Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

In het nieuws

0

DE SYNODEVADERS MAKEN ZICH ZORGEN

In het nieuws

kerk273 waren zij in getal, de kardinalen en bisschoppen die onlangs bijeen waren in Rome.
Op de foto’s in de krant zie je de paarse en rode kalotjes feestelijk gemengd in onderhoudend gesprek met elkaar. De ketting met het zilveren kruis hangt boven de brede, glimmend gekleurde sjerp die om de uitdijende buik spant. Tussen alle grijze blanken schuift een jonge, donkere Afrikaanse bisschop door.
Twee weken zijn de synodevaders bij elkaar geweest. Er waren intensieve discussies. Meer dan 800 tekstvoorstellen werden besproken. Het onderwerp van gesprek gaf daar alle aanleiding toe. De 273 mannen, bijna allen bejaard en zonder uitzondering ongehuwd, lieten hun licht schijnen over gezin en huwelijk.
Dat is natuurlijk volkomen terecht.
Het gezin, de bakermat van een gezonde ontwikkeling, ligt onder druk. In Nederland eindigt inmiddels 36% van de huwelijken in een echtscheiding. Kinderen van gescheiden ouders bevolken meer dan gemiddeld de wachtkamers van de hulpverlener. Het aantal vechtscheidingen neemt toe. Echtscheiding wordt ‘overgedragen’. Kinderen van gescheiden ouders hebben als volwassene vaker moeite om een relatie in stand te houden. De verhoudingen in samengestelde gezinnen worden ingewikkeld: ‘jouw kinderen maken ruzie met mijn kinderen wie er met onze kinderen mag spelen’. Kinderen vragen zich af welke van de vier oma’s dit weekend nu weer komt oppassen.
Pedagogen en scheidingsdeskundigen vragen daarom al een aantal jaar aandacht voor de relatieproblematiek. Onlangs nog in Trouw: ‘Aanstaande ouders zijn slecht voorbereid op hun nieuwe rol en hebben vaak niet door dat een kind je relatie ingrijpend verandert.’ (….) ‘Van alle jonge stellen krijgt 83 procent te maken met een relatiecrisis na de komst van een baby’.
Dat er iets niet goed gaat, is duidelijk. Maar wat zijn de oorzaken?
Kan men niet goed communiceren met elkaar?
Liggen de verwachtingen te hoog?
Hebben de ouders het te druk met van alles en nog wat?
Of denken de partners op de eerste plaats aan zichzelf?
Zonder een duidelijk antwoord op de vraag naar de oorzaken worden er door de deskundigen volop aanbevelingen gedaan. Aanstaande ouders zouden op cursus moeten om te leren wat het ouderschap inhoudt. Oude rituelen worden van stal gehaald. In België heeft een hoogleraar de Ouderschapsbelofte bedacht, een soort vijf geboden voor verstandig ouderschap (‘Wij beloven, dat je in een liefdevol gezin opgroeit en besteden aandacht aan jou, onze relatie en de sfeer in huis’).
Het zou zo maar kunnen zijn, dat zo’n belofte in goede aarde zou vallen bij de synodevaders.
Denk overigens niet dat de bisschoppen en kardinalen niet weten wat er in de wereld aan de hand is. In het slotdocument van de bisschopssynode 2014, die ook al het gezin als onderwerp had, wordt onder meer gesproken over het te ver doorgeschoten individualisme, vechtscheidingen, emotionele instabiliteit, de verspreiding van pornografie, de rol van internet en het geweld tegen vrouwen.
Studeren kunnen ze in Rome wel.
Als het aankomt op oplossingen vallen de synodevaders echter weer eeuwen terug. De leer van de kerk dient gehandhaafd te worden. Zo mogen mensen die hertrouwd zijn niet meer deelnemen aan de communie. Een groep hervormers onder aanvoering van kardinaal Marx (!) stelde nog voor om hertrouwden een tweede kans te bieden. Men zou dan na een scheiding een boetetraject moeten volgen. Niet een eenmalige biecht, maar eentraject. Hoeveel rondjes op je knieën rond de kerk?
Zou niet één van d e kardinalen zich tijdens het brevieren wel eens afvragen, hoe ver men zich met de oude kerkelijke regels buiten, in ieder geval, de huidige westerse samenleving plaatst?
Kardinaal Eyk zei dat hij erg vermoeid was. Hij en zijn collega’s hadden in Rome twee weken keihard gewerkt. Net als vaak bij jonge echtparen voorkomt, was er te weinig tijd voor ontmoeting en informele uitwisseling.
Dat gold, volgens een goed ingelichte bron, niet voor de twee oude kardinalen, die tijdens een pauze op een bankje in de tuin van het Vaticaan zaten. Het gesprek ging over het celibaat.
‘Zullen wij het nog meemaken, dat het celibaat wordt opgeheven?’, vroeg de een openhartig aan de ander.
‘Nou’, zei die ander na een lichte aarzeling, ‘ik geloof niet dat wij dat nog zullen meemaken’.
‘Maar onze kinderen denk ik wel’.

0

IS DAT WEL GOED VOOR U?

In het nieuws
Het tijdschrift Zorg+Welzijn luidde vorige week de noodklok: Steeds meer alcoholverslaving onder ouderen. Huisarts en Wetenschap bericht: ‘de frequentie van het alcoholgebruik onder 55-plussers is gemiddeld hoger dan onder jongeren, en zij drinken ook vaker dagelijks. In 2008 gebruikte 71% van de 65-plussers per dag meer dan 1 glas alcohol.’
Weg dus met al die zorgen om comazuipende jongeren en overlast van laveloos jongvolk in het uitgaanscircuit. Dat is klein bier vergeleken met al die glaasjes die ouderen vaak in stilte achteroverslaan.  Het zijn nu eens de ouderen die onze aandacht verdienen!
Het alcoholgebruik per oudere neemt ook nog eens fors toe. Ouderen hebben tijd en geld. Daarnaast zijn er ouderen die drinken om de eenzaamheid te verdrijven of om te ontsnappen aan gezondheidsklachten of andere problemen.
Wij 55-plussers drinken er dus lustig op los. Artsen vinden dit riskant. Een senior is namelijk door een verminderde werking van organen juist minder goed tegen alcohol bestand. Ook de combinatie van alcohol en medicatie kan verkeerd uitpakken. Gebruik je als oudere teveel alcohol dan kan dat leiden tot een veelheid aan lichamelijke klachten. Je komt eerder op je snufferd terecht (botbreuken) en – last but not least – je gaat eerder dood.
 
