Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

Dagelijks

3

VITTEN

Dagelijks

Enkele jaren geleden was ik op reis met een koor. Ik had regelmatig contact met een heel vriendelijk stel. Zowel met hem als met haar kon ik het uitstekend vinden. Het ware lieve mensen bij wie ik me op mij gemak voelde. Op een ochtend zag ik hen samen in de hal van het hotel staan. Vanaf een afstandje hoorde ik een felle woordenwisseling. De meningen, correcties en verwijten vlogen over en weer. Hoe konden die mensen die zo aardig waren tegenover hun reisgenoten zo lelijk doen tegen elkaar?

Wat minder lang geleden deelde ik de wachtkamer van de huisarts met een ouder echtpaar.
‘Jij hebt je mondkapje verkeerd op’, zei de man tegen zijn vrouw. Zij reageerde laconiek.
‘Dat doe je altijd, omdat je gewoon niet goed oplet’, ging de man brommerig verder.
Ik moest denken aan wat een vriendin ooit tegen me zei: oudere stellen zitten vaak te vitten op elkaar. Ik was ervan geschrokken want ondertussen behoor ik ook tot die categorie en ik begreep waar het om ging.
Als de een spreekt over een vakantie in Italië in 2013, corrigeert de ander: dat was 2014. Vraagt de ander waar dat boek gebleven is, zegt de een: dat heb je gisteren ook al gevraagd. Er vallen woorden over de aankoop van een verkeerd merk koffie. Of de plek waar je de plakband opbergt.

Het gaat nergens over. Het betreft futiliteiten. Er is geen sprake van urgentie, er gebeuren geen ongelukken en de gewraakte opmerkingen dienen geen hoger doel. Dat de correcties tot een ander gedrag leiden is een illusie. Waarom dan gemuggenzift? En waarom zouden oudere paren zich vaker hieraan bezondigen?
Je kunt denken, dat wie ouder wordt meer behoefte heeft aan houvast. De vergeetachtigheid neemt toe. Je wilt de wereld behouden die je hebt. Stel toch, dat je niet meer weet wanneer je in Italië was! Of dat het plakband elke week weer op een andere plek ligt.
Een andere, tegenovergestelde verklaring is de volgende. Je bent al lang bij elkaar en je kent elkaar van haver tot gort. Gesprekken herhalen zich. Wie steeds dezelfde wandeling maakt of naar dezelfde muziek luistert, wil wel eens iets anders. Sleur kan tot irritatie leiden. ‘Dat doe je altijd!’
Ik geloof dat er nog iets meespeelt. Het is gemakkelijker boos te worden op degene die dichtbij je staat. Toen ik jong was viel een vader van een vriendje opeens vreselijk naar mij uit. Ik schrok en hij ook. Hij had mij voor zijn zoontje aangezien en bood meteen excuses aan. Heb je elkaar lief dan laat je eerder je irritaties blijken. Je bent er immers zeker van dat de ander je weer snel vergeeft. Als ik tegen mijn buurman begin te vitten, weet ik niet of ik daarmee de relatie bederf en of ik de volgende keer nog wel zijn heggenschaar mag lenen. Vitten op elkaar is een vorm van liefde.

1

KERSTBOOM

Dagelijks

Afgelopen maandag, twaalf uur in de middag. Op de tijd van het vertrouwde luchtalarm werden wij opgeschrikt door de piepjes van de telefoon die het breaking news van de lockdown verkondigden, als was het een boodschap van een engel uit de hemel. G. en ik lieten onmiddellijk alles uit onze handen vallen, als je dat tenminste kunt zeggen over twee gepensioneerden. We waren ons bewust van de ernst van de situatie en wisten wat ons te doen stond: als de gesmeerde bliksem naar het tuincentrum voor een kerstboom. We hebben dit jaar al zoveel moeten missen, daar kan het ontbreken van zo’n vers ruikende boom niet nog eens bijkomen.
Bij de ingang namen we dankbaar een ontsmet winkelwagentje in ontvangst en liepen vol verwachting met mondkapje en beslagen bril het tuinwalhalla binnen. Even nog dreigde de hechte samenwerking tussen ons tweeën een scheur op te lopen, omdat ik doelgericht naar de kerstbomen wilde doorstomen en G. onderweg nog allerlei leuke dingen zag. We vonden elkaar weer in de noodzaak van de aanschaf van vogelvoer.
De bomen in een pot waren al vergeven, dus waren wij aangewezen op een afgezaagd exemplaar van de Abies Nordmanniana. Omdat het houten kruis dat jarenlang onze bomen overeind heeft gehouden de verhuizing blijkbaar niet had overleefd, ging ik direct na thuiskomst aan de slag met duimstok en zaag. Niet veel later kon ik G. met trots een houten standaard laten zien. Met twee roestige spijkers van tien centimeter sloeg ik het kruis stevig onder de stam van de boom. Ik vermeld deze bijzonderheid, omdat het jaren geleden is, dat ik een kruis heb geslagen. En ook, omdat het zomaar kan zijn, dat die spijkers afkomstig zijn uit de smederij van mijn overgrootvader. Gooi nooit iets van waarde weg.

