Ik was vijfentwintig en zat boordevol plannen toen ik tijdens een sportuurtje in volle vaart met mijn hoofd tegen een andere sporter aanliep. Om mijn door elkaar geschudde hersens wat rust te gunnen zat ik regelmatig achter de piano van een huisgenote. Met behulp van het eerste oefenboek van Folk Dean probeerde ik een boerenpolka in mijn vingers te krijgen. Het beviel zo goed, dat ik besloot pianoles te nemen.
Toen er daarna hoorde dat iemand een aftandse piano voor 100 gulden aanbood aarzelde ik geen moment. Een eigen piano, dat maakte me niet alleen onafhankelijk van mijn buurvrouw. Het bezit zou mij in staat stellen om onbekende kanten van mijzelf te ontwikkelen, mijn gevoelens te ontdekken en mijzelf uit te drukken. De piano moest mijn grote vriend worden.
Voor een zelfde bedrag huurde ik een busje en toog naar Alphen aan de Rijn. Daar stond ie te wachten op mij, mijn Woltersdorf, het glanzend zwarte instrument dat mij tot in of minstens tot vlakbij de hemel zou brengen. Het geluid riep associaties op met een afgeragde cafépiano maar dat mocht de pret niet drukken.

Ik oefende iedere dag en maakte vorderingen. Ik schreef mijn eerste eigen compositie. Embattled illusions noemde ik het werkje in e-klein, niet beseffend dat ik mezelf hiermee een vingerwijzing gaf voor de toekomst. Na een tijdje schakelde ik over van het klassieke naar het populaire repertoire, van partituur lezen naar improvisatie.
In die tijd verhuisde ik regelmatig. Mijn spullen pasten in één bakfiets, dus zo’n verhuizing zou een peulenschil zijn geweest, ware het niet dat die verdomde piano iedere keer mee moest. Daar had ik bij de aankoop even niet aan gedacht. Na elke verhuizing klonk het instrument weer valser.

De jonge vader speelt nog eenmaal

Toen na acht jaar onze eerste zoon geboren werd, stopte ik met les en met spelen (de baby slaapt, de baby huilt, de baby moet naar buiten). Als laatste had ik nog een lied van Maurice Dumas¹ uit 1908 ingestudeerd:
Dames, heren, wil eens naar mij horen, welk geluk mij heden is beschoren
Want mijn vrouw heeft mij zo even, een ferme knappe zoon gegeven.
Strikt bekeken was het mij dus gelukt om mijn expressievermogen te vergroten.
Daarna begon de Woltersdorf aan zijn pensioen. Hij had al te lang moeten doorwerken. Ik kon het echter nog niet over mijn hart verkrijgen om hem de deur uit te doen. Wie weet zou ik nog eens inspiratie krijgen. Dus toen wij in 1985 verhuisden naar ons huidige huis moest er een takelwagen aan te pas komen om de piano een plekje op mijn kamer op de tweede etage te geven. Dat was een heleboel geld voor een parkeerplek.
Ik speel al jaren niet meer, enkele toetsen hebben het begeven, dus nu wordt het hoog tijd om het instrument uit zijn lijden te verlossen. Maar hoe? Waar laat je zo’n oud kreng? Het past niet in een container voor restafval en ik heb geen bedrijf voor piano-destructie kunnen vinden. Na wat rondbellen blijkt dat ik mijn Woltersdorf bij een afvalscheidingsstation mag inleveren. Moet ie nog wel eerst van de 2e etage af.

¹Maurice Dumas was een Nederlandse humorist en zanger, bekend van  Joseph, laat je broekie zakken en O lieve Mathilde als jij eens wist wat ik wilde.