Na het Jaar van de Vrouw en het Jaar van het Kind was het in 1981 de beurt aan de Gehandicapte. Zo gaat dat. In het kader daarvan was iemand op het idee gekomen om voor leerkrachten een boek samen te stellen over handicaps bij kinderen. Kennis bevordert immers de acceptatie. Ook aan de vereniging van stotteraars werd een bijdrage gevraagd. Ik was in die jaren nogal actief voor die club en had niet lang daarvoor een boek over stotteren geschreven, een uitgave die het om een of andere reden nog tot een tweede druk geschopt heeft. Derhalve kwam de vraag bij mij of ik een hoofdstuk over stotteren bij kinderen wilde schrijven. Ik hoefde alleen maar een korte samenvatting te geven van mijn boek en zou daarvoor ook nog eens 500 gulden ontvangen. Een handicap leverde in die tijd nog wel eens wat op. Ik bevond mij bovendien in het gezelschap van onder meer Guus Kuijer en Mary Michon, wie zou dat niet willen.
Toen het boek klaar was volgde nog een bijzonderheid: ik ontving een uitnodiging voor de overhandiging van het eerste exemplaar aan prinses Juliana.
Ik was geen fan van het koningshuis. Niet, dat ik een jaar tevoren had deelgenomen aan de Slag om de Blauwbrug (‘Geen Woning, Geen Kroning’), maar mijn sympathie lag meer bij de krakers dan bij de oranjegezinden. Voor het schudden van de hand met de koningin van mijn jeugd wilde ik echter mijn principes wel even opzij zetten.

Alle genodigden dienden om veiligheidsredenen een half uur voor aanvang aanwezig te zijn.
Daar zaten we dan met zijn allen een half uur te niksen. Het viel mij op, dat er voorin de zaal nog enkele kinderen met een verstandelijke handicap aanwezig waren. Het bleek dat zij hadden meegewerkt aan een film.
Hoe meer de tijd verstreek, hoe meer de spanning steeg. Het was het wachten op Sinterklaas en de Tour de France in het kwadraat. Toen Juliana eindelijk binnenkwam, klein van stuk tussen alle veiligheidsfunctionarissen, de zaal geen blik waardig keurend, vond ik die entree er niet zo vorstelijk uitzien, in ieder geval heel anders dan het vriendelijke zwaaien op het bordes.
Nadat het boek was aangeboden en de film over de kinderen met het syndroom van Down was vertoond (de rammelende collectebussen aan het einde bleven achterwege) vond ik, dat het moment wel gekomen was, dat de geprezen auteurs aan Hare Majesteit zouden worden voorgesteld.
Juliana had zich echter na afloop van het programma eenvoudig weg omgedraaid naar de voorste rijen. Zij onderhield zich met zichtbaar plezier met de verstandelijke gehandicapten. Alles mooi en aardig, dacht ik, maar nu is het wel onze beurt. Ik was er vast maar bij gaan staan, wachtend op een teken van de organisatie om naar voren te komen.
Opeens waren er toen weer die veiligheidsmensen. Juliana pakte haar handtas en zo vertrok de koninklijke stoet weer naar buiten. Opnieuw keek zij de zaal niet in, zij had niet eens het aangeboden boek in haar hand. Zo gaat dat als jarenlang je dienaren de aangeboden cadeaus ‘achter de struiken flikkeren’, zoals Wim Sonneveld ooit zei.
‘Samen gewóón verder’ heet het boek, met als ondertitel: ‘Gehandicapt zijn is anders dan je denkt….’. Dat was voor mij in deze situatie een uiterst adequate aanbeveling.