Er staan vier huizen plus een eettentje rond een spoorwegovergang, meer is het niet: Assel, een gehucht ten westen van Apeldoorn. Ik fiets er rond en speur naar een vakantiehuis in het bos.
In het voorjaar van 1960 ging ik voor het eerst van mijn leven met mijn ouders, broer en zussen en weekje op vakantie. Eigenlijk is vakantie niet het goede woord. Mijn vader was depressief geraakt en om daarvan bij te komen stelde zijn directeur diens vakantiewoning op de Veluwe een weekje ter beschikking. Het was een houten huisje, midden in het bos, niet ver van de spoorlijn naar Apeldoorn. Het heette de Turfflesch.
Ik was zeven jaar, voetbalde met mijn broer en speelde op mijn eentje zelfbedachte spelletjes op het grasveld naast het huis. Af en toe fietsten mijn vader en ik naar een kloosterboerderij om melk te halen. Ik mocht er kijken naar de varkens in de schuur.

Mijn broer wil bij mij een doelpunt maken

Of de vakantie mijn vader geholpen heeft, zou ik niet weten. Daar werd niet over gesproken. Ik wist alleen dat deze week iets met zijn ziekte te maken had en dat we de directeur van Douwe Egberts eeuwig dankbaar moesten zijn voor diens edelmoedige gebaar.
Dat mijn moeder na dit weekje minder gezond naar huis ging was mij echter meer dan duidelijk. Het was bovendien nog mijn schuld ook.
Het was midden in de week. Iemand begon na het avondeten opeens over Haust paneermeel. Ik moest daar vreselijk om lachen en holde naar mijn moeder die in het keukentje de afwas deed. In de gang botste ik hard tegen haar op. Zij had veel pijn. Alle familieleden hadden aandacht voor haar, niemand keek naar mij om. De hoofdpijn van mijn moeder zou weken aanhouden. De huisarts schreef rust voor. Jaren later, bij het opruimen van het ouderlijk huis, zou ik in de map Apotheek nog recepten voor kalmeringsmiddelen tegenkomen, die dr. Fizaan in 1960 voor mijn moeder had uitgeschreven. Het was een ongelukje, maar ik voelde mij diep schuldig. Onze eerste vakantie, de vakantie voor het heil van mijn vader, had ik voor mijn moeder grondig verpest.

Bij de spoorwegovergang werkt Structon aan de verbetering van het spoor. Het terras van Halte Assel, het eettentje naast de spoorwegovergang, zit vol. Niets hiervan komt mij na achtenvijftig jaar bekend voor. Wel zie ik even verderop een boerderij van de Paters Salesianen van Don Bosco. Nergens zie ik een eenzaam houten huisje in het bos.
Als ik een paar dagen later een rondje over Kootwijk fiets en op een paar kilometer van Assel de spoorlijn passeer, zie ik opeens een glimp van een huis in het bos. Ik keer mijn fiets en zie, verstopt achter de struiken, een houten woning liggen. Ik zie de horizontale planken op de gevel en de kenmerkende knik in het dak. Dit moet de Turfflesch zijn. Het huisje was in mijn herinnering sparrengroen, nu is het zwart. Hier ligt een glimp uit mijn jeugd, een plek voor altijd verbonden met mijn eerste vakantie en nog meer met Haust paneermeel.