Bijgaande foto is gemaakt op 1 januari 1965 luttele seconden na 00:00 uur. We zien een huiskamer vol familieleden die elkaar een Zalig Nieuwjaar wensen. De fotograaf heeft zich zó gehaast om het moment suprême vast te leggen dat er een bijna geheel geanonimiseerde foto is ontstaan, een beeld dat uitstekend past in de eisen die de huidige privacywet aan publicatie stelt. Destijds werd de foto gewoon afgedrukt en in het album geplakt.
Het lijkt wel alsof wij destijds al vast een voorschot namen op de anderhalve-meter-samenleving. Geen omhelzingen, geen gezoen, maar een gestrekte arm.
Ik ben de figuur op de voorgrond. Ik ben twaalf jaar en aan de hoge broekspijpen te zien ben ik in de groei. Het geheven knietje doet enig ongemak vermoeden. Daarnaast valt op dat ik mijn winterjas aan heb. De reden moet geweest zijn dat ik na het handen schudden direct naar buiten wilde om rotjes en gillende keukenmeiden af te steken. Een altijd weer spannende bezigheid omdat het aansteken van het lontje vaak niet wilde vlotten en ik bang was dat het vuurwerk in mijn hand zou ontploffen.

1960. Vooraan mijn moeder, daarachter Tante Jo, beiden met een wafelijzer

Dat het een bijzondere dag was merkten we meestal in de loop van de morgen als mijn moeder de grootste pan die er in huis was, zo een die het complete fornuis in beslag nam, naast de kachel plaatste. De pan was afgedekt met een natte theedoek. Ik kreeg eens op mijn kop omdat ik het gewaagd had om onder de theedoek te kijken of het beslag al voldoende gerezen was. Soms bakte mijn moeder oliebollen, soms wafels.
Het wafelijzer zag eruit alsof het van generatie op generatie was doorgegeven. Een van de smeden uit de familie had er ooit een andere ijzeren ring omheen gelegd. Je kon er een grote ronde wafel in bakken die gemakkelijk in vijf hartjes te breken was. In de ring zat een scharnier. Tilde je het wafelijzer aan één kant hoog op dan kon je het ijzer omklappen, zodat ook de andere zijde mooi bruin kon worden. Daarvoor gebruikte mijn moeder een kachelpook.
Het bakken begon aan het einde van de middag. De jassen waren tevoren uit de gang verwijderd om te voorkomen dat men de volgende dag in de kerk de vette geur zou ruiken. Ma hulde zich in een witte jasschort, die speciaal voor deze gelegenheid uit de kast was gehaald. Zij wist als geen ander de juiste hoeveelheid beslag in het ijzer te gieten en in te schatten wanneer de wafel krokant bruin was. Dan opende zij het ijzer met de kachelpoot en wipte met vuurvaste vingers de wafel eruit. Vervolgens was het onze taak om de wafel te breken, de hartjes met gesmolten boter te bestrijken en er een mengsel van suiker en kaneel over te strooien. Het water loopt me nu nog in de mond.

Nadat wij het vuurwerk verknald hadden en de nieuwjaarswensen met de buren hadden uitgewisseld (zij wensten ons veel heil en zegen), wachtte de volgende morgen de mentale kater. De feestmaand was voorbij. School en huiswerk keken alweer venijnig lachend om de hoek.

Ik wens je een gelukkig nieuwjaar.