alcohol en ouderen
 
Gezondheidsvoorlichters raden ouderen daarom aan om niet meer dan 7 glazen per week te drinken en maximaal 2 of 3 glazen per keer. Volgens anderen is dit nog te veel. Kom daar maar eens mee aan bij de biljarttafel in de dorpskroeg of de kaarttafel op de ouderensoos.
Artikelen over alcoholgebruik onder ouderen eindigen steevast met aanbevelingen om de signalering van overmatig gebruik door ouderen te verbeteren en vroegtijdig in te grijpen. Na het ethisch appèl van de Blauwe Knoop is er nu het gezondheidsappèl.
Bij mij roepen deze artikelen twee vragen op.
1.    Is het erg dat ouderen meer alcohol gebruiken dan strikt genomen goed is?
Als iemand op latere leeftijd door de drank zijn huwelijk verwoest, zijn kinderen nooit meer ziet en eenzaam drinkend ten onder gaat, dan lijkt me dat reden om hulp aan te bieden. Maar wat te denken van een oudere, die 3 glazen per dag drinkt, geen enkele overlast geeft, maar door het drinken wel eerder ziek wordt en eerder dood gaat? Geeft dit aanleiding voor een stevig gesprek?
Misschien zouden we in dit geval wel het rijbewijs moeten afpakken.
2.    Is vroegtijdig ingrijpen haalbaar?
De zegeningen van de alcoholpreventie zijn beperkt. Over de resultaten van het voorkómen van verslaving onder ouderen heb ik helemaal niets kunnen vinden. In zijn algemeenheid is bekend, dat je via voorlichting kennis kunt overdragen. Daarom is het zinvol om ouderen te vertellen dat hun lichaam minder goed bestand is tegen alcohol.
Kennis alleen echter leidt niet tot gedragsverandering. Elke roker weet dat hij een grotere kans heeft op longkanker en een korter leven. Toch roken mensen door. Zo zijn er ook ouderen die in volle bewustzijn ervoor kiezen om meer te blijven drinken dan goed voor hen is.
Ten aanzien van de rol van de huisarts in de vroegtijdige signalering wil ik nog een vraagteken plaatsen. Uit een enquete van Medisch Contact bleek, dat 60% van de huisartsen niet naar het alcoholgebruik van de patient vraagt, ook als de klachten er wèl aanleiding toe geven. De reden hiervan laat zich raden. Bijna 90% van de huisartsen lust zelf graag een borrel.
Voor wie zijn alcoholgebruik wil testen volgt hieronder een veelgebruikte vragenlijst voor eerste screening. Beloon jezelf na het invullen met een lekker kopje kruidenthee. Met een slagroomgebakje.
1 Hoe vaak drinkt u alcoholische dranken?
(0.0) Nooit
(0.5) 1x per maand of minder
(1.0) 2 tot 4 x per maand
(1.5) 2 a 3 x per week
(2.0) 4 x of vaker per week
2 Hoeveel alcoholische dranken gebruikt u op een typische dag waarop u alcohol drinkt?
(0.0) 1 of  2
(0.5) 3 of 4
(1.0) 5 of 6
(1.5) 7 tot 9
(2.0) 10 of meer
3 Ergert u zich wel eens aan mensen die opmerkingen maakten over uw drinkgewoonten?
(0.0) Nee
(1.0) Ja
4 Voelt u zich wel eens schuldig over uw drinkgewoonten
(0.0) Nee
(1.0) Ja
5 Drinkt u wel eens ‘s ochtends alcohol om de kater te verdrijven?
(0.0) Nee
(1.0) Ja

 

Score: tel de punten die voor het gekozen antwoord staan op. Een score van 2,5 of hoger duidt op mogelijk problematisch alcoholgebruik. Neem dan contact op met je huisarts. Je kunt op zijn minst ervaringen uitwisselen.
0

GAAN WE ACHTERUIT?

