Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

Dagelijks

2

MIJLPAAL

Dagelijks

Afgelopen maandag leek op een doorsnee maandag. Mijn wekker maakte mij om half acht wakker. Beneden opende ik de gordijnen, zette de achterdeur open voor de frisse ochtendlucht, nam mijn medicijn, maakte een ontbijt klaar en las al etend een dunne maandagkrant met veel oud sportnieuws. Daarna deed ik zoals elke maandagochtend de boodschappen. Bij de bakker wachtte ik onder het geronk van de snijmachine mijn bestelling van vijf meergranen broodjes af. Vervolgens liep ik in de supermarkt langs de schappen te turen, aangemoedigd door de opgewekte hits van Jumbo Radio, een aanmoediging die minstens evenzeer voor het traag bewegend personeel bedoeld leek. De week was weer begonnen.

Maar deze maandag was toch anders. Het flitste in de nacht al door mij heen tijdens de momenten van even wakker zijn en omdraaien. Het is mijn geboortedag en dat niet alleen, ik bereik een mijlpaal: zeventig jaar. Feitelijk verandert er niets, zoals dat op je achttiende of bij je pensionering wel het geval is. De tijd gaat door, dat is elke dag, elke week, elke maand zo. Maar gevoelsmatig is het een overgang, alsof je in één keer tien jaar ouder wordt. Wie dertig wordt verliest zijn jeugd, bij vijftig behoor je opeens tot de oudere helft van de samenleving. De zestig is een eerste waarschuwing, al viel me dat mee. Je bent dan nog aan het werk. Maar het bereiken van de zeventig voelt als de definitieve inschakeling in het legioen der ouderen. Ontkennen dat je oud wordt heeft geen zin meer. Je bent het al.

Ik was er voor gewaarschuwd door mensen die mij zijn voorgegaan. Dus heb ik snel wat tegenwerpingen bedacht: ik mag blij zijn dat ik deze leeftijd gehaald heb en dat ik kan genieten van de tijd die ik heb. Alles is relatief, wie nu tachtig is vindt zeventig jong. En als ik nu doodga voelt dat minder erg dan als ik nog negenenzestig was geweest. Enzovoort.
Kijk ik in de spiegel, dan zie ik de achteruitgang. Haren uit mijn oren in plaats van op mijn hoofd. Het gehoor wordt minder. ‘Wat zeg je?’ is bij ons in huis met stip de meest gestelde vraag. Maar mijn lichaam functioneert nog goed, op een enkele functie na die het nooit naar behoren heeft gedaan. Ik vergeet van alles maar dramatisch is het niet. Er zitten wat kunststof onderdelen in mijn lijf en ik draag een paar littekens en butsen mee. Het zijn de sporen van zeventig jaar intensief gebruik, geholpen door goede voeding, voldoende beweging en de dokter die af en toe een handje helpt.
Een prestatie kan ik het behalen van deze leeftijd overigens niet noemen. Dat vindt de burgemeester ook. Die komt pas op bezoek als je zeventig jaar getrouwd ben. (Ik ben benieuwd of hij dat ook doet als je zoveel jaren samenhokt.)
Op naar de volgende mijlpaal dus, al lijkt die nog ver. Ik mag hopen dat ik ‘em haal.

Dit stukje schreef ik maandag toen ik de boodschappen had opgeborgen. Daarna nam ik een kop koffie, loste de kruiswoordtest in Trouw op en ging verder werken aan mijn boek.

11

MANUSCRIPT

Dagelijks

De verschillende lockdowns van de afgelopen jaren hebben een onverwacht gevolg gehad. Velen hebben het gedwongen thuisblijven benut om een boek te schrijven. Uitgevers zijn daarom het afgelopen jaar zozeer overladen met manuscripten, dat sommige een stop hebben ingevoerd. Bij andere uitgevers duurt het maanden voor je een antwoord ontvangt. Niet dat het vóór corona veel beter was trouwens, maar men heeft nu een extra argument om de deur op slot te doen. In Nederland komen per week zo’n zeshonderd boeken uit. Het aantal ingestuurde manuscripten moet er een veelvoud van zijn.

Mijn overgrootvader Hein van Rooijen met zijn gezin in 1878. Tweede van links mijn oma.