Niet dat we het ooit hebben afgesproken, maar na veertig jaar kennen G. en ik onze taken bij het optuigen van de boom. Eerst hang ìk de lichtjes erin, daarna ontfermt G. zich over de ballen. Vaste gewoonten maken het leven gemakkelijk. Toen ik vanaf een afstandje kritisch keek of de lichtjes mooi over de boom verdeeld waren, zei G.: ‘dat kruis, dat kan niet zo.’ Ik moest haar gelijk geven. Het houten onderstel sprong eruit als het hemdje onder een kindertrui of de onderbroek van een stratenmaker.
Diep uit een van de kasten in de garage kwam nog wat hel groen crèpepapier tevoorschijn, iets dat om onduidelijke redenen wèl was meeverhuisd. Nu volgde een handeling die, zoals later bleek, het meest heikele onderdeel in het proces was. Terwijl ik met een gehandschoende hand de boom omhoog hield, wikkelde G. het crèpepapier om de vier poten. Aan haar gezucht te horen liep dat niet vanzelf. Het papier werkte niet mee en het plakband liet los. Terwijl ik kermde dat ik de boom niet langer meer kon houden, stegen van onderuit de verwensingen naar de hemel. Dat werkte. Na enkele inspannende minuten eindigde onze kruistocht. O Magnum Mysterium.
We gaan de harde lockdown in en zullen eens te meer op elkaar zijn aangewezen. Gesterkt door de oplossing van dit probleem, kunnen we het isolement beter aan dan ooit.

2

FIETS IN BEWARING – DEEL 2

Dagelijks

Als je bij de NS een jaarabonnement koopt voor de fietsenstalling bij Utrecht CS kan het zomaar gebeuren dat de beheerder van de stalling je fiets na achtentwintig dagen verwijdert. Ben je er niet op tijd bij, dan zie je je fiets nooit meer terug. Vorige week beschreef ik hier hoe wij bij het aankaarten van deze vreemde maatregel voortdurend van het kastje (NS) naar de muur (beheerder) werden gestuurd. Na het indienen van een klacht bij de NS Klantenservice moest ik mijn been stevig tussen de deur houden om te zorgen dat ik niet werd afgepoeierd. Na drie gesprekken beloofde de medewerkster om mijn klacht aan haar leidinggevende voor te leggen.

Een week later volgt een besluit dat, na maanden gesoebat, wel een kleine doorbraak genoemd mag worden. NS Fiets erkent, dat men onvolledig is geweest. Men gaat nu de termijn van achtentwintig dagen opnemen in de Algemene Voorwaarden voor de stalling van een fiets. Zodat je tenminste van tevoren weet (of kan weten), dat je je fiets regelmatig moet gebruiken. Daarnaast biedt NS Klantenservice aan om “als tussenschakel te dienen tussen u en de beheerder van de stalling, tot de tijd dat de huidige voorwaarden zijn aangepast.” Ofwel: de instantie die mij maanden van het kastje naar de muur heeft gestuurd wil mij daar nu een handje bij gaan helpen. Voor eventjes dan. Men heeft blijkbaar al een voorschot genomen op een verweer tijdens een mogelijke externe klachtafhandeling. Ik heb geen gebruik gemaakt van dit genereuze aanbod.