In het nieuws
 
Het regende deze week en het was koud. Het Nederlands elftal verloor weer eens en uit de krant kwam er een stroom van slecht nieuws over oorlogen, aanslagen en ontheemden. Rusland bedreigt Europa en IS wil  het Westen een kopje kleiner maken.
Het lijkt wel of het steeds slechter gaat met de wereld.
Ik zag weinig redenen om te zingen of grappen te maken. Terwijl dat nu juist de dingen zijn, die ik graag doe.
We zijn over het hoogtepunt van de welvaart heen, denk ik wel eens. Onze generatie heeft een mooie tijd meegemaakt. Een tijd van groeiende welvaart en meer vrijheid. Van meer zeggenschap en meer vrije tijd. Van huizen die drie keer in waarde zijn gestegen.
Maar nu gaan we de andere kant weer op.
Zo maalde het nog een tijd verder in mijn hoofd.
Ik vroeg me af of er werkelijk sprake is van een toename van ellende  of dat het met mijn leeftijd te maken heeft? Komen deze negatieve gedachten wellicht eerder op als je ouder wordt?
Als je het leven ziet als een berg, dan ben ik als zestiger onmiskenbaar weer aan het afdalen. Dan kijk je wat vaker om en denk je aan de mooie dingen die je beleefd hebt. Je haalt met vrienden herinneringen op. Vroeger was het nieuwer, spannender, beter…
Nu zie ik een dalende lijn voor me. Ik hoor in mijn omgeving over ernstige ziektes. Ik moet nog even niet denken aan wat mij te wachten staat. Als jongere heb je een doel voor ogen, je wilt wat bereiken. Maar als je kinderen het huis uit zijn en je pensioen bereikt is, wat…
Ho. Stop.
Ik roep mijn gedachtenstroom over de achteruitgang en de ouderdom een halt toe.
Als er één ding beter is dan vroeger, dan is het de gestegen welvaart en de verlenging van de levensverwachting. Wat Henk Krol in zijn ribbroek ook mag beweren, ouderen hebben het nu beter dan een paar generaties terug. Toen waren de mensen blij als ze de 65 haalden. Ze werkten door tot aan hun dood. Nu hebben we na onze pensionering gemiddeld genomen nog zo’n twintig jaar te gaan. Twintig jaren die we zelf kunnen invullen.
We hoeven ons niet te laten opsluiten in een ouderendorp in Florida met acht golfbanen, veertien zwembaden, twaalf bioscopen en een veelvoud aan beveiligers.
Je kunt jezelf nieuwe doelen stellen, persoonlijk en maatschappelijk. Je kunt nieuwe dingen leren en vanuit je levenservaring bijdragen leveren aan maatschappelijke doelen. In de Trouw stond deze week het verhaal van een dominee die na een lang werkend leven een opleiding tot seksuoloog had gevolgd en nu echtparen hielp bij sexproblemen. God heeft de mens immers ook met geslachtsdelen geschapen.
Wat je ook doet, je kunt als oudere wat kalmer aandoen en wat vaker op vakantie.
Er is minder druk in de derde levensfase. Je hoeft je niet meer te bewijzen. Veel ouderen kunnen meer genieten en tegenslagen gemakkelijker opvangen. Ouderen zijn vaak milder. Zelfs bij de conservatieve kardinaal Simonis, wiens missie het was om de katholieken in Nederland weer aan de orthodoxe regels van de kerk te onderwerpen,  zag ik tijdens een televisie-interview een milde kant.
Ouderen kunnen tegen een stootje. Dat depressie en somberheid bij de ouderdom horen is een mythe.
Kortom, als je ouder wordt is er genoeg te zingen en te lachen.
Vorige week zei mijn kleindochter van vier tegen een wildvreemde vrouw op straat, zonder enige inleiding of aankondiging: ‘ik heb wel een beetje een gekke opa’.
Buiten regent het nog steeds. De kou is het huis in getrokken.
De radio bericht over oplopende spanningen in Israël. Politici slagen er maar niet in om afspraken te maken die de opwarming van de aarde tegengaan. In Zweden is een asielzoekerscentrum in de fik gestoken. Vorige week werden er veel dichterbij huis, in Woerden, vuurwerkbommen naar een opvangcentrum gegooid. 
Het ziet er echt naar uit dat het slechter gaat in deze wereld. Of ik nu ouder word of niet. 
1

GAST AAN TAFEL

In het nieuws
Tja, hoe moet het verder met onze democratie?
Ik hou wel van politici die duidelijk zijn in hun visie en doelen, hun rug recht houden bij tegenwind en er niet voor terugschrikken om impopulaire maatregelen te nemen. Maar een politicus, die in de huidige tijd impopulaire maatregelen neemt, weet dat hij daarmee zijn eigen einde inluidt.
We leven niet meer in de vijftiger jaren, waarin de kiezers blind hun voormannen volgden. Burgers zijn mondiger geworden. Zij willen gehoord worden en niet alleen via het potlood in het stemhokje. Dat stelt nieuwe eisen aan de democratie.
Overheden en beleidsmakers bedenken daarom nieuwe vormen om burgers bij het beleid te betrekken, zoals bewonerspanels, ontwikkelgroepen, kenniscafé’s, wijkschouwen en participatiegroepen. Het nieuwste woord is Tafel. Daarmee worden uiteenlopende vormen van overleg met belanghebbenden bedoeld, bijv. over de herinrichting van een plein of de buurtveiligheid. (De keukentafel hoort overigens niet in dit rijtje thuis).
Naar aanleiding van de problemen met de gaswinning werd in Groningen begin 2014 een Dialoogtafel opgericht. De commissie Meijer had vastgesteld dat het vertrouwen in de Rijksoverheid en de NAM onder de inwoners van Noord-Oost Groningen ver te zoeken was. Bestaande overlegstructuren zouden dit probleem onvoldoende kunnen oplossen.
Een Tafel, het huiselijk symbool voor gemeenschappelijkheid en verbondenheid, zou meer perspectieven bieden. Bewoners, ondernemers, overheden en NAM werden maandelijks uitgenodigd om als gast aan tafel aan te schuiven.
De Dialoogtafel heeft anderhalf jaar gefunctioneerd. Begin september werd besloten om de tafel op te doeken. Tafelvoorzitter Jacques Wallage legt in Trouw (10-09) uit waarom dit nieuwe democratische middel mislukt was. ‘De overheden en de NAM wilden het liefst zelf de dienst uitmaken. De dringende noodzaak om op één lijn te komen met maatschappelijke organisaties voelden zij niet’.  Akkoorden werden buiten de Tafel om gesloten. ‘We mochten hoogstens een punt of een komma veranderen’. Voor iemand die zelf zijn hele leven de overheid gediend heeft is dit forse taal.
De Belgische schrijver David van Reybrouck pleitte in zijn boek Tegen Verkiezingen om een door loting geselecteerde groep burgers te laten meewerken aan beleid en wetgeving. Geïnspireerd door zijn ideeën vroeg de Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk 165 Utrechters om drie dagen lang mee te denken over het milieu- en energiebeleid van de gemeente. Van Hooijdonk wil meer geïsoleerde woningen, windmolens en zonnepanelen. ‘Als dit allemaal al zo duidelijk is, waarom heeft u dan die burgers nodig?’, vroeg de Volkskrant (06-01) aan haar. Het antwoord van de wethouder luidde, dat het beleid alleen haalbaar is als er draagvlak is onder de inwoners.
Maar wat gaat het bestuur doen als de burgers tot andere oplossingen willen komen, was daarop de volgende vraag. Van Hooijdonk: ‘Als er iets heel anders uitkomt dan we verwachten, moeten we bekijken hoe we er politiek mee omgaan’.
Duidelijker kan het dilemma van de hedendaagse bestuurder, die de burgers wil laten participeren, niet weergegeven worden.
Paul Verhaeghe, een andere Belgische opiniemaker, bepleit ook nieuwe vormen voor het participeren van burgers (Trouw, 12-09). Als mooiste voorbeeld haalt hij een vorm van volksraadpleging over het energiebeleid in Texas aan het einde van de 19e eeuw aan. Er werd informatie gevraagd aan alle betrokken belangengroepen. Pas toen iedereen het eens was over alle informatie, werd deze voorgelegd aan een vertegenwoordiging uit de bevolking.
Het heeft blijkbaar gewerkt, maar als we in 125 jaar geen beter voorbeeld kunnen vinden van participatie, dan vrees ik het ergste voor de vernieuwing van de democratie.
Participeren moet je leren, las ik ooit ergens. Die leuze sloeg op de burger die moet leren verder te kijken dan zijn eigen neus lang is. Ik zou denken dat de slogan meer van toepassing is op degenen die moeten leren om hun macht te delen.

