Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

Dagelijks

0

DE DERDE LEVENSFASE VAN DE KAT

Dagelijks

Het is stil in onze huiskamer. G kijkt naar haar Twitter-berichten. Ik speel Spider Solitaire. Dan klinkt er ergens een piepje.
‘Er komt een bericht binnen op je telefoon’, zegt G.

‘Dat is een ander geluid’, antwoord ik, ‘volgens mij is het jouw telefoon’.
‘Nee hoor. Voor een sms heb ik een vogelgeluidje en bij een mail klinkt een bel’.
‘Dan zal het wel Whatsapp zijn’.
‘Die doet ‘pok’ , dat was het zeker niet. Het was echt jouw telefoon’.
‘Misschien is het wel je tablet, die heb ik vaker zo horen piepen’, probeer ik nog eens.
Dan horen we het piepje nog een keer, nu wat klagelijker.
‘Het is Youri bij de voordeur’, zegt G. Zij heeft nog de beste oren van ons beiden.

Als ik de voordeur opendoe, komt de kat met zijn staart omhoog naar binnen. Hij laat nog eens een miauw horen. Zijn officiële naam is Youri, maar zo wordt ie bijna nooit genoemd. Hij heeft wel meer dan tien koosnamen, waarvan Pitipoes en Minimas de meest gebruikte zijn. Dit soort namen zijn zonder na te denken ontstaan, in ogenblikken van diepe verbondenheid.
Youri is nu bijna 16 jaar oud. Hij was altijd een actieve kat, die graag naar buiten ging. Ging hij er via de achterdeur uit, dan kon hij zich even later bij de voordeur melden en andersom. Terwijl hij daarvoor honderden meters moet lopen en als een springpaard tien schuttingen moet slechten. Aan de voorzijde sprong hij met gemak uit stand van het trottoir op de vensterbank, anderhalve meter hoog. Dat was zijn manier om te laten weten dat wij de voordeur voor hem open moesten doen. Te midden van alle katten uit de  buurt hield hij zich moeiteloos staande. In onze beleving was hij the King of the Road. Hij joeg de muizen niet uit huis, want die hebben we niet. Hij nam wel muizen in zijn bek van buiten mee naar binnen. Dan ging hij in de kamer met het versufte beest spelen.
Deze beschrijving staat in de verleden tijd, want sinds enige tijd zijn Youri’s dadendrang, sprongkracht  en imponeringsvermogen aanzienlijk afgenomen. Hij gaat minder vaak de deur uit en zoekt nu een veilig heenkomen als hij een soortgenoot ontmoet. Sinds afgelopen zomer heeft hij bovendien kuren met eten. Youri eet meer dan ooit tevoren, maar tegelijkertijd is hij flink afgevallen.

We zijn sindsdien tweemaal met hem naar de dierenarts geweest. Dat zijn voor hem traumatische visites. Het afgesloten mandje waarin we hem meenemen is al zozeer een teken geworden van naderend onheil, dat we er thuis alleen met afleidingsmanoeuvres in slagen om Youri in het mandje te krijgen.
In het patiëntendossier bij de dierenarts staan er drie uitroeptekens achter Youri’s naam. Dat betekent: kan binnen 5 seconden van zich afbijten. Het personeel volgt bijscholingscursussen voor dieren die behoren tot the dominant agressive male species.
In de steriele praktijk kruipt Youri wel weer dolgraag in zijn mandje. Als hij er thuis uitkomt, vlucht hij op lage poten, schichtig om zich heen kijkend, achter de bank om zich te verbergen voor ieder die hem iets onwelgevalligs wil aandoen en voor veterinaire functionarissen in het bijzonder.
De dierenarts heeft hem het laatste halfjaar dus tweemaal binnenste buiten gekeerd. Dat kostte ons een vermogen, waarmee de arts op zijn minst een mooi weekje Centre Parcs kan boeken. Youri heeft nu vier kiezen minder en hij zwaait wat minder zijn snot in het rond. Problemen met het eten zijn er nog regelmatig. Tijdens het koken zit hij continu op de loer om te zien of er iets van de aanrecht valt en tijdens het eten zit hij samen met ons aan tafel.
Onze pedagogische vaardigheden worden ten zeerste op de proef gesteld. Als ie zich tijdens de maaltijd gedraagt, krijgt hij een likje yoghurt bij het dessert. Komt er een Mona toetje op tafel, dan kan hij zich niet beheersen. Dan zet hij  zijn voorpoten op tafel om zijn aandeel op te eisen.
Hij is in zijn laatste jaren, zoveel is zeker. Hij houdt ons een spiegel voor.