De afgelopen twee jaar heb ik gewerkt aan een manuscript over de familie van Rooijen, de familie van mijn oma van vaders kant. Het beschrijft de levens van drie generaties uit de katholieke middenklasse tussen 1880 en 1980. De persoonlijke verhalen staan in de context van maatschappelijke en religieuze ontwikkelingen. Het gaat over ondernemen, je kunstzinnige hart de ruimte geven of je leven wijden aan God. Volgzaam zijn of je eigen gang gaan.
Omdat Valkhof Pers, de uitgever van mijn vorige boek, ermee ophoudt, moest ik op zoek naar een andere uitgever. Ik was daarom niet blij dat verschillende uitgevers een lockdown voor hun brievenbus afkondigden.
Voor wetenschappers die hun kennis willen delen is er zeker belangstelling in de uitgeverswereld. De werkstukken van journalisten en andere professionele schrijvers zijn kansrijk. Ben je een Bekende Nederlander die zijn ervaringen op papier heeft gezet, dan staan de uitgevers in de rij. Vooral als je een verslaving hebt overwonnen of als je vader van een flat is gesprongen. De vele talkshows op tv staan dan garant voor grote verkoopcijfers. Maar ben je, zoals ik, geen wetenschapper, beroepsschrijver of BN’er, dan is het nog een hele klus om op te vallen.

Ik stuurde de synopsis van mijn manuscript aan vijf bekende en vijf wat minder bekende uitgeverijen. Het is niet mijn stijl om te pochen over mijn werk. Maar in dit geval leek het me verstandig enkele juichende recensies van mijn vorige boek toe te voegen. Of dat nu dat kleine beetje extra aandacht heeft gegenereerd weet ik niet. De uitkomst was in ieder geval dat ik met mijn samenvatting bij drie uitgevers voldoende nieuwsgierigheid had opgewekt. Zij vroegen het manuscript op. Stap één was gezet. Daarna verstreken maanden. Het duurde zo lang, dat ik me afvroeg wat wijsheid was: de broedende kip niet storen of toch maar eens vragen of het ei al uitgekomen was.
Toen kwam de dag dat een kleine uitgever mij een positief en zeer complimenteus bericht stuurde. Daarna volgde een toezegging van een grote uitgever. Bij het lezen van dat bericht heb ik mij even gedragen als een voetballer die gescoord heeft. Ik kon kiezen. Het boek zal voorjaar 2023 verschijnen bij Walburg Pers, een gerenommeerde uitgever van historische en maatschappelijke boeken. Dan komt de volgende uitdaging: de aandacht van geïnteresseerde lezers vangen.

0

TAALTEST

Dagelijks

Wat is de juiste schrijfwijze: bloknoot of blocnote?
Heeft een boot een lijzijde of een leizijde?
Wat is het meervoud van landgraaf?
Hoeveel r’en en s’en zitten er in het woord banencar(r)ous(s)el?
Het woord advocaat, in de zin van raadsman, wordt geschreven met een c, maar geldt dat ook voor het gele drankje dat onze tantes vroeger uitlepelden?
Het is een relaxte dag, maar ben je dan zelf relaxed of relaxt?
Al jarenlang onderwerp ik mij iedere werkdag vrijwillig aan de taaltest op www.beterspellen.nl. In vier meerkeuzevragen wordt mijn kennis van schrijfwijze en grammatica getest. Van meervoudsvormen, gebruik van leestekens, uitdrukkingen als ‘te kwader trouw’, hoofdlettergebruik en gebruik van de tussen-n of -s. Ik doe mee in de hoogste categorie, wat betekent dat mij de meest vreemde en uitzonderlijke woorden worden voorgelegd.

Ooit zat ik enthousiast met pen en papier klaar voor het jaarlijkse Groot Dictee der Nederlandse Taal, de schrijfproef die van de tv naar de radio is verhuisd (met een d). Ik maakte altijd meer dan dertig fouten en dat motiveert niet. Na het przewalskipaard ben ik afgehaakt. In de test van Beter Spellen scoor ik rond de negentig procent, dat geeft me tenminste nog het idee dat ik mee kan komen, zeker als ik mijn scores met die van anderen vergelijk.
Wat te doen met verbuigingsvormen van werkwoorden als erondergaan? Ga ik er onder door, eronderdoor of eronder door? En wat doen we in Nederland toch moeilijk met woorden die we uit het Engels overnemen. Ik weet nu dat je in het Nederlands royalty’s schrijft (in het engels: royalties). Een digitaal programma dat vernieuwd is heet geüpdatete software maar je spreekt het bijvoeglijk naamwoord uit als geüpdete! Diskjockey of discjockey, gooi het maar in mijn pet. A4’tje of A4-tje. HAVO of havo. Er is genoeg om over te struikelen.