 

Naschrift: het ‘stadsgesprek energie’ in Utrecht is volgens de website van de gemeente succesvol verlopen:  http://www.utrecht.nl/utrechtse-energie/stadsgesprek-energie/
1

KLASSIEK CAFÉ

In het nieuws, Muziek
Heb je dat ook wel eens?
Je bent naar een concert of een toneelstuk geweest, je schuifelt tussen de drommen mensen naar de uitgang, je staat buiten en kijkt elkaar eens aan: ‘Zullen we nog wat gaan drinken?’.
‘Ja, leuk, maar waar?’.
Utrecht heeft bijna 900 horecabedrijven en toch sta ik regelmatig te prakkizeren waar we de nazit kunnen houden. Ik ga naar een café voor een ontmoeting, een gesprek. Als ik alleen maar dorst zou hebben, kan ik net zo goed naar huis gaan. Dat gesprek wordt in veel gelegenheden zo goed als onmogelijk gemaakt. De muziek staat er zo hard, dat ik mijn partner aan de andere kant van de tafel nauwelijks kan verstaan. Dat heeft met mijn gehoor te maken, zeker, maar niet alleen. Ik zie ook jonge mensen, die elkaar iets in de oren moeten schreeuwen. Vanwaar toch dat lawaai, vraag ik me af. Wat moet hier bevorderd of voorkomen worden?
Verder stel ik het op prijs als ik op een comfortabele stoel kan zitten. Ik hoef niet onderuit te zakken in loungebanken, waar je moeizaam uit omhoog komt om je glas neer te zetten. Ik wil niet staan of hangen aan strak vormgegeven hoge tafels. Voor mij geen kleurige zitelementen, steigermaterialen,  robuust meubilair en andere uitwassen van industrieel en urban design. En ik ben al helemaal niet op zoek naar een totaalbeleving.
Voor Simon Carmiggelt moest een Amsterdamse kroeg ‘een diepe bedstee’ zijn, ‘in het veilig vaderhuis’ . Een mens brengt ongeveer een derde deel van zijn leven in bed door. Dus voor Carmiggelt was de vergelijking van het café met een warm bed wellicht passend.
Zelf denk ik toch meer aan een gezellige huiskamer, waar je in een warme sfeer aardige mensen ontmoet. Geen dronkenlui of herrieschoppers, maar het hoeft ook geen sobere veganistenclub te zijn, waar de eters met de vingers bijhouden hoe vaak ze op een hap kauwen.
In landen als Ierland en België zie je allerlei mensen in het café. Mannen en vrouwen, jonge mensen, kinderen en grootouders. Het café is daar de ontmoetingsplek van de buurt. Waarom zijn onze cafés dan vooral op jonge mannen afgestemd?
In Utrecht zijn er vergevorderde plannen voor een café, waar uitsluitend klassieke muziek gedraaid zal worden. Zie  www.muzieklokaal.nl.
‘Het Muzieklokaal wordt het eerste café in Nederland waar alles draait om klassieke muziek. In het café is altijd klassieke muziek op de achtergrond te horen en er zijn vaak liveconcerten. Het Muzieklokaal is een sfeervol, gezellig café met een perfecte sfeer om te werken, ontmoeten of borrelen’.
De initiatiefnemers, twee jonge vrouwen, hebben door middel van een succesvolle crowdfundingscampagne in drie maanden 120.000 euro opgehaald. Genoeg om nu op zoek te gaan naar een geschikt pandje in de Utrechtse binnenstad. 
Wat mij in het citaat als eerste opvalt, is dat er blijkbaar geen enkel café in Nederland is waar uitsluitend klassieke muziek gedraaid wordt. Maar bij nader inzien is dit misschien niet zo gek. Cafés en klassieke muziek, dat is geen voordehandliggende combinatie. Voor de diehard klassieke muziekfan is het misschien zelfs vloeken in de kerk. Ik ken mensen, die vinden dat je klassiek alleen goed kunt beluisteren als je er niets bij doet. Zelfs een overhemd strijken leidt teveel af.
Gelet op het succes van de crowdfunding zijn er velen die het  Muzieklokaal een warm hart toe dragen.  Ik ben blij dat er zo’n café komt. Ik vind dat elk middel aangewend mag worden om de klassieke muziek te promoten. Daarom heb ik ook niets tegen Classic FM of André Rieu.
Maar wat mij betreft hoeft het Muzieklokaal zich niet uitsluitend te beperken tot klassieke muziek. Die hoor ik vaak genoeg. Dus als ik ’s avonds uitga, wil ik ook wel eens Bob Dylan horen, Chuck Berry of, vooruit, Herman van Veen. 
Enfin, als ik er maar prettig kan zitten en rustig kan praten.  
1