1

I WAS GLAD

Dagelijks
Woensdagmorgen begin ik te hoesten. Dat is op zich niets bijzonders, want ik heb al maanden lang een abonnement op verkoudheid en ik ben, zoals artsen dat noemen, bekend met irritaties van het slijmvlies in neus en keel. Aan het einde van de middag krijg ik koude rillingen en opeens heb ik overal pijnlijke spieren. ‘Het zal toch niet’, denk ik. G heeft al vanaf het begin van deze week hoge koorts. Vanuit een nergens op gebaseerd optimisme dacht ik aan de dans te kunnen ontspringen. Nu lijkt het erop, dat ook ik voor de bijl ga. Het is tijd om de proef op de som te nemen.
Er zijn verschillende manieren om koorts op te meten. Dat kan bijvoorbeeld heel comfortabel via het oor of het voorhoofd. Niettemin doen wij het nog altijd met de vertrouwde staafthermometer, en dan niet gemakkelijk onder de oksel of in de mond, maar tussen de billen. Eigenlijk is dat vreemd, want het is een wat ingewikkeld en tijdrovend gedoe. Ik ben er ook niet echt goed in.
De thermometer is onverbiddellijk. Ik heb 39.1 graden koorts.
Dan begint het proces van verwerken: via ongeloof, verzet en droefheid naar aanvaarding. Ik leg me er uiteindelijk maar bij neer. Het kan de komende dagen lijden. En ik ook.
Ons beleid met koortsende ziekten berust op twee pijlers: goed rusten en veel drinken.
Ik begin daarom te drinken als een tempelier. Die uitdrukking heb ik van een wijkverpleegkundige, die deze ooit bezigde toen een van onze kinderen aan de moederborst lag.
Halverwege de avond loop ik met twee loodzware benen en een verhit hoofd de trappen op naar de tweede etage. Daar hebben we een kamertje dat voor dit soort gevallen van ongerief heel geschikt is. De muren en de kasten zijn rustgevend wit. Je stoort er niemand met woelen en hoesten.
Ik probeer te slapen, maar het lukt van geen kant.
Ik moet om het half uur naar de wc, omdat ik zo overmatig kruidenthee gedronken heb.
Erger nog is het gebonk in mijn hoofd. Alsof er continu de monotone dreun van de meest kale house muziek doorheengaat. Zoals dj’s op die dreun vervolgens een melodie plaatsen, komt er bij mij als ik koorts heb altijd een melodie in mijn hoofd, op de maat van het gebonk. Ik weet uit ervaring, dat zo’n lied mijn  hoofd niet meer uit gaat en de hele nacht door blijft dreunen.
Het kunnen allerlei deuntjes zijn, ook niet bestaande. Dit keer krijg ik de baspartij van het vijfstemmige anthem I was glad van Henry Purcell binnen. Geen verkeerde melodie, maar in een continue herhaling is zelfs het mooiste lied onaangenaam. Qua tempo past het wel goed bij het gebonk. Ik schat het aantal slagen in mijn hoofd op zo’n 80 per minuut. Ook de titel zou nog passend kunnen zijn, gezien het gebruik van de verleden tijd.
Halverwege de nacht slaap ik onrustig in, om vervolgens elk uur wakker te worden met het gebonk van I was glad. Misschien is het wel een speling van het lot, dat Purcell in mijn hoofd moet komen nu ik koorts heb. Purcell hield er als rechtgeaarde Engelsman van om een biertje te drinken met zijn vrienden in het café. Ik weet niet of op hem de term tempelier van toepassing kan zijn. Zijn vrouw vond in ieder geval dat hij vaak te laat thuis kwam. In een winternacht was zij het zo zat, dat zij deur afsloot. Poor Henry moest de nacht buiten in de vrieskou doorbrengen. Hij kreeg flinke koorts en liep een longontsteking op, waaraan hij zou overlijden, 36 jaar oud. Hij had nog zoveel mooie muziek kunnen schrijven.
 
