Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

Dagelijks

1

PLAT HOOFDDEKSEL

Dagelijks

De pet is weer terug. Dan bedoel ik niet de alomtegenwoordige Amerikaanse baseball-pet, de zuidelijke alpino of de stevige uniformpet van agenten, kapiteins of fanfaremuzikanten. Ik heb het over het platte hoofddeksel met klep, zoals dat in vroeger jaren door veel mannen werd gedragen.

Begin 20e eeuw droeg elke jongen zo’n pet. Dan kreeg je niet zo gauw luizen. Boeren en arbeiders droegen een pet. Aan de pet herkende men de sociale status. Wie naar binnen ging deed zijn pet af. In de zomer zag je dan een scherpe scheiding tussen een bruinverbrand gezicht en een spierwit voorhoofd.
Mijn ome Do droeg altijd een pet, zomer en winter, of ie nu aan het werk was in de smederij of op zondag naar de kerk liep. Hij was ongetrouwd en woonde met zijn eveneens vrijgezelle zus in het ouderlijk huis. Hij werkte als knecht in de smederij van zijn broer. Hij was een man van weinig woorden en weinig wensen. Kwam je op zondagmiddag op bezoek, dan zat hij voor het raam in stilte naar buiten te kijken tot de duisternis inviel. Alleen op familiefeesten, als hij de nodige borrels op had, liet hij nog wel eens van zich horen. Dan zong hij, een oude jenever in de ene hand, een sigaar in de andere, het lied van Wilde Johnny, qua karakter de tegenpool van mijn oom. Steevast raakte hij dan zijn tekst kwijt. Dan kwam er een lachje om zijn mond en zijn ogen draaiden naar het plafond. De spanning werd opgelost als een van de familieleden weer het refrein inzette: singing ah ya yippie yippie ye.
Bij de boedelverdeling waarbij het onder andere ging om antiek meubilair, tafelservies en portretten van voorouders heb ik uiteindelijk de pet van ome Do in de wacht gesleept. Ik heb ‘em nog eens  opgezet om op mijn beurt op een familiefeest Wilde Johnny te zingen. Daarbij deed ik de geschiedenis enig geweld aan, omdat Ome Do zijn Wilde Johnny-act nooit met een pet op voordroeg. Op feesten was hij in driedelig grijs, het soort grijs, waarop sigarenas niet opviel.

De pet is dus weer helemaal terug. Ik zat er al langere tijd op te spinsen om er een te kopen. Afgelopen zomer nog ging ik in het Walhalla van de Pet, Groot-Brittannië, om precies te zijn in Inverness, aarzelend de deur van een smal winkeltje binnen. Daarachter strekte zich een pijpenlade uit met petten zover je kon kijken in alle denkbare soorten, kleuren, vormen en maten. Ik viel ten prooi aan keuzestress. Hoe meer petten ik opzette, hoe langer ik in de spiegel keek, hoe meer ik begon te twijfelen. Alsof het kiezen nog niet moeilijk genoeg was, haalde de verkoopster op aandringen van G  zelfs de etalage overhoop om er een exemplaar met een bijzonder dessin uit te halen. De gedienstigheid van de juffrouw was zodanig, dat ik nog even overwoog om de etalagepet met de lelijke kleuren maar te kopen. Gelukkig hield de prijs mij tegen. Na een half uur liepen we onverricht ter zake de winkel weer uit. De stemming was er niet beter op geworden.

Onlangs liepen G en ik te winkelen in Utrecht. Dat komt niet veel voor, de sfeer was uitgelaten. In die toestand trok ik in de Bakkerstraat  zonder er bij na te denken G opeens de hoedenspeciaalzaak van Jos van Dyck in. Sinds 1923 brengt men daar hoofddeksels aan de man. Ik sprak mezelf toe, dat ik niet weer zo moest twijfelen. Dat hielp. Na vijf minuten stond ik buiten met een lichtbruin exemplaar in visgraatdesign, Harris Tweed, hand woven in the Outer Hebrides. Dat is niet ver van Inverness. Ik zette de pet gelijk op. Ik zat nog wel te frummelen met mijn oren. Moesten die er nu onder of niet?
Het voordeel is dat ik nu iets onder de pet kan houden. Verder kan ik eindelijk doen, waar ik mijn hele leven naar uitgekeken heb: er met de pet naar gooien. Daarvoor moet ik nog wel in training, want dat heb ik niet van huis uit meegekregen.
Als ik dan zo met mijn pet op door de stad fiets, denk ik aan the Outer Hebrides, maar nog meer aan het lied van Wilde Johnny.

