Uitgerust met schepjes en emmertjes trekken de groepen kinderen het wad op. De opdracht is om een vierkante meter van het wad te onderzoeken en te noteren wat je tegenkomt. Elke groep wordt begeleid door twee ouders. De gedachte dat er op de eerste dag van het schoolkamp nog voldoende motivatie is voor een educatieve opdracht, blijkt ijdele hoop. In één groep wordt al snel landjepik gespeeld, in een andere bekogelen de jongens elkaar met schelpen. Sommige ouders, waartoe ik behoor, proberen met aanmoedigingen, uitleg of desnoods met stemverheffing de leerlingen bij de les te houden. Andere ouders vinden dat de kinderen zelf de motivatie moeten ontdekken. Die vrijheid slaat al snel over op alle kinderen, een paar gebiologeerd speurende meisjes uitgezonderd. Teleurgesteld loop ik terug naar de kampeerboerderij, waar stapels modderige gympen her en der in het rond liggen. De met sancties onderbouwde instructie om de modder onder de buitenkranen af te spoelen hebben de leerlingen op grote schaal genegeerd.
Welkom in de Wierschuur, het buitendijks gelegen groepsonderkomen op Terschelling, in 1998 door de Montessoribasisschool uit Utrecht afgehuurd als locatie voor het schoolkamp van de groepen zes, zeven en acht. De inrichting is uiterst sober. Alle opsmuk is weggehaald zodat er niets kapot kan gaan.

Tevoren zijn de reglementen van het kamp meegegeven en besproken, zodat op de eerste avond de kinderen op de afgesproken tijd naar de slaapzalen gaan. Zoals een slaapfeestje een feestje is waarop juist zo weinig mogelijk geslapen wordt, zo betekent bedtijd voor de leerlingen hier dat de lol kan beginnen. Om elf uur is voor enkele ouders de maat vol. Boos lopen zij naar de slaapzaal om tot stilte te manen. Hetgeen tot een flinke discussie leidt onder de ouders. De ene helft argumenteert dat de regels niet voor niets zijn afgesproken, de andere helft wil de kinderen hun plezier gunnen. Overeenstemming valt er niet te bereiken, zodat feitelijk het laissez-faire-beleid de overhand heeft. Ik constateer het tot mijn spijt, als ik als een van de eerste ouders mijn eigen slaapzak opzoek. En mijn oordoppen.
Mijn behoefte aan orde en regelmaat wordt deze week vaker op de proef gesteld. Als er friet gegeten wordt gaat een van vaders, die weer helemaal terug is in zijn eigen puberteit, met een emmer mayonaise en een soeplepel langs alle borden voor een flinke klodder. Na het eten veegt een corveeër flinke porties patat van de grond. Friet en mayonaise verdwijnen met de grof gesneden komkommer in de afvalbakken, terwijl de afdroogploeg met kletsnatte theedoeken wat sop van de borden aait. In de derde nacht treft een van de ouders om half vijf het grootste deel van groep acht ergens buiten aan.

Het zijn tenslotte de zilvermeeuwen die, tijdens een bezoek aan hun kolonie, iedereen stil in het gelid krijgen. De broedende vogels zien een groep van tachtig drukke kinderen hun kraamkamer binnendringen. De stok die de boswachter boven zijn hoofd houdt is volstrekt onvoldoende om de aanhoudende duikvluchten van de meeuwen boven de angstige kinderhoofdjes te stoppen. De excursie wordt desondanks een groot succes, evenals, later, het kampvuur en de bonte avond. In de trein terug naar huis heerst de stilte.