Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

In het nieuws

0

CHRISTOPHORUS BUYS BALLOT

In het nieuws

Sta je met je rug naar de wind, dan is er een lage drukgebied aan je linkerhand en een hoge drukgebied aan je rechterhand. Tenminste op het noordelijk halfrond. Dat wordt de wet van Buys Ballot genoemd. Dus komt de wind uit het westen dan ligt het lagedrukgebied ergens in het noorden en de hoge druk ergens in het zuiden. Voor de doorsnee burger is dit nutteloze kennis, want je kunt er niets mee.
Voor mij is het echter wel handig om te weten. Ik woon namelijk in de Buys Ballotstraat. Als ik vragen krijg over de naam van de straat, dan kan ik uitleggen dat Buys Ballot de oprichter van het KNMI was en de naamgever van de wet over de windrichting. Dat helpt bij het onthouden. Zoals mijn vader vroeger over onze Den Hamstraat nog wel eens vertwijfeld door de telefoon riep: ‘Geen spek, of worst, maar ham!’.

De Sonnenborgh

10 Oktober j.l. was het 200 jaar geleden dat Christophorus Buys Ballot geboren werd. Hij begon als 18-jarige aan de universiteit van Utrecht met de studie klassieke talen, maar al snel stapte de bolleboos over naar de exacte wetenschappen. Na zijn promotie werd hij op jonge leeftijd hoogleraar in de scheikunde, natuurkunde en wiskunde, dat kon in die tijd nog. De bestudering van de sterren vond hij net zo interessant als het meten van de hoeveelheid regen die op verschillende hoogten langs de Domtoren viel.
Met steun van eerste minister Thorbecke kon hij het 16e eeuwse bastion Sonnenborgh aan de buitengracht in Utrecht ombouwen tot observatorium voor weer- en sterrenkundige waarnemingen. Dat was het begin van het KNMI. Buys Ballot begon aan iets wat sommigen ook nu nog als een onmogelijke opdracht zien: het voorspellen van het weer. Hij was de grondlegger van de weerkaart en het weerbericht in Nederland. Hij plaatste apparatuur in havens waarmee de komst van stormweer kon worden voorspeld. Maar nog belangrijker was dat hij over de grenzen heen keek. Hij zorgde ervoor, dat men in heel Europa de wind en de temperatuur op dezelfde manier is gaan meten. Dat leverde een schat aan gegevens op, waaruit hij zijn beroemde wet kon destilleren.
Christophorus overleed in 1890 tijdens een griepgolf. Dat onheil had hij niet aan zien komen.
Zeven jaar later, nu 120 jaar geleden, wordt er aan de overzijde van de nieuwe Oosterspoorbaan in Utrecht op een drassig stuk weiland dat eigendom was van de katholieke kerk een straat aangelegd. De gemeente vernoemt de straat naar haar wereldberoemde meteoroloog.

Het KNMI verhuisde naar de Bilt en de Sonnenborgh in Utrecht is nu al weer een tijdje Museum de Sterrenwacht. Om de 200e geboortedag van Buys Ballot te vieren waren dinsdag alle inwoners van de Buys Ballotstraat in Utrecht, de Buys Ballotweg in de Bilt en de Buys Ballotlaan in Soesterberg uitgenodigd voor een avond met lezingen en demonstraties in het museum. Bewoners van dezelfde straten in onder meer Leiden, Apeldoorn, Venlo waren niet uitgenodigd, dus dat gaf het feestje enige exclusiviteit.
Je kunt in het museum van alles leren over het weer en de sterren en ik laat me de werking van een reusachtige telescoop uit 1835 uitleggen, maar net als vroeger tijdens de natuurkundeles kost het me moeite om mijn aandacht erbij te houden. Ik ben vooral geïnteresseerd in meneer Buys Ballot. Maar veel verder dan dat hij een zeer gelovig wetenschapper was, 8 kinderen had en zijn stappen telde tijdens het lopen kom ik niet. Door een stevige westenwind fiets ik weer naar huis. Links de lage druk, rechts de hoge, oefen ik nog even voor mezelf.

2

OP DE DIVAN

In het nieuws

Divan, Freud Museum London

Ik droom dat ik bij een spoorwegovergang de bomen omhoog zie gaan. Ik stap naast mijn moeder in een trein die langzaam op gang komt en een donkere tunnel in rijdt. Als de trein de tunnel uitkomt zit mijn vader tegenover mij. Mijn moeder is weg.
Voor een psychoanalyticus zou de duiding van deze nepdroom zo klaar zijn als een kontje. De spoorbomen die omhoog gaan staan voor een erectie, de trein die op gang komt voor de coïtus, de donkere tunnel voor de vagina en de rest voor het Oedipuscomplex. Ik begeer mijn moeder en ben bang voor de straf van mijn vader.

