Mijn schoonouders hadden weinig te makken. Maar de spaarcenten die er waren werden om de paar jaar gespendeerd aan nieuwe meubels of nieuwe vloerbedekking. Bij ons is het precies omgekeerd. Wij hebben genoeg gespaard en doen al jarenlang met dezelfde meubeltjes. Hoe dit verschil te verklaren is, laat ik aan anderen over. Maar nu de scheurtjes in het leer van onze bank en de krassen op de bijzettafeltjes wel erg gaan opvallen ontkomen we er niet meer aan.
Kortom, wij zijn op meubeljacht. Welkom in de wereld van de woonwinkels. Groot, groter, grootst. Het woonparadijs is de ultieme uitdrukking van de overvloed in onze westerse maatschappij, iedere droom kan waargemaakt worden, de keuzemogelijkheden zijn eindeloos.
Ook in deze wereld dringt de tweedeling zich op: ruim opgezette afdelingen met dure designmeubelen tegenover étages waar je volgens vaste looproutes tussen de dicht opeengestapelde massagoederen loopt. Op de laatste is geen personeelslid te vinden, op de eerste wacht een keurkorps aan goedgetrainde verkopers hongerig op de paar klanten die aarzelend de meubelzaal betreden.
Jezelf niet opdringen, maar beschikbaar zijn als het moet, lijkt het credo van deze verkoper. Glimlachen, vragen, informeren, maar alles op een ingehouden manier. Dus komt er een klant met een bovenmatige interesse dan moet je als verkoper volharden. Je omzetcijfers worden immers gemonitord. Heeft de klant één vraag gesteld, dan duik je even later onverwachts achter een pilaar op.
Geleidelijk de mondige klant over de streep trekken, zo gaat de klantgerichte en omzetgestuurde verkoper te werk. Hij peilt welk vlees hij in de kuip heeft. Hij gooit zijn kennis in de strijd, zijn opvattingen over wat modern of kwalitatief is en hij paait. Kopje koffie? Stukje appeltaart erbij?

Afgelopen woensdag brachten wij van 10 tot 3 in zo’n paradijs door en al die uren hadden wij een verkoper als persoonlijk begeleider tot onze beschikking. We kregen een lunch aangeboden, vervolgens de blackbird van Eames, een peperduur kunstzinnig object, en als klap op de vuurpijl een cheque van 400 euro te besteden tijdens ons volgende bezoek. De marges zijn ruim op dit soort afdelingen.
Als klant kan je een beetje hulp best gebruiken. De overvloed aan mogelijkheden leidt al snel tot keuzestress. Wat neem je als uitgangspunt? De bank, de gordijnen, het vloerkleed? Welke stijl spreekt aan, welke materialen, welke kleuren? We waren al langs tig websites gescrolld en we wilden niet even zoveel winkels afgaan. We wilden iets moois en iets betaalbaars. Soms wilden we het onmogelijke. Maar bovenal wilden we onzekerheidsreductie. Dat kan de verkoper wel bieden.
Toen we bijvoorbeeld na lang wikken en wegen – en in goed onderling overleg – de keuze hadden gemaakt voor een bepaalde kast, waren we er nog niet. Er volgden nog talloze opties voor het soort hout, de kleur, links- of rechtsdraaiende deurtjes, lade of klep, plaats van het kabelgat tot aan de kleur van de dop die het kabelgat afdekt; alles via een flitsend computerprogramma aan je voorgeschoteld door de geduldige verkoper, die inmiddels al lang weet dat hij beet heeft.
Verkoper en klant, wat zouden zij zijn zonder elkaar?