G. had zich al een tijd verbaasd over de gedrevenheid waarmee ik achter dit gedoe aanging. Ik zelf vond het vanzelfsprekend. Ik kan er niet tegen als een organisatie een besluit, dat in mijn ogen onrechtvaardig is, ook nog eens onvoldoende onderbouwt. Juist het trage bureaucratische gedoe stimuleert mij om mijn tanden nog steviger in het dossier te zetten.
Na het besluit van de NS leek mij de tijd gekomen om mijn individuele actie van een breder draagvlak te voorzien. Ik legde mijn klacht neer bij zowel de Fietsersbond als bij reizigersvereniging Rover, er al bijna van overtuigd dat deze belangenbehartigers mij van harte zouden steunen.
Na de kleine doorbraak volgde de grote ontgoocheling. Beide consumentenorganisaties lieten weten dat zij achter de 28-dagen-maatregel staan. Ik lag groggy in de touwen. Het duurde even voordat ik enig begrip kon opbrengen voor het argument dat de stallingscapaciteit schaars en kostbaar is en dat het daarom onwenselijk is als iemand zijn fiets 365 dagen ongebruikt laat staan.
Ik schreef terug dat ik dat laatste kan begrijpen, maar dat er nog wel een groot verschil is tussen 28 en 365 dagen. Dat ik zo’n zeventig keer per jaar gebruik maak van de stalling, soms twee keer per week en soms vijf weken niet. Ik stelde voor om voor jaarabonnementhouders de termijn te verhogen van 28 naar 42 dagen.
Het mocht niet baten. Ik was de eerste die dit aankaartte. Ook voor de Fietsersbond en Rover geldt de macht van het getal. Mochten er meer klachten komen, dan gaat men het beleid heroverwegen. Dus, jaarabonnementhouders, laat u horen. Avanti populo, a la riscossa.

4

FIETS IN BEWARING

Dagelijks

G en ik hebben beiden een jaarabonnement op de NS-fietsenstalling aan het Jaarbeursplein in Utrecht. Daarvoor betalen we aan het begin van het jaar € 75. Toen wij in juni dit jaar na twee maanden lockdown onze fietsen weer wilden gebruiken, bleek dat we gezondigd hadden tegen een huisregel. Vanwege corona was men echter zo coulant om onze zonde kwijt te schelden. De betreffende huisregel luidt: fietsen die 28 dagen niet worden gebruikt worden afgevoerd naar een fietsendepot van de gemeente. Daar mag je je fiets ophalen tegen betaling van € 21,35. Heb je je rijwiel niet binnen enkele weken opgehaald, dan wordt hij eigendom van de gemeente Utrecht, die hem verpatst aan een opkoper.
Wij vielen bijna achterover van verbazing. Hoorden we dit goed?
Ik weet dat men in Utrecht streng is tegen fietsen die te lang op de openbare weg geparkeerd staan, zogenaamde weesfietsen. Halfvergane wrakken mogen worden afgevoerd, daar lijkt mij niets op tegen. Om chaos van geparkeerde fietsen rond het station tegen te gaan, mag een fiets daar niet langer dan 14 dagen ongebruikt staan. Daar kan ik ook nog inkomen. Maar in dit geval gaat het om een plek waarvoor ik betaald heb, een heel jaar lang. Dan moet het toch niet uitmaken of ik dagelijks de fiets ophaal of nooit?
Kortom, ik geef mijn fiets in bewaring zodat hij niet gestolen wordt en NS Fiets staat toe dat de beheerder mijn fiets afvoert en dat de gemeente het rijwiel verkoopt. Heling en diefstal, andere woorden kan ik er niet voor bedenken.

De beheerder van de fietsenstalling verwijst mij naar de Klantenservice van NS in de hal van Utrecht Centraal. Daar laat de dienstdoende medewerkster in alles zien dat zij een cursus klantgericht werken heeft gevolgd. Maar omdat zij niets voor mij kan doen, verwijst zij mij terug naar de beheerder. Die zegt op zijn beurt dat ik beter met de NS kan bellen.
Om goed beslagen ten ijs te komen, zoek ik allereerst uit of ik bij het afsluiten van het abonnement wellicht informatie gemist heb. De kleine regeltjes, zeg maar. Nergens is ook maar iets te vinden over de 28-dagen regel. Wel mooie praatjes over het onbezorgde parkeergemak. Wie de stalling beheert staat niet vermeld. De gemeente Utrecht geeft als beheerder Lumiguide. Dit is een ‘end-to-end fietsstallingsbeheerssysteem, dat gebaseerd is op optische detectie van fietsen.’ En blijkbaar zeer geschikt om fietsen te laten verdwijnen.
Na de nodige keuzemenus en wachttijd kom ik telefonisch in contact met de NS Klantenservice. Het langdurige geëmmer met de medewerkster, daarna met de Afdeling Technische Zaken en vervolgens met de Afdeling Fiets zal ik je besparen. Het resultaat is een terugverwijzing naar de beheerder.

Voor het indienen van een klacht tegen de NS moet ik bij….. de Klantenservice zijn. De brief die ik stuur blijkt, als ik na vier weken bel, niet in het bezit van de dienst. Ik stuur ad € 8,80 een aangetekende brief. Daarna volgen twee telefonische twistgesprekken die uiteindelijk resulteren in het advies om bij de beheerder het verzoek in te dienen om voor mijn fiets een uitzondering te maken op de 28-dagenregel. Als ik dit geen goede oplossing vind, zegt de medewerkster toe dat zij mijn verhaal aan haar leidinggevende zal voorleggen.
Wordt vervolgd.

