Onze waterkoker heeft een deksel die bestaat uit twee delen. Het zou mij nooit opgevallen zijn als de twee stukken laatst niet van elkaar zouden zijn losgeraakt. Ik hoorde een onbekend geluid en zag een stuk zwart plastic vrolijk bubbelen in het kokende water. Hevige kalkaanslag bleek de oorzaak van de breuk.
Dus toen de thee gezet was ben ik met schuursponsjes, botte mesjes en vijlen die bruine aanslag te lijf gegaan. Dat kostte wel wat tijd en zweetdruppels. Het aan elkaar lijmen van de twee delen was daarna echter een fluitje van een cent.
‘Zo, je bent lekker duurzaam bezig’, zei G.
‘???’
‘Je zult de mensen de kost moeten geven, die in zo’n geval meteen een nieuwe waterkoker op internet bestellen. Jij beperkt tenminste je CO2-footprint’.
Ik dankte voor het compliment, al moest ik bekennen, dat tijdens het repareren mijn ecologische voetafdruk nog geen moment door mijn hoofd had gespeeld. Ik vind duurzaamheid een van de belangrijkste dingen in het leven, maar ik word wel eens iebel van de continue vertaling van elke handeling in de hoeveelheid CO2-uitstoot. Als ik mijn overhemd een dag langer aanhou, hoeft er minder snel een nieuwe geproduceerd te worden en als ik mijn plas wat langer ophou, dan gebruik ik minder water. Als ik eerder doodga, ben ik de aarde niet meer tot last. Maar daar wilde ik het niet over hebben.

Als er iets kapot gaat, probeer ik het eerst te repareren. Dat vind ik niet meer dan normaal. Helaas valt er niets meer te beginnen met kapotte telefoons of printers, maar hangt er een zool van mijn schoen los, dan zet ik beide delen 25 minuten in de bison kit en klem de helften met lijmtangen en wasknijpers bij elkaar. Ik maak gebruikte verfkwasten schoon. En zit er een gat in mijn broek, dan ga ik met naald en draad aan het werk (al kost het me tegenwoordig grote moeite om de draad door dat verdomde oog te krijgen).
Wat nog functioneert doen we niet weg. Zo koken wij sinds 1985 op een Etna fornuis, dat toen al na een lang leven in de Hoekse Waard als afdankertje uit de deur was gedaan. Ons topstuk op dit gebied is bijgaande pan. Deze werd begin zeventiger jaren door een vriendin van G uit een container gevist en is na wat omzwervingen in onze keuken beland. De deksel vertoont al jaren enige sporen van roestvorming, maar de maaltijdsoep of de spinazie uit deze pan smaakt nog altijd prima.
Uitzonderingen op mijn zuinigheid zijn er overigens ook, moet ik bekennen.
Zo heb ik laatst, terwijl onze kasten uitpuilen van de balpennen van firma’s die hun naam bekendheid willen geven, voor 58 euro’s een fijne vulpen gekocht. En terwijl er in Nederland ook aardige zangcursussen te volgen zijn, kies ik toch voor een nog leukere in Italië. Ik wil niet weten hoeveel extra CO2 ik daarmee uitstoot.
Maar goed, af en toe mag ik wel eens zondigen, vind ik.
Dat zal vast wel een katholieke gedachte zijn.