Waarom pijnig ik mijzelf iedere dag weer met dit soort dilemma’s? Is de schoolmeester met het rode potlood in mijn hoofd blijven zitten? Wil ik houvast in een voortdurend veranderende wereld? Of probeer ik mijzelf te bewijzen dat de achteruitgang nog niet is ingezet?
Mijn scores gaan niet vooruit, ook niet achteruit. Maar ik weet nu tenminste hoe ik een negligeetje moet afkorten. En dat je korset met een -k- schrijft en corselet met een -c-. Dat kan nog wel eens van pas komen. Al zou ik het verschil tussen die twee niet kunnen uitleggen.

—————–
De komende twee weken ben ik even weg.

5

SAMEN

Dagelijks

De kerk is in het grondpatroon vierkant. Vanuit elke hoek loopt er een reusachtige stalen bint diagonaal omhoog. Zo vormen de binten een hoog, vierzijdig puntdak. Het gebouw uit de jaren zeventig heeft kale muren van gele stenen. De stoelen lijken er al vijftig jaar te staan.
Deze morgen zijn ze bijna alle bezet. Mannen en vrouwen, kinderen en ouderen, in zondags pak, in vrijetijdskleding. Ernstige en ontspannen gezichten, in zichzelf gekeerd of rondkijkend.
Eén zijde van het vierkant bestaat uit een podium. Links en rechts staan twee manshoge planten, daartussen een even hoge brandende kaars en twee gestileerde houten spreekgestoelten. Bij een ervan staat de dominee, een vrouw van rond de vijftig. Zij is gekleed in een sober crèmekleurig gewaad, dat er voor mij, als voormalig katholiek, uitziet als een kazuifel zonder opsmuk. Als een modern acteur draagt zij een nauwelijks zichtbare microfoon rond haar hoofd.

Zij spreekt de gemeente toe, langzaam en duidelijk, in een taal die ieder kan begrijpen. Over wind en tegenwind, aankomen en afscheid nemen, bergen en dalen. Het woord troost valt meermalen, nog vaker de woorden samen en elkaar. Zij leeft zich in in haar toehoorders: ‘misschien heeft u wel…; misschien denkt u wel…’ Ze geeft bevestiging: ‘dat is ook zo, dat gemis dat blijft.’ Als ik de verwijzingen naar bijbelteksten wegdenk, dan zijn haar woorden een psychologische peptalk: aanvaard de pijn in het leven.
Maar, misschien, zo denk ik, halen de gemeenteleden nog wel meer steun uit het gevoel van gezamenlijkheid en dan vooral het samen zingen. Er wordt meer gezongen dan gesproken. Iedere kerkganger heeft bij het binnenkomen een liedboek meegekregen. Een bord boven het podium geeft aan welk lied aan de beurt is. De organist speelt de noten van de laatste regel als intro, dan valt de gemeente in, iedereen, uit volle overtuiging. ‘Het woord dat u ten leven riep’ (nummer 316). Mijn katholieke moeder zei het ooit al: ‘die protestanten kunnen zingen!’ Ik zing alles mee. Ik heb er wel tevoren voor moeten oefenen.

De protestantse kerk in Midsland-Noord

Hoe ben ik daar terecht gekomen? Ik die van mijn geloof gevallen ben en nog nooit een protestantse dienst heb bijgewoond?
Ik deed de afgelopen weken een project bij Trajecti Voces, een barokkoor uit Utrecht. Wij studeerden een programma in met liederen uit de Italiaanse barok. Onderdeel van het project was een oefenweekend in Midsland op Terschelling. Daar maakten we gebruik van de accommodatie van ET 10, een protestantse gemeente. Als wederdienst zongen we tijdens de samenkomsten enkele klassieke liederen passend bij Hemelvaart en Pinksteren en gaven wij de gezangen uit het liedboek meerstemmigheid mee.
De kerk is genoemd naar een grote, rode boei, nummer ET 10. De symboliek mag duidelijk zijn.
Het was afgelopen zondag Wezenzondag, zo leerde ik van de dominee. Jezus mag dan wel naar de hemel gevaren zijn, hij heeft ons eerst nog bemoedigend toegesproken. Joh. 14, vers 18: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u terug. Want ik leef en ook gij zult leven.’ De gemeente ging aan de gezamenlijke koffie en de dominee zwaaide ons bij de deur buiten blijmoedig uit.