DE UIT-AGENDA UTRECHT

In het nieuws
Bij gebrek aan ochtendkrant pak ik bij het ontbijt op Hemelvaartsdag Utrecht Dichtbij. Dat is een  huis-aan-huisblad, zo’n krant waar tussen de grote full-color advertenties nog wat artikeltjes staan. Zoals ditmaal een fijn artikel over de 540C Coupé McLaren Sport series, de ‘meest bereikbare’ auto van McLaren tot nu toe (prijzen vanaf € 200.250). Lijkt me echt iets voor de lezer van Utrecht Dichtbij.
In de overige artikelen worden evenementen in het Hemelvaartweekend aangekondigd. Dan heb ik het niet over het normale aanbod van film, theater en museum, maar over speciale festivals dezer dagen in Utrecht.
Bijzonder is het Internationaal Literatuurfestival met o.a. Michel Houellebecq, Nick Cave en Jens Grøndahl. Het voormalig postkantoor aan de Neude wordt twee dagen lang gevuld met proza, poëzie en muziek.
Dan is er het Bluegrassfestival. Naar verwachting zullen er vele fans uit Nederland, België en Duitsland op deze Amerikaanse countrymuziek afkomen.
Op een niet nader aangeduide plaats wordt opnieuw het Cultifeest gehouden: ‘een lang weekend vol smaak, dans, muziek en plezier’.
Voor de sportievelingen is er de jaarlijkse Loop van de Leidsche Rijn en de Grote Leidsche Rijn Fietstocht. Rondom de start en finish is er live muziek en vermaak.
In het Utrecht Science Park gaat de Daktuin open, een broeiend dakterras ‘vol workshops, proeverijen, inspirators en muziek’. Een jaarlijks evenement ‘bomvol beleving’. Je kunt er ‘ontspannen, werken, lunchen, borrelen, en vooral genieten’.
Om dit blog binnen de perken te houden vermeld ik hierbij kortweg nog wat andere attracties: een Boekenbeurs, de Nijntje Art Parade, diverse activiteiten in het kader van de start van de Tour de France in Utrecht, Verstoppertje spelen in Hoog-Catharijne (een Facebook-initiatief), een Poëzieroute, een sieradententoonstelling en IMPROV XL, een festival dat geheel in het teken staat van de improvisatie.
Dan vergeet ik haast nog het inmiddels vermaarde Soendafestival. Veertig artiesten mogen op vijf podia hun kabaalmuziek opvoeren. Het festival vindt weliswaar plaats buiten de stad, in het Noorderpark, maar het bonkende geluid gaat ieder jaar half Utrecht door en zal zeker de Domkerk bereiken, waar mijn koor Decibelle die avond in het kader van de meditatieve Night of Light een optreden tussen de kaarsjes verzorgt.
Keuze te over dus, maar voor wie van dit alles nog niet gelukkig wordt is er de Geluksroute,  ‘een initiatief om mensen samen te brengen die geluk willen delen door erover te praten of ervaringen te delen’. Immers: ‘Happiness is only real when shared’. Een deelnemer aan de route zal nergens toe worden gedwongen: ‘Ieder mag zijn eigen route samenstellen. Er zijn lezingen, maar ook hoelahoep of helend tekenen’. Bovendien wordt er geknutseld in Park Lepelenburg: ‘tijdens de Geluksroute ga je soms over je grenzen heen’.
Ik verzin dit allemaal niet. Al deze evenementen worden gelijktijdig in de stad Utrecht gehouden. En dan heb ik nog maar één huis-aan-huisblad doorgenomen. Voor één weekend. Er is geen beter bewijs, dat wij de crisis nu achter ons hebben gelaten.
Er wordt wel eens gezegd, dat Amerikanen zulke hardwerkende mensen zijn. En dat Chinezen zich altijd de pleuris werken en één weekend per jaar in een volgestouwde trein naar huis toe mogen. Maar in Utrecht kunnen we er ook wat van.
Denk maar eens aan al het voorbereidingswerk. Aan de organisatiebureaus en gediplomeerde eventmanagers die overuren maken. Aan de creatieve werkgroepjes die avond aan avond bij elkaar zitten voor het opstellen van draaiboeken, het werven van fondsen, de PR (‘we moeten de huis-aan-huisbladen niet vergeten!’).
Laat de pessimisten maar beweren, dat Europa al festi-vallend ten onder gaat. Wij willen genieten van poëzie, zang en dans. Volgend jaar krijgt iedereen zijn eigen festival, voor minder doen we het niet. 
Ik ga voor dauwtrappen.
0