0

HET BESTE BLOG

Dagelijks
Het einde van het jaar nadert. Dus het grote omkijken en verkiezen is begonnen. Wie was de politicus van het jaar, de sportman, de oliebol, de cd? Wat was het beste interview met Badr Hari? Welke tongzoen baarde het meest opzien?
Het wachten is nog op de verkiezing van de beste gevangenis, van de oudste pater die snachts brood bezorgt bij de armen en de meest uit de hand gelopen geldinzamelingsactie. Wie was in 2013 de beste euthanasiearts en naar wie gaat de posthume prijs voor de persoon die het langst onopgemerkt dood in huis gelegen heeft?
En dat terwijl we door het jaar heen al zoveel lijstjes te verstouwen krijgen. De beste ziekenhuizen,  scholen, rechters. Ik hou overigens voor de zekerheid wel alles bij. Dan ben ik voorbereid mocht ik nog eens een heup breken of voorgeleid worden wegens openbare dronkenschap.
Films en boeken kunnen niet meer besproken worden zonder beoordeling met 1 tot en met 5 sterren.
We zaten dit jaar buiten voor een bioscoop te wachten tot we de zaal in konden gaan. Er kwam een jong stel aangefietst. Het meisje achterop keek omhoog naar de titel van de film. Ze had haar smartphone in de hand. Na een paar swipes wist zij het: ‘deze heeft een 8,2, laten we deze maar doen’.
Als je twijfelt bij het kopen van een product klik je op internet één van de productvergelijkers aan. Zo zijn er vanzelfsprekend verschillende sites die zorgverzekeringen vergelijken. De winst van 2013 is dat we nu ook een site kunnen raadplegen die alle zorgvergelijkers weer vergelijkt, een mooi voorbeeld van keuzevrijheid tot de tweede macht. Om dezelfde reden ben ik er voorstander van, dat er een verkiezing van de Verkiezing van het Jaar gehouden gaat worden.
Het zal wel komen door onze behoefte aan houvast. Tradities zijn weggevallen, autoriteiten tellen niet meer. De epiloog van Leopold Verhagen en de wekelijkse causerie van mr. G.B.J. zijn allang verdwenen. We moeten zelf uitmaken wat goed en slecht is.
Daar zit je dan achter je computer om een onbekend hotel uit te kiezen in een onbekende stad. Of als je op zoek bent naar een bank die nog wat rente geeft op je spaargeld. Die Turkse bank dan maar? Of financiert die de wapenhandel in Syrië?
Wat doe je dan? Je gaat af op wat anderen in je omgeving ervan vinden. Tenminste, tot op zekere hoogte, want je wilt toch altijd je eigen afweging maken en op sommige punten je juist onderscheiden van je omgeving.
Lijstjes en verkiezingen mogen er zijn. Maar voorlopig heb ik er even genoeg van. Ik maak alleen nog een uitzondering voor het onvolprezen AD. Zij kozen afgelopen maandag keeper Arjan van Dijk van RKC tot beste eredivisiekeeper van het vorige weekend.
Postscriptum.
De naam Arnold komt dit jaar wederom niet voor in de top 10 van jongensnamen. Gezien onderstaande illustratie uit de scheurkalender van Peter van Straten is de prognose voor 2014 onverminderd slecht.
“Hallo! Ik heet Arnold. Stomme naam, hè?”
0

SUIKERGOED EN VALSE PIJN

Dagelijks
Wij ontvingen een mail van de Waardekaart. Onder de titel Wordt dit ook voor jou de laatste witte kerst?  wil de afzender ons verleiden om mee te doen aan een suikerarm 2014:
‘Geraffineerde suiker wordt echt overal aan toegevoegd. Zoveel suiker heb je helemaal niet nodig. De bewijzen dat suiker echt slecht is voor het lichaam stapelen zich op. Suiker verstoort een evenwichtige opname van vitaminen en mineralen in je darmen en draagt bij aan: hyperactiviteit, astma, artritis, darmklachten, concentratieproblemen, vermoeidheid, verminderde weerstand, stemmingswisselingen, stress, diabetes, vitamine- en mineralentekort, zenuwziekten, migraine, stofwisselingsziekten, nierziekten……om er maar een paar te noemen’.
Let vooral op de laatste woorden achter de puntjes.

Het pleidooi mondt uit in een uitnodiging om je aan te melden voor de cursus ‘Natuurlijk Suikervrij!’ van het online platform Miss Natural. Deze cursus ‘neemt je 40 dagen aan de hand en leert je  alles over een suikervrij leven’.
Miss Natural wil niet alleen, dat je beter gaat zorgen voor je eigen lichaam. Er is ook nog een overstijgend ideaal. Door minder suiker te eten draag je namelijk bij ‘aan een grotere beschikbaarheid van landbouwgrond voor gezonde voeding’. Dat lijkt mij een mooi doel. Wie kan daar tegen zijn? Fidel Castro misschien, want die moet dan iets anders prakkizeren.
De Waardekaart is een voordeelpas, waarmee je korting krijgt op producten, ‘die waarde hechten aan mens, dier en milieu en daarom zorgen voor een betere wereld’. Met andere woorden, het gaat om marketing van duurzame producten. Wat mij betreft mogen die producten veel meer onder de aandacht gebracht worden. Maar, zo vraag ik me af, hebben zij bij Miss Natural en de Waardekaart wel eens gehoord van hoe je consumenten kan verleiden om producten te kopen?
Ooit wel eens een autofabrikant meegemaakt die zijn auto aanprijst door te waarschuwen, dat er binnenkort een wiel van je auto loopt? Of dat je midden op de snelweg door de bodem zakt? Of een wasmiddelenfabrikant die allergieën met nare uitslag en etterende builen voorspelt als je je huidige wasmiddel blijft gebruiken?

