Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

In het nieuws

1

VERKIEZINGSFEEST

In het nieuws

De kandidatenlijst kwam deze week binnen. Een vel van een meter breed. Ik heb een loep nodig om de namen te kunnen lezen. De peilingen, stemwijzers en debatten stromen via elke verbinding met de buitenwereld overvloedig onze huiskamer binnen. We weten nu dat Sigrid dure jurken draagt, dat Lilianne de dochter van de melkboer is en dat Wopke van schaatsen houdt. En dat iedereen samen sterker vooruit wil voor een betere toekomst. Kortom, het feest van de democratie is begonnen. Er wordt flink gedanst, maar ik heb nog weinig zin om mee te doen. Er heeft nog niemand bij mij aangebeld om een roos aan te bieden. Of een theezakje.

Al die aandacht in de media voor de verschillende keuzes, dat is toch waar het in een democratie om gaat? Dat is toch iets om blij van te worden?
Jazeker, maar nu? De democratie kraakt en piept. De persoon van de politicus is belangrijker dan zijn standpunt. De wetgeving en de uitvoering zijn complex geworden. Het vertrouwen in de overheid daalt zienderogen.
Wat mijn stemming nog meer verpest is dat de man die verantwoordelijk is voor wat er de laatste tien jaar is misgegaan in Nederland nu in de peilingen op eenzame hoogte staat. De natuur laten verpieteren, de multinationals die belasting willen ontwijken faciliteren en de eigen belastingbetaler hard aanpakken, het onderwijs en de zorg door de efficiency-mangel halen, vluchtelingen de deur wijzen, van de wmo en de jeugdzorg een chaos maken. Moet ik nog verder gaan? Hij is zelf afgetreden vanwege falend beleid. In een goed functionerende democratie moet dat consequenties hebben. Dat het niet gebeurt is een veeg teken.

En dan te bedenken dat de grootste concurrent van de VVD geen democratische partij is maar een populist die ongeremd mag discrimineren. Het is de wil van het volk, zegt hij. Hij bedoelt daarmee dat het hem stemmen oplevert. Een bulldog die automatisch begint te blaffen als je er een Marokkaans muntje in stopt, steeds feller en steeds harder, eindigend in een scheldkannonade. Een politicus die het dragen van verantwoordelijkheid makkelijk uit de weg kan gaan omdat hij weet dat hij vanuit de oppositie genoeg invloed heeft. Eén blik op het vluchtelingenbeleid zegt wat dat betreft voldoende.
Ik heb mijn leven lang links gestemd. Die partijen liggen nu amechtig hijgend in de hoek van de ring. Ik kan kiezen tussen partijen die vanwege hun principes weggelopen zijn van de vorige onderhandelingstafel en partijen die hun verantwoordelijkheid genomen hebben door compromissen te sluiten, maar daarbij op ongenadige wijze zijn ingepakt door de politici met de gemakkelijke boodschap. Of denk ik te veel in de oude termen links en rechts en hebben de mensen gelijk die zeggen dat we met zijn allen naar links gaan? Dat Nederland een diep-socialistisch land is? Ik ben er niet gerust op. Woensdag zal ik met mijn biljet (en mijn bril ) op pad gaan. Dan is het feest. Ik hoor de muziek van de uitslagenavond al klinken. Er speelt een dixielandorkestje en er kan gedanst worden.

1

VAN MERWIJK

In het nieuws

Een aantal jaar geleden was ik bij een voorstelling van cabaretier Jeroen van Merwijk. Als hij geen liedje zong, zat hij te tekenen op het toneel. Hij sprak die keer over taal en het aanleren van taal en wilde de naam noemen van een beroemde Amerikaanse taalgeleerde. Wat niet iedereen weet is dat hij stotterde in zijn jeugd en dat dat nooit helemaal gesleten was. Het tekenen op het podium maakte hem rustig. En als hij een blokkade niet kon vermijden gebruikte hij een truc.
‘Die Amerikaanse taalgeleerde, hoe heet die ook al weer?’, vroeg hij aan het publiek.
‘Noam Chomsky’, zei ik vanaf mijn plaats halverwege de zaal. Ik zei het halfzacht en niet voor iedereen hoorbaar. Maar Jeroen had het gehoord.
‘Ja, ja’, veerde hij op, ‘die was het, zeg het nog eens’, en hij keek hoopvol de donkere zaal in. Toen ik de naam hardop voor iedereen moest herhalen, voelde ook ik dat ik zou blokkeren en hield ik maar mijn mond. Ook Jeroen herhaalde de naam niet. Na afloop ben ik naar hem toegestapt om het verhaal te vertellen. Hij glimlachte flauwtjes.