GEVAARLIJK WONEN

In het nieuws
Eeuwenlang was het water de grote vijand. De mensen bouwden hun huizen en kerkjes op verhogingen in het landschap. Die worden hier wierden genoemd. Lange tijd waren er nog geen zeedijken. Als bij hoog water of stormvloed het zeewater ver het land in drong, dan hield men op de wierden meestal droge voeten.
Vanaf de 13 eeuw hebben monniken lage dijken aangelegd. De kweldergeulen waardoor het zeewater het land in- en uitstroomde bleven na de indijking bestaan. De watertjes, maren genaamd, kronkelen nog steeds door het landschap. Anders dan in Holland ligt het land overal hoger dan het water.
Je staat ergens
op de brug over een maar
om je heen alleen lucht, lucht en gras
en onder je voeten gaat het water
oud langzaam water, terug
naar waar het ooit vandaan kwam
waar de wereld nog is zoals die was
terug naar de zee
(Rutger Kopland).
Verspreid in dit land liggen dorpjes en gehuchten. Verzamelingen van kleine en piepkleine huisjes van rode baksteen rond een kerk of een oude brug.  Een winkel vind je er niet meer noch een café of een bank. Voor de dokter of de politie is er een telefoonnummer. Roestig-witte doelpalen staan nutteloos in een overwoekerd veld. Het is hier stil onder de overtrekkende wolken.
Tussen de akkers en de weilanden liggen monumentale boerderijen met schuren zo groot als een kathedraal. Je kunt hier naar alle kanten ver kijken. De lucht is immens en de aarde is groeizaam. Groepjes ganzen vliegen over. Het geklepper van de vleugels en een onrustig gekwaak doorbreken de stilte. Schapen grazen vredig door. Er is hier volop ruimte, er is een zee van tijd.       
In een wat groter dorp is een station. Er stoppen treinen, maar het stationsgebouw is niet meer in gebruik. Naar beide zijden loopt het spoor een vlakke leegte in. In de buurt van het station staan negentiende-eeuwse villa’s. Chaletachtige gebouwen met ruime erkers, overdekte houten balkonnetjes, dakversieringen en torentjes. Ze zijn ooit gebouwd voor de notablen van het dorp.
Hier bevindt zich Hotel Spoorzicht, gebouwd in 1890. Een rijk versierde houten veranda geeft toegang tot de hoge voordeuren. In de gelagkamer staan stevige eiken tafels en leren leunstoelen die doen denken aan een Herensociëteit. De asbak op metalen poot met draaischijf is verdwenen, maar je krijgt hier bij de koffie nog een huisgemaakte kletskop, even nostalgisch als de entourage.
Dat was Loppersum in 2004, toen wij enkele dagen in Hotel Spoorzicht doorbrachten. Tien jaar geleden sprak er nog geen mens over aardbevingen. Er waren wel eens trillingen, maar die veroorzaakten geen schade en geen zorgen. Op 16 augustus 2012 was er in het dorp een aardbeving van 3,6 op de schaal van Richter. De beving duurde langer en was sterker dan ooit. Het KNMI registreert in Noord-Oost Nederland zo’n 50 bevingen per jaar. Huisraad valt kapot, schoorstenen vallen omlaag en er komen scheuren in muren. Sommige huizen blijven alleen dankzij steunconstructies overeind.
 
bron: nos.nl
 
Het weidse landschap in het Hogeland is hetzelfde gebleven. Hier een kerkje, daar een molen. De maren kronkelen immer tussen de uitgestrekte akkers. Rietvogeltjes verstoppen zich aan de oevers. Toch ziet het land er nu anders uit. Het is er minder vredig en minder onschuldig. Diep onder de akkers, onder het vruchtbare groen, rommelt het voortdurend. Als in een buik met teveel gassen. Maar in dit geval is juist het probleem dat er teveel gas uitgehaald is.
Ooit stond de naam Slochteren voor een hoopvolle toekomst, een rijke bodemschat, een toenemende welvaart voor elke Nederlander. Ook zonder beeld en geluid hoor je er de doordringende Polygoonstem van Philip Bloemendaal bij. Nu staat de naam Loppersum voor aardbevingen, kapotte huizen en financiële schade. Voor angst en onrust onder de bevolking.
Als Slochteren het symbool is voor het begin van de welvaart, staat Loppersum dan voor het begin van de neergang?
1

OM GEK VAN TE WORDEN

In het nieuws
Wie vijfentwintig jaar geleden depressief was, meldde zich bij ‘het Riagg’. Je kwam dan op een wachtlijst te staan. Als je na een half jaar niet spontaan beter was geworden, kreeg je een intakegesprek. Daarna volgde de wachttijd voor de start van de behandeling. Was die mooie dag eindelijk daar, dan nam de behandelaar je mee naar een gesprekskamer en kon je je hart uitstorten. Wat er gebeurde in die gesprekskamer bleef verborgen. Zowel voor de instelling, de financier, de inspectie, voor wie dan ook. De gesprekken gingen door zolang de  hulpverlener dat nodig achtte. Dat was vaak lang. De hulpverlener hoefde geen verantwoording af te leggen. Welke behandelingen geboden werden en met welke resultaten werd niet bijgehouden. Alleen als de hulpverlener advies nodig had, kon hij een behandeling inbrengen in een wekelijkse overleg. Twintig medebehandelaren deden er dan hun professionele plas over en vervolgens was het aan de hulpverlener wat hij met de adviezen deed.
De instelling ontving elk jaar hetzelfde budget. Na afloop werd keurig gerapporteerd welke kosten waren gemaakt voor personeel,  huisvesting, kopieerpapier en koffie.
Eind jaren negentig begon deze situatie te knellen. De instellingen wilden uitbreiden en de wachtlijsten wegwerken. De overheid en de verzekeraars eisten meer inzicht in wat er met het geld gebeurde.
De handen werden ineengeslagen. Het budgetplafond verdween. Iedereen met een verwijsbrief van de huisarts mocht geholpen worden. Instellingen konden groeien en de wachtlijsten wegwerken. Als wederdienst werkten de instellingen mee aan de ontwikkeling van een transparante wijze van financieren en verantwoording afleggen. Dat werd het beroemde systeem van de Diagnose Behandel Combinatie. Voor elke stoornis moest worden vastgelegd welke behandeling passend was, hoe lang die behandeling mocht duren en tegen welke kosten. De DBC-ontwikkeling duurde een aantal jaar, want het GGZ-veld vond dat de complexe behandelwereld niet in minder dan 1000 DBC’s te vatten was.
Ondertussen explodeerden de kosten. Er was sprake van een verdubbeling in tien jaar tijd. Dat gold ook voor de zorgen van opeenvolgende staatssecretarissen van VWS. Minister Schippers gaf tenslotte het heft geheel in handen van de zorgverzekeraars.
Die wisten daar wel raad mee. Niet gespeend van enige kennis over de GGZ werd via de financiering het ‘productieproces’ gestroomlijnd en gestandaardiseerd. De cliënt vult bij de aanmelding een vragenlijst in (bij voorkeur één lijst voor alle stoornissen). De behandelaar bepaalt meteen daarna de diagnose en de ernst. Daaruit volgt het standaardbehandelplan, bijv.  4 of 8 of 12 gesprekken. Aan het einde wordt de vragenlijst weer afgenomen. Dan wordt duidelijk in welke mate de behandeling geholpen heeft.  Behandelaren hoeven niet meer met elkaar te overleggen. Contact met de huisarts of de ouders is niet meer nodig. Zo kan een behandelaar tenminste 8 gesprekken op één dag voeren.
Het Kwik-fitmodel. Tjak, tjak, tjak, volgende patiënt, zo luidt de kop boven een artikel over de GGZ in de Volkskrant van 13 februari. Psycholoog Masja Schakenbosch vertelt dat er binnen haar instelling alleen nog maar gesproken wordt over het halen van de productie. Elke minuut moet verantwoord worden. De diagnose moet na één gesprek gesteld worden, anders krijgt de instelling niet uitbetaald. Het management laat elke vergadering weer weten, dat de productie omhoog moet. ‘Halen we het niet, dan gaan we failliet’.
Het artikel geeft de werkelijkheid uitstekend weer. Ook binnen de instelling waar ik werk regeert de boekhouder. Vergaderingen gaan al enkele jaren alleen maar over ‘slimme oplossingen’ om de  registratie te verbeteren en de facturering te faciliteren.  
Masja Schakenbosch heeft ontslag genomen. Door ingezonden briefschrijvers in de Volkskrant wordt zij als een held beschouwd. Zij is voor zichzelf begonnen. Dit is  een schijnoplossing, want als kleine zelfstandige heeft zij met precies hetzelfde regiem van de zorgverekeraar te maken. Sterker nog, zij kan alleen een kruisje zetten bij een eenzijdig opgelegd contract. Het alternatief is dat cliënten deels of geheel hun eigen behandeling betalen.
Hoe nu verder? Terug naar vijfentwintig jaar geleden lijkt me niet de goede weg.
Er moet meer balans komen in de verhoudingen. De macht van verzekeraars moet worden teruggedrongen. Behandelaren moeten binnen de financiele kaders meer autonomie krijgen. Minder controle (dat scheelt kosten) en meer vertrouwen in elkaar (zoals VVD’ers en ondernemers met elkaar omgaan).
Word je in de tussentijd depressief, klop dan gerust aan bij de GGZ. Tweederde voelt zich na de behandeling opgeknapt. Beter nog is om te voorkómen dat je depressief wordt. Dat kan namelijk uitstekend.

 

0

VERDORIE

In het nieuws
Op de afdeling herenmode is het stil. Een ouder echtpaar staat voor een kledingrek. De vrouw schuift wat haken opzij en haalt met haar andere hand een jas eruit. De man kijkt van enige afstand toe. Verderop vergelijken twee oudere allochtonen de prijzen van broeken.
Tussen de namen van populaire modemerken hangen felrode borden Sale.
Ook op de afdeling kantoorartikelen is het rustig. Achter de kassa staan twee verkopers te praten, beide met de handen over elkaar. Op elke afdeling klinkt weer andere muziek, zodat je vaak twee soorten deuntjes tegelijk hoort.
Bij de roltrappen is het drukker. Voel je thuis staat er op de wand en Vind inspiratie, naast de boom met cadeautjes die ook op de plastic tassen prijkt. Er hangen roze hartjes met spreuken.
Het moet een huiskamer zijn, waar je je op je gemak voelt. Waar je mooie spulletjes vindt tegen een billijke prijs. Waar je kunt genieten van aantrekkelijke waar. Waar het naar vers gebakken broodjes ruikt. Verwen jezelf, het is hier goed.
Over een tijdje zal het niet meer kunnen. Ondanks dat het bedrijf nog vier maanden door kan dankzij de verlaging van de huur. Welke kunstgreep zou ervoor moeten zorgen, dat de zaak weer gaat lopen en de klanten weer als bijen op de korf afkomen? Welke marketingstrateeg of retaildeskundige heeft er nog een konijn in de hoge hoed? Hoeveel geld zou men de afgelopen jaren al hebben uitgegeven aan adviseurs op het gebied van huisstijl, beleving, consumententrends en webshops?
Het gaat bijvoorbeeld over de vraag of je de waar beter op een tafel kunt uitstallen dan in een schap. Of daglicht in de winkel zal aanspreken. Hoe je van een winkel een belevenis kunt maken.
Zoals elk product zijn levenscyclus heeft, zo kent ook elke winkelformule zijn levenseinde, het café en het bordeel wellicht uitgezonderd. Dit bedrijf heeft zijn langste tijd gehad, het wordt vermalen tussen de speciaalzaken, discounts en webshops.
V&D was lange tijd een prettige zaak om te komen. Een stuk warmer en gezelliger dan de Galeries Modernes of de Hema en een stukje minder bekakt en duur dan de Bijenkorf.
Het was er goed winkelen. Van alles wat je maar kon bedenken vond je er onder één dak. Kantoorartikelen, gordijnen, flessenlikkers, sigarettenétuis en nylons, je werd nooit teleurgesteld en je ging altijd met iets naar huis. Het was een beschaafde zaak, waar je vriendelijk geholpen werd door het trouwe personeel.
V&D was de eerste winkel in Utrecht met roltrappen. Over belevenis gesproken.
Het was de eerste winkel die folders huis-aan-huis verspreidde. Al lang voor Sinterklaas keken we er verlangend naar uit. Het doorbladeren van de pagina’s met speelgoed was net zo enerverend als pakjesavond.
Eind augustus schuifelden we over de afdeling schoolartikelen, bekeken het kaftpapier in moderne kleuren, de schoolagenda’s met popsterren, de passers en geo-driehoeken.
En dan die omroepstem, uitgemeten en zwoel tegelijk: vierendertig voor kassa negentien.
Het meeste is verleden tijd. In een vertwijfelde poging om in de race te blijven zijn de winkels al enkele keren gerestyled. Het assortiment is flink ingekrompen, zodat je voortdurend teleurgesteld wordt. Er zijn schreeuwerige afdelingen met discolampen. Ik behoor niet tot de doelgroep, ik weet het, maar wie dan wel?
Een vrouw verontschuldigt zich bij de kassa. Ze vindt het vervelend om juist nu iets terug te brengen maar het past ècht niet. De verkoopster van middelbare leeftijd voelt zich gesteund.
Het personeel weet zich geconfronteerd met een Vervelend Dilemma. Als je de achteruitgang in salaris niet accepteert, raak je je baan kwijt. Als je het wel doet, word je op den duur waarschijnlijk ook ontslagen, met een lagere ww-uitkering als gevolg. Ik vraag me af wat er gebeurd is met de miljoenen winst uit de vette jaren. Zou het personeel toen spontaan 5,8 procent meer salaris gekregen hebben?
Blijf ik nog wel zitten met de vraag, waar ik straks een nieuw horlogebandje kan kopen. Iets voor de Blokker misschien?

 

1

VERKOPERS VAN ZORG EN WELZIJN

In het nieuws
Ik moet voor mijn werk naar het gemeentehuis van Nieuwegein. Dat noemen ze daar het Stadshuis. Als ik de hoge, glazen toegang door ben, sta ik op een groot, overdekt plein. In het midden gaan een brede trap en een glazen lift uitnodigend omhoog naar het licht. Het gebouw straalt gastvrijheid en transparantie uit.
Op de 4e verdieping bevindt zich de Gildenborchzaal, een vergaderzaal die geheel gevuld is met een reusachtige, ovalen vergadertafel. Gedempt licht valt op de koffie- en theekannen. Eén  van de lange zijden heeft een glazen wand. Dit is de wereld van ontmoeting, debat en participatie.
De Gildenborchzaal stroomt vandaag vol met vertegenwoordigers van alle lokale welzijns- en zorginstellingen, die je maar kunt bedenken. Een stuk of veertig hebben een plaatsje aan de tafel weten te bemachtigen. Er worden stoelen aangesleept om de andere belangstellenden een plekje te geven op de tweede rij.
Wij zijn hier vandaag voor de brainstormsessie ‘verkenning regionaal specialistisch team Lekstroom’. Dat heeft alles te maken met de overheveling van budgetten voor de jeugdzorg en de maatschappelijke ondersteuning naar de gemeenten.
Aan één punt van het ovaal, naast het scherm met de powerpointpresentatie, staat een goed van de tongriem gesneden gespreksleidster in mantelpak en op hoge hakken. Zij schetst in hoog tempo het beleidskader. Ondertussen probeert een deelnemer tevergeefs een koffiekan naar de overzijde van de tafel te schuiven. Er komen nog steeds vertegenwoordigers binnen.
De gespreksleidster heeft zich kennelijk voorgenomen om de zaal eens lekker uit te dagen. Met de schouders naar achteren en de kin vooruit blikt ze over de tafel. Er moeten resultaten worden geboekt vandaag! Wat mogen bewoners van de Lekstroomgemeenten van jullie verwachten, waar sta je voor?
Na een aarzelend begin buitelen de sprekers over elkaar heen. Het gaat van autistische kinderen naar dementerende ouderen, van lichamelijk gehandicapten naar ‘multi-problem-problematiek’, van nieuwe veelbelovende trainingen, naar zichzelf ondersteunende vrijwilligers.
Youpee, Participatio, In Paradisum[1], of hoe de instellingen ook mogen heten, ze weten alle wat de cliënt nodig heeft. Dat is wat zij zelf bieden. Er wordt niet naar elkaar geluisterd en er wordt niet op elkaar gereageerd. Dit is de markt. Vertegenwoordigers zijn verkopers.
 
Overheveling van budgetten, marktwerking en bezuinigingen hebben er toe geleid, dat geen enkele instelling meer weet of zij over twee jaar nog bestaat. Om te overleven moeten instellingen concurreren. Hulpverleners worden ontslagen en marketingmedewerkers in dienst genomen.
Daarnaast wordt instellingen gevraagd om met elkaar samen te werken, in de zorgketen of in wijkteams.
Concurreren en samenwerken gaan moeilijk samen.
Er ontstaan conglomeraten van instellingen, met managers die van vergadering naar vergadering hollen, met businessmodellen en kengetallen strooien en die de competenties bezitten om te verbinden, op te schalen en af te schalen en slimme beslissingen te nemen.
Degenen die dit het beste kunnen, winnen de aanbestedingen bij de gemeenten.
In Utrecht is het werk van de sociale wijkteams gegund aan Incluzio[2], een nieuwe dochter van een  schoonmaakbedrijf, dat zich nu ook op de markt van zorg en welzijn richt. Uit het persbericht van Incluzio: ‘Het is een pittige opdracht, maar we zijn er klaar voor. Wij hebben Radar aan onze zijde, een zorg- en welzijnsorganisatie met een bewezen trackrecord in de kanteling van het hele sociale domein’.  
Dan weet je het wel. Waar gekanteld wordt, vallen er  mensen buiten de boot.
‘Ons moederbedrijf Facilicom levert daarnaast extra ontwikkelkracht’.
Bedoeld wordt dat schoonmakers de expertise hebben om duidelijk uit te leggen wat er wel en niet kan: wij begrijpen uw wens, maar er staat in het contract dat we u maar eenmaal per drie weken mogen douchen. Zou uw buurman u kunnen wassen, mevrouw?
In het onderwijs en de zorg klinkt steeds luider de roep om de invloed van de professional te versterken. Dat begrijpt Incluzio ook: ‘wij willen de professionals die nu al in Utrecht werken graag een plek bieden in onze organisatie. Zij zijn onze sterkste kracht en wij zullen er dan ook alles aan doen om hen de ruimte te bieden en te faciliteren.’ Wat moet de door de ervaren maatschappelijk werker die door deze reorganisatie op straat is gezet, hiervan denken?
Het mantelpakje haalt mij uit mijn dagdromen. We moeten in groepjes naar de flap-over. Netwerken!
Verkopen!

 



[1]In verband met de privacy zijn deze namen gefingeerd
[2]Niet gefingeerd, www.incluzio.nl, zie onder nieuwsberichten, bericht d.d. 16-07-2014