Juffrouw Natuurlijk wil dat we ons aanmelden voor de cursus om ons gedrag te veranderen. Zij probeert dit te bereiken door de gevaren van bestaand gedrag uit te vergroten. Deze campagne is op angsthazen gericht.
Uit de veranderkunde is bekend, dat mensen open staan voor een verandering als deze aansluit bij een belangrijke waarde (‘ik vind gezond eten heel belangrijk’) en bij een behoefte (‘ik zou wel wat minder suiker willen gebruiken’). Op die manier kan je mensen interesseren voor een cursus. Als de interesse is gewekt, komt er daarna nog wel wat bij kijken om mensen uiteindelijk tot koop te bewegen. Waarschuwingen en dreigementen (zie de voorlichting over alcoholmisbruik, roken, vuurwerk, etc.) hebben op zijn best alleen kennis overgebracht, maar niet tot gedragsverandering geleid.
Ik hou zelf van koekjes bij de koffie, snoepjes bij de thee, engelse dropjes tussendoor, gezoete drinkyoghurt en rijstepap met suiker. Dus een mensenkenner zal in mijn argumenten onmiddellijk de weerstand herkennen tegen verandering op dit vlak. Daar wil ik nog wel in meegaan. Maar als dat voor mij geldt, geldt dat voor veel meer mensen.

Los hiervan heb ik nog enkele vragen.
Stel nu, dat ik me aanmeld voor de cursus en keurig mijn gedrag verander. Is het daarmee afgelopen? Of ontvang ik daarna een uitnodiging voor een cursus Minder Zout, een zelfhulpboek Een Beter Leven met Onverzadigde Vetzuren, Lol zonder Alcohol, enz.? Kortom, wanneer houdt het op?
In het nieuws word je overstelpt door berichten over welke voeding schadelijk is voor de gezondheid. Wat moet je geloven, wie kun je geloven?
Ik hou me vooralsnog maar bij de Schijf van Vijf, met veel groenten en steeds minder vlees. En een beetje suiker om van te genieten. Want wie niet geniet, krijgt eerder concentratieproblemen, vermoeidheid, stemmingswisselingen en in ieder geval de meest uiteenlopende zenuwziekten.

0

OUDEREN RIJDEN STEEDS VAKER DOOR ROOD

Dagelijks
 
 
OUDEREN RIJDEN STEEDS VAKER DOOR ROOD
 
Forse toename ongevallen
 
Hilversum – Oudere voetgangers en fietsers negeren steeds vaker  rode verkeerslichten. Het aantal ongelukken vanwege het niet stoppen voor een rood licht is de afgelopen drie jaar gestegen met 90%. Dit blijkt uit cijfers van Veilig Verkeer Nederland.
 
 
 
Dit is een verzonnen krantenbericht, maar als mijn indrukken niet bedriegen, kunnen we een dergelijk bericht de komende jaren verwachten.
Door rood licht gaan komt al jaren op grote schaal onder fietsers en voetgangers voor. Waarom wachten als er geen verkeer komt? Bovendien hebben we een hekel aan regels die anderen ons opleggen. We kunnen zelf wel bepalen of we veilig voor onszelf en voor anderen kunnen oversteken.
De gezagsgetrouwe ouderen, voor de oorlog geboren, waren tot nu toe een uitzondering. Zij bleven keurig wachten op het groene licht.  Nu ook de naoorlogse generatie, gewend aan autonomie en eigen keuzes, oud wordt, zullen ook ouderen steeds vaker rode stoplichten negeren, met alle risico’s van dien. Want ouderen horen niet alleen slechter, zij zien slechter en hun reactievermogen is een stuk minder dan van de jonge student, die – ‘foutje, sorry!’ – op zijn omafiets behendig met een boogje een andere fietser ontwijkt. En dan heb ik het nog maar even niet over de electrisch voortgedreven fietser die in hoge snelheid even niet oplet of over de scootmobielrijders, die overal doorheendenderen omdat anderen maar rekening met hun handicap moeten houden.
Een paar jaar geleden al zag ik kardinaal Simonis in Utrecht op de hoek van de Maliebaan en de Nachtegaalstraat over een zebrapad fietsen en daarbij een rood voetgangerslicht negeren. Meer dan alle bovenvermelde voorbeelden heeft dat mijn ogen geopend. Hier is een niet meer te stuiten trend ingezet met gevaarlijke kanten.
Ooit werd ik na het rijden door een rood licht aangehouden door een agent van de motorbrigade. Het was een frisse maandagmorgen. De agent gespte het riempje van zijn helm los, als om zich een wat vriendelijker uiterlijk te geven, maar hij hield de helm op. Hij wreef zijn gehandschoende handen. Het was zo’n ochtend waarop de adem zichtbaar de mond verlaat. Ik kon niet ontkennen dat ik tegen de verkeersregels gezondigd had. De motoragent was echter in een milde stemming. Hij vertelde dat men besloten had om niet meteen tot bekeuring over te gaan, maar om eerst een motiverend praatje te houden. Ik ontspande direct en wachtte vol goede moed zijn motiverend praatje af. Dat bleek wat anders van inhoud dan de motiverende gespreksvoering die ik vanuit de hulpverlening ken. Eigenlijk was het gewoon een ouderwetse preek. De kern van zijn betoog was, dat ik als volwassene een verantwoordelijkheid draag naar ‘de jeugd’. En dat de jeugd mijn slechte voorbeeld zou volgen. Ik bracht ertegenin, dat ik het lang had volgehouden om te wachten voor rood, maar dat er meermalen jongere fietsers achter tegen mijn spatbord gebotst waren omdat ze niet verwachten dat er ook maar iemand blijft staan voor het verkeerslicht. Dit sloeg even een bresje in zijn praatje. Hij bleef echter zijn best doen. Het kwam mij voor dat het besluit tot het houden van het motiverende praatje nog vrij vers was.
Hoe kunnen we bevorderen, dat weggebruikers het rode stoplicht respecteren?
De beste maatregel lijkt mij dat het aantal verkeerslichten met tenminste 50% verminderd wordt. Dat zal  de eigen verantwoordelijkheid en oplettendheid van eenieder aanzienlijk verhogen. Op kruispunten met veel verkeer kunnen verkeersregelaars uitkomst bieden, zoals recente ervaringen in het Utrechtse stationsgebied laten zien.
Voor ouderen kan overwogen worden om het SH plaatje voor SlechtHorenden weer verplicht te stellen (deze plaatjes zijn voor € 7,62 te koop bij de Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden).
Laten we dan gelijk maar plaatjes invoeren met SZ (slechtzien) en ET (eigengereide types).
Veilig Verkeer Nederland overweegt een harde voorlichtingscampagne (‘door rood rijden kan dodelijk zijn’ met afschrikwekkende foto’s). Zolang die campagne er nog niet is, wil ik mijn verantwoordelijkheid als blogschrijver nemen. Vandaar dit motiverende praatje.
0

