Met het oorlogsmonument in Vleuten worden twee verzetsstrijders herdacht: Thomas Bakker en Kees Spanjersberg. Over Bakker is ooit een artikel gepubliceerd, van Spanjersberg is nagenoeg niets bekend. Omdat ik bezig ben met het schrijven van een boek over de Tweede Wereldoorlog in Vleuten – De Meern ging ik op zoek. Wie was Kees Spanjersberg en wat heeft hij in het verzet gedaan?
Het weinige dat over hem bekend is komt van een formulier dat zijn vader na de oorlog heeft ingevuld. Het bevindt zich in het archief van het NIOD, het instituut voor oorlogs- holocaust- en genocidestudies.
Kees Spanjersberg wordt geboren in 1911 in Vlaardingen. Hij trouwt in 1936 en wordt in hetzelfde jaar vader van een dochter. Aan het begin van de oorlog woont hij in Utrecht waar hij als kantoorbediende werkt bij Van Gend en Loos. Hij wordt al snel actief in het verzet. In 1941 zit hij vanwege dat verzetswerk drie weken in de strafgevangenis (‘Het Oranjehotel’) in Scheveningen. ‘Hij heeft daarna zeker het illegale werk voortgezet. Hij vertelde ons nooit daarvan’, schrijft zijn vader. Vanaf 1943 heeft Kees een onderduikadres bij tuinder Wttewaal in Vleuten. Daar wordt hij tijdens een razzia op 10 oktober 1944 tezamen met acht andere verzetsstrijders opgepakt. Spanjersberg en Bakker worden twee dagen later in Utrecht gefusilleerd.

Ik begin mijn zoektocht op internet. Ergens wordt vermeld dat Spanjersberg lid was van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. In de twee vuistdikke boeken over deze verzetsorganisatie komt zijn naam niet voor. In de archieven van de LO en die van de Ordedienst, een andere verzetsorganisatie, is de naam Spanjersberg evenmin te vinden.
Na een volgende zoektocht kom ik in contact met een kleindochter van tuinder Wttewaal. Leden van deze familie, zo hoor ik, hielpen met het verspreiden van illegale bladen. Over Spanjersberg weet zij niets meer te vermelden dan dat hij eens zei: ‘als ze mij nog een keer pakken, dan ben ik erbij.’
Het frustreert mij dat er over de man die leider van het verzet in Vleuten wordt genoemd niet meer informatie te vinden is. Ik ga op zoek naar familieleden in Vlaardingen. Via een behulpzame medewerkster van de gemeente en via een rouwadvertentie op internet vind ik een adres. Op goed geluk stuur ik een brief. De aangeschreven man blijkt zowaar een neef van Kees Spanjersberg. Hij stuurt mij bijgaand fotootje van zijn oom. Voor de rest weet hij nog minder dan dat ik weet.

Graf op de erebegraafplaats in Loenen (Gld)

Ik doe nog één poging. Via het Centrum voor Familiegeschiedenis achterhaal ik dat de dochter van Spanjersberg inmiddels overleden is. Maar ik kom ook te weten dat zij één dochter had. Deze vrouw heeft vier voorletters. Dat is niet onbelangrijk want internet geeft op de unieke initialen een bv in Rotterdam. Na ontvangst van mijn brief belt deze vrouw mij onmiddellijk op. Kees Spanjersberg is inderdaad haar opa. Bingo!, denk ik. Zij wil mij graag helpen, maar haar moeder heeft haar nooit iets over opa en zijn verzetsverleden verteld…
Verzetslieden moesten in het geheim opereren en zo min mogelijk sporen achtergelaten. Dat heeft Spanjersberg uitstekend gedaan.