De psychoanalyse in Nederland bestaat honderd klaar en dat wordt uitgebreid gevierd. Het lijkt erop, dat de weinig overgebleven analytici hiermee zichzelf wat viagra willen toedienen om de zaak weer overeind te krijgen.
De theorie van Freud is, dat mensen niet alleen worden gedreven door overwegingen, normen en opvattingen, maar nog meer door het onbewuste: gevoelens, lusten, instincten. Het onbewuste openbaart zich bijvoorbeeld via versprekingen en verschrijvingen en via dromen en humor. Wat je werkelijk drijft kan je achterhalen door in analyse te  gaan. Hiervoor moet je vier tot vijf keer per week een uur op de divan liggen. Je associeert een eind weg over wat er op dat moment in je hoofd opkomt. Als je geluk hebt bromt de therapeut, die onzichtbaar achter je zit, af en toe een aansporing tot verdere exploratie van je gedachten en gevoelens. Deze frequente sessies moet je vijf jaar volhouden.
In Nederland wordt deze kostbare vorm van therapie niet meer vergoed wegens gebrek aan bewezen effectiviteit. In andere landen, zoals de Verenigde Staten, liggen dagelijks vele analysanten op de divan (terwijl buiten de psychiatrische patiënten verdwaasd achter hun winkelwagentje met plastic zakjes lopen).

Jaren geleden had ik via mijn werk nog wel eens wat te maken met het Psychoanalytisch Instituut Utrecht, de geilige tempel van de psychotherapie, gevestigd in twee majestueuze panden aan de Maliestraat. Daar werkten in zalen van behandelkamers de echte therapeuten, de belezen mannen die zich ver verheven voelden boven de doorsnee hulpverlener. Zij behandelden zo’n 5 patiënten per week, veelal goed opgeleide neuroten. De privacy stond hoog in het vaandel, patiënten mochten elkaar niet op de gang tegenkomen. Er waren nogal wat bekende Nederlanders bij. Verwarde psychiatrische patiënten behandelde men niet, de methode zou bij die groep alleen maar ontregelend werken.
Er was een forse ondersteunende staf, een schitterende bibliotheek met behulpzaam personeel en een eigen kopuleerafdeling voor de reproductie van honderden vagina’s over de nieuwe theoretische ontwikkelingen. De peperdure behandeling werd betaald door het ziekenfonds. Dus ik begrijp dat de SP daarnaar terugverlangt.

Kritiek op aannames of duidingen kon door de analytici gemakkelijk worden weerlegd als weerstand, voortkomend uit een onverwerkt verleden. Ook ik ben in dit stuk nog steeds met mijn vader aan het vechten. Mijn superego (mijn geweten) zegt mij nu echter, dat ik ook iets aardigs over de psychoanalyse moet zeggen.
Welnu, dit stukje is tot  stand gekomen, nadat ik een uur lang op mijn eigen bank heb liggen associëren op het woord psychoanalyse. Een uitnodiging ooit van mijn verleidelijke therapeute om in analyse te gaan heb ik weerstaan, maar concepten als het onbewuste en het superego hebben mijn zelfinzicht vergroot. In mijn terugblikken op deze plek was ik niet zo ver gekomen als ik niet van psychoanalytische inzichten had geprofiteerd.
Daarom feliciteer ik bij deze het psychoanalytisch genootschap. Met daarbij één adviesje: kom eens uit je ivoren phallus, de 19e eeuw is al lang voorbij.

0

THE VOICE OF SAND AND GLUE

In het nieuws, Muziek

Ik leerde zijn muziek kennen via een Franse omweg. Franse muziek was destijds bij ons thuis dominant. Jacques Brel, Gilbert Bécaud, Françoise Hardy. Mijn oudere broer had een bandrecorder, waarop La fille du Nord van Hughes Aufray voorbijkwam. Hoewel ik de tekst niet goed kon volgen werd ik meteen gegrepen door het heimwee en het verlangen, wat uit de getokkelde gitaar tevoorschijn kwam. Toen ik later het origineel van Bob Dylan hoorde vond ik dat lelijk, vanwege het knauwende Amerikaans en ‘the voice of sand and glue’, zoals David Bowie de stem van Dylan ooit betitelde. Toch vind ik het nog steeds een van de mooiste Dylannummers, al zal hij niet vanwege deze tekst de Nobelprijs ontvangen hebben.
In de jaren die volgden was Dylan voor mij een popmuzikant die af en toe in de top 40 stond. Mijn godsdienstleraar op de middelbare school vond Blowing in the Wind zo’n prachtig lied. Dat vond ik niet passend, leraren moesten van de popmuziek afblijven. Dat  Blowing in the Wind later terug kwam in beatmissen kon ik evenmin waarderen. Het leek een Amerikaanse remake van Ik zou wel eens willen weten van Jules de Corte.

Enige jaren geleden heb ik in een opwelling een cassette met Dylan’s muziek uit de 60-er jaren gekocht. Ik veer op als ik een nummer hoor als It’s all over now, baby blue of All I really want to do. Het is de nostalgie naar de jaren van verandering, de jaren dat ik leerde op eigen benen te staan, zonder af te gaan op de bandrecorder van mijn broer.
Toch luister ik weinig naar de Dylan-cd’s. Hoe komt dat?

