Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar bij mij komt het coronavirus mijn neus uit. Ik bedoel dan alle berichtgeving hierover. De halve krant is ermee gevuld. Ook de pagina’s over economie, sport en kunst zijn geïnfecteerd. En dan het eindeloze palaveren en speculeren in de talkshows. Ik begrijp, dat dit het gesprek van de dag is. En het klopt dat er aanleiding is voor gespeculeer, want de onzekerheid is groot. Maar ik hoef het even niet meer.
Als ik dan toch één steentje mag bijdragen, dan is het dit. Ik heb bijna mijn hele werkende levende in de preventieve gezondheidszorg gewerkt. De hoge idealen die er waren konden we niet waarmaken. Maar te midden van de huidige onzekerheid staat voor mij één ding vast: de regering loopt achter de feiten aan. Waren er in augustus de juiste preventieve maatregelen genomen, dan had een nieuwe golf, inclusief alle economische narigheid, voorkomen kunnen worden. Maar zachte heelmeester Rutte durft geen impopulaire maatregelen te nemen.

Als je in dezelfde mood bent als ik, dan heb je deze pagina al weggeklikt. Op het gevaar af, dat je dit nu alsnog gaat doen, wil ik nog enkele persoonlijke ervaringen toevoegen. Want wie vaker hier komt, weet dat ook G en ik onlangs door het coronabeest geveld waren.
‘Jij corona?, dat had ik nooit gedacht’, was een reactie die ik meermalen kreeg. Zo’n uitspraak komt voort uit een beeld van mij als risicomijder, als iemand die altijd tweemaal controleert of de huisdeur op slot zit. Daar zit een kern van waarheid in. Dat betekent dat het virus niemand spaart. Het is het ongeluk in dat kleine hoekje. De pech, dat je op het verkeerde ogenblik op de verkeerde plaats bent.
‘Waar heb je het opgelopen?’, was een veel gestelde vraag. Het was ook de eerste vraag die ik mezelf stelde. Wij mensen hebben een sterke behoefte om onzekerheid te reduceren. Maar sec genomen is het een waardeloze vraag. Alsof ik anderen zou kunnen behoeden voor besmetting door hen aan te raden niet meer op een voorbije dag de trein naar Utrecht te nemen. Of niet naar de presentatie van mijn volgende boek te komen.
‘Je bent de eerste, die ik ken, die corona heeft. Het komt nu wel erg dichtbij’, was een andere reactie. Dank u, het is mij een eer om die eerste te zijn. Al was ik dat liever in een andere tak van sport geweest. Het ‘dichtbij komen’ speelt ons wel parten. De buren blijven nu op grote afstand staan. De plannen om te oefenen met mijn zangkwartet zijn afgeblazen. Stond ik in de schoenen van de ander dan zou ik, risicomijdend, waarschijnlijk hetzelfde doen. Maar het voelt alsof ik melaats geworden ben. Voor de zekerheid heb ik mijn zangles maar afgebeld. Eigenlijk ben ik net zo’n bangeschijterd als Rutte. Dat is waar corona toe leidt.
De enige die zich aan de malaise weet te onttrekken is de heer Donald T. Hij slaagt erin al na drie dagen uit de corona-as te herrijzen. Zelfs sterker dan hij ooit was.