 
0

DE GESCHIEDENIS VAN EEN KNAAPJE

Dagelijks
Ik sta in mijn onderbroek voor de klerenkast om een broek te pakken. Ik neem een bruine casual van de houten kleerhanger. Mijn oog valt op de tekst op het knaapje: Kleedingmagazijn Nederland, Rotterdam. Dat is me nooit eerder opgevallen. Hoe oud zou die klerenhanger zijn? Na welke omzwervingen is ie bij ons in de kast terecht gekomen? Wat kan ik nog over deze klerenhanger te weten komen? Ik ga op onderzoek uit.
Kleedingmagazijn Nederland, Rotterdam geeft geen bruikbare hits op Google. Ook in het gemeentearchief van Rotterdam ontbreekt elk spoor van deze firma. Museum Rotterdam heeft een soortgelijke kledinghanger in de collectie met het opschrift Kleedingmagazijn “Berlin”. Er staat bij vermeld, dat dit soort hangers tussen 1920 en 1946 geproduceerd worden. De naam van de winkel verwijst naar de Duitse oorsprong van de kleermaker. In de 19e eeuw vestigden zich veel kleermakers uit Duitsland in Nederland. Zij kwamen in het kielzog van stoffen- en fourniturenhandelaren. Wie watertandt bij de geschiedenis van bedrijven in Rotterdam kan op de website van het Museum Rotterdam nog van alles lezen over loodwitmakers, tinnegieters, vijlenkapperijen en nog meer ambachten die de huidige spellingcontrole niet meer herkent. Helaas voor dit verhaal wordt de houtindustrie niet behandeld en komen kledinghangerschavers niet aan bod.
De benaming kledingmagazijn werd in de eerste helft van de 20e eeuw veel gebruikt. Het woord magazijn is uit het Frans in het Nederlands terechtgekomen. Deftige modezaken noemden zich Magasin of Maison. Maar in Rotterdam houden ze daar niet zo van. Het is niet voor niets, dat de VVD in Rotterdam op dit moment stemmen werft met de leuze In Rotterdam spreken we Nederlands. Dat was blijkbaar honderd jaar geleden ook al zo.
Ooit heeft toen iemand die een kledingwinkel wilde beginnen zitten peinzen over een geschikte naam. Waarom zou ie als naam voor zijn Kleedingmagazijn op Nederland uitgekomen zijn? Was dat om aan te geven dat er geen tweederangs Belgische borstrokken werden verkocht? Wilde men benadrukken dat men alledaags was en niet deftig? Of wilde men zich onderscheiden van al die Duitse immigranten?
De dubbele ee in woorden als  kleeding is met de spellingverandering van 1934 veranderd in een enkele e. We mogen dus gevoeglijk aannemen, dat het knaapje uit mijn klerenkast 80 jaar of ouder is. Het is echter niet uit te sluiten dat de eigenaar van het kleedingmagazijn zo zuinig was, dat hij tien jaar na de spellingverandering nog knaapjes met het oude opschrift gebruikte.
Mijn kleerhanger heeft een houten dwarslat, ook wel broekenstang genoemd. Deze hanger heeft dus voor een herenkostuum gediend. De vader van G (geb. 1925) kwam uit Puttershoek, vlak onder Rotterdam. Hij kon in de eerste helft van de vorige eeuw in Puttershoek een elektrische tram nemen van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij. Die bracht hem over de nu niet meer bestaande Barendregtse Brug in een keer in het centrum van Rotterdam.
Toen hij in 1953 trouwde en het ouderlijk huis verliet, nam hij maar weinig mee. Daaronder was wel zijn zondagse pak op een houten hangertje van Kleedingmagazijn Nederland. Zijn vrouw kocht daarna af en toe een nieuw pak voor hem, maar het houten hangertje bleef. Toen G bijna tien jaar geleden het ouderlijk huis leegruimde, kwam zij op zolder een doos met klerenhangers tegen. Die dingen komen altijd wel van pas. Dus vond de doos een plaats in de verhuiswagen die naar ons huis in Utrecht reed.
Zo ongeveer moet het zijn gelopen.
We overwegen om in ons testament deze klerenhanger aan het Rotterdams Museum te vermaken.
Ik sta weer voor mijn klerenkast. Ik schuif wat hangers aan de kant op zoek naar een broek.  Hé, wat zie ik daar. Een houten knaapje met het opschrift Wolf & Hertzdal Sittard – Maastricht – Heerlen. Hoe komt die in godsnaam in onze kast?
0

MIDDEN-BRABANT

Dagelijks

De laatste tijd reis ik nogal eens met de auto tussen Utrecht en Tilburg heen en weer.
De A2 tussen Utrecht en Den Bosch vind ik dodelijk saai. De tijd verloopt traag tussen de schuivende achterzijden van auto’s. De mooiste uitzichten, zoals over het dorp Rumpt aan de Linge, zijn verborgen achter geluidsschermen. De radio houdt me op de been, net als de aalscholver op de lichtmast boven de snelweg en de buizerd op een paaltje in een weiland.

Vanaf Vught wordt het allemaal anders. Daar begint voor de doorsnee automobilist de nachtmerrie en voor mij het aangename slow rijden. Wat heet slow trouwens, 70 / 80 km per uur is op de A65 de limiet. Om de paar kilometer moet je afremmen voor de stoplichten. Als een aaneengeregen ketting zoeven de auto’s tussen de dubbele rijen eikenbomen en de dubbele rijen flitspalen, langs lage boerderijtjes met rieten daken, braakliggende akkers met plassen tussen de stoppels van mais, wegcafeetjes, dressuurveldjes, bosschages en boomkwekerijen.
Onvermijdelijk doemt er dan iets in mij op. Ik wil de gedachte verre van mij houden, maar dat lukt niet. De gedachte aan Guus Meeuwis. Ver van huis, in een plaats waar de mensen vroeg naar bed gaan, kreeg de zanger heimwee en schreef hij zijn hit over Brabant: ..dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht. (waarschijnlijk wordt hier bedoeld: in de megastallen). De Nederlandse liedliteratuur dankt aan Guus onvergetelijke strofen als:
De Peel en de Kempen en de Meijerij
Maar het mooiste van Brabant ben jij, dat ben jij.
http://www.youtube.com/watch?v=JylE2A5P5Qg

Wie hier enige spot proeft heeft gelijk. Ik ben jaloers, omdat wij in het midden van het land niet zo’n mooie meezinger kennen; jaloers op de gezelligheid in Brabant en natuurlijk vooral jaloers op een zanger die een massaal meedeinend Philips stadion aan zijn voeten krijgt met zo’n houterige performance.
Ik ken de afslagen van de A65 onderhand uit mijn hoofd: Helvoirt,  Cromvoirt / Nieuwkuijk, Haaren, Biezenmortel; dorpjes verscholen achter bomen, waar het leven goed is en de nachten lang. Of hoe zègde dè èègelek in et Braobaants?
In Nieuwcuyk was ik ooit aan het begin van de nacht in een café. Het licht brandde er nog. Het was de enige keer in mijn leven dat ik twee vechtersbazen uit elkaar haalde. Ze rolden, de vuisten beukend, met elkaar over de vloer. Ik greep de bovenliggende man in zijn kraag en zette hem in één beweging weer overeind. In de buurt van Nieuwcuyk was ik destijds in stottertherapie. Dat doet wonderen met een mens. Ik was daar op het toppunt van mijn fysieke kracht en zelfvertrouwen.