Jeroen van Merwijk, deze week overleden, was een cabaretier die fantastische grappen kon maken, een meester in mooie woordspelingen en wrange observaties. Hij is nooit naar het grote publiek doorgebroken. Hij speelde in de kleine zalen en die boekten hem na een aantal jaren ook niet meer. Hij was een compromisloze cabaretier die vond dat hij dingen moest zeggen, die de mensen liever niet wilden horen. Daardoor is lang onopgemerkt gebleven dat hij ijzersterke liedjes schreef. Teksten waarmee anderen wel succes behaalden, zoals Karin Bloemen (Apartheid es ien skone saeck). Naast tekstschrijver was Van Merwijk ook schilder.
De afgelopen zomer deed Van Merwijk zijn beklag in de Volkskrant. Hij had een jaar lang op zijn Facebookpagina een tekst op rijm geschreven over actuele gebeurtenissen. ‘Ik denk niet dat er in Nederland iemand rondloopt die dat kan. Maar er is niet veel waardering voor. Het ligt er puur aan dat ik niet zichtbaar ben op radio en tv, dan besta je niet.’ Hij voelde zich door ‘die verdomde marktwerking’ voorbijgelopen door ‘mensen die niet goed genoeg zijn om je schoenveters vast te maken.’
De aanleiding voor het interview was dat hij een onbehandelbare vorm van darmkanker had en dat hij niet lang meer zou leven. Hij zei ervan overtuigd te zijn, dat hij kanker had gekregen van de frustratie. Het stuk in de Volkskrant maakte een stroom van publiciteit los. Een interview in Trouw, een documentaire op televisie. Er kwam een cd waarop dertig cabaretiers zijn liedjes vertolkten en last but not least ontving hij de Edison Oeuvreprijs Kleinkunst, een onderscheiding die sinds 2014 niet meer was uitgereikt. Ineens stonden er drie uitgevers in de rij om een boek van hem uit te geven. Dat werd Kanker voor Beginners.
Oh ironie, de pijnlijke humor waarin Van Merwijk zo’n meester was. Als hij het nog had gekund zou hij een prachtig cynisch lied geschreven hebben over een cabaretier die bij zijn leven vanwege gebrek aan uitstraling te weinig erkenning vindt en die pas geprezen wordt als de kanker hem klein gekregen heeft.

1

GEDUPEERD DOOR CORONA

In het nieuws

‘Door de lockdown gaat een generatie jonge sporters verloren’ luidt een kop in Trouw van vrijdag j.l. Bestuurders van sportverenigingen kijken angstig naar het aantal leden dat afhaakt en naar hun slinkende spaarrekening. De judobond verloor tien procent van haar leden. Het afblazen van de competities heeft de volleybalbond 1,8 miljoen euro gekost. Bij badmintonvereniging Sjuttol in Tubbergen gaat de jaarlijkse actie om met rookworsten langs de deur te gaan niet door. Hoe moet de vereniging zich nu staande houden?
Zo gaat het artikel nog even verder tot en met de uitspraak over de verloren generatie sporters.

Als ik bestuurder zou zijn van een sportvereniging zou ik hetzelfde zeggen. Als ik onderwijzer zou zijn zou ik waarschuwen voor de vergroting van de achterstanden in het onderwijs. Ik heb te doen met de jongeren die in een cruciale fase van hun leven kansen missen. Met de kwetsbare ouderen die in hun appartementje verpieteren. Mijn sympathie gaat naar de verpleegkundigen die doorwerken op het randje van de overspannenheid. Naar jonge horecaondernemers die net in een fantastisch restaurant geïnvesteerd hebben en naar de winkeliers die met een onverkoopbare voorraad winterkleding blijven zitten. Ik kan zelfs nog meeleven met de organisatoren die nu geen overlastgevende boenke-boenke-evenementen kunnen voorbereiden. En natuurlijk vind ik dat de huisartsen gevaccineerd moeten worden en alle verpleeghuisbewoners en iedereen in het onderwijs en alle mensen die doodgaan omdat zij niet iedere week naar hun zangkoor kunnen.
Enfin, ik hoef hier niet verder de klaagzangen en tirades over te doen van de onafzienbare stoet belangenbehartigers, die dagelijks de krantenkolommen en de talkshows teisteren.