3

ZONDAG

Dagelijks

De Willibrorduskerk in Vleuten

Op doordeweekse dagen moet ik er wel eens over nadenken: is het vandaag dinsdag of woensdag? Op zondag gebeurt dat niet. Bij de zondagen hoort een aparte beleving, een ander gevoel.
In mijn kinderjaren begon de dag met een mis in de katholieke kerk. Pas daarna mochten we ontbijten. Zondag was rustdag en iedereen was thuis. We droegen nette, zondagse kleren. Er werden geen klusjes gedaan, zoals schoenen poetsen of peren plukken. Dat gebeurde op zaterdag. Mijn vader wilde ook niet dat mijn moeder op zondag kookte. Daarom aten we op de dag des heren tussen de middag alleen soep en pudding, gerechten die moeder de dag ervoor had klaargemaakt. Daarna volgde een middag van spelletjes of familiebezoek.
Als puber wist ik niet wat ik erger vond: de verplichtingen van zes dagen schoolbezoek of de verveling van de lege zondagen. Voor wie behoefte heeft aan regelmaat kan de zondag eenzaam zijn. Er zijn mensen die alleen op zondag hoofdpijn hebben.
Tijdens mijn studiejaren stond de zondag in het teken van uitslapen na een nacht van cafébezoek of feestgedruis. Elf uur opstaan was vroeg, één uur niet ongewoon. Op de middag die volgde gebeurde er weinig. Het droeg niet bij aan een prettige stemming.
De overgang naar de fase met kleine kinderen was groot. Om de beurt moest een van ons om zeven uur opstaan. En dat op een rustdag.
Nog weer later was de zondag het enige moment dat onze kinderen rustig huiswerk maakten. Jarenlang gebruikte ik die momenten om stukken voor mijn werk te lezen of te schrijven.
Je zou een leven kunnen beschrijven aan de hand van de invulling van de zondag.

Nu lees ik op zondagmorgen de krantenbijlagen die ik op zaterdag nog niet gezien heb. Voor de afwisseling zijn de puzzels favoriet. Soms weet ik niet wat te doen. Ik hoor wel eens enthousiaste verhalen over tv-programma’s op de zondagmorgen, maar de tv boeit mij weinig en zeker in de ochtend voelt kijken onwennig. Ook dat is historisch-cultureel bepaald.
Komt er geen bezoek, dan zegt een van ons aan het begin van de zondagmiddag: laten we er nog even uitlopen. Hoe lang zou de zondagmiddagwandeling al bestaan in de Europese cultuur? Zondagavond zeven uur zal voor altijd verbonden blijven met sublieme voorzetten en gemene overtredingen.

De christelijke cultuur heeft zijn uitwerking op mij niet gemist. Ik draai weliswaar gerust een was op zondag. Word ik gevraagd om te helpen bij een verhuizing, dan is de zondag geen belemmering. Maar het overheersende gevoel blijft: op zondag hoeft er niets. De voorgeschreven rust is veranderd in een toegestane rust. Al zijn de winkels open, ik ga er ’s zondags niet naar toe. De schuurmachine van de buurman klinkt op zondag irritanter dan op maandag. Zondagmorgen een boek lezen voelt heel gewoon, op maandagmorgen doe ik dat niet, al heb ik er nu de tijd voor.
Van mij mag de zondag rustdag blijven. Of ik er over tien jaar nog zo over denk is de vraag.

0

CORONA REVISITED

Dagelijks

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar bij mij komt het coronavirus mijn neus uit. Ik bedoel dan alle berichtgeving hierover. De halve krant is ermee gevuld. Ook de pagina’s over economie, sport en kunst zijn geïnfecteerd. En dan het eindeloze palaveren en speculeren in de talkshows. Ik begrijp, dat dit het gesprek van de dag is. En het klopt dat er aanleiding is voor gespeculeer, want de onzekerheid is groot. Maar ik hoef het even niet meer.
Als ik dan toch één steentje mag bijdragen, dan is het dit. Ik heb bijna mijn hele werkende levende in de preventieve gezondheidszorg gewerkt. De hoge idealen die er waren konden we niet waarmaken. Maar te midden van de huidige onzekerheid staat voor mij één ding vast: de regering loopt achter de feiten aan. Waren er in augustus de juiste preventieve maatregelen genomen, dan had een nieuwe golf, inclusief alle economische narigheid, voorkomen kunnen worden. Maar zachte heelmeester Rutte durft geen impopulaire maatregelen te nemen.