SLIMME OPLOSSINGEN

Dagelijks
Onder het avondeten vertelde mijn vrouw over een vraagstuk op haar werk.
‘Hebben jullie de analytische competenties om voorspellende inzichten uit data te halen?’, vroeg ik haar.
‘Wat bedoel je?’, vroeg G.
‘Zijn jullie in staat te transformeren naar een organisatie die actief waarde haalt uit informatie en op basis daarvan slimme beslissingen neemt?’, vroeg ik verder.
Haar gezicht betrok nu.
‘En kunnen jullie dan vanuit het samenspel van mensen, processen en technologie geavanceerde analysetechnieken toepassen, die bijdragen aan waardenbesparingen én creatie?’
‘Wat is er met jou aan de hand?’
‘Ik citeer uit een reclame die ik net op de radio hoorde’.
Ik was aan het koken. Dan luister ik meestal naar het Radio 1 Journaal. Ik had me net afgevraagd of een lijk van tien jaar oud nog geur zou afgeven, toen in het reclameblok een zelfverzekerde mannenstem verkondigde hoe de experts van Cap Gemini bijdragen aan waardenbesparingen én creatie. ‘Kijk hoe wij dit waarmaken op capgemini.nl’, gevolgd door de afsluiter: ‘Cap Gemini, people matter, results count’. Ter herinnering: Cap Gemini is het ICT-bedrijf dat een jaar geleden zo’n 350 medewerkers ontsloeg en aan de oudere medewerkers vroeg om vrijwillig 10% salaris in te leveren. Waarschijnlijk wordt dit bedoeld met slimme oplossingen.
Ook Athlon Carlease en andere dienstverleners adverteren met slimme keuzes. Detacheringsbureau Yacht heeft alweer een nieuwe term geïntroduceerd: wendbaarheid. Terwijl ik in de keuken mijn best doe op een champignonsaus, begint er op de radio een stel te bekvechten. De man introduceert een probleem, waarop de vrouw als een kapotte grammofoonplaat blijft roepen: ‘je moet schakelen! Je moet schakelen!’
Ach, reclames inspreken is ook maar een baantje.
Op televisie bestaan de reclameboodschappen nog wel eens uit grappige filmpjes. Daar kan je op stemmen als je ze leuk vindt. Radioreclame is niet leuk. De reclame is teveel afhankelijk van de tekst. Daarom hoor je regelmatig Groningse of Haagse accenten. Sommige stemmen hoor je in diverse reclames, zoals die kolossale mannenstem die uitroept: ‘Zuid-Limburg! Je zal er maar wonen!’.
Mijn sympathie gaat uit naar de Stichting Wakker Dier. Die hebben de term ‘plofkip’ uitgevonden. Een woord dat alles zegt. Een slimme reclame mag je wel zeggen.
De feestmaand december is in aantocht. We kunnen ons daarom weer verheugen op de spotjes voor goede doelen. Al een paar jaar lang worden we in die maand dagelijks veelvuldig geteisterd door de reclame van de stichting MS Research. Bekende nederlanders van onbesproken gedrag roepen op om het werk van de stichting financieel te ondersteunen. Vanwege de moeilijke combinatie van s’en en r’en in de naam hebben ze daartoe vooral nieuwslezers ingeschakeld, zoals Gijs Wanders, Maartje van Wegen en Rob Trip.
Uit narrigheid heb ik een keer een mail naar de stichting gestuurd. Dat ik het doel van de fondsenwerving nobel vind, maar dat geen haar op mijn hoofd erover piekert om maar één cent te doneren aan een club die zoveel van zijn verzamelde geld weer aan radioreclames uitgeeft. Ik kreeg een keurig antwoord terug over het belang van het werk en over de goedkeuring van de accountant.
Waarschijnlijk hebben ze een duurbetaalde expert van Cap Gemini in huis gehad om te adviseren over waardencreatie.
 