Ik ben op de eerste plaats muzikaal ingesteld. Bij Dylan hoor je vooral lappen tekst. Een waterval van woorden, litanieën waarin de ene associatie de andere lijkt op te roepen. Zie bijvoorbeeld Mr. Tambourine man .
Is het poëzie, is het de Nobelprijs waard? Ik zou het niet weten, ik ben een leek in de poëzie en nog meer in de Dylanologie.
Omdat ik niet aangesproken word door de tekst, rest de muziek. Die vind ik vaak weinig opwindend tot regelrecht saai. Na twee 2 coupletten lijkt het mij muzikaal gezien de tijd om af te ronden, da capo al fine, op naar het volgende stuk. Dylan gaat dan echter nog acht lange coupletten door in hetzelfde eenvoudige akkoordenschema. Hij braakt en spuugt zijn teksten uit alsof hij er graag van af wil, maar er steeds weer nieuwe woorden opwellen. It’s a hard rain that’s  gonna  fall. Ik begrijp wel waarom Patti Smith zaterdag bij de uitreiking van de Nobelprijs de tekst kwijt was.

Wat mij nu nog het meest bevalt zijn de stukken waarop Dylan zichzelf op akoestische gitaar begeleidt, de mondharmonica op de houder vlak voor zijn lippen, klaar om een hartverscheurend intro te blazen of om de rauw gezongen regels nog eens met de harmonica te herhalen, onder extra harde klappen op zijn  gitaar. Dat is eigenlijk toch veel mooier dan de violen die Hughes Aufray achter zijn cover plakte.

0

DE VERMALEDIJDE MANAGER

In het nieuws

Het zijn onzekere tijden. Naast de allochtonen, de politici en de elite is er nog een categorie mensen naar wie de beschuldigende vinger uitgaat: de manager en zeker de manager in de publieke sector, zoals het onderwijs, de zorg en de politie.
managerEr zijn er veel te veel van en wat hun werk opbrengt is omgekeerd evenredig aan wat zij kosten. Ze leggen de knoet over de werkvloer door de normen steeds hoger op te schroeven, terwijl ze de ballen verstand hebben van het werk. Ze spreken alleen maar over marktaandeel en break-even point. Ze zijn er niet vies van om met cijfers te sjoemelen als zij daarmee hun status kunnen verhogen.
De manager, kortom, staat voor alles wat het gewone werkvolk verfoeilijk vindt. Als je manager bent, kan je dat tegenwoordig maar beter niet op een verjaardag vertellen. Misschien kunnen we beter de omschrijving ‘werknemer met een leidinggevende achtergrond’ invoeren. Ik durf hier nog net te schrijven, dat ik een deel van mijn werkend leven manager ben geweest in de zorg. Om die reden voel ik mij geroepen om bovenstaand beeld te nuanceren, een beetje althans.

1.    In de 2e helft van de 20e eeuw was de teamleider een vakman die alles van het werk wist en een natuurlijk gezag had bij de teamleden. Professionals kenden een behoorlijke mate van vrijheid.
Mooi geregeld zou je zeggen, met de ogen van nu, maar op dat moment was er ook veel kritiek. Een agent bracht minder dan 40% van zijn tijd op straat door. Een therapeut voerde slechts vier gesprekken op een dag. Het was bovendien volstrekt onduidelijk of het bestede geld wel opbracht waarvoor het bedoeld was: meer veiligheid, beter presterende leerlingen, meer behandelde patiënten. De maatschappij eiste meer waar voor de bestede belastingcenten.
Dus ging de financier meekijken. De efficiency kon en ging omhoog. Dat vroeg om een ander soort leidinggeven. Vakbekwame teamleiders haakten af. Ze werden vervangen door nieuwbakken managers geschoold in financieel management en marketing: een onverwacht gevolg van een door de maatschappij gewenste ontwikkeling.

2.    manager-2Zoals wel vaker in hoogoplopende discussie worden alle managers op één hoop gegooid. Bestuurders die speculeren met geld en megalomane gebouwen laten neerzetten hebben de sfeer verpest voor afdelingsleiders die voor hun organisatie en medewerkers het vuur uit de sloffen lopen. Tussen deze twee uitersten bevinden zich nog vele varianten.

3.    Dat er teveel en te dure managers zijn, geldt in ieder geval al lang niet meer voor de zorginstellingen die ik ken. Waar in de vakliteratuur één leider op een team van 10-15 werknemers als ideaal wordt gezien had ik tien jaar geleden al meer dan 50 medewerkers in mijn afdeling. Ik liet heel veel aan de medewerkers over, niet zozeer uit principe, als wel omdat het niet anders kon. En binnen mijn instelling werd een leidinggevende lager ingeschaald dan een vakbekwame therapeut.

Het nieuwe geloof is nu: zelfsturende teams. Nieuw is dat overigens niet, want in de dertiger en zeventiger jaren is met deze organisatievorm ook geëxperimenteerd. Ik geloof er niet zo in, omdat er binnen een roerloos team altijd informele leiders opstaan, die de verantwoordelijkheid nemen zonder formele aansprakelijkheid.
Ik zie de oplossing in minder regels en controle vanuit financiers en een combinatie van leidinggeven en inhoudelijk vakmanschap. En wees aub een beetje aardig op dat feestje voor die werknemer met een leidinggevende achtergrond. Want eigenlijk ben je, zoals een psychiater mij  ooit noemde: een stroman. Deze psychiater is nu zelf de hoogste baas van een van de grootste GGZ-instellingen in Brabant.