Hierbij een stukje uit een repetitie van een klein ensemble waarin mij, als bariton, de lage tenorpartij was toebedeeld: Arse cosi per voi van Alessandro Striggio.

 

1

AFFICHE

Dagelijks

Fietsend op weg naar de bakker valt mijn oog op een raam dat in beslag genomen wordt door een affiche met de tekst: Een andere man is geen haar beter. Ik kijk nog eens om. Het staat er echt, ik heb het goed gelezen. Vol verbazing herhaal ik de tekst voor mijzelf. Wat beweegt iemand om een raam af te plakken met deze tekst?

Bron: www.by-mar.com

Is het een vrouw die na meerdere stukgelopen relaties aan de wereld wil laten weten wat zij daaruit geleerd heeft? Iemand bij wie de frustraties hoog zijn opgelopen en die een blijkbaar onbedwingbare behoefte heeft om anderen te behoeden voor de fouten die zij gemaakt heeft? Je geeft jezelf wel bloot op deze manier.
Of zou het een ongetrouwde en streng-gelovige man of vrouw zijn, die zich groen en geel ergert aan mensen die al te gemakkelijk scheiden en daarna weer snel een nieuwe relatie beginnen? Dit lijkt me niet waarschijnlijk. Dan zou je eerder een bijbels citaat over trouw en standvastigheid verwachten.
In de feministische golf van de jaren zestig en zeventig was er een radicale groep vrouwen die een liefdesrelatie met een man hadden afgezworen. Je gaat niet met je onderdrukker naar bed, was het parool. De man was het symbool van de macht, van alles wat fout ging in de wereld, daar moest je verre van blijven. Ik weet echter niet of er onder de jonge vrouwen van de eenentwintigste eeuw nog dergelijke feministes voorkomen.
Er komen steeds meer vragen bij mij op. Zou Een andere vrouw is geen haar beter ook bestaan? Voor al die relatiehoppende mannen die maar vinden dat zij onvoldoende aandacht krijgen?

Nieuwsgierig geworden kijk ik thuisgekomen op internet. Ik vind de betreffende tekst al snel op sites van firma’s die grappige ansichtkaarten verkopen. Op een setje van tien kaarten krijg je nu € 5 korting. Men heeft dus nog een grote voorraad in huis. ‘Inclusief gerecyclede envelop’, staat erbij. Voor enveloppen geldt blijkbaar een ander regime dan voor mannen.
In dezelfde serie bestaan ook: ik heb geen man nodig om mijn problemen op te lossen. Ik heb er een nodig die zelf geen probleem wordt. En de leus die alle andere overbodig maakt: soms is het gewoon kut. Kan je ook als affiche op je raam plakken.

Eén website geeft nog een toelichting op de man die geen haar beter is: vrouwen kunnen deze kaart aan hun man geven om hem eraan te herinneren dat hij heus niet de ergste is. Die uitleg zette mij opeens op een ander spoor. De kaart zou juist door mannen gebruikt kunnen worden! Om te voorkomen dat hun vrouw al te veel naar andere mannen kijkt. Of, nog beter, om hun eigen fouten te relativeren. Zo kan ik, als ik weer eens iets vergeten ben en daar door G. op gewezen wordt, luchtigjes opmerken: ach, een andere man is geen haar beter.

0

4 MEI

Dagelijks

Ilse Weber

Ilse Weber. Ik had nog nooit van haar gehoord. Zij was een Joodse schrijfster en componiste, geboren in Tsjechië. In 1942 werd Ilse Weber gedeporteerd naar het concentratiekamp Theresienstadt. Daar werkte zij als ziekenverpleegster op de kinderafdeling. Zij schreef en componeerde hier een aantal liederen, zoals Ich wandre durch Theresienstadt. In 1944 werd zij op transport gesteld naar Auschwitz, waar zij om het leven kwam. De gedichten en liederen van Weber stonden deze week centraal tijdens een herdenkingsbijeenkomst in de Torenpleinkerk in Vleuten.