0

HERFSTGEDACHTEN

Dagelijks
Voor ons huis staan hoge platanen. Huizenhoog is het woord, dat hier wel op zijn plaats is, want de bomen steken ruimschoots boven de hoge daken uit. In de zomer bieden de platanen koelte in huis. In de herfst moeten we aan het werk. Dan dwarrelen de bladeren in grote aantallen op het dak en verstoppen de goten en de randen van de dakramen. Als ik het blad niet verwijder, dan wordt  het regenwater bij een forse bui niet snel genoeg afgevoerd. Dan zoekt het water zijn weg onder de pannen en druppelt het ergens op zolder naar beneden.

Daarom stap ik in de herfst regelmatig uit het raam op de tweede verdieping aan de achterzijde. Via een klein balkonnetje klim ik vervolgens op de dakkapel. Vandaaraf kan ik de bladeren van dakraam 1 verwijderen. Daarna stap ik langs de dakgoot naar dakraam 2. Een klein, maar stevig randje biedt mijn handen houvast. Zo balancerend en me uitrekkend op die dakgoot kan ik de meeste bladeren verwijderen.
Dat balanceren heb ik ooit geleerd tijdens het plukken van gieser wildemannen in de tuin van het ouderlijk huis. Om de peren, die aan de buitenkant van de boom hingen, te kunnen plukken, ging ik met één been op de ladder staan. Me vooroverbuigend, met de grijze, veelvuldig verstelde plukschort vol met oogst vervaarlijk bungelend om mijn nek, haalde ik dan met de ene hand een tak naar mij toe om met de andere hand de peren te kunnen plukken. Ik stelde me wel eens voor, dat ik geïnterviewd zou  worden over deze acrobatische wijze van plukken. ‘Als ik niet bij de peer kan, dan moet de peer maar naar mij toe komen’, had ik dan als leidend motief willen meegeven. Dat er nooit eens een langsfietsende journalist is gestopt om mij te interviewen, is wellicht een van de dieperliggende gronden achter dit blog.
In het ruimen van de herfstbladeren word ik door hetzelfde motief geleid. Elk blad is voor mij een uitdaging. Het risico vind ik aanvaardbaar, al ligt bij nat weer een uitglijder altijd op de loer. Schoenen met gladde zolen zijn vanuit arbo-perspectief dan ook niet aan te raden. Drie meter onder mij is een balkon. Naar beneden vallen is dan één ding. Maar je zult zien, dat, als je daar beneden op apegapen ligt, er net wel een journalist langs komt.

De afgelopen week heb ik vijf aangestampte gft-bakken van 40 liter vol bruin blad-in-ontbinding van het dak gehaald. Zoveel gft-bakken heb ik natuurlijk niet. Daarom loop ik iedere keer als de bak vol is naar de straat beneden en stort de inhoud aan de voet van de platanen uit. De bladeren gaan terug naar waar ze vandaan komen. Ze vormen nieuw voedsel voor de bomen. Ik hou mijzelf voor, dat ik op deze wijze bijdraag aan een zinvolle kringloop. Het vochtige weer helpt hierbij.
Der graue Nebel tropft so still herab auf Feld und Heide
Als ob der Himmel weinen will in übergrossen Leide

(Hermann Allmers, Spätherbst, op muziek gezet door Johannes Brahms).

Dat klinkt toch bijna even mooi als Het is weer voorbij die mooie zomer van Gerard Cox (die ’s nachts allang weer zijn pyjama aanheeft).
Maar de tip van deze week is toch Herbst van Franz Schubert (tekst Ludwig Rellstab). Dat is romantiek zoals romantiek bedoeld is:
http://youtu.be/1oJWk3DschM

Van alles wat ik ooit nog een keer zou willen zingen, en dat is veel, gooit dit lied hoge ogen. Mocht ik dit eens kunnen uitvoeren, dan zou mijn leven weer een stukje rijker zijn.

Ach, wie die Gestirne am Himmel entfliehn
So sinket die Hoffnung des Lebens dahin!
Kalt über den Hügel, rauscht, Winde, dahin!
So sterben die Rosen der Liebe dahin

Ik kan het ook niet helpen, maar dit soort dingen komt in mij op als ik  daar bovenop de dakgoot sta.

0

DOKTER, IK VOEL WAT

Dagelijks

’’Goedemiddag dames en heren, vanmiddag gaat het college over hypochondrie.
Als je een hypochonder bent, dan denk je dat je een ziekte hebt terwijl dat niet zo is. Denk bijvoorbeeld aan de man die doodsbenauwd op een stoel blijft zitten, omdat hij ervan overtuigd is dat hij een hartaanval krijgt als ie opstaat. Of aan de vrouw die in elk lichaamsvlekje het begin van een tumor ziet. Een echte hypochonder houdt vast aan het idee van de ziekte, ook al hebben doktoren niets kunnen vinden.
Voor het vaststellen van de DSM-classificatie hypochondrie moet de patiënt lijden aan zijn (niet-bestaande) ziekte en de gevolgen hiervan. Het lijden moet gedurende meer dan zes maanden zijn leven ontwrichten en niet te verklaren zijn vanuit een angst- of paniekstoornis. Comorbiditeit met depressies komt regelmatig voor.