Op dit punt aangekomen moet er in deze blog een Maar.. volgen. Die komt dadelijk. Eerst wil ik nog kwijt, dat ik me ervan bewust ben dat ik makkelijk praten heb. Ik zit niet in een klein huis met krijsende kinderen die me van mijn werk afhouden. Ik heb mijn geld niet in onverkoopbare rookworsten gestopt en ik hoef niet meer elke zaterdag naar een voetbalwedstrijd van mijn zoon om hem hogerop te brengen. De coronacrisis raakt mij minder dan anderen.

Ik begrijp dat velen hard getroffen worden. Maar, kunnen we asjeblieft in de gaten houden waar het om gaat? Er raast een pandemie door de wereld die bestreden moet worden. Daarvoor moeten offers gebracht worden. Dat betekent dat we nu niet alles kunnen doen wat we willen. En ik weet het, er worden fouten gemaakt en de maatregelen zijn niet altijd even consequent. Het verloopt niet eerlijk, de een heeft er meer hinder van dan de ander. Het aantal vaccins is beperkt, niet iedereen kan tegelijk ingeënt worden. Hoe lastig het ook is, het gaat om het grote doel.
En als ik dat schrijf, dan kan ik eigenlijk nog wel grotere belangen bedenken. Op dezelfde pagina in Trouw staan twee artikelen waarin onderbouwd wordt dat de aarde naar de klote gaat. Terwijl wij zitten te ruzieën over corona. De democratieën die het voortouw moeten nemen in de aanpak van de milieuproblemen worden zwaar ondermijnd door een vertrouwenscrisis, mismanagement en fake news. De kloof tussen de welgestelden en de achterblijvers groeit, nationaal en internationaal.
Kunnen we daarom even stoppen met onze jeremiades? Dit was de mijne.

0

KEEPER

In het nieuws

“Waar hij loopt groeit geen gras meer..”

In 1970 schreef de Oostenrijkse auteur Peter Handke het boek De angst van de doelman voor de strafschop. Een kenner weet direct dat Handke een leek is in het voetballen. Een keeper kan talloze situaties meemaken die hem angst inboezemen, maar bij een penalty kan hij alleen maar winnen.
Dinsdag zond de NTR de documentaire Keeper van Johan Kramer uit. Die begint met de vraag, welke dwaas zich ervoor laat lenen om in een doel te gaan staan van 7,32 meter breed en 2,44 meter hoog. Wie er in staat voelt de onmogelijkheid van de opgave.
Een spits mag vier kansen missen. Als hij er daarna één inschiet is hij de held. Een doelman kan vier maal prachtig redden, maar als hij vervolgens één fout maakt, is hij de schlemiel. In het betaalde voetbal komt een keeper ook in financieel opzicht achteraan. Zijn transferwaarde en zijn inkomen liggen een stuk lager dan die van een middenvelder of een spits. Toch zijn er velen die ooit deze eenzame plek uitkozen. Of een contract hiertoe afsloten. Zoals mijn zoon. Het is de uitdaging je te onderscheiden in het onmogelijke. De wil om beslissend te kunnen zijn voor je team. Ik heb een zwak voor doelverdedigers.

Een keeper moet sprongkracht hebben, reactievermogen en een goede trap in beide benen. Hij moet zijn verdediging kunnen organiseren en inzicht hebben in het spel. Mijn zoon wist van elke speler in het betaalde voetbal of deze links- of rechtsbenig was. Misschien wel een van de meest onderschatte vaardigheden is het gevoel voor positie en timing: wanneer kom je je doel uit, wanneer blijf je staan? Wanneer spring je omhoog bij een corner? Een doelman moet zo’n keuze, die beslissend kan zijn, in een fractie van een seconde nemen.
Als een doelman al deze vaardigheden bezit is het tenslotte de mentale instelling die bepaalt of een talent uit de verf komt. Je hebt de meest kwetsbare positie in het elftal en daar moet je tegenkunnen. Zeker in het betaalde voetbal waar de beste stuurlui met duizenden langs de kant staan. Ook fysiek moet je trouwens tegen een stootje kunnen. Ik bewonder al die keepers die zich onvervaard voor de voeten van een aanstormende tegenstander werpen.