Na de bijeenkomst liepen de aanwezigen in een stille optocht door het dorp, voorafgegaan door twee muzikanten die een langzaam ritme sloegen op zwart omfloerste trommels. We kwamen langs het huis, waar  mijn ouders destijds woonden. Hier stond mijn vader boven uit een raam te kijken hoe Duitse soldaten de deuren afgingen om mannen te ronselen. Hier heeft hij zich angstig afgevraagd wanneer zijn beurt zou komen. Zijn schuilplaats was gereed. Een koffer om te vluchten stond klaar. Hier heeft hij zich in zijn moestuin plat op de grond gegooid als de Engelse vliegtuigen die de spoorlijn bombardeerden weer eens dichtbij kwamen. ‘Hoeveel bommen zijn er al niet gevallen en wat hebben de Engelsen ermee bereikt?’, verzuchtte hij. Hier heeft hij de boom staan zagen en hakken die hij uit het park van kasteel De Haar had gehaald.
De stille tocht eindigde bij een plantsoentje tegenover de kerk, bij het monument ter herdenking van de twee Vleutense verzetsstrijders die in 1944 zijn gefusilleerd. Het ontwerp van het beeld van een mannentorso die een slang de nek omdraait was vlak na de oorlog driemaal door de Provinciale Commissie voor Oorlogs- en Vredesgedenktekens in niet mis te verstane woorden afgekeurd. Enkele jaren later hebben de lokale initiatiefnemers in een zaterdagse nacht het beeld alsnog op zijn sokkel geplaatst. ‘Je kunt de illegaliteit toch niet beter eren dan met een illegaal monument’, zo werd gezegd.

Midden achter het oorlogsmonument met de militairen

Deze week stonden er vijf militairen voor het monument, in vol ornaat, de borst getooid met een serie medailles, de petten diep over het voorhoofd getrokken, de blikken strak vooruit gericht. Bij het ingaan van de twee minuten stilte sloeg de klok van de katholieke kerk achter ons eerst nog acht forse slagen. In de oorlogsjaren hadden de Duitsers de klokken meegenomen. Toen moest de koster telkens de hoge toren inklimmen om met een hamer op een oude spoorrail te slaan.
Het werd stil in het plantsoentje. De wind was gaan liggen. Alleen een mees liet zich horen in het door late zonnestralen beschenen frisse, lentegroen. De tijd stond even stil, zoals alle aanwezigen onberoerd naast elkaar stonden, ieder met de eigen gedachten en toch verbonden. De dirigent van de harmonie keek om naar de organisatie, in afwachting van het teken dat hij het Wilhelmus kon inzetten. Toen het zover was bliezen de instrumenten schuchter en zacht de eerste maten. Ik was ontroerd.
Ik ben van even na de oorlog. Maar hoe ouder ik word, hoe dichter mijn geboortedatum bij de oorlogsjaren komt, hoe dichter ik zelf bij de oorlog kom.

0

WARMTEPOMP

Dagelijks

We ontvangen een uitnodiging van de gemeente voor een voorlichtingsavond over de energietransitie. We kunnen de informatie via een scherm tot ons laten komen, dus we hoeven er de deur niet voor uit. Heeft corona dan toch nog enige vooruitgang gebracht?
De presentatrice leidt de avond met optimisme en gezelligheid. De deskundigen zijn weliswaar niet echt geschoold in het brengen van een heldere boodschap, de urgentie wordt wel duidelijk. Er komt ook een jonge wijkbewoner aan het woord die zelf met weinig moeite zijn energieverbruik maximaal omlaag had gebracht. Ik ben een leek op installatiegebied, dus deze doe-het-zelf-aanpak is aan mij niet besteed. Maar wie niet zelf wil sleutelen hoeft niet te wanhopen, zegt de goedgemutste presentatrice. Er staat namelijk een heel leger aan consultants, adviseurs en geïnteresseerde wijkbewoners gereed om te helpen. Ik schrijf driftig de adressen op van de websites waar ik antwoord kan vinden op àl mijn vragen. Last but least zijn er diverse subsidieregelingen die ons het water in de mond moeten doen lopen.
We leren verder, dat de gemeente voorbereidingen treft om in alle wijken een gemeentelijk aardwarmtenetwerk aan te leggen. Onze wijk is tussen 2030 en 2040 aan de beurt. De vraag is natuurlijk of wij nog zullen meemaken dat de wethouder van de lokale partij Utrecht Me Stadsie in 2038 de eerste boring verricht.

