De liquidatie van de NSB’er Fake Krist in Haarlem – bron: Verzetsmuseum

Het is maandagavond 9 oktober 1944. Aan de Enghlaan in Vleuten zit boer en NSB’er Hendrik van der Grift om 20.45 uur met drie huisgenoten in de keuken. Er is even een moment van ontspanning voordat het tijd is om het bed op te zoeken. Dan gaat de keukendeur open. Drie gemaskerde en gewapende mannen richten hun wapens op Van der Grift. Nog voor iemand iets kan doen zijn de mannen weer verdwenen, Van der Grift dood achterlatend. Zijn huisgenoten blijven ongedeerd. Op de grond liggen vijf lege hulzen van negen mm.
In Vleuten verspreidt het nieuws van de aanslag zich de volgende dag razendsnel. Ongeloof overheerst naast onbegrip en ook verontwaardiging. Van der Grift staat bekend als ‘een goede NSB’er’, een nette man die geen vijanden had. Mijn vader schrijft in zijn dagboek: ‘gisteravond is van der Grift vermoord door enkele gemaskerde mannen. Hij had enkele weken geleden zijn radio bij de burgemeester ingeleverd met de tijding dat hij geen NSB’er meer wilde zijn. Men hoort hem veel prijzen. Hij gaf veel aan de armen.’
Als represaillemaatregel worden een paar dagen later twee verzetsmensen opgepakt en gefusilleerd. Er zijn nooit daders voor de aanslag op Van der Grift aangehouden. Na de opwinding van de eerste dagen is er in Vleuten over gezwegen. In 2009 rekent Jack Kooistra in zijn boek Recht op wraak de aanslag in Vleuten tot de dubieuze of onterechte liquidaties. Hoe waarschijnlijk is dit?

In Vleuten woonden zo’n twintig NSB’ers. Ze werden getolereerd zolang zij zich niet te buiten gingen aan zelfverrijking, verraad of geweld. Ook het aantal verzetsmensen was aanvankelijk beperkt. Dat veranderde najaar 1944. De gedachte dat de geallieerden geholpen moesten worden om de vijand te verslaan, nam hand over hand toe. De Engelse luchtmacht dropte in het tuinbouwgebied wapens voor het verzet. Verstopt onder een stapel hout op een handkar werden de stenguns verspreid. Het verzet kon maar mondjesmaat oefenen met de wapens omdat men niet over geluiddempers beschikte. Vlak na de oorlog schreef een verzetsman dat de dood van de twee leiders ‘geheel onverwacht’ kwam.

De bijzondere rechtspleging – bron: Nationaal Archief

Iedere collaborateur moet na de oorlog voor het gerecht verschijnen. In 1947 vindt postuum de rechtszaak plaats tegen Van der Grift. Vier Vleutenaren, inclusief twee verzetsmensen, leggen ontlastende verklaringen af.
Politieman Kolijn verklaart dat hem uit verschillende gesprekken met Van der Grift is gebleken, dat deze zich al veel langer niet meer kon verenigen met de idealen van de NSB en dat hij daarom in september 1944 als lid bedankt heeft. Kolijn vermoedt dat Van der Grift niet eerder heeft willen bedanken ‘om zijn vader, eveneens N.S.B.’er, niet te krenken.’
Een andere inwoner noemt Van der Grift ‘een bijzonder humaan en edel mens.’ Het was geen partijman. ‘Zijn streven was steeds een meer waarderende houding ten opzichte van de agrarische bedrijven.’
Deze laatste waarneming sluit aan bij wat historicus Piet de Rooy schrijft over de uitwerking van de vooroorlogse crisis op de agrarische sector. Veel boeren hadden een afkeer van de politiek. Zij hadden het gevoel dat zij verwaarloosd werden. ‘Ze ontwikkelden een eigen ideologie die zich scherp afzette tegen de moderne stedelijke cultuur van het westen.’ Zo werden zo vatbaar voor extreem-rechts.
De rechter van het Tribunaal besluit dat er geen maatregelen worden opgelegd.
Wie de daders zijn geweest en waarom zij Van der Grift hadden uitgekozen zal waarschijnlijk altijd onbekend blijven.