Alle doelverdedigers in het betaalde voetbal zijn uitstekend in staat om hun werk te doen. Toch is elke wedstrijd voor een keeper weer een wankel evenwicht. Succes of mislukking hangt van kleine dingen af. Of het rubber van de handschoen niet te nat of te droog is. Of de voeten goed zijn ingetapet. De eerste bal die je krijgt: kan je je daarin onderscheiden? Maak je een fout dan moet je je zien te herstellen. Iedere doelpaal bewaart de butsen van de frustratie van zijn beschermer. Keepers praten voortdurend in zichzelf om zich op te peppen. Ze spelen hun eigen wedstrijd. Daarin staat de nul houden centraal. Spelers komen met een winst van 4-1 blij het veld af. Een doelman baalt van die ene tegengoal. Maar een individualist is een doelman niet. Hij is met al zijn verantwoordelijkheid juist een echte teamspeler.
‘Je zult maar vader van een keeper zijn’, klonk het in de documentaire. Dan voel je de spanning en de kwetsbaarheid net zo sterk, maar je kunt zelf niets doen. Toen kreeg ik een brok in mijn keel. Tijd voor een volgende documentaire.

0

EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID?

In het nieuws

De vogels laten zich danig horen. De heldere klanken van de merel, de aanhoudende tweekwartsmaat van de tjif-tjaf, het piepende wieltje van de heggenmus. Het groene riet schiet langs de waterkant omhoog en verdringt de bruine stengels van het afgelopen jaar. Er hangt een geur van gemaaid gras in de lucht.
Ook wij mogen weer naar de kapper. Wat ben ik blij voor alle dames die met hun uitgezakte permanent of het uitgegroeide grijs tussen de geverfde lokken de deur niet meer uit wilden. Ik heb eigenhandig de dikke lagen boven mijn oren uitgedund. Mijn kapper zal me wel een reprimande geven.
Wie erop uittrekt vindt weer genoeg punten waar men buiten een kop koffie voor je wil inschenken. De plas moeten we vervolgens nog wel ophouden. Maar niet getreurd, nog even en de terrassen gaan weer open, met een beroep op ieders verantwoordelijkheid. Dat past bij ons, zegt men. We leven niet in een dictatuur.
Mogen de grootouders hun kleinkinderen dan weer in de armen sluiten? We zagen de onze diverse keren in de open lucht, de anderhalve meter was niet eenvoudig vol te houden. Ze hadden mooie tekeningen voor ons meegenomen: oma met de poes op de bank, opa achter de computer, inclusief de kale plek op zijn achterhoofd. Realistische kunst. Kleindochter van zeven vertelde me alles over Marc Chagall. Zij volgt de tv-documentaires over zijn leven. Maar zij houdt nog meer van Vincent van Gogh.

En hoe gaan we het dan doen met de zangkoren? Door alle minuscule druppeltjes die de geopende monden verlaten is zingen net zoiets als hoesten. Moeten we sportzalen huren om de anderhalve meter te kunnen handhaven? Zingen met mondkapjes? In kleine groepen oefenen? Die digitale experimenten zijn even leuk, maar vooral even.
In de supermarkten tekent zich ondertussen een scheiding af. Tussen de mensen die geduldig wachten tot zij een product kunnen pakken en de mensen die hun eigen gang gaan. Voor de laatsten heeft de oefening in geduld nu lang genoeg geduurd. Het beroep op de eigen verantwoordelijkheid kent zijn grenzen. Overheidscampagnes brengen op zijn best kennis over (‘roken is dodelijk’). Om gedragsverandering te bewerkstelligen is meer nodig.

We willen zo graag doen wat we altijd gedaan hebben. We zijn eigenlijk verslaafd aan uit eten, concerten, buitenlandse vakanties. Dat gaat een liberale premier toch niet verbieden?
Ik moet denken aan een discussie, enige tijd geleden, over mogelijke overheidsmaatregelen om minder suiker in producten te verwerken. Iemand noemde dat op de radio staatsterreur. Hij mag toch zeker zelf wel weten wat hij doet? Elon Musk heeft zich ook niets aangetrokken van de lockdown in Californië.
We zijn vooral verslaafd aan onze autonomie, wij willen onze eigen gang kunnen gaan. Verslavingsdeskundigen weten dat in dat geval een beroep op de eigen verantwoordelijkheid maar een beperkte werking heeft. Het aantal besmettingen is de afgelopen tijd gedaald omdat de horeca dicht was, niet omdat er een beroep werd gedaan op ons gezonde verstand om cafés zoveel mogelijk te mijden. Dat hebben ze de afgelopen week zelfs in Seoul geleerd.
Welke idioot heeft dit virus trouwens ooit naar een sieraad van een hoogwaardigheidsbekleder genoemd?

2

DE WITTE MAN

In het nieuws

Jarenlang was ik hoofd van een afdeling in de geestelijke gezondheidszorg. Anderen zeiden manager, maar ik hield niet van dat woord. Dat was nog in de tijd voordat de manager in onderwijs en zorg als grote veroorzaker van alle problemen werd aangewezen.
Op mijn afdeling werkten vooral vrouwelijke medewerkers. Regelmatig hoorde ik dan ook opmerkingen als: ‘allemaal vrouwen en dan moet een man weer de baas spelen!’ Dat soort uitspraken liet ik onbeantwoord. Een adequate reactie was niet mogelijk. Een weerwoord had óf mijn mannelijke dominantie bevestigd óf ik had mezelf in een slachtofferrol geduwd.
Maar een beetje schuldig voelde ik me wel. Mannen hadden eeuwenlang vrouwen onderdrukt, zo zeiden de feministen en ik was het daar mee eens. Ik had ooit rondgelopen met een button met een mannenteken, waarop de pijl slap omlaag hing. Als teken van schuld over de mannelijke dominantie. Ondertussen zorgde ik er op mijn werk wel voor, dat de zaken liepen zoals ik dat wilde.

In de huidige debatten in de media wordt er een groep benoemd die nog fouter is dan de manager. De overtreffende trap van de dominante man is de witte heteroman. In een bericht over de verziekte cultuur bij de Amsterdamse brandweer noemt een deskundige in Trouw als reden, dat het allemaal witte mannen zijn. In dezelfde krant worden de problemen in de accountantswereld verbonden met het grote aantal witte mannen dat er werkt. Dat stuit mij tegen de wittemannenborst.
Zo eenvoudig is het dus. We hoeven niet verder te zoeken naar oorzaken. Voor eens en voor altijd is duidelijk hoe de problemen de wereld in zijn gekomen. Het komt door de witte man.
Als Persis Bekkering in de Volkskrant het boek Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeiffer bespreekt, schrijft zij: ‘het lukt Pfeiffer niet zijn eigen witte-mannen-perspectief te ontstijgen. Elke waarneming past in zijn eigen denkkader.’ Wat knap van Bekkering dat het haar lukt haar eigen denkkader te ontstijgen!
Maar eigenlijk mag ik, als witte man, niets hierover schrijven. Net als vroeger zou ik er beter aan doen mijn mond te houden, want elke reactie is verdacht. Kijk naar Theo Maassen. Hij breekt in zijn nieuwe voorstelling Situatie gewijzigd een lans voor de witte man die in het verdomhoekje zit. Recensenten doorzien zijn humor en honen dat hij niet zo het slachtoffer uit moet hangen.

In de jaren nul was ik leidinggevende binnen een grote instelling. In de geest van de tijd had de organisatie een commissie ingesteld waar medewerkers die zich onheus bejegend voelden door hun manager hun beklag konden doen. Een van mijn medewerkers besloot mij voor het bedrijfsgerecht te slepen in verband met een hoogoplopend verschil van mening over een reïntegratietraject. Het betrof een donkere vrouw. Voor haar was een onderdeel van de klacht dat ik een witte man was die zich niet goed in haar situatie kon inleven.
Hoewel ik niet twijfelde aan de rechtmatigheid van mijn handelen, voelde de beklaagdenbank toch erg onaangenaam en was het een opluchting dat de commissie mij op alle punten gelijk gaf. Het was een commissie van witte vrouwen en mannen.

2

WIJ ZIJN NIET OUD

In het nieuws

Deze week liep ik op Utrecht Centraal opeens te midden van honderden leeftijdgenoten die in colonnes naar het Jaarbeursplein schuifelden. Dat kon maar één ding betekenen: de 50-plusbeurs had de poorten weer geopend. ‘Van autoplein tot fietstest. Van modeshows tot vakantieplein. Van fit-test tot beauty scan. Lekker proeven en genieten.’
Trouw, misschien wel de krant met de meeste ouderen onder zijn abonnees, heeft voor ons een nieuwe afkorting bedacht: de Yep, young elderly people. Daarmee worden de jonge, vitale ouderen bedoeld, die nog van alles kunnen maar niets meer hoeven.
Grofweg gaat het om ouderen tussen de 65 en de 80.
Wie honderd jaar geleden vijfenzestig werd had veelal nog een jaar of vijf voor de boeg. Jaren met lichamelijke klachten en zonder pensioen. De huidige yep hebben in doorsnee nog vijftien jaar te gaan. Vijftien jaar van vakantie vieren, schrijft Trouw. Zonder de zorg voor kinderen of de verantwoordelijkheden van een baan en met een beter dan ooit gevulde portemonnee kan het grote genieten beginnen. Vitale ouderen reizen de wereld over of zoeven met bruin verbrande koppen op e-bikes door Nederland. Ze schaffen zich nog eens een nieuwe ruime woning aan.
Toen ik stopte met werken ontving ik vele kaarten met afbeeldingen van luie stoelen aan het strand en hangmatten tussen cocospalmen. ‘Ga lekker genieten’, was een veel geuite aanbeveling. Ik ben blij, dat ik mijn eigen tijd kan indelen, maar de nadruk op al die genoegens beviel me toen al niet. Er zijn genoeg mensen van onze generatie die nooit geleerd hebben om op hun luie kont te zitten.