Maak je eigen actieplan, is het adagium, en die aansporing laat ons niet onberoerd. We besluiten het aantal zonnepanelen uit te breiden en onze cv-ketel, die langzamerhand aan zijn pensioen toe is, te vervangen door een hybride ketel met een warmtepomp. Onze installateur, een traditionele loodgieter, stuurt ons al snel een uitgebreide offerte. En omdat we geleerd hebben om bij zo’n prijzige aanschaf, en niet alleen daarbij , naar meerdere aanbieders te kijken nemen we contact op met een bedrijf, dat gespecialiseerd is in zonnepanelen en warmtepompen, Zerogas. Binnen een week is er een man in huis die belooft na zeven dagen een offerte te sturen.
Vanaf dat moment komt er danig de klad in.

Ondertussen informeer ik in de buurtapp naar ervaringen. Dat levert twee reacties op van buurtbewoners die zich ook aan het oriënteren zijn. Een van hen heeft een offerte ontvangen van de Eneco. Op vragen hierover is door de Eneco herhaaldelijk niet gereageerd. Dan hebben wij toch snellere aanbieders uitgekozen, denk ik nog in mijn onschuld.
Wij nodigen onze installateur uit voor de beantwoording van vragen over de offerte. Het duurt vier weken voor de man tijd hiervoor kan vrijmaken. Na dat gesprek wordt ons nog een aanvulling beloofd, maar ook dat duurt weer weken. De offerte van Zerogas hebben we ondanks aandringen na twee maanden nog altijd niet ontvangen.
Vervolgens breekt de oorlog in Oekraïne uit, stijgen de gasprijzen naar recordhoogten, wordt ons van allerwege aangeraden om een warmtepomp aan te schaffen en ontvangen wij van de installateur een kort berichtje, dat hij de geoffreerde warmtepomp vanwege de overweldigende belangstelling niet voor het einde van het jaar kan leveren. Kan ik nu concluderen dat de oorlog net als de coronapandemie nog iets positiefs heeft opgeleverd?

0

GELUKSVOGEL

Dagelijks

Sinds 24 februari kijk ik iedere ochtend na het opstaan eerst op Teletekst om te weten of er nog nieuws is uit Oekraïne. Daarna pas pak ik de krant. Ik lees de verhalen over de mannen die hun kostuum omwisselen voor een gevechtspak. Over de mensen in de schuilkelders en de angsten tijdens de inslagen van raketten. Ik zie de foto’s van de geblakerde gevels van flatgebouwen, van de mensen die hun leven wagen op straat om een naaste naar een ziekenhuis te brengen. Hoe zou ik reageren in zo’n situatie? Ik zou niet eens weten waar hier een schuilkelder in de buurt is. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. En tussen al die gedachten over de oorlog dringt het besef door dat ik tot de generatie geluksvogel behoor.

Op de eerste plaats omdat ik nooit een oorlog heb meegemaakt en nooit heb hoeven vechten. De vrede en vrijheid die we kennen zijn als het water voor een vis: zo vanzelfsprekend dat je er niet bij stilstaat. Maar er is veel meer dat mij tot een bevoorrecht mens maakt.
Ik groeide op in een veilige, groene, niet-vervuilde omgeving. Ik genoot degelijk onderwijs, wat mij hogerop bracht. Ik was jong in de jaren zestig, een decennium waarin de rode loper van vrijheid en autonomie voor mijn generatie werd uitgerold. Een golf van democratisering ging door het land. Mijn studie werd deels gefinancierd en ik mocht er lang over doen. De opkomst van de popmuziek was een ongekende ervaring. We konden ons eigen leven leiden, met voldoende middelen, ook op het gebied van genot en anticonceptie. Onder de dienstplicht uitkomen was een koud kunstje. Vervolgens leverde de studie een goed betaalde baan op. We kochten voor een habbekrats een huis en werden slapend rijk omdat het huis elk jaar meer waard werd. Ik had een baan met veel autonomie en voldoende ruimte voor creativiteit. Part-time, zodat ik ook nog verzorgende taken op me kon nemen en me kon uitleven in hobby’s. Lieve vrouw en kinderen, vrienden, goede gezondheid, vakanties naar het buitenland. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik kan zes van de zeven vinkjes van Joris Luyendijk aankruisen.