0

SOUND THE TRUMPET

In het nieuws

trumpNiets is meer wat het lijkt.
Het gezond verstand en de democratie staan onder druk. Dat geldt niet alleen voor landen als Polen, Hongarije, Turkije en de Filipijnen. Ook in het westen rukt het populisme op. De boze witte mannen zorgden in Engeland voor de overwinning van het Brexit-kamp. Nu hebben ze in Amerika volksmenner Trump op het schild gehesen, de man die als een trompetterende olifant door de porseleinkast dendert.
Hoe heeft dit allemaal kunnen gebeuren?
Dankzij de vergetenen, zoals ze genoemd worden. De ‘niet-gehoorden’. Een heruitgave van De Kleine Man van Louis Davids. Zo’n doodgewone man met een confectiepakkie an. Zo’n man die niks verdragen kan blijft altijd onder Jan.
Een ander woord dat vaak terugkomt in de gesprekken is: de onderbuik. De elite, de politici, de beleidsmakers, de traditionele media: iedereen heeft de onderbuik van de blanke, boze man onderschat. Die is dikker en meer geharnast dan je zou denken. Argumenten, feiten, aperte leugens, immorele opmerkingen, alles ketst af op de gevoelens van onbehagen, van wantrouwen tegen het establishment, van hunkering naar zekerheid in onzekere tijden.
En dus?

De onderbuik is realiteit, je kunt er niet om heen. De partij van het gezonde verstand (waartoe ik mijzelf ook reken) zou meer aandacht moeten hebben voor de gevoelens die onder delen van bevolking leven. Je gaat met elkaar praten, je probeert begrip voor elkaar op te brengen, je wisselt ideeën en gevoelens uit en zo kom je nader tot elkaar.
Dit is echter een gezond-verstand-strategie die niet zo past bij de man die niks verdragen kan. De onderbuik kan geen compromissen sluiten. Dat vind ik nog een van de meest zorgwekkende ontwikkelingen.
roetveegpietDe kloof tussen gezond verstand en onderbuik is zo groot geworden dat op zich kleine discussiepunten niet meer op te lossen zijn.
In de discussie over Zwarte Piet vond ik de roetveeg-Piet een aanvaardbare oplossing. Het ‘volk’ eist echter zonder meer de handhaving van Zwarte Piet.
In de kwestie van het Oekraïne-referendum vind ik de pogingen van de regering om enerzijds recht te doen aan de bezwaren van de nee-stemmers en anderzijds ook rekening te houden met de  grote groep ja-stemmers zo gek nog niet. Populisten doen echter geen water bij de wijn: nee is nee, het ‘volk’ (al is het maar de helft) heeft gesproken. Verwende kinderen houden alleen op met schreeuwen als ze hun zin krijgen.
De compromisgedachte van Rutte was voor de populisten direct aanleiding om via de (a-)sociale media het volk op te roepen om alle partijen te boycotten die overwogen om dit compromis te steunen. En met de verkiezingen in aantocht hield menig politicus zich stil. De ‘niet-gehoorden’ hebben meer invloed dan zij denken.

Om de kloof te verkleinen zal op de eerste plaats de welvaart beter verdeeld moeten worden. De groei van het bruto nationaal product is immers de laatste jaren niet bij de werknemers terecht gekomen. Daarnaast moeten populisten de kans krijgen om verantwoordelijkheid te nemen. Dat betekent in Nederland, gelukkig, dat zij moeten leren om samen te werken en compromissen te sluiten. Ook Trump zal rekening moeten houden met verschillende meningen.
Ik vrees dat  we onrustige tijden tegemoet gaan. Wat valt er verder nog te zeggen? Lang geleden werkte ik in de bouw. Daar werd menige discussie beëindigd met een one-liner, die Trump niet zou misstaan: ach, een olifant heeft toch de langste…

1

KOUDE OORLOG – deel 2

In het nieuws

koude-oorlog-2Het was in de kern een gevoel van onrechtvaardigheid wat ons destijds dreef. Onrechtvaardigheid over de vele vormen van ongelijkheid en onderdrukking in de wereld: arbeiders, die uitgebuit werden; hun kinderen die minder kansen kregen om door te leren; vrouwen die in een ondergeschikte rol gehouden werden; arme landen, die arm bleven.
Velen van mijn generatie werden vijftig jaar geleden actief in het bestrijden van dit onrecht, bijvoorbeeld in het onderwijs, in buurten, of in de vrouwenbeweging. Sommigen van ons sloten zich aan  bij de Communistische Partij van Nederland. Overal waar mensen streefden naar maatschappelijke verandering was destijds de CPN te vinden. De partij had duidelijke stellingnamen, een grote organisatorische kracht, en een onbaatzuchtige inzet in het verbeteren van de omstandigheden van groepen in de verdrukking.
Zelf ben ik een kort poosje lid geweest van de CPN. Ik meldde me aan nadat ik Het meisje met het rode haar over de communistische verzetsheld Hannie Schaft had gelezen. Ik voelde me echter niet thuis in deze partij.
Ik had het kunnen weten. Want in verschillende acties had ik menig CPN’er leren kennen. Het waren veelal (ex-)studenten. Zij kenden hun marxistische catechismus. Ik vond hen strijdbaar en goed gebekt, maar ook dogmatisch en betweterig. De kameraden wisten het altijd beter, alsof zij de Waarheid in pacht hadden. Twijfels kenden zij niet. Zij hadden de mond vol van ‘de arbeidende klasse’. Sommigen gingen plat praten.