Trouw zou Trouw niet zijn als er geen boodschap aan de berichtgeving wordt gekoppeld. ‘Vitale ouderen weigeren zich voor te bereiden op de zorg, die ze later nodig hebben’, luidt de kop boven een artikel. Alsof ik gisteren nog de gemeentelijk zorgcoördinator de deur uit heb gegooid.
We zijn zo bezig met genieten, aldus Trouw, dat we niet willen nadenken over het levensbestendig maken van onze woning. In plaats van te sparen om een particulier verpleegkundige in huis te kunnen halen stoppen we de vingers in de oren. We willen niet weten, dat het aantal ouderen groeit en het aantal zorgverleners en mantelzorgers omgekeerd evenredig afneemt. ‘Er is sprake van massale ontkenning’, zo meent een deskundige.
Het is de tweede generalisatie die me niet bevalt. Hoeveel generatiegenoten maken zich juist niet veel te veel zorgen om de toekomst?
En wat is de oorzaak van deze struisvogelpolitiek volgens de deskundigen? De young elderly people maken zich geen zorgen, ‘omdat zij zichzelf niet als ouderen zien’. Daarin konden de deskundigen wel eens gelijk hebben. In de gezondheidsrubriek van Trouw vroeg laatst iemand of het mogelijk is om het krimpen van het lichaam op latere leeftijd tegen te gaan. Als hij er elke dag een half uur voor had moeten hangen, had hij dat ervoor overgehad. Wij willen eeuwig jong blijven. De bejaarde is al afgeschaft. Nu is de oudere aan de beurt en Trouw levert ons het nieuwe begrip: de yep.

1

HET EERSTE WOLVENGEZIN

In het nieuws

Maandagavond laat. Het is tijd om naar bed te gaan, maar als uitstelmanoeuvre ga ik naar de nieuwspagina van Teletekst.
Er heeft zich een tweede wolvin op de Veluwe gevestigd. Dat blijkt uit keutels waar de Wageningen Universiteit een dna-analyse op heeft uitgevoerd.
Interessant. Er moet dus iemand zijn, die de godganse dag met een loup en een plastic zakje de Veluwe afstruint. Misschien is het wel een hele ploeg medewerkers. Mensen die op zoek zijn naar een speld in een hooiberg en dan na dagen zoeken enthousiast in de poep beginnen te roeren. Je moet er blijkbaar voor gestudeerd hebben. Wie zou hier opdracht toe gegeven hebben? En wie betaalt dit?
Daaruit blijkt dat wolvin GW960f al zes maanden op de Veluwe verblijft
GW960f, een intrigerend getal. Zijn er al 959 voorgangers geweest? Hoe hou je die uit elkaar? En wat doet die f aan het einde? Is dat de wetenschappelijke afkorting van faeces? Verzamelt men ook snot, oorsmeer of sperma?
en dat GW960f daarmee een officiële inwoner van ons land is.
Nou, daar zou ik nog wel even een discussie over willen aangaan. Wat is de definitie van een officiële inwoner? Als je in een half jaar tweemaal een identificeerbare bolus op de Veluwe hebt gedraaid? Weten ze dat in Libië ook? Is er al een veterinaire immigratiedienst opgericht? Ik ben benieuwd wat onze autochtone eekhoorn en Hollandse vos hiervan vinden.
Eerder vestigde zich al wolvin GW998f op de Veluwe. Bij haar is een mannetje gesignaleerd.
Nu begint dit bericht toch oncontroleerbare trekken te krijgen. Waarom heeft dat mannetje geen nummer? Is het wel altijd hetzelfde mannetje en zo nee, moeten we daar dan niet eens een debat over voeren?
Van Joris Luyendijk heb ik geleerd, dat je nooit op één nieuwsbron moet afgaan. Via een bericht in de NRC (die wel het nummer van het mannetje meldt) kom ik op de nieuwspagina’s van de Wageningen University, de bron van al deze opwinding. De opdracht voor dit onderzoek, zo lees ik hier, is gegeven door BIJ12 (?) Wolvenkeutels zijn gemakkelijk te herkennen. ‘Ze zijn veelal ruim 25 cm lang en 3 cm dik’. Kijk, de onderzoekers moeten dus ook met een centimeter op pad.
Vermoedelijk vormen de twee een paar. De komende maanden moet uitwijzen of zij hebben gepaard en het eerste wolvengezin van Nederland een feit is.
De definitie van een paar lijkt me inderdaad dat twee levende wezens een aanwijsbare neiging hebben tot paren. Maar moeten we blij zijn met parende wolven, is de vraag die zich bij mij opdringt.
Het onderzoeksteam meldt dat er in het afgelopen kwartaal een edelhert is gevonden, dat gedood bleek door GW960f. Kan men dan niet beter wat wolven in de Oostvaardersplassen uitzetten in plaats van boswachters met karabijnen? Ook de aanslagen op schapen worden door de universiteit bijgehouden.
Dat wordt wat voor de schapenboeren. Ik geloof dat ik maar in aandelen ABC Hekwerken ga investeren. Of in de wapenhandel voor het afschieten van edelherten en wolven.
Ik doof de lampen en ga naar bed. Wat leeft en groeit en ons altijd weer boeit, wie zei dat ook al weer?

1

LEVE HET BEJAARDENTEHUIS

In het nieuws

Begin deze eeuw wist de overheid het zeker: hulpbehoevende ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Op de eerste plaats omdat de ouderen het zelf willen. Dat klinkt heel logisch, want wie laat zich voor zijn plezier uit zijn vertrouwde huisje verladen naar een instituut vol gebrekkige en mokkende medemensen? Een tweede argument was dat verzorgingshuizen hospitalisatie in de hand werken. Tenslotte – het werd als laatste genoemd, maar voor de overheid was dit het belangrijkste – waren de hoge kosten aanleiding om het thuis blijven te stimuleren.
Wie nieuw beleid en nieuwe projecten in Nederland wil promoten maakt van de oude situatie een karikatuur en schenkt geen aandacht aan mogelijke nieuwe problemen die kunnen ontstaan. Die andere problemen werden al snel zichtbaar.
De thuiszorg werd opeens een flink stuk duurder. Want de verzorgende die voorheen de hele hulpbehoevende clientèle bij elkaar had, was nu veel meer tijd kwijt aan het reizen. Datzelfde gold voor de verpleegkundige en de maaltijdbezorger. Omdat de bezuinigingsdoelstelling wel gehaald moest worden, ging er dus ook nog een bezuinigingsslag over de thuiszorg heen.
Voor de ouderen zelf namen de risico’s toe, want wie met versleten pantoffels over de eigen salontafel struikelt en niet meer overeind kan komen, mag tenminste een etmaal op de vloer doorbrengen. Maar niet getreurd, daar hadden de beleidsmakers slimme oplossingen voor: domotica en zorg-op-afstand via makkelijk bedienbare tablets.
Tenslotte was het gevolg – wie had het ooit kunnen bevroeden – dat alle hulpbehoevende ouderen, die niet mobiel genoeg meer waren om het huis uit te komen, in hun eentje thuis zaten te verpieteren.
En dus is er nu, na een actie van omroep Max en de ouderenbonden, de campagne Een tegen eenzaamheid: 29 miljoen voor projecten om ouderen te mobiliseren, ‘zoals wandelvoetbal, tablet-les, samen eten en opleidingen voor supermarktpersoneel om eenzaamheid bij klanten te herkennen’, aldus Trouw. Mevrouw, u heeft alleen maar éénpersoonsverpakkingen in uw rollatormandje, gaat het wel goed met u?
Minister de Jonge is nog steeds zo enthousiast over het thuisblijven, dat hij dit beleid naar China wil exporteren. Er moet toch ook wat die kant opgaan.

Toen mijn moeder op haar 88e niet meer zelfstandig kon blijven wonen en naar het verzorgingshuis verkaste, was dat niet haar eigen keuze. Maar toen ze er eenmaal zat, bloeide ze helemaal op (en andersom werd het huis er een stuk gezelliger door). Ze ging op haar gemak elke ochtend, elke middag en elke avond koffie of thee drinken. Kwam ik op bezoek, dan zat ze nogal eens te kaarten (en wilde daarbij niet gestoord worden). Een paar maal per week ging ze naar de activiteitenbegeleiding, wat overigens niet altijd een succes was. Het voorlezen uit de krant kon ze erg waarderen, maar dat knutselen en tekenen was maar fröbelwerk. ‘Laten we een potje klaverjassen’, zei ze dan, maar dat vond de activiteitenbegeleidster weer te min. ‘We mogen toch zeker zelf weten wat we doen’, zei mijn moeder dan verontwaardigd.