Cognitieve gedragstherapie was jarenlang de aangewezen behandelmethode, de laatste jaren verschijnen meer onderzoeken over de effectiviteit van SSRI’s, zoals fluoxetine en fluvoxamine. Hypochonders zijn doorlopend en op een dwangmatige manier met hun lichaam bezig. Het merkwaardige is dat zij vaak artsen bezoeken, maar even vaak de arts niet geloven.
Kijkt u vooral nog even naar de casuïstiek in de collegedictaten. Het zou zo maar kunnen dat ik hier op het examen nog een vraag over stel. Het zou ook een vrije opdracht over de profylaxe kunnen worden.
Zoals met veel psychiatrische stoornissen het geval is, zijn het vooral de ernst en het hardnekkige karakter die de symptomen tot een stoornis maken. Iedereen, en zeker jullie als studenten medicijnen, kent het verschijnsel, dat je hoort of leest over een ziekte en dat je dan opeens de symptomen gaat voelen. Ik hoop maar dat u na afloop van dit college niet bij uzelf een hypochondrische geaardheid constateert.
Ik mag hier geen patiënten meer demonstreren, dus ik zal een voorbeeld uit eigen ervaring geven.
Ik had een keer een hardnekkige pijn aan de linkerkant van mijn borst. Het leek bovendien alsof mijn hart in een hoger tempo sloeg. Hoe meer ik erop lette, hoe meer ik dit voelde. Ik raadpleegde mijn huisarts. Die concludeerde na onderzoek dat het naar alle waarschijnlijkheid om spierpijn ging. Hij vertelde er nog bij, dat patiënten die pijn in de borst voelen, dat in 90% van de gevallen aan de linkerkant voelen en maar zelden aan de rechterkant.
Mensen zijn rare wezens, dat blijkt maar weer.

Patiënten met een hypochondrische gevoeligheid kunnen maar beter niet op internet rondkijken. Dat is een broedplaats van de meest enge ziekten, negatieve ervaringen, verkeerd afgelopen operaties en vreselijke bijwerkingen van medicijnen. Genoeg redenen voor de hypochonder om naar de huisarts te snellen en te laten weten welke bewijzen er op internet staan. Voor dit soort mensen zou er een slotje op medische websites moeten komen. Als u hiervoor gevoelig bent mijd dan ook tv-programma’s over bacterieën in uw gootsteen of over de ESBL-bacterie in kippenvlees of over welke bacterie met een afkorting van vier letters dan ook.
Met apothekers moet je trouwens ook uitkijken. Bij mijn apotheker hangt een informatiescherm, waarop wachtende klanten aardige weetjes en nuttige tips kunnen lezen. Toen ik daar een paar maanden geleden was, las ik het advies om na een stoelgang altijd achterom te kijken. Aangezien ik het belangrijk vind om erger te voorkomen, bestudeer ik nu elke dag langdurig en met grote aandacht mijn ontlasting. Soms, als ik iets verdachts meen te zien,  haal ik er een vergrootglas bij. Je kunt immers niet nauwkeurig genoeg zijn. Veel hoop heb ik er overigens nog niet van gekregen.
Volgende week behandelen we de somatoforme stoornissen. Leest u alsjeblieft alvast de bijbehorende artikelen in het dictaat hierover.
Zijn er voor dit moment nog opmerkingen of vragen?
Desgewenst kunt u een anonieme reactie op mijn website plaatsen. Als u het liever persoonlijk houdt, mail me dan. U ontvangt altijd een antwoord. Dank voor uw aandacht en tot volgende week.’’

2

GEVOELSLEEFTIJD

Dagelijks
Het gevoel gaat een steeds grotere rol spelen in deze samenleving. Tenminste dat gevoel heb ik.
Televisieprogramma’s draaien om emoties. Het KNMI geeft naast de werkelijke temperatuur ook de gevoelstemperatuur. Vorige week liet zelfs Klaas Knot weten, dat volgens zijn gevoelde recessie ten einde loopt. Terwijl ik altijd heb gedacht, dat de president van de Nederlandse Bank de laatste zou zijn, die zich door zijn gevoel zou laten leiden.
In deze ontwikkelingen past het gebruik van het begrip gevoelsleeftijd.

In 1992, ik was toen 40 jaar, bezochten G en ik met de kinderen de Efteling. Dat trof, want ook het pretpark bleek zijn 40-jarig bestaan te vieren. Al wie in 1952 geboren was mocht gratis naar binnen. Er werd je een decoratie met het getal 40 opgespeld. Ik kreeg niet alleen een gratis entree in de schoot geworpen, ik kon ook nog eens precies zien, wie mijn leeftijdsgenoten waren.
Ik was verbijsterd. Ze zagen er stuk voor stuk veel ouder uit dan ik.
Vorige week, tijdens de eerste repetitie van D’allure,  het ‘koor voor de ambitieuze oudere’ overkwam mij iets soortgelijks.

Deze ervaringen hebben te maken met de gevoelsleeftijd. Bijna alle mensen wanen zich jonger dan ze zijn. ‘Ik ben wel 64, maar ik voel me 46!’. We voelen onszelf niet alleen jonger, we denken ook, dat we er jonger uit zien, al kijken we tien keer per dag in de spiegel. (Ik kan nog ter verdediging aanvoeren, dat het begin van mijn kaalheid niet in de spiegel te zien is).
In het streven naar jeugdig elan loopt de reclame, zoals wel vaker, voorop. Jaren geleden was er al de slogan van Becel : een man is zo jong als hij zich voelt. In de reclame zijn de mensen sowieso een stuk jonger dan de groep waarvoor de uiting is bedoeld. Vrouwelijke modellen van 40 lopen met incontinentiemateriaal te stralen.