De studenten die aangetrokken werden door de strijdbaarheid van de CPN kregen te maken met argwaan en vooroordelen tegen het communisme. De CPN was toch de vooruitgeschoven post van het Kremlin? De partij die Stalin nog vereerde toen men er in Moskou al op uitgekeken was? Waar ieder die een andere mening had werd uitgemaakt voor handlanger van het kapitaal of agent van de CIA? De nieuwe leden kregen bovendien te maken met de Binnenlandse Veiligheidsdienst, onze eigen Stasi.
boek-josVorige week verscheen van de hand van Jos van Dijk, mijn oudere broer, het boek Ondanks hun dappere rol in het verzet over het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog.
Door een actieve rol in het verzet kreeg de CPN bij de eerste naoorlogse verkiezingen meer dan 10% van de stemmen. Ondanks de vernieuwingsdrang bij velen werden de vooroorlogse politieke verhoudingen weer snel hersteld. Mede als gevolg van de Koude Oorlog belandden de communisten  snel in een maatschappelijk isolement, met als dieptepunt de bestorming van de partijgebouwen na de Hongaarse opstand in 1956.
De CPN werd geweerd uit commissies van de Tweede Kamer. Als enige politieke partij kreeg de CPN geen zendtijd op de radio. Communistische wethouders werden ontslagen. Communisten werden zelfs uit speeltuinverenigingen en visclubs geweerd. Het isolement vertaalde zich binnen de partij in spanningen, achterdocht, royementen en scheuringen (‘Renegaten!’).

De CPN was in mijn ogen een partij met twee gezichten. Men streefde op basis van het marxisme-leninisme de dictatuur van het proletariaat na en onderhield daartoe nauwe banden met de Sovjet-Unie. Anderzijds was de CPN een ‘gewone’ politieke partij die meedeed in de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de gemeenteraden.
Wie een boek schrijft over deze periode van zwart-wit denken, kan moeilijk aan oordelen ontkomen. Jos van Dijk benoemt het aandeel dat de CPN zelf heeft gehad in het sociale isolement. De nadruk ligt echter op de tegenwerking die de CPN als parlementaire partij heeft moeten verduren. Wat mij vooral bijblijft van het boek is de onderliggende emotie die ik proef. Dat begon al toen ik de titel las. Het is de emotie over het onrecht, dat die ‘hardwerkende en vredelievende communisten’ is aangedaan, niet alleen in de vijftiger jaren, maar tot lang daarna .
Het is hetzelfde gevoel van onrechtvaardigheid, dat ooit de reden was voor velen om actief te worden in de linkse beweging.

Boek: Ondanks hun dappere rol in het verzet – Jos van Dijk – Uitgeverij Aspekt, 2016.
Website: http://nederlandsecommunisten.nl/#site-header

1

DE REIS VAN DE HOOP

In het nieuws

Op maandag 2 augustus 1937 stapte mijn moeder op de trein. Ze ging op reis. Het was niet zomaar een reis. De eindbestemming lag ver weg,  verder  dan ooit iemand van haar familie was geweest, verder dan het voorstellingsvermogen aan kon. Ze ging als ziekenverzorgende mee op een trein naar het bedevaartsoord Lourdes in Zuid-Frankrijk.
lourdes-1Mijn moeder was 23 jaar en ze had al een tijd uitgekeken naar de bedevaart. De reis kostte het voor die tijd fenomenale bedrag van ƒ 400,- (huidige prijspeil: € 3900,-). Die prijs was geen bezwaar want het gehele bedrag werd opgebracht door haar Ome Thijs, die als ongetrouwde boerenknecht wat geld had kunnen sparen. De uitvoering van het plan werd vertraagd door de bezorgdheid van mijn oma, een vrouw die niet verder van haar huis in Vleuten kwam dan Maarssenbroek of Utrecht.
Daarom schreef mijn moeder al op de eerste dag bij een tussenstop in Leuven een brief.
De reis is heel voorspoedig geweest, het was allemaal zoo gemakkelijk, dat ik nergens geen moeite mee heb gehad. (….) Lieve Vader en Moeder, maak maar geen zorgen, ik ben geregeld bij Gretha en ook bij de dochter van de burgemeester van Schalkwijk.(…..) Hoofdzaak is dat jullie weten, dat ik goed ben overgekomen. Moeder maak U maar niet zoo druk hoor, nu ik weg ben.
Meer brieven zijn er helaas niet. Er resten enkele kiekjes in het familiealbum en een ingelijste foto van een prachtig stukje Pyreneeën, het Cirque de Gavarnie, een foto, die in de achterkamer boven de deur hing. Als kind zag ik ergens een plaatje van een verzameling stokken en krukken die bedevaartgangers in Lourdes hadden achtergelaten, omdat deze hulpmiddelen niet meer nodig waren. Die wonderbaarlijke genezingen maakten veel indruk. Ik begreep dat geloven in god en geloven in wonderen goed samen kunnen gaan.

Vorige week vertrok voor het laatst een bedevaarttrein uit Nederland naar Lourdes. De officiële reden is, dat het steeds moeilijker wordt om speciale treinen tussen het gewone treinverkeer door te leiden. Dat argument heb ik over de chartertreinen naar wintersportoorden nog nooit gehoord.
lourdes-3Bijna honderd jaar reisden zieke en gehandicapte Nederlanders met de trein naar Lourdes om gebedsdiensten, vieringen en processies bij te wonen en ondergedompeld te worden in ijskoud water. Om de maagd Maria te vragen om een betere gezondheid en als het even kan een einde aan de reuma, kanker of multiple sclerose.
Blinden die weer gaan zien, lammen die weer gaan lopen, het is volgens de overlevering allemaal gebeurd in Lourdes. Er bestaan 7000 dossiers van genezingen, 69 hiervan worden door het Bureau van de Medische Vaststellingen van de RK Kerk als wonder erkend. Zeg nu zelf, wie droomt er niet eens van het wonderbaarlijk verdwijnen van een gebrek?
De trein naar Lourdes was al die jaren de geleidelijke aanloop naar dit gebeuren. De hoop van de heenreis maakte in het beste geval plaats voor aanvaarding op de terugreis, tenminste voor één jaar.  Volgens de directeur van de Limburgse Bedevaarten zoeken pelgrims vooral de saamhorigheid. Daar moeten ze dan wel een flink eind voor reizen. Al kijkt in tegenstelling tot 1937 niemand meer op van zo’n afstand.

Vanaf nu zijn de Lourdesgangers aangewezen op bus of vliegtuig.
Toen wij enkele jaren geleden van een vakantie terugkeerden op Eindhoven Airport, was daar ook net een vliegtuig met bedevaartgangers uit Lourdes geland. Ouderen in rolstoelen en bedrijvige vrijwilligsters bevolkten de bagagehal. In een hoekje van de hal zagen we kardinaal Simonis zitten. Hij zag er dodelijk vermoeid uit. Misschien had hij in Lourdes wel een akelige aandoening opgelopen.

 

 

0

EEN RIJTJE STRUIKEN

In het nieuws

amelisweerd-bomenVlakbij Utrecht ligt Amelisweerd, ’t is een zeldzaam en uniek gebied
Een bos aan een rivier met vele planten, die je in het hele land niet ziet
Maar wat is Waterstaat van plan? Een snelweg door het landgoed heen!
Verdwenen zijn natuur en rust, voor asfalt en beton moet alles neer!

Begin tachtiger jaren groeide in Utrecht het verzet tegen een snelweg door het landgoed Amelisweerd naar een hoogtepunt. Dankzij de aanhoudende protesten was het tracé van de weg deels verlegd naar de rand van het bos. Maar ook in die variant moesten nog 600 fraaie, oude bomen gekapt worden. Minister Zeevalking (D’66) van Verkeer en Waterstaat wilde geen verdere concessies doen. Aan ‘dat rijtje struiken’ was al veel te veel aandacht besteed.
Actievoerders bouwden boomhutten in het bedreigde deel van het bos. Terwijl de laatste juridische procedure nog gaande was, haalde de ME de actievoerders naar beneden en in hun kielzog de bulldozers de bomen.
Ik was in die jaren net aan een serieus leven begonnen. Daar hoorden het bewonen van een boomhut niet bij. Maar ik was wel vaak aanwezig op manifestaties voor het behoud van Amelisweerd. Met mijn aktiekoor Linksom zong ik het bovenstaande Amelisweerdlied, door pianist Karel getoonzet in een jazzy vijfkwarts maat met schelle, hoge akkoorden op de woorden moet alles neer.

Ook ons gezang heeft niet kunnen voorkomen, dat sinds die tijd de A27 via een betonnen bakconstructie door Amelisweerd loopt.
Ik hàd de weg natuurlijk kunnen boycotten. Maar in plaats daarvan heb ik heel vaak – tot mijn tevredenheid –  gebruik gemaakt van deze snelweg. De route bracht mij een stuk sneller op weg en weer terug naar huis. Het oude alternatief, dat via de oostelijke stadswijken loopt, wordt hiermee danig ontlast. Je moet er niet aan denken dat al dat verkeer zich nog steeds door die wijken zou moeten wurmen, in één lange fijnstofproducerende file.
Maar ja, omdat wij allen zo fijn die A27 gebruiken zit de weg nu weer aan zijn grenzen. Het verkeer is zodanig toegenomen, dat er rond Amelisweerd nog wel eens files staan. Ook natuurliefhebbers houden daar niet van.

