zomaar een koor

‘Jullie zijn wéér een hele noot gezakt’, zei de dirigent van een van mijn koren onlangs. We hadden ons best gedaan op een compositie van Tomas Luis de Victoria. Het was de laatste repetitie voor een optreden. ‘Ik overweeg serieus om dit stuk tijdens de uitvoering neuriënd uit te voeren’, voegde hij er dreigend aan toe. We hoorden het aan met een mengeling van berusting en tegenzin. De dirigent besteedt al enkele jaren veel aandacht aan de intonatie. Maar op de een of andere manier wil het niet goed lukken. Wat is hier aan de hand?

Wie zingt moet aan het einde van het stuk de a of welke andere noot dan ook op dezelfde hoogte zingen als aan het begin. Dat gebeurt vaak niet en het vervelende is dat je  dat als zanger zelf niet goed in de gaten hebt. Het zakken ontstaat onder andere door de sprongen die je in de muziek maakt. Een hoge noot zingen is moeilijker dan een lage noot. Daardoor pak je die noot vaak net niet hoog genoeg. Omgekeerd bestaat bij een dalende melodielijn het gevaar, dat je de stap te groot neemt  en zo net wat te laag uitkomt. Onzekerheid over de noten en een gebrekkige ademsteun werken het zakken verder in de hand.
Zing je op je eentje, dan valt de schade nog wel mee. Maar in een koor heb je de neiging om je aan te passen aan je buurman. Ongewild en ongemerkt neem je de makkelijkste en laagste toon over en ga je met zijn allen omlaag. Gaat er één koe liggen, dan volgt de kudde als vanzelf.
Sommige koren zakken wel erg abrupt. Wie googlet op ‘zakken koor’ krijgt een site met een filmpje waarin een Chinees koor na een flinke armzwaai van de dirigent door het podium zakt en diep omlaag valt. De dirigent, van top tot teen gefocust, gaat nog even door met dirigeren. Hij zwaait de zangers uit die in de diepte verdwijnen. Daarna gaat hij kijken waar de zangers gebleven zijn. Er waren 8 gewonden.

Door te neuriën kan je het zakken beperken. Je hoort dan namelijk je eigen stem beter en die van de anderen minder. Hetzelfde geldt voor zingen met vingers in je oren.
De dirigent van mijn andere koor laat de zangers van de verschillende stemgroepen tijdens de repetities door elkaar heen staan. Dat stelt hogere eisen aan de zangers. Je moet je partij zelfstandig kunnen zingen, je kunt niet leunen op je buurman. In dit koor blijven we veel beter op toon.
Het zakken leidt binnen een koor tot frustratie en ongeloof. Alsof een voetbalelftal verloren heeft. Of de beurs is gekelderd. Ieder heeft zijn eigen mening over hoe het ontstaat. Je weet nooit precies waar het zakken begint. Het lastige is bovendien, dat een dirigent niet veel anders kan doen dan aangeven dat een noot hoger genomen moet worden. Maar wat je dan als zanger exact moet doen is niet uit te leggen.
Zoals een karavaan de snelheid heeft van de langzaamste kameel, zo heeft een koor de zuiverheid van de zanger die het minst op toon blijft. Dat roept spanningen op. Spanningen hangen samen met  ambities. Van de dirigent of van de betere zangers.
Daarom is het goed om na afloop van elke repetitie nog even door te zakken.