Ik pleit voor de terugkeer van het verzorgingshuis, vanuit sociaal oogpunt. Maar dan wel een verzorgingshuis nieuwe stijl: kleinschalig, met een nadruk op elkaar helpen, personeel op afroep en bestuurd door ouderen zelf of hun familieleden. Laten we echter, voor we iets nieuws beginnen, ons afvragen of deze woonvorm wellicht weer andere problemen oproept.

2

FATSOENLIJK NIEUWS

In het nieuws

Het lijkt door alle ophef over de verkiezingen alweer lang geleden. Het lawaai van rondcirkelende helikopters en politiesirenes overstemde maandag in Utrecht de piepjes van de smartphone met het volgende nieuwsbericht. Een afrekening in het criminele milieu, was mijn eerste gedachte. Ongeloof. Dat er een terreuraanslag in mijn eigen stad had plaatsgevonden wilde ik vooralsnog niet aannemen.
Net toen ik op het punt stond om de deur uit te gaan, kwam het advies van de burgemeester om binnen te blijven. Er waren geruchten dat er gevaar dreigde op de Maliebaan, vlak bij ons huis. Het werd erg stil op straat.
Natuurlijk wilde ik meer weten, iedereen wilde meer weten. Ik volgde het liveblog op de site van de NOS en stemde af op Radio 1. Dat lijken me fatsoenlijke media. Of niet?
Tot laat in de middag overheersen de geruchten de feiten. En dus begint het Grote Speculeren. Allerlei deskundigen zijn ingehuurd om hun mening te geven over wat er aan de hand kan zijn. Over de handelwijzen van de hulpdiensten wordt druk gediscussieerd. Buurtbewoners en kennissen van de schutter doen hun verhaal, maar feitelijk is er nog weinig te melden.
Is het dan niet een taak van de journalist om dit te zeggen? ‘We zouden u graag meer vertellen, maar we hebben nog onvoldoende feiten. Dus we gaan over naar het overige nieuws’. Emoties zijn er al genoeg. Mag het in de media een onsje minder?

De politieke partijen stoppen hun campagnes. Verspreiding van politieke boodschappen op zo’n dag lijkt niet kies. Eén partij wil niet daaraan meedoen. Het lijkt me relevant, dat de media melden welke partij dit is. Dat doet Nieuwsuur ook, maar vervolgens laten zij beelden zien van een partijbijeenkomst van de zelfverklaarde Messias en laten ze horen welke duiding hij aan de aanslag geeft. Onder het mom van ‘onze kijkers hebben hier behoefte aan’ wordt de zorgvuldige campagnestop van de andere partijen doorbroken en kiezen ze de kant van de partij die niet het fatsoen op kan brengen om te zwijgen. Is dit naïviteit of onfatsoen van de journalist?
Zo lopen veel media al jarenlang achter Wilders aan. Hij schuwt de emotie niet en vertolkt de gevoelens van sommige mensen. Dus dat is ‘nieuws’. Op welke markt Wilders zich ook vertoont, de cameraploegen, microfoons en notitieblokken overtreffen het aantal aanhangers, ook al verkondigt hij al jarenlang dezelfde boodschap en is er allang geen sprake meer van nieuws . En dan beweren de populisten nog, dat er in Hilversum alleen maar linkse journalisten zitten die nepnieuws verkopen.

Dinsdag besluiten de politieke partijen tot een beheerste voortzetting van de campagne. De NOS laat daarom het geplande verkiezingsdebat doorgaan. Over van alles rond zo’n uitzending wordt uitgebreid onderhandeld. Waarom maakt de NOS, het is tenslotte hún programma, geen afspraken over het achterwege laten van politieke boodschappen over de aanslag, om te voorkomen dat er politieke slaatjes uit deze gebeurtenis worden geslagen?
Ik weet het: don’t blame the messenger. Het zijn Wilders en Baudet die de bedenkelijke meningen verkondingen, niet de journalisten. Ik ben ook niet voor een boycot of censuur. Maar kan het een onsje minder en een onsje fatsoenlijker? Zeker als het gaat om politici die niet thuis geven aan de onderhandelingstafel, maar alleen opbloeien als de camera’s gaan draaien.