Voor zo’n geluksvogel als ik is het toch wel bijzonder dat ik zo vaak geprotesteerd heb tegen wat er in mijn ogen mis is in de maatschappij: de ongelijke kansen, discriminatie, de wapenwedloop, het gebrek aan democratie. Dat komt er blijkbaar van als je bent opgevoed met het streven dat altijd alles beter moet en dat we de hemel nog niet bereikt hebben. Maar heeft het wat uitgehaald? De kernwapens zijn de wereld niet uit, de ongelijkheid neemt toe, de milieuvervuiling kookt over.
De generaties voor mij hebben oorlogen gekend en economische crises. Wij konden profiteren van de vooruitgang en de welvaart. Voor de generaties na mij ziet het er voorlopig niet naar uit dat het beter wordt. Laten wij, van de geluksgeneratie, het huis waarin we zo heerlijk gewoond hebben, in een slechtere staat achter? Het is goed om hoop te houden. Maar ik heb er op zijn minst een ongemakkelijk gevoel bij.

1

CITYMARKETING

Dagelijks

Er is goed nieuws te midden van alle ellende: de EBU is weer bij elkaar! Voor wie het nog niet gelezen heeft: de Economic Board Utrecht is een samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen en lokale overheden, opgericht om de regio Utrecht wereldwijd op de kaart te zetten, ditmaal met het thema gezondheid.
Utrecht heeft al de hoogste toren van het land. Nergens in Nederland is de brede welvaart zo hoog als hier. Het Utrecht Science Park is het grootste van de Benelux. De stad was een paar jaar geleden de beste fietsstad ter wereld en wij hebben de grootste fietsenstalling van de aarde en omstreken. En nu liggen er, aldus de EBU, voor de Utrechtse metropoolregio geweldige kansen om koploper te worden op het gebied van gezondheid en gezonde leefomgeving.
Dat u het maar even weet. Wat er nog ontbreekt is dat wij de grootste psychiatrische instelling hebben. En de grootste gevangenis.

‘De beste dames-tasschen vindt men bij magazijn De Concurrent’, klonk het in de vorige eeuw. ‘Onze collectie corsetten met elastieken binnenband kent haar weerga niet.’ Die aanprijzingen zijn nu overgeslagen naar elke zichzelf respecterende stad of gemeente. Citymarketing is een bedrijfstak van jewelste geworden. I Amsterdam.
In Utrecht kennen we Utrecht Marketing, ‘een partnerorganisatie, kennispartner en reputatiebouwer, die als verbinder partijen sectoroverstijgend samenbrengt.’
Het Merk Utrecht staat voor ‘een stad van makers met een drang tot vernieuwen en verbeteren. Kleine en grote ideeën worden hier werkelijkheid dankzij inspirerende verbindingen, verrassende kruisbestuiving en slimme samenwerking.’ Bent u er nog?
Het profiel dat Utrecht onderscheidend maakt is dat van ‘een verbindende creator.’ Waar gaat het dan om? ‘Hier wordt overal iets gemaakt, valt overal iets te ontdekken, vind je overal inspiratie.’ Ook in gezwollen taalgebruik wil Utrecht kennelijk de beste zijn.
In 1995 telde Utrecht 235.000 inwoners, nu zijn dat er 360.000. De stad wil de komende jaren doorstoten naar de 400.000. Daartoe moet elk stukje onbebouwde of verkeerd bebouwde grond worden opgevuld. Bijvoorbeeld de gebiedsontwikkeling Cartesius. ‘Een leefomgeving die bewoners en bezoekers in staat stelt om automatisch te doen wat goed is voor mens en natuur.’ Een plek om op te laden. ‘Cartesius is een gezond en duurzaam statement van wereldformaat’, aldus de baas van Ballast Nedam. Gesproken wordt van een wereldprimeur.

Nog een laatste voorbeeld. De EBU heeft het project Utrecht Talent Alliantie ontwikkeld. De metropoolregio wil het beste talent naar zich toehalen. Zorgen voor voldoende verpleegkundigen bijvoorbeeld.
Op dit punt wil ik dan toch een instemmend geluid laten horen. Die broeders en zusters zullen we met de toenemende vergrijzing hard nodig hebben. Jammer alleen dat Leiden, Apeldoorn en Breda net zoveel bakken geld uitgeven om die verpleegkundigen naar zich toe te halen.
Het Utrecht Marketing Team kan het niet alleen, zo lees ik op de site. Iedere bewoner wordt geacht zijn steentje bij te dragen. Iedereen moet hetzelfde geluid laten horen, dan wordt het een krachtig signaal. Ik heb deze week alvast geoefend. Dit was mijn eerste bijdrage.

