Het lijkt door alle ophef over de verkiezingen alweer lang geleden. Het lawaai van rondcirkelende helikopters en politiesirenes overstemde maandag in Utrecht de piepjes van de smartphone met het volgende nieuwsbericht. Een afrekening in het criminele milieu, was mijn eerste gedachte. Ongeloof. Dat er een terreuraanslag in mijn eigen stad had plaatsgevonden wilde ik vooralsnog niet aannemen.
Net toen ik op het punt stond om de deur uit te gaan, kwam het advies van de burgemeester om binnen te blijven. Er waren geruchten dat er gevaar dreigde op de Maliebaan, vlak bij ons huis. Het werd erg stil op straat.
Natuurlijk wilde ik meer weten, iedereen wilde meer weten. Ik volgde het liveblog op de site van de NOS en stemde af op Radio 1. Dat lijken me fatsoenlijke media. Of niet?
Tot laat in de middag overheersen de geruchten de feiten. En dus begint het Grote Speculeren. Allerlei deskundigen zijn ingehuurd om hun mening te geven over wat er aan de hand kan zijn. Over de handelwijzen van de hulpdiensten wordt druk gediscussieerd. Buurtbewoners en kennissen van de schutter doen hun verhaal, maar feitelijk is er nog weinig te melden.
Is het dan niet een taak van de journalist om dit te zeggen? ‘We zouden u graag meer vertellen, maar we hebben nog onvoldoende feiten. Dus we gaan over naar het overige nieuws’. Emoties zijn er al genoeg. Mag het in de media een onsje minder?

De politieke partijen stoppen hun campagnes. Verspreiding van politieke boodschappen op zo’n dag lijkt niet kies. Eén partij wil niet daaraan meedoen. Het lijkt me relevant, dat de media melden welke partij dit is. Dat doet Nieuwsuur ook, maar vervolgens laten zij beelden zien van een partijbijeenkomst van de zelfverklaarde Messias en laten ze horen welke duiding hij aan de aanslag geeft. Onder het mom van ‘onze kijkers hebben hier behoefte aan’ wordt de zorgvuldige campagnestop van de andere partijen doorbroken en kiezen ze de kant van de partij die niet het fatsoen op kan brengen om te zwijgen. Is dit naïviteit of onfatsoen van de journalist?
Zo lopen veel media al jarenlang achter Wilders aan. Hij schuwt de emotie niet en vertolkt de gevoelens van sommige mensen. Dus dat is ‘nieuws’. Op welke markt Wilders zich ook vertoont, de cameraploegen, microfoons en notitieblokken overtreffen het aantal aanhangers, ook al verkondigt hij al jarenlang dezelfde boodschap en is er allang geen sprake meer van nieuws . En dan beweren de populisten nog, dat er in Hilversum alleen maar linkse journalisten zitten die nepnieuws verkopen.

Dinsdag besluiten de politieke partijen tot een beheerste voortzetting van de campagne. De NOS laat daarom het geplande verkiezingsdebat doorgaan. Over van alles rond zo’n uitzending wordt uitgebreid onderhandeld. Waarom maakt de NOS, het is tenslotte hún programma, geen afspraken over het achterwege laten van politieke boodschappen over de aanslag, om te voorkomen dat er politieke slaatjes uit deze gebeurtenis worden geslagen?
Ik weet het: don’t blame the messenger. Het zijn Wilders en Baudet die de bedenkelijke meningen verkondingen, niet de journalisten. Ik ben ook niet voor een boycot of censuur. Maar kan het een onsje minder en een onsje fatsoenlijker? Zeker als het gaat om politici die niet thuis geven aan de onderhandelingstafel, maar alleen opbloeien als de camera’s gaan draaien.