Bij Berkel Enschot, in deze tijd van het jaar Knollevretersgat geheten, neem ik de afslag. Over de rechte, met huizen omzoomde, Bosscheweg rijd ik de laatste kilometers naar Tilburg. Op deze weg moet de snelheid omlaag naar 50 km per uur. Aangezien mijn Heerom ooit tot ereburger van Berkel Enschot werd benoemd voel ik me schatplichtig aan dit dorp. Mijnheer met de pet, steekt u maar rustig over, ik wacht wel even.
Vlak na het bord Tilburg passeer ik het Wilhelminakanaal. In de ijzige winter van 1963 was mijn ome Do de chauffeur van mijn vader’s Volkswagen, die vol met familie op weg was naar mijn Heeroom. Vlak voor de brug over het kanaal raakte de koffiebruine kever in een slip. Het moet aan de voorzienigheid te danken zijn, dat de auto niet in het water gleed, maar met een harde klap tot stilstand kwam tegen de leuning van de ophaalbrug. Met verse verwondingen in zijn gezicht vertelde ome Do die avond het relaas onder het licht van de lampenkamp in het midden van onze huiskamer.
Ik arriveer in Tilburg, toch al niet neerlands mooiste plaats, via een lelijk bedrijventerrein. De Gamma en de Kwikfit brengen me weer met beide benen in de realiteit. Op de ring neem ik de eerste straat links, de Enschotsestraat, langs de parochiekerk Petrus Donders. Ik ben er bijna. Het mooiste van Brabant ben jij, dat ben jij.

1

PLAT HOOFDDEKSEL

Dagelijks

De pet is weer terug. Dan bedoel ik niet de alomtegenwoordige Amerikaanse baseball-pet, de zuidelijke alpino of de stevige uniformpet van agenten, kapiteins of fanfaremuzikanten. Ik heb het over het platte hoofddeksel met klep, zoals dat in vroeger jaren door veel mannen werd gedragen.

Begin 20e eeuw droeg elke jongen zo’n pet. Dan kreeg je niet zo gauw luizen. Boeren en arbeiders droegen een pet. Aan de pet herkende men de sociale status. Wie naar binnen ging deed zijn pet af. In de zomer zag je dan een scherpe scheiding tussen een bruinverbrand gezicht en een spierwit voorhoofd.
Mijn ome Do droeg altijd een pet, zomer en winter, of ie nu aan het werk was in de smederij of op zondag naar de kerk liep. Hij was ongetrouwd en woonde met zijn eveneens vrijgezelle zus in het ouderlijk huis. Hij werkte als knecht in de smederij van zijn broer. Hij was een man van weinig woorden en weinig wensen. Kwam je op zondagmiddag op bezoek, dan zat hij voor het raam in stilte naar buiten te kijken tot de duisternis inviel. Alleen op familiefeesten, als hij de nodige borrels op had, liet hij nog wel eens van zich horen. Dan zong hij, een oude jenever in de ene hand, een sigaar in de andere, het lied van Wilde Johnny, qua karakter de tegenpool van mijn oom. Steevast raakte hij dan zijn tekst kwijt. Dan kwam er een lachje om zijn mond en zijn ogen draaiden naar het plafond. De spanning werd opgelost als een van de familieleden weer het refrein inzette: singing ah ya yippie yippie ye.
Bij de boedelverdeling waarbij het onder andere ging om antiek meubilair, tafelservies en portretten van voorouders heb ik uiteindelijk de pet van ome Do in de wacht gesleept. Ik heb ‘em nog eens  opgezet om op mijn beurt op een familiefeest Wilde Johnny te zingen. Daarbij deed ik de geschiedenis enig geweld aan, omdat Ome Do zijn Wilde Johnny-act nooit met een pet op voordroeg. Op feesten was hij in driedelig grijs, het soort grijs, waarop sigarenas niet opviel.

De pet is dus weer helemaal terug. Ik zat er al langere tijd op te spinsen om er een te kopen. Afgelopen zomer nog ging ik in het Walhalla van de Pet, Groot-Brittannië, om precies te zijn in Inverness, aarzelend de deur van een smal winkeltje binnen. Daarachter strekte zich een pijpenlade uit met petten zover je kon kijken in alle denkbare soorten, kleuren, vormen en maten. Ik viel ten prooi aan keuzestress. Hoe meer petten ik opzette, hoe langer ik in de spiegel keek, hoe meer ik begon te twijfelen. Alsof het kiezen nog niet moeilijk genoeg was, haalde de verkoopster op aandringen van G  zelfs de etalage overhoop om er een exemplaar met een bijzonder dessin uit te halen. De gedienstigheid van de juffrouw was zodanig, dat ik nog even overwoog om de etalagepet met de lelijke kleuren maar te kopen. Gelukkig hield de prijs mij tegen. Na een half uur liepen we onverricht ter zake de winkel weer uit. De stemming was er niet beter op geworden.