0

KRUISHEER

Dagelijks

De Markt in Maaseik

Ik was onlangs in Maaseik, een oud stadje in Belgisch Limburg, met een fraai marktplein omgeven door horecazaken met middeleeuwse gevels. Veel terrassen waren gesloten. In het midden van het plein torende het standbeeld van de schilders Jan en Hubert van Eyk boven de vele geparkeerde auto’s uit.
Omdat ik te vroeg was voor mijn afspraak wandelde ik nog wat rond. In de hal van de Catharinakerk lag het gerepareerde beeld van een engel, die blijkens het bijschrift, op zekere dag vanuit zijn plaats hoog in het gewelf zomaar omlaag was gedonderd. Zonder januaristorm of beeldenstorm. Even verderop werd het Kapucijnenklooster gerestaureerd. Dat kost meer dan zes miljoen euro, vermeldde een bord. Aan dezelfde straat werd gebouwd aan een nieuw onderkomen voor de orde der kruisheren. De kosten stonden er niet bij, waarschijnlijk betaalt de orde dit uit eigen zak.
Ik liep naar de overzijde, naar het huidige kruisherenklooster. Hier moest ik zijn. Ik werk aan een boek over de familie Van Rooijen. Eén van hen was de kruisheer Henri van Rooijen. Hoewel hij nooit in Maaseik gewoond heeft bevindt zijn persoonlijk archief zich hier.

Henri als novice begin jaren twintig tussen twee zussen en een broer

Henri werd geboren in 1902 in Utrecht. Op de priesteropleiding blonk hij dermate uit, dat hij vanaf 1925 zijn studie mocht voortzetten aan het Angelicum, een van de belangrijkste pauselijke opleidingen in Rome. Hij keek er zijn ogen uit naar de vrije manier waarop de Italianen hun geloof belijden. In 1928 promoveerde hij magna cum laude tot doctor in de theologie. Terug in Nederland bouwde hij door het schrijven van boeken een naam op als kenner van de kerkgeschiedenis. Vanaf 1935 was hij studentenpastoor in Leiden. Daar onderhield hij in de oorlogsjaren contacten met studenten die actief waren in het verzet. Die ervaringen leidden bij hem tot de doorbraakgedachte in de studentenwereld: niet meer elke gezindte zijn eigen studentenvereniging, maar één gezelligheidscentrum voor alle studenten. Hij fietste ervoor naar de Maliebaan in Utrecht om toestemming te vragen aan kardinaal De Jong. Leiden was de enige universiteitsstad waar deze doorbraak daadwerkelijk gerealiseerd werd. Voor een aantal jaar tenminste. In de jaren zestig woonde Henri als assistent van de hoogste leider van de kruisheren, door hen Het Hoogwaardig Heer genoemd, alle zittingen van het Tweede Vaticaans Concilie bij. Hij overleed in 1987.

Het Vaticaans Dagboek

Henri van Rooijen heeft niet alleen onnoemelijk veel geschreven, hij heeft ook alles bewaard: dagboeken, studiemateriaal, correspondentie, artikelen, overpeinzingen, enz. Het kostte mij meer dan een uur om de inventarislijst, waarin alle archiefstukken zijn beschreven, door te nemen. Ik maakte een scherpe selectie. De vijf dagen, die ik daarna in Maaseik mocht komen, waren eigenlijk onvoldoende. Alleen al het dagboek dat Henri tijdens het Vaticaans Concilie heeft bijgehouden bevat vijfhonderdvierenveertig dicht beschreven vellen, nog groter van formaat dan A-4.
Hij komt uit de stukken naar voren als een belezen intellectueel, een erg aardige en hulpvaardige man, kalm en gelijkmatig van karakter. Je zou een boek alleen over hem kunnen schrijven. Maar dat zou, vrees ik, een beetje een saai boek worden. Over een door zijn familie aanbeden engel, opgeleid in het Angelicum, die standvastig aan zijn pilaar blijft hangen.