Wij rijden op de Autobahn en onze Ausdauer wordt flink op de proef gesteld. Op precies 470 plaatsen wordt deze zomer aan de weg gewerkt. Met de onvermijdelijke files als gevolg. Nu weet ik wel, dat het voor mijn eigen bestwil is. Volgend jaar kan ik op deze wegen weer onbekommerd doorsjezen. En elders in een file belanden.
Op één plek zijn zware machines bezig om het oude betonnen wegdek te verwijderen. Ik moet onvermijdelijk aan Adolf Hitler denken, de man die deze brede verkeersbanen heeft aangelegd, zodat zijn legers snel konden oprukken.
‘Het is een boef’,  zei een vriendje op de lagere school tegen mij, ‘hij heeft aan elke arm wel zeven horloges’. Dat kon geen zuivere koffie zijn, zoveel was duidelijk. Later bleek, dat niet alleen Hitler slecht was, maar heel Duitsland. Het was een gemeen volk, dat je moest mijden. Moffen waren het. Wij maakten grapjes: wat is de naam van Hitler in het Russisch en in het Chinees? Tijdens de voetbalfinale Engeland – Duitsland in 1966 zeiden mijn ooms: ‘Als die rotmoffen maar niet winnen’. Blijkbaar dacht de Russische scheidsrechter er ook zo over, getuige een onterecht aan Engeland toegekend doelpunt.
Op het gymnasium kreeg ik Duitse les van juffrouw de Jong, bijgenaamd Mina, een lerares van de oude stempel. Zij had een zenuwtic. Hoe onrustiger de klas , hoe meer zij op haar onderlip kauwde. Met een strak regiem stampte ze de grammatica erin, aan politieke kwesties waagde zij zich niet. Engels was voor ons de taal van de toekomst, Frans van de cultuur, Duits van een verderfelijk verleden. Wie een Duitser nadeed sprong in een militaire houding: ‘Jawohl, Herr Oberleutnant!’

Toen wij in later jaren op vakantie door Europa trokken, meden we Duitsland. Dat was een suffe, autoritaire maatschappij, waar zelfs een klein stationnetje Hauptbahnhof werd genoemd. Waar de te dikke, eigengereide bewoners in Lederhosen hun Strammer Max met grote kannen bier wegspoelden. Duitsers waren lichtsignalen gevende bumperklevers en luidruchtige toeristen. Toen wij eens op een Zweedse camping een mooi plekje aan een meer hadden, zagen wij bij terugkomst van een wandeling tot onze ontzetting dat een stel Duitsers hun bungalowtent nog net tussen die van ons en het meer gepropt hadden. Van Wiedergutmachung was geen sprake.
West-Duitsland was destijds in onze ogen de vazal van het kapitalistische Amerika. Er was een linkse studentenbeweging, maar die schoot al snel door. Anti-autoritaire opvoeders waren zelf autoritair in hun principes. Politiek verzet gleed af naar gewelddadige methoden. Oost-Duitsland kon aanvankelijk nog wel op enige sympathie rekenen totdat de verhalen over onvrijheden, Stasipraktijken en georganiseerde doping dat beeld snel verbleekten.
Toen viel de Muur.
Ik vind dit nog altijd een van de mooiste politieke ontwikkelingen die ik in mijn leven heb meegemaakt. Beelden van het weghakken van het gehate beton bezorgen me ook nu nog een brok in de keel. Voor het eerst leefden we mee met het Duitse volk.
Het beeld van Duitsland kantelde de afgelopen jaren. Positieve ontwikkelingen sijpelden door het vastgeroeste afwijzen. Het besluit de kerncentrales te sluiten. De strijd tegen doping in de sport. Het geld dat men voor cultuur over heeft. De inzet voor samenwerking in Europa. De bereidheid om vluchtelingen te ontvangen. Zelfs Angela Merkel, niet iemand van mijn politieke richting, oogt sympathiek. Op de toiletten in de Raststätten hangen nu reclames van de organisatie Deutschland Hilft.
Wel jammer trouwens van die sjoemelsoftware. En bumperkleven hebben de Duitsers ook nog niet afgeleerd.