Onlangs liepen G en ik te winkelen in Utrecht. Dat komt niet veel voor, de sfeer was uitgelaten. In die toestand trok ik in de Bakkerstraat  zonder er bij na te denken G opeens de hoedenspeciaalzaak van Jos van Dyck in. Sinds 1923 brengt men daar hoofddeksels aan de man. Ik sprak mezelf toe, dat ik niet weer zo moest twijfelen. Dat hielp. Na vijf minuten stond ik buiten met een lichtbruin exemplaar in visgraatdesign, Harris Tweed, hand woven in the Outer Hebrides. Dat is niet ver van Inverness. Ik zette de pet gelijk op. Ik zat nog wel te frummelen met mijn oren. Moesten die er nu onder of niet?
Het voordeel is dat ik nu iets onder de pet kan houden. Verder kan ik eindelijk doen, waar ik mijn hele leven naar uitgekeken heb: er met de pet naar gooien. Daarvoor moet ik nog wel in training, want dat heb ik niet van huis uit meegekregen.
Als ik dan zo met mijn pet op door de stad fiets, denk ik aan the Outer Hebrides, maar nog meer aan het lied van Wilde Johnny.

0

HET BESTE BLOG

Dagelijks
Het einde van het jaar nadert. Dus het grote omkijken en verkiezen is begonnen. Wie was de politicus van het jaar, de sportman, de oliebol, de cd? Wat was het beste interview met Badr Hari? Welke tongzoen baarde het meest opzien?
Het wachten is nog op de verkiezing van de beste gevangenis, van de oudste pater die snachts brood bezorgt bij de armen en de meest uit de hand gelopen geldinzamelingsactie. Wie was in 2013 de beste euthanasiearts en naar wie gaat de posthume prijs voor de persoon die het langst onopgemerkt dood in huis gelegen heeft?
En dat terwijl we door het jaar heen al zoveel lijstjes te verstouwen krijgen. De beste ziekenhuizen,  scholen, rechters. Ik hou overigens voor de zekerheid wel alles bij. Dan ben ik voorbereid mocht ik nog eens een heup breken of voorgeleid worden wegens openbare dronkenschap.
Films en boeken kunnen niet meer besproken worden zonder beoordeling met 1 tot en met 5 sterren.
We zaten dit jaar buiten voor een bioscoop te wachten tot we de zaal in konden gaan. Er kwam een jong stel aangefietst. Het meisje achterop keek omhoog naar de titel van de film. Ze had haar smartphone in de hand. Na een paar swipes wist zij het: ‘deze heeft een 8,2, laten we deze maar doen’.
Als je twijfelt bij het kopen van een product klik je op internet één van de productvergelijkers aan. Zo zijn er vanzelfsprekend verschillende sites die zorgverzekeringen vergelijken. De winst van 2013 is dat we nu ook een site kunnen raadplegen die alle zorgvergelijkers weer vergelijkt, een mooi voorbeeld van keuzevrijheid tot de tweede macht. Om dezelfde reden ben ik er voorstander van, dat er een verkiezing van de Verkiezing van het Jaar gehouden gaat worden.
Het zal wel komen door onze behoefte aan houvast. Tradities zijn weggevallen, autoriteiten tellen niet meer. De epiloog van Leopold Verhagen en de wekelijkse causerie van mr. G.B.J. zijn allang verdwenen. We moeten zelf uitmaken wat goed en slecht is.
Daar zit je dan achter je computer om een onbekend hotel uit te kiezen in een onbekende stad. Of als je op zoek bent naar een bank die nog wat rente geeft op je spaargeld. Die Turkse bank dan maar? Of financiert die de wapenhandel in Syrië?
Wat doe je dan? Je gaat af op wat anderen in je omgeving ervan vinden. Tenminste, tot op zekere hoogte, want je wilt toch altijd je eigen afweging maken en op sommige punten je juist onderscheiden van je omgeving.
Lijstjes en verkiezingen mogen er zijn. Maar voorlopig heb ik er even genoeg van. Ik maak alleen nog een uitzondering voor het onvolprezen AD. Zij kozen afgelopen maandag keeper Arjan van Dijk van RKC tot beste eredivisiekeeper van het vorige weekend.
Postscriptum.
De naam Arnold komt dit jaar wederom niet voor in de top 10 van jongensnamen. Gezien onderstaande illustratie uit de scheurkalender van Peter van Straten is de prognose voor 2014 onverminderd slecht.
“Hallo! Ik heet Arnold. Stomme naam, hè?”
0

SUIKERGOED EN VALSE PIJN

Dagelijks
Wij ontvingen een mail van de Waardekaart. Onder de titel Wordt dit ook voor jou de laatste witte kerst?  wil de afzender ons verleiden om mee te doen aan een suikerarm 2014:
‘Geraffineerde suiker wordt echt overal aan toegevoegd. Zoveel suiker heb je helemaal niet nodig. De bewijzen dat suiker echt slecht is voor het lichaam stapelen zich op. Suiker verstoort een evenwichtige opname van vitaminen en mineralen in je darmen en draagt bij aan: hyperactiviteit, astma, artritis, darmklachten, concentratieproblemen, vermoeidheid, verminderde weerstand, stemmingswisselingen, stress, diabetes, vitamine- en mineralentekort, zenuwziekten, migraine, stofwisselingsziekten, nierziekten……om er maar een paar te noemen’.
Let vooral op de laatste woorden achter de puntjes.

