Vakantieherinnering (1)

We hebben 1120 kilometer gereden en zijn al een uur op zoek naar een geschikt overnachtingsadres als we in Belin-Beliet, een dorpje onder Bordeaux stoppen voor Hôtellerie des Pins. Het is een oud landhuis, dat wel een verfje kan gebruiken. Aan de voorzijde ligt een stoffig grintterrein.
‘Eén ster, dat doen we niet’, zegt onze zoon van elf. ‘Een verrot zooitje, balos!’ , valt zijn jongere broer hem bij. Om zijn uitroep kracht bij te zetten smijt hij enkele keien op het grint.
‘Laten we eerst maar eens gaan kijken, hoe het er binnen uit ziet’, zeg ik vermoeid.
We zijn in 1996 voor een kampeervakantie op weg naar de Picos d’ Europa in het noorden van Spanje. Dat betekent saaie uren over de Autoroute waar weinig afleiding is. ‘Daar gaan die Zweden weer met die surfplanken’. A. turft vrachtwagens (‘M.A.N. doe ik ook maar bij de DAF’). Elke twee uur een stop op zo’n drukke Aire de Service waar altijd wel een van ons roept: ‘hier zijn we eerder geweest!’ En waar je na een plas jezelf weer in de overvolle, warme auto vouwt, de benen over de tassen met broodjes, spelletjes en snoep.
De vrouw van het hotel gaat ons voor, door donkere gangetjes en over smalle trappen naar een warme kamer waar het gordijn voor het half geopende raam opwaait. ‘Ils sont neufs’ zegt ze over de bedden. Negen jaar oud, denk ik, dat valt niet mee. Het is weer even wennen met dat Frans. De kamer ziet er niet ideaal uit, maar we hebben geen zin om verder te zoeken.
Bij het diner valt alles op zijn plek. We zitten op een rustig terras aan de achterzijde onder een eeuwenoude eik. De avondlucht voelt très agréable. Met de gierende geluiden van de zwaluwen in de zachtblauwe lucht en het geknirp van een sprinkhaan verdwijnt de dreun van de Autoroute uit ons hoofd. Dit is het vakantiegevoel, tijd om onszelf te verwennen na zo’n dag. We overwegen menu’s van 85 franc met Franse kaas èn een dessert. Kijkend op de kaart slaat er naast het hotel een hond aan. ‘Ah, un chien méchant’, roep ik uit. ‘Ik wil liever een Dame Blanche’, antwoordt de jongste zoon.

Belin-Beliet – ‘Bourge sans histoire’

De kinderen hebben hun dessert al op, als G. en ik nog zitten te wachten op ons hoofdgerecht. Wanneer dit wordt opgediend is het zo schemerig, dat ik niet meer kan onderscheiden welke vreemde ingrediënten in deze lokale specialiteit zijn verwerkt. Ik merk het pas uren later als ik, half in slaap, vanuit mijn darmen het signaal krijg, dat ik als de gesmeerde bliksem de wc moet opzoeken. Het geluid dat er vervolgens in die nauwe hurkplee klinkt zal ik niet proberen te beschrijven. Wel kan ik zeggen dat dit ritueel zich in de volgende uren diverse keren herhaald heeft. Vermoeid, maar toch klaarwakker kan ik volgen hoe zich buiten op het grint een groepje jongeren verzamelt. Naar later blijkt wachten zij op de komst van de dealer. Met enige zorg controleer ik bij elke blik door de gordijnen of de kampeeruitrusting nog boven op de auto ligt.