amelisweerd-snelwegIn mei heeft Rijkswaterstaat plannen gepresenteerd voor de oplossing van de verkeersknelpunten rond Utrecht. De A27 wordt in beide richtingen met één rijstrook uitgebreid. Daarvoor moeten nog eens 200 ‘struikjes’ verdwijnen. De impopulaire maatregel krijgt een fraaie verpakking. Voor het verdwijnen van 1,7 hectare natuurgebied wordt elders 4,73 hectare nieuwe natuur ingericht. Waar dat nieuwe bos moet komen en of dat niet al  lang gepland was, heb ik niet kunnen achterhalen.
Inmiddels zijn de oude stellingen opnieuw betrokken.
Rijkswaterstaat hamert op de onvermijdelijkheid van de verbreding voor het oplossen van het fileleed.  Bewoners- en milieugroeperingen willen de plannen tegenhouden.
Zondag 5 juni is er een demonstratie bij station Lunetten. L’histoire se repète.
De tegenstanders zijn van mening dat de verbreding niet nodig is. Uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de groei van het verkeer afneemt.
Ook het college van B&W van Utrecht is niet overtuigd van de noodzaak. Binnen afzienbare tijd rijden er zelfsturende auto’s. ‘Uit studies blijkt, dat de filedruk met 30% afneemt als 10% van de auto’s automatisch rijdt’.
De komende tijd mag ieder zijn zienswijze indienen.  Zo doen we dat in Nederland. Vervolgens wordt er besloten zoals gepland.
Tenzij iemand ontdekt dat de uiterst zeldzame geelgestreepte kortpootmug een klein boomhutje in Amelisweerd heeft betrokken. Of misschien kan er een klein wolfje uit Polen worden geïmporteerd?

Het  laatste couplet van het Amelisweerdlied luidt:
Ze zijn van ons nog lang niet af, we hebben nog een nieuwe troef
Er is nog één vergunning niet, dus hoge heren juich maar niet te vroeg!

Hier kan je een opname horen van het Amelisweerdlied (opgenomen tijdens een 1-mei-manifestatie in 1980):

1

DE BROEK VAN DE OUDERE WERKLOZE

In het nieuws

oudere werklozeIn Trouw, de krant van Ouder Nederland, woedde een discussie over werkloze 60-plussers. Het was natuurlijk een socioloog, die de knuppel in het hoenderhok gooide. Jan Cremers van de universiteit van Tilburg nam het op voor de oudere werkzoekende. Het moet, aldus Cremers,  maar eens afgelopen zijn met het frustrerende circus van de zinloze sollicitatieplicht en de wekelijkse vernedering vanwege de zoveelste afwijzing. Gesteund door het CNV pleitte hij voor een Generaal Pardon. Voor minder doen we het in dit land meestal niet.
Andere deskundigen erkenden dat enige coulance voor de oudere werkloze gewenst is, maar argumenteerden dat een Generaal Pardon zal leiden tot ongewenste neveneffecten. Werknemers gaan het als een recht zien en werkgevers zullen op nog grotere schaal ouderen in de WW dumpen.
Politiek Den Haag riep eenstemmig, dat  het niet nodig is om oudere werklozen ‘achter de broek aan te zitten’ en dat maatwerk gewenst is. Dat laatste is in den Haag een oplossing voor vele kwalen.

Ik weet waar het over gaat. Sinds twee jaar ben ik gedeeltelijk werkloos en sinds deze week geheel. Ik ontvang WW en als tegenprestatie doe ik elke week een sollicitatieactiviteit. Dat zijn de regels van het spel en ik speel dit met gepaste tegenzin mee. De beslissers van het UWV zijn tenslotte ook maar gewone werknemers, die blij zijn, dat ze een baan hebben.
Regelmatig verstuur ik sollicitaties, ook al weet ik dat mijn geboortejaar 1952 alle argumenten om mij uit te nodigen in één keer onderuit haalt. Ik heb al een mooie verzameling aangelegd van redenen om mij af te wijzen.

Ik heb echter niet het idee, dat het UWV mij achter de broek aan zit. Mijn laatste telefonisch gesprekje dateert van najaar 2014. Daarnaast is er nog de uitlaatklep van de netwerkcontacten. Een netwerkcontact geldt als sollicitatieactiviteit, dus nu u, lezer, weet dat ik op zoek ben naar werk kan ik uw naam als netwerkcontact opvoeren.
Het lijkt er derhalve op dat het coulancebeleid reeds wordt uitgevoerd, al wordt dit niet zo genoemd. Dat kan je met gedogen immers beter niet doen.
Ik heb nog verplicht een groepscursus solliciteren bij het UWV gevolgd. Dat is een van de stimuleringsmaatregelen van minister Asscher. Hij heeft er 67 miljoen in geïnvesteerd. In mijn groep was snel duidelijk, wie echt op zoek was naar een baan en wie het wel wilde uitzingen tot zijn pensioen.
Het UWV zou er goed aan doen zich te concentreren op de eerste groep. Laat mensen die vrijwilligerswerk doen of mantelzorg verlenen, dat rustig blijven doen.

AsscherVorige week schreef Trouw over het onderzoek ‘kansrijk arbeidsmarktbeleid’ van het Centraal Planbureau. Niet de werkzoekende, maar minister Asscher en het UWV krijgen hier ongenadig voor de broek.  Alle denkbare maatregelen om werklozen aan een baan te helpen blijken zo goed als zinloos te zijn. Baanvindbonussen, kortingen voor werkgevers, jobcoaching, verplicht solliciteren: het helpt allemaal niets. De enige maatregel die nog enig gewicht in de schaal legt is de verlaging van het wettelijk minimumloon. Dààr hebben de besparingslustige werkgevers nog wel oren naar. Voor minder doen zij het niet.
De uitkomsten van het CPB-onderzoek verbazen mij niet. Als het aantal banen niet toeneemt, kan je werklozen kontjes geven waar je wilt, een baan vind je er niet mee.
Asscher, de minister die altijd schuin uit zijn ogen kijkt alsof hij razendsnel nadenkt over de oplossing voor het eerstvolgende probleem, laat zich echter niet uit de wind slaan. Hij brengt nu zijn zwaarste geschut in. Niemand minder dan John de Wolf, ooit een meedogenloze verdediger bij Feyenoord, die voor niemand aan de kant ging, wordt het boegbeeld van een nieuwe arbeidsmarktcampagne.
Er is dus nog hoop voor de oudere werkloze.

1

 IK OVERSTROOM

In het nieuws

waterWoensdagavond was ik opeens ziek. Ik voelde me zo gammel, dat ik alleen nog maar wilde liggen op de bank. Zelfs lezen was me te inspannend, dus uit arren moede zette ik de televisie aan en keek naar 100 jaar droge voeten, een programma over de bedreigingen van het water. De aanleiding hiervoor was de ‘vergeten’ watersnoodramp van 1916. Toen braken in een stormachtige januarinacht de dijken van de Zuiderzee. Het eiland Marken en de polder Waterland (nomen est omen) werden overstroomd. 34 mensen kwamen om het leven, de materiële schade was groot. De ramp was aanleiding voor de aanleg van de Afsluitdijk, zoals de ramp van 1953 dat zou worden voor de Deltawerken.
De NOS had het Woudagemaal, het oudste nog werkende stoomgemaal in Nederland, als locatie voor het programma gekozen. Voor de gelegenheid had men de enorme machinehal met blauwe en oranje spots fraai uitgelicht.
Een professor uit Delft was ingehuurd voor de uitleg over de dijkbeveiliging.
Dat was een hele knappe, voor Delft een hele knappe, zong Jaap Fisher 50 jaar geleden al.
De man had zijn teksten goed voorbereid en hij deed zichtbaar zijn best om tussen zijn antwoorden door te ontspannen. Niettemin stond hij er stijfjes bij, alsof de NOS hem aan de grond had vastgeplakt. Hij wist ook niet goed waar hij zijn handen moest laten. Wellicht dat de regisseur daarom voortdurend schakelde naar de schitterend verlichte turbopompen en vliegwielen.
De NOS had nog een enquete gehouden, waaruit bleek, dat een groot deel van de Nederlanders op het gebied van de waterveiligheid een groot vertrouwen in de overheid heeft. Toch maakt men zich, vanwege de klimaatverandering en de zeespiegelstijging, zorgen over de toekomst. Een meerderheid zei onvoldoende geïnformeerd te zijn over wat te doen bij wateroverlast.
De overheid wil dat de burgers zich meer bewust zijn van de risico’s, zodat zij zelf voorbereidingen kunnen treffen. De kijker werd verwezen naar www.overstroomik.nl. Daar kan je bijvoorbeeld voor elke plaats opzoeken hoe hoog het water bij een dijkdoorbraak komt.
Ik kreeg nu sterk de indruk dat het eigenlijke doel van de uitzending hiermee boven water kwam.
De risico’s zijn weliswaar erg klein, zei de professor, maar mochten de dijken doorbreken dan is de schade aanzienlijk. Hij liet nu zijn schouders er een beetje bij hangen. Alsof hij zich persoonlijk verantwoordelijk voelde. Ik begon me opeens te ergeren aan die feestelijke verlichting.
Daarna zagen wij opnamen van het Willem van Noortplein in Utrecht. Passanten konden door een ingenieuze bril bekijken hoe het plein er na een dijkdoorbraak uit zou zien. Het water staat er dan één meter hoog. Daar schrok ik toch wel van. Het betekent namelijk dat ook ons huis een meter in het water zal staan.
Na de uitzending raadpleegde ik voor de zekerheid overstroomik.nl. Daar verscheen na het invullen van de postcode een mededeling die niet mis te verstaan is: Ja, je overstroomt maximaal 1.0 meter. Je hebt een kans van groter dan 10% dat jij dit in je leven meemaakt. Dat kan ook morgen zijn.
Blijkbaar was de site al op de hoogte van mijn leeftijd.
Van de professor had ik gehoord, dat de meeste dijken in Nederland al voorbereid zijn op een zeespiegelstijging van 1 meter en dat de kans op een dijkdoorbraak op 1% in de 100 jaar wordt geschat, maar de website lezend begreep ik dat de gevaren veel groter zijn. En dat terwijl Nederland de meest veilige Delta ter wereld wordt genoemd!
Ik bedacht dat we gelukkig nog een aardige voorraad kidneybonen, pastasauzen en hagelslag in de kelder hebben staan. Het kattenvoer zou ook nog wel eens van pas kunnen komen. Die voorraad moeten we dan wel naar de zolder te verplaatsen. Het lijkt me immers niet zo prettig als we de blikjes uit de kelder moeten opduiken.
Electriciteit, gas, internet, alles valt uit bij een watersnood. Ik besefte dat het hoog tijd is om een overlevingspakket aan te leggen: transistorradio, zaklamp, kaarsen, dekens. Het kan morgen al gebeuren.
Maar op dat moment was ik te ziek om actie te ondernemen. Ik overstroomde en wilde alleen nog maar liggen. Maar dan in bed, zonder tv. Après nous le déluge.