Het pleidooi mondt uit in een uitnodiging om je aan te melden voor de cursus ‘Natuurlijk Suikervrij!’ van het online platform Miss Natural. Deze cursus ‘neemt je 40 dagen aan de hand en leert je  alles over een suikervrij leven’.
Miss Natural wil niet alleen, dat je beter gaat zorgen voor je eigen lichaam. Er is ook nog een overstijgend ideaal. Door minder suiker te eten draag je namelijk bij ‘aan een grotere beschikbaarheid van landbouwgrond voor gezonde voeding’. Dat lijkt mij een mooi doel. Wie kan daar tegen zijn? Fidel Castro misschien, want die moet dan iets anders prakkizeren.
De Waardekaart is een voordeelpas, waarmee je korting krijgt op producten, ‘die waarde hechten aan mens, dier en milieu en daarom zorgen voor een betere wereld’. Met andere woorden, het gaat om marketing van duurzame producten. Wat mij betreft mogen die producten veel meer onder de aandacht gebracht worden. Maar, zo vraag ik me af, hebben zij bij Miss Natural en de Waardekaart wel eens gehoord van hoe je consumenten kan verleiden om producten te kopen?
Ooit wel eens een autofabrikant meegemaakt die zijn auto aanprijst door te waarschuwen, dat er binnenkort een wiel van je auto loopt? Of dat je midden op de snelweg door de bodem zakt? Of een wasmiddelenfabrikant die allergieën met nare uitslag en etterende builen voorspelt als je je huidige wasmiddel blijft gebruiken?

Juffrouw Natuurlijk wil dat we ons aanmelden voor de cursus om ons gedrag te veranderen. Zij probeert dit te bereiken door de gevaren van bestaand gedrag uit te vergroten. Deze campagne is op angsthazen gericht.
Uit de veranderkunde is bekend, dat mensen open staan voor een verandering als deze aansluit bij een belangrijke waarde (‘ik vind gezond eten heel belangrijk’) en bij een behoefte (‘ik zou wel wat minder suiker willen gebruiken’). Op die manier kan je mensen interesseren voor een cursus. Als de interesse is gewekt, komt er daarna nog wel wat bij kijken om mensen uiteindelijk tot koop te bewegen. Waarschuwingen en dreigementen (zie de voorlichting over alcoholmisbruik, roken, vuurwerk, etc.) hebben op zijn best alleen kennis overgebracht, maar niet tot gedragsverandering geleid.
Ik hou zelf van koekjes bij de koffie, snoepjes bij de thee, engelse dropjes tussendoor, gezoete drinkyoghurt en rijstepap met suiker. Dus een mensenkenner zal in mijn argumenten onmiddellijk de weerstand herkennen tegen verandering op dit vlak. Daar wil ik nog wel in meegaan. Maar als dat voor mij geldt, geldt dat voor veel meer mensen.

Los hiervan heb ik nog enkele vragen.
Stel nu, dat ik me aanmeld voor de cursus en keurig mijn gedrag verander. Is het daarmee afgelopen? Of ontvang ik daarna een uitnodiging voor een cursus Minder Zout, een zelfhulpboek Een Beter Leven met Onverzadigde Vetzuren, Lol zonder Alcohol, enz.? Kortom, wanneer houdt het op?
In het nieuws word je overstelpt door berichten over welke voeding schadelijk is voor de gezondheid. Wat moet je geloven, wie kun je geloven?
Ik hou me vooralsnog maar bij de Schijf van Vijf, met veel groenten en steeds minder vlees. En een beetje suiker om van te genieten. Want wie niet geniet, krijgt eerder concentratieproblemen, vermoeidheid, stemmingswisselingen en in ieder geval de meest uiteenlopende zenuwziekten.

0

OUDEREN RIJDEN STEEDS VAKER DOOR ROOD

Dagelijks
 
 
OUDEREN RIJDEN STEEDS VAKER DOOR ROOD
 
Forse toename ongevallen
 
Hilversum – Oudere voetgangers en fietsers negeren steeds vaker  rode verkeerslichten. Het aantal ongelukken vanwege het niet stoppen voor een rood licht is de afgelopen drie jaar gestegen met 90%. Dit blijkt uit cijfers van Veilig Verkeer Nederland.
 
 
 