 

Het verschil tussen de kalenderleeftijd en de gevoelsleeftijd begint zo rond het 25e jaar. Hoe ouder iemand is, hoe groter het verschil.  Dat is gebleken uit onderzoek. Behalve in een emotiemaatschappij leven we immers ook in een cijfertjescultuur.
Hoe zou het toch komen, dat we ons jonger wanen? Waarom denken we dat we er nog jonger uitzien?
Wellicht hebben we uit onze jeugd een beeld van de ouderdom meegenomen, dat niet meer overeenkomt met de huidige werkelijkheid. Als ik een foto zie van mijn vader op zijn 51e vind ik hem er een stuk ouder uit zien dan de 61 jaren die ik zelf nu tel.
Daarnaast willen we niet met de ouderdom geassocieerd worden. Bekend is het fenomeen van mannen van boven de 50 die opeens kekke kleren gaan dragen of van vrouwen die strakke truitjes aandoen om nog een schijn van jeugdigheid op te houden. Toen ik laatst met een nieuw spijkerjackje op mijn werk verscheen was het commentaar niet van de lucht (‘ben je aan je tweede jeugd begonnen?’).
 Nu het begrip gevoelsleeftijd zijn intrede heeft gedaan, kunnen we nog wel meer aan het gevoel gerelateerde termen verwachten. Wat te denken van gevoelslengte, gevoelsgewicht, gevoelshuisnummers? Voor een gevoelig type als ik gaan er mooie tijden aanbreken.
Als ik binnenkort een keer aangehouden word wegens te hard rijden heb ik mijn argument al klaar. ‘Mijn gevoelssnelheid lag echt onder de 50’, zal ik zeggen tegen de blauwe pet die voor mijn raam verschijnt. Immers, zoiets zullen jonge jongens ook zeggen.
 
1

FRIGIDE EXTREMITEITEN

Dagelijks
Afgelopen week is het koudevoetenseizoen weer begonnen.
Dan fiets ik vijftien minuten naar mijn werk en kom ik daar met koude tenen aan, alsof het winter is. Of ik zit ’s avonds in de kamer, de kachel staat aan, ik draag warme schoenen en dan voel ik de kou mijn voeten intrekken. Binnen de kortste keren zijn ze van mijn tenen tot mijn enkels doordrenkt van dat ijzige gevoel. Dan moet ik gaan lopen, springen, wrijven en knijpen om de voeten weer warm te krijgen. Als ik er dan in geslaagd ben om ze warm te houden totdat ik naar bed ga, worden het tussen de lakens binnen de kortste keren ijsklompjes.

Het is een kwaal die ik al jaren bij mij draag. Toen ik G pas had leren kennen, gebruikte ze voor deze toestand al eens de term frigide extremiteiten. Ook de handen en de neus vielen daaronder. Te zeggen, dat zij mij daarom heeft uitgekozen, zou overdreven zijn. Anderzijds bleek deze eigenschap gelukkig geen bezwaar te zijn voor het aangaan van een duurzame relatie, ook niet voor haar ouders.
G heeft zelf ook nog wel eens koude voeten. Dat schept een band, al meer dan dertig jaar. Op de een of andere manier weet zij wel altijd een paar pantoffels te vinden die haar voeten aangenaam warm houden. Zij houdt mij daarvan op gezette tijden op de hoogte. Mij is het nog niet gelukt om sloffen te kopen die mij door de winter heen helpen.
Stapt G daarentegen in bed, dan begint ook bij haar het gelazer. Ze gaat nog niet zo ver, dat ze haar pantoffels in bed aanhoudt, maar haar sokken gaan regelmatig mee.
‘Ik hou mijn sokken nog even aan’, zegt ze dan verontschuldigend.
Ik antwoord steevast: ‘dan hou ik mijn hoed nog even op’.
Deze wisseling van zinnen behoort inmiddels tot het vaste repertoire van gewoonten die we na jaren met elkaar opgebouwd hebben.

Tja, die koude voeten, waar komen ze vandaan?
Niemand heeft het mij aangeleerd, dus het moet wel aangeboren zijn. Een familiaire kwestie zogezegd. Ik zie nog mijn vader ‘s avonds na het eten in de rookstoel zitten, zijn voeten met pantoffels beurtelings bij de gaskachel warmend. Als hij er te dicht bij zat, verspreidde zich een geur van warme pantoffel door de kamer. Ging hij er met de solex op uit, dan trok hij een leren jas aan, een van het zwaarste kaliber, die tot op zijn enkels hing. En dan nog kreeg ie koude voeten. Dan weet je het wel.
Ooit heeft hij, in een weinig voorkomende bui van aanhankelijke zorg, mij als kind voor het slapen gaan tien minuten de voeten staan kneden en wrijven. Hij wist heel goed, dat je met koude voeten niet in slaap kunt vallen.

Bij het opruimen van ons ouderlijk huis kwamen er overal stoven vandaan: antieke houten gevallen met gaten, waaronder men vroeger een kolenpotje plaatste; en platte rechthoekige stoven met gebloemde vloerbedekking. Er stond ook nog een electrische stoof.
In hoge nood ga ik nog wel eens met mijn voeten in een teiltje met warm water zitten. En toen ik 50 werd kreeg ik een plastic rolapparaatje voor het warm wrijven van de blote voeten. Het martelwerktuig helpt in ieder geval voor een uurtje. Vanwege het lawaai dat het wrijven produceert heeft het mij binnenskamers de bijnaam de raggende man opgeleverd.
Eigenlijk heb ik er spijt van, dat ik indertijd die electrische stoof niet bewaard heb. Ik zal me niet aansluiten bij het groeiende koor van degenen die terugverlangen naar de jaren vijftig. Maar voor de stoof wil ik een uitzondering maken.
Ik pleit voor de herinvoering van de stoof.

0

DE AFVALBERG

Dagelijks
Vanmiddag was ik op het afvalscheidingstation van de gemeente Utrecht. Het is prettig om een hoop troep kwijt te zijn, maar toch kom ik er altijd een beetje droevig vandaan. Wat een puinhoop maken wij er met zijn allen van!
Op een betonnen vlakte staat een groot aantal containers. Daartussen staan van afval uitpuilende auto’s, de portieren of laadkleppen open. Het zijn de mannen van Nederland, die de uitwerpselen van de consumptiemaatschappij wegwerken. (De vrouwen van Nederland zijn op dezelfde tijd bezig om nieuwe inkopen te doen). Ter verhoging van de sfeer schalt Gerard Joling over het terrein, Radio 100% NL, gevolgd door reclames van Ikea en de Mediamarkt: ‘kopen, kopen, kopen’. Daar begint het gedonder eigenlijk al.
Ik gooi eerst altijd de lege flessen weg, dat is nog het leukste onderdeel van dit afvalcircuit. Daar kan je met glazen en flessen smijten. Dat mag ik thuis namelijk niet. Dan volgen de oude kranten. Het papier wordt om de zoveel minuten door het apparaat naar achteren geschoven en samengeperst. Ik hoop dan altijd maar, dat er niet een klein jongetje op het idee gekomen is om zich voor de grap in een grote doos te verstoppen.
Er zijn containers voor hard plastic, containers voor zacht plastic en containers voor schoon puin (smerig puin kan je er niet kwijt). Bij het tuinafval is het meestal erg druk. Blijkbaar zijn we een volk van snoeiers, van de dominee van Takkenbos.
Een container vol met snoeihout kan ik nog met een gerust gemoed bekijken en dat schone puin desnoods ook nog wel. Maar als ik bij het metaal kom, dan wordt het me zwaar te moede: wat moet er in godsnaam gebeuren met al die oude fietsen, bedspiralen, kozijnen?  Er zijn kinderwagens bij waar nog allerlei plastic onderdelen aan zitten. Gaat iemand dat nog uit elkaar schroeven? Dat lijkt mij een treurige baan. Ik heb er wat ervaring mee, want ik heb zelf indertijd wel eens het nietje uit het gebruikte theezakje gehaald.
In het midden van dit afvallandschap staat de  grote container voor het restafval. Hierin worden de banken, matrassen, parasols en weet ik wat al niet in gedeponeerd. Mijn bijdrage hier bestaat uit een bureaustoel, 2 zware luchtbedden en 6 zachtgeworden en ingedeukte voetballen.
Wat gooien we toch een hoop weg! Waar blijft al dat afval? Nederland is al zo vol. Denk alleen maar eens aan de luiers. Nederland telt 540.000 kinderen in de leeftijd van van 0 t/m 2 jaar. Als ze allemaal  4 luiers per dag gebruiken, dan worden er dagelijks 2 miljoen vieze luiers weggegooid. Dan heb ik de incontinente ouderen niet eens meegeteld. Als ik daaraan denk begin ik weer heel erg naar die stinkende luieremmers te verlangen. En hebben al die mensen die zich ergeren aan een kat die in hun tuin poept, wel eens stilgestaan bij de afvalberg van kattenbakgrint? Heeft iemand al iets bedacht voor het hergebruik van condooms?
Tussen al die containers lopen mannetjes met bruine gezichten en fluorescerende pakken. Dat zijn de afvalbegeleiders. Zij letten op of je goed sorteert. Dan kan je vragen of gekleurde knikkers en bammen bij het glas horen, het schone puin of bij het restafval.
Bij de giftige stoffen weet ik het zeker: dit komt nooit meer goed. Al die flessen frituurvet, potten verf, en spuitbussen met insecticide, wat kan daar nog aan recycled worden? Mijn bijdrage hier is een zakje met rotjes die jaren vergeefs in de kelder hebben gelegen om te worden afgestoken. Ik hoop maar dat het kruit niet gaat reageren op het frituurvet.
Tenslotte lever ik een koffiemolen en een printer af bij een container voor koelkasten, computers, televisies, kortom, voor alles waar een stekker aan zit. Deze container kan je inlopen en in dat halve duister zie ik een recyclebedrijf voor me en een aantal ongeschoren mannen met een sigaret in hun mondhoek en een plastic bekertje halfvol lauwe koffie. Ze zijn door de gemeente uit de bijstand gerecycled en zitten klaar met een schroevedraaier in hun hand om, ja, om wat eigenlijk? Gaan ze onderdelen uit de apparaten halen? Alle schroefjes op maat bij elkaar leggen? Plastic en metaal scheiden? Wordt hier toch nog weer de helft weggeflikkerd? Met al die containers die elke dag weer uit het hele land komen, lijkt me dat onbegonnen werk. Aan de Costa Concordia moet ik dan even helemaal niet denken.
Ik hoop maar dat het UWV mij niet ooit nog eens wil reïntegreren in zo’n bedrijf.