Als je in dezelfde mood bent als ik, dan heb je deze pagina al weggeklikt. Op het gevaar af, dat je dit nu alsnog gaat doen, wil ik nog enkele persoonlijke ervaringen toevoegen. Want wie vaker hier komt, weet dat ook G en ik onlangs door het coronabeest geveld waren.
‘Jij corona?, dat had ik nooit gedacht’, was een reactie die ik meermalen kreeg. Zo’n uitspraak komt voort uit een beeld van mij als risicomijder, als iemand die altijd tweemaal controleert of de huisdeur op slot zit. Daar zit een kern van waarheid in. Dat betekent dat het virus niemand spaart. Het is het ongeluk in dat kleine hoekje. De pech, dat je op het verkeerde ogenblik op de verkeerde plaats bent.
‘Waar heb je het opgelopen?’, was een veel gestelde vraag. Het was ook de eerste vraag die ik mezelf stelde. Wij mensen hebben een sterke behoefte om onzekerheid te reduceren. Maar sec genomen is het een waardeloze vraag. Alsof ik anderen zou kunnen behoeden voor besmetting door hen aan te raden niet meer op een voorbije dag de trein naar Utrecht te nemen. Of niet naar de presentatie van mijn volgende boek te komen.
‘Je bent de eerste, die ik ken, die corona heeft. Het komt nu wel erg dichtbij’, was een andere reactie. Dank u, het is mij een eer om die eerste te zijn. Al was ik dat liever in een andere tak van sport geweest. Het ‘dichtbij komen’ speelt ons wel parten. De buren blijven nu op grote afstand staan. De plannen om te oefenen met mijn zangkwartet zijn afgeblazen. Stond ik in de schoenen van de ander dan zou ik, risicomijdend, waarschijnlijk hetzelfde doen. Maar het voelt alsof ik melaats geworden ben. Voor de zekerheid heb ik mijn zangles maar afgebeld. Eigenlijk ben ik net zo’n bangeschijterd als Rutte. Dat is waar corona toe leidt.
De enige die zich aan de malaise weet te onttrekken is de heer Donald T. Hij slaagt erin al na drie dagen uit de corona-as te herrijzen. Zelfs sterker dan hij ooit was.

6

VERHOGING

Dagelijks

Opeens is daar het onheil, zonder aankondiging, als een dief in de nacht, de nacht van zondag op maandag 21 september. Hitte, rillingen, een bonkend hoofd. De koortsthermometer bevestigt mijn gevoel: 39,1. Ik verhuis direct naar een andere slaapkamer, waar ik onrustig lig te draaien zonder in slaap te komen. Normaal is een griep vervelend. Nu voelt het alarmerend. Heeft het mij nu ook te pakken, het virus dat de hele wereld al een half jaar in zijn greep houdt? Ik voel een kriebeltje in mijn keel, maar dat kan ik geen keelpijn noemen. Ik voel me niet benauwd, maar mijn hartslag bonkt in een hoog tempo door mijn lijf.
Waar zou ik besmet zijn geraakt? Ben ik te onvoorzichtig geweest? Behalve tijdens de presentatie van mijn boek heb ik in de voorgaande dagen nauwelijks mensen ontmoet. Moet ik iedereen gaan waarschuwen? Ik moet eerst zekerheid hebben.

Maandagochtend spreken G en ik direct af om elkaar zoveel mogelijk te mijden. Eigen slaapkamer, eigen wc, eigen ontbijttafel, eigen computer. G voelt zich nog goed en hoewel het volgens de regels niet mag, doet ze boodschappen. Ondertussen maak ik deurknoppen, trapleuningen, grepen van keukenkastjes enz. schoon met een ontsmettingsmiddel. Later merk ik dat er nog veel meer voorwerpen zijn waar ik door de dag heen met mijn vingers aankom. Theepot, kaasdoos, broodzak. De pagina’s van de krant. De afstandsbediening van de tv. Ik doe dunne handschoentjes aan, maar dat helpt natuurlijk maar even. Het is ondoenlijk. Ik begrijp nu een beetje wat mensen met smetvrees doormaken. En dat je er gek van kan worden.
De aanhoudende hoge koorts eist zijn tol. Ik kan niet veel anders meer dan op bed liggen. De trap oplopen is een berg beklimmen. Wachtend aan het ene uiteinde van onze lange tafel op het moment dat verzorgende G mij een bord met eten voorzet, voel ik me een afhankelijke bejaarde in een verpleeghuis. Stel dat ik ergens in de tachtig ