Routineus loop ik met de dik ingesmeerde, dubbelgeslagen baan behang de keukentrap op. De borstel steekt uit de zak van mijn zeventigerjaren tuinbroek. Als ik bovenop sta en me uitrek kom ik met mijn handen net bij het plafond. De muur is 3,60 meter hoog. Zorgvuldig balancerend plak ik het bovenste deel van de baan op de muur en borstel ‘m stevig vast. Nu kan ik de rest van de baan laten zakken.

In 1985 kochten G en ik tezamen met een bevriend stel ons eerste huis. De jaren waarin alles anders moest echoden nog na. Alle vier hadden we tijdens onze studietijd in een groep gewoond. We waren niet toe aan wat wij huisje-boompje-beestje noemden: met zijn tweeën een gezinnetje stichten. Om ons ideaal van samenwonen vorm te geven kochten we een huis dat groot genoeg was voor een gezamenlijk huishouden van vier volwassenen en twee baby’s.
Het was een oud herenhuis, gebouwd in het begin van de eeuw, met originele details waarvan makelaars opgewonden raken: glas-in-loodramen, gestucte engeltjes in het plafond, schouwen van zwart marmer.
Na de aankoop liep ik apetrots door het pand. Dit was óns huis. Ik had al een baan en een vriendin en ons eerste kind was net geboren. Met dit huis erbij was ik nu definitief tot de rangen der volwassenen toegetreden. Tenminste zo leek het.
Het huis van vier verdiepingen, de kelder niet meegerekend, was bewoond geweest door negen studenten en rijp voor een flinke opknapbeurt. We braken tussenwandjes af, sloopten vier keukentjes, een aantal wastafels en een douche, verwijderden de oude betengeling en trokken overal dikke lagen behang van de muren. Lagen die de geschiedenis van het huis en zijn bewoners blootlegden. Maar tijd om ons daarin te verdiepen was er niet.
De opbouw begon met het egaliseren van de muren. Ik was zo lang bezig met het vullen van gaten in alle vertrekken dat ik op mijn werk alleen maar gaten en oneffenheden zag die gladgestreken moesten worden. Daarna begon de grote behangmarathon. Het gehele huis, van boven tot onder, bekleedden we met rauhfaser behang. Ik had nog nooit behangen, maar kreeg het al snel onder de knie. Een strak behangen wand vervulde mij met groot geluk.

Vanuit de hoogte zie ik de twee baby’s in hun wipstoeltje op de vloer staan, tussen de behangtafel en het bouwmateriaal. Een rammelaar en een speen liggen naast hen op de grond. Af en toe geeft een van hen blijk van ontevredenheid. Dan moet het werk, of ik het nu leuk vind of niet, onderbroken worden voor een schone luier of een ommetje met de kinderwagen. Als moderne man wil ik natuurlijk mijn aandeel daarin leveren.
Een aannemer zorgde voor een nieuwe keuken en een nieuwe badkamer. Ouders en vrienden hielpen mee met tegel- en verfwerk. Maar het leeuwendeel namen we zelf voor onze rekening. Het schuren van alle randjes in de deurposten en paneeldeuren deed een beroep op mijn uithoudingsvermogen. We deden de verbouwing in krap twee maanden, naast ons werk en naast de verzorging van de kinderen. Als ik er nu op terug kijk vraag ik me af, hoe we dat alles voor elkaar speelden. Ik zou er nu niet meer aan moeten denken.