riet op zoek naar eten. ‘Daar hebben ze een dagtaak aan’, zei ik tegen G., om toch ook nog iets positiefs over de soort op te merken. ‘Nou ja, ze hebben toch niets anders te doen’, was haar antwoord.
Wie van de meerkoeten het mannetje is en wie het vrouwtje heb ik nog niet kunnen achterhalen. Ze zien er nogal uniseks uit. Dat er toch twee verschillende geslachten rondzwemmen bleek een maand geleden. Opeens waren onze vriend en zijn verloofde druk doende om een nestje te bouwen. Een drukke tijd brak aan, het stel nam geen halve maatregelen. Op drie plaatsen tussen het riet werd een bedje opgemaakt. Ik zag een van de twee een poging wagen om met een dik stuk riet horizontaal in de snavel tussen de dicht opeen staande verticale stengels door te komen. Ook de meerkoet heeft zijn levensproblemen op te lossen.

bron: vogelsgrootewielen.nl

Twee weken geleden bleef een van de twee op het nest zitten. ‘Het jonge leven is in aantocht’, zeiden wij vertederd. We besloten direct de zwangerschap met wat broodkorsten te ondersteunen. ‘Goed voor het zog’, zei G., die weer helemaal terug was in de tijd van de blijde verwachting. (Denk overigens niet dat het stel solidair is. Ze pikken elkaar het brood uit de snavel.)
Op Hemelvaartsdag waren wij getuige van wat nog het meest leek op een in de prijzen gevallen EO-documentaire. Uitvergroot door de vogelkijker zag ik twee, drie, nee víer donzen meerkoetjes met rode kopjes van het rieten nest afstappen. Nog wat onzeker, maar gemotiveerd volgden zij pa voor de eerste zwemles. Ik twijfelde of we Lang zullen ze leven zouden zingen. De kokmeeuw die ik een week eerder in Leiden met een meerkoetkuikentje tussen zijn snavel zag wegvliegen, dacht er duidelijk anders over. Ook die meeuw had natuurlijk niets anders te doen.