Dit is een verzonnen krantenbericht, maar als mijn indrukken niet bedriegen, kunnen we een dergelijk bericht de komende jaren verwachten.
Door rood licht gaan komt al jaren op grote schaal onder fietsers en voetgangers voor. Waarom wachten als er geen verkeer komt? Bovendien hebben we een hekel aan regels die anderen ons opleggen. We kunnen zelf wel bepalen of we veilig voor onszelf en voor anderen kunnen oversteken.
De gezagsgetrouwe ouderen, voor de oorlog geboren, waren tot nu toe een uitzondering. Zij bleven keurig wachten op het groene licht.  Nu ook de naoorlogse generatie, gewend aan autonomie en eigen keuzes, oud wordt, zullen ook ouderen steeds vaker rode stoplichten negeren, met alle risico’s van dien. Want ouderen horen niet alleen slechter, zij zien slechter en hun reactievermogen is een stuk minder dan van de jonge student, die – ‘foutje, sorry!’ – op zijn omafiets behendig met een boogje een andere fietser ontwijkt. En dan heb ik het nog maar even niet over de electrisch voortgedreven fietser die in hoge snelheid even niet oplet of over de scootmobielrijders, die overal doorheendenderen omdat anderen maar rekening met hun handicap moeten houden.
Een paar jaar geleden al zag ik kardinaal Simonis in Utrecht op de hoek van de Maliebaan en de Nachtegaalstraat over een zebrapad fietsen en daarbij een rood voetgangerslicht negeren. Meer dan alle bovenvermelde voorbeelden heeft dat mijn ogen geopend. Hier is een niet meer te stuiten trend ingezet met gevaarlijke kanten.
Ooit werd ik na het rijden door een rood licht aangehouden door een agent van de motorbrigade. Het was een frisse maandagmorgen. De agent gespte het riempje van zijn helm los, als om zich een wat vriendelijker uiterlijk te geven, maar hij hield de helm op. Hij wreef zijn gehandschoende handen. Het was zo’n ochtend waarop de adem zichtbaar de mond verlaat. Ik kon niet ontkennen dat ik tegen de verkeersregels gezondigd had. De motoragent was echter in een milde stemming. Hij vertelde dat men besloten had om niet meteen tot bekeuring over te gaan, maar om eerst een motiverend praatje te houden. Ik ontspande direct en wachtte vol goede moed zijn motiverend praatje af. Dat bleek wat anders van inhoud dan de motiverende gespreksvoering die ik vanuit de hulpverlening ken. Eigenlijk was het gewoon een ouderwetse preek. De kern van zijn betoog was, dat ik als volwassene een verantwoordelijkheid draag naar ‘de jeugd’. En dat de jeugd mijn slechte voorbeeld zou volgen. Ik bracht ertegenin, dat ik het lang had volgehouden om te wachten voor rood, maar dat er meermalen jongere fietsers achter tegen mijn spatbord gebotst waren omdat ze niet verwachten dat er ook maar iemand blijft staan voor het verkeerslicht. Dit sloeg even een bresje in zijn praatje. Hij bleef echter zijn best doen. Het kwam mij voor dat het besluit tot het houden van het motiverende praatje nog vrij vers was.
Hoe kunnen we bevorderen, dat weggebruikers het rode stoplicht respecteren?
De beste maatregel lijkt mij dat het aantal verkeerslichten met tenminste 50% verminderd wordt. Dat zal  de eigen verantwoordelijkheid en oplettendheid van eenieder aanzienlijk verhogen. Op kruispunten met veel verkeer kunnen verkeersregelaars uitkomst bieden, zoals recente ervaringen in het Utrechtse stationsgebied laten zien.
Voor ouderen kan overwogen worden om het SH plaatje voor SlechtHorenden weer verplicht te stellen (deze plaatjes zijn voor € 7,62 te koop bij de Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden).
Laten we dan gelijk maar plaatjes invoeren met SZ (slechtzien) en ET (eigengereide types).
Veilig Verkeer Nederland overweegt een harde voorlichtingscampagne (‘door rood rijden kan dodelijk zijn’ met afschrikwekkende foto’s). Zolang die campagne er nog niet is, wil ik mijn verantwoordelijkheid als blogschrijver nemen. Vandaar dit motiverende praatje.
0

SLIMME OPLOSSINGEN

Dagelijks
Onder het avondeten vertelde mijn vrouw over een vraagstuk op haar werk.
‘Hebben jullie de analytische competenties om voorspellende inzichten uit data te halen?’, vroeg ik haar.
‘Wat bedoel je?’, vroeg G.
‘Zijn jullie in staat te transformeren naar een organisatie die actief waarde haalt uit informatie en op basis daarvan slimme beslissingen neemt?’, vroeg ik verder.
Haar gezicht betrok nu.
‘En kunnen jullie dan vanuit het samenspel van mensen, processen en technologie geavanceerde analysetechnieken toepassen, die bijdragen aan waardenbesparingen én creatie?’
‘Wat is er met jou aan de hand?’
‘Ik citeer uit een reclame die ik net op de radio hoorde’.
Ik was aan het koken. Dan luister ik meestal naar het Radio 1 Journaal. Ik had me net afgevraagd of een lijk van tien jaar oud nog geur zou afgeven, toen in het reclameblok een zelfverzekerde mannenstem verkondigde hoe de experts van Cap Gemini bijdragen aan waardenbesparingen én creatie. ‘Kijk hoe wij dit waarmaken op capgemini.nl’, gevolgd door de afsluiter: ‘Cap Gemini, people matter, results count’. Ter herinnering: Cap Gemini is het ICT-bedrijf dat een jaar geleden zo’n 350 medewerkers ontsloeg en aan de oudere medewerkers vroeg om vrijwillig 10% salaris in te leveren. Waarschijnlijk wordt dit bedoeld met slimme oplossingen.
Ook Athlon Carlease en andere dienstverleners adverteren met slimme keuzes. Detacheringsbureau Yacht heeft alweer een nieuwe term geïntroduceerd: wendbaarheid. Terwijl ik in de keuken mijn best doe op een champignonsaus, begint er op de radio een stel te bekvechten. De man introduceert een probleem, waarop de vrouw als een kapotte grammofoonplaat blijft roepen: ‘je moet schakelen! Je moet schakelen!’
Ach, reclames inspreken is ook maar een baantje.
Op televisie bestaan de reclameboodschappen nog wel eens uit grappige filmpjes. Daar kan je op stemmen als je ze leuk vindt. Radioreclame is niet leuk. De reclame is teveel afhankelijk van de tekst. Daarom hoor je regelmatig Groningse of Haagse accenten. Sommige stemmen hoor je in diverse reclames, zoals die kolossale mannenstem die uitroept: ‘Zuid-Limburg! Je zal er maar wonen!’.
Mijn sympathie gaat uit naar de Stichting Wakker Dier. Die hebben de term ‘plofkip’ uitgevonden. Een woord dat alles zegt. Een slimme reclame mag je wel zeggen.
De feestmaand december is in aantocht. We kunnen ons daarom weer verheugen op de spotjes voor goede doelen. Al een paar jaar lang worden we in die maand dagelijks veelvuldig geteisterd door de reclame van de stichting MS Research. Bekende nederlanders van onbesproken gedrag roepen op om het werk van de stichting financieel te ondersteunen. Vanwege de moeilijke combinatie van s’en en r’en in de naam hebben ze daartoe vooral nieuwslezers ingeschakeld, zoals Gijs Wanders, Maartje van Wegen en Rob Trip.
Uit narrigheid heb ik een keer een mail naar de stichting gestuurd. Dat ik het doel van de fondsenwerving nobel vind, maar dat geen haar op mijn hoofd erover piekert om maar één cent te doneren aan een club die zoveel van zijn verzamelde geld weer aan radioreclames uitgeeft. Ik kreeg een keurig antwoord terug over het belang van het werk en over de goedkeuring van de accountant.
Waarschijnlijk hebben ze een duurbetaalde expert van Cap Gemini in huis gehad om te adviseren over waardencreatie.
 
0

HERFSTGEDACHTEN

Dagelijks
Voor ons huis staan hoge platanen. Huizenhoog is het woord, dat hier wel op zijn plaats is, want de bomen steken ruimschoots boven de hoge daken uit. In de zomer bieden de platanen koelte in huis. In de herfst moeten we aan het werk. Dan dwarrelen de bladeren in grote aantallen op het dak en verstoppen de goten en de randen van de dakramen. Als ik het blad niet verwijder, dan wordt  het regenwater bij een forse bui niet snel genoeg afgevoerd. Dan zoekt het water zijn weg onder de pannen en druppelt het ergens op zolder naar beneden.

Daarom stap ik in de herfst regelmatig uit het raam op de tweede verdieping aan de achterzijde. Via een klein balkonnetje klim ik vervolgens op de dakkapel. Vandaaraf kan ik de bladeren van dakraam 1 verwijderen. Daarna stap ik langs de dakgoot naar dakraam 2. Een klein, maar stevig randje biedt mijn handen houvast. Zo balancerend en me uitrekkend op die dakgoot kan ik de meeste bladeren verwijderen.
Dat balanceren heb ik ooit geleerd tijdens het plukken van gieser wildemannen in de tuin van het ouderlijk huis. Om de peren, die aan de buitenkant van de boom hingen, te kunnen plukken, ging ik met één been op de ladder staan. Me vooroverbuigend, met de grijze, veelvuldig verstelde plukschort vol met oogst vervaarlijk bungelend om mijn nek, haalde ik dan met de ene hand een tak naar mij toe om met de andere hand de peren te kunnen plukken. Ik stelde me wel eens voor, dat ik geïnterviewd zou  worden over deze acrobatische wijze van plukken. ‘Als ik niet bij de peer kan, dan moet de peer maar naar mij toe komen’, had ik dan als leidend motief willen meegeven. Dat er nooit eens een langsfietsende journalist is gestopt om mij te interviewen, is wellicht een van de dieperliggende gronden achter dit blog.
In het ruimen van de herfstbladeren word ik door hetzelfde motief geleid. Elk blad is voor mij een uitdaging. Het risico vind ik aanvaardbaar, al ligt bij nat weer een uitglijder altijd op de loer. Schoenen met gladde zolen zijn vanuit arbo-perspectief dan ook niet aan te raden. Drie meter onder mij is een balkon. Naar beneden vallen is dan één ding. Maar je zult zien, dat, als je daar beneden op apegapen ligt, er net wel een journalist langs komt.

De afgelopen week heb ik vijf aangestampte gft-bakken van 40 liter vol bruin blad-in-ontbinding van het dak gehaald. Zoveel gft-bakken heb ik natuurlijk niet. Daarom loop ik iedere keer als de bak vol is naar de straat beneden en stort de inhoud aan de voet van de platanen uit. De bladeren gaan terug naar waar ze vandaan komen. Ze vormen nieuw voedsel voor de bomen. Ik hou mijzelf voor, dat ik op deze wijze bijdraag aan een zinvolle kringloop. Het vochtige weer helpt hierbij.
Der graue Nebel tropft so still herab auf Feld und Heide
Als ob der Himmel weinen will in übergrossen Leide

(Hermann Allmers, Spätherbst, op muziek gezet door Johannes Brahms).

Dat klinkt toch bijna even mooi als Het is weer voorbij die mooie zomer van Gerard Cox (die ’s nachts allang weer zijn pyjama aanheeft).
Maar de tip van deze week is toch Herbst van Franz Schubert (tekst Ludwig Rellstab). Dat is romantiek zoals romantiek bedoeld is:
http://youtu.be/1oJWk3DschM

Van alles wat ik ooit nog een keer zou willen zingen, en dat is veel, gooit dit lied hoge ogen. Mocht ik dit eens kunnen uitvoeren, dan zou mijn leven weer een stukje rijker zijn.

Ach, wie die Gestirne am Himmel entfliehn
So sinket die Hoffnung des Lebens dahin!
Kalt über den Hügel, rauscht, Winde, dahin!
So sterben die Rosen der Liebe dahin

Ik kan het ook niet helpen, maar dit soort dingen komt in mij op als ik  daar bovenop de dakgoot sta.