mensenAl jarenlang staat het boekje in mijn kast: Opvoeding tot mondigheid van Theodor Adorno (Spectrum, 1973). De Duitse socioloog pleitte in dit boek voor het bevorderen van kritisch bewustzijn bij kinderen. In plaats van kinderen gehoorzaamheid en volgzaamheid aan te leren, moet de nadruk in de opvoeding liggen op het leren zelf na te denken.
Een mondige burger denkt niet alleen na over zijn eigen belangen, maar heeft ook oog voor die van anderen. Hij is bovendien in staat om zijn eigen handelen kritisch te bezien. “De waarlijk mondige burger  is in staat om met tegenslagen en tegenstrijdigheden om te gaan en deze ‘uit te houden’ “.
Adorno kon het weten. Hij is bekend geworden met zijn onderzoek naar de autoritaire persoonlijkheid, de mens die klakkeloos bevelen van anderen volgt, een onderzoek dat hij vlak na de oorlog uitvoerde.
Ik las Opvoeding tot mondigheid in de jaren zeventig, nadat ik zelf een opvoeding tot gehoorzaamheid had genoten. Mijn trouw aan kerk, leraren en andere traditionele autoriteiten had ik inmiddels ingeruimd voor het volgen van andere ideologieën. Voor mijzelf kwam het pleidooi van Theodor Adorno een beetje te laat.

Als ik nu kijk naar de generaties na mij, dan vind ik dat de mondigheid absoluut is toegenomen. Veel mensen accepteren niet meer klakkeloos een besluit van een gemeentebestuur, het beleid van een politicus, de mening van een arts of  een wetenschapper. Zij laten van zich horen, nemen het heft in eigen handen en organiseren indien nodig een tegenbeweging.
Theodor zou hier tevreden mee moeten zijn.
Of niet?
Ik twijfel. Want zijn het wel allen mondige burgers die ik hoor? Waar ligt de grens tussen de mondige burger en de verwende burger? Tussen de burger die opkomt voor zijn mening en zijn rechten en die rekening kan houden met anderen. En de burger die zich laat horen, maar die als een verwend kind niet kan accepteren, dat de zaken niet zo lopen als hij wil.
Zoals ouders, die hun zoontje van de voetbalclub halen omdat zoonlief niet in het selectieteam gekozen is. Progressieve burgers, die protesteren tegen de aanleg van een OV-lijn, omdat zij met hun auto 400 meter extra moeten rijden om de wijk uit te komen. Burgers, die petities tekenen, omdat er op een kilometer afstand een windmolen is gepland.
Twee weken geleden gaf in een dierenboerderij in Utrecht een zeug het leven aan welgeteld 18 biggen. De kinderen en hun (groot-)ouders verdrongen zich rond het hok, waar de biggetjes elkaar huppelend achterna zaten. Vrolijkheid alom, maar het slechte nieuws is dat de kinderboerderij zo’n  aanwas van varkens niet aankan. Een aantal jonggeborenen zal op termijn naar het slachthuis verdwijnen. De actiegroep is inmiddels gevormd. ‘We hebben contact met de wethouder. Er moet beleid komen rond het fokken van dieren in de gemeente’.
Pedagoog Micha de Winter gebruikte ooit de term grote mondigheid.

De toegenomen mondigheid heeft een schaduwzijde in de afnemende bereidheid om rekening te houden met anderen en om tegenslagen te accepteren.
Een mondige burger kan een verwende burger worden. En erger: een verwende burger kan een boze burger worden: een landgenoot die, niet meer voor rede vatbaar, achter leiders aanloopt die het onbereikbare beloven. Dan zijn we weer bijna terug bij de autoritaire persoonlijkheid van Adorno.
Opvoeding tot mondigheid wordt weer actueel.

Reageren? Klik links onder op het tekstwolkje. Het rechter icoontje kan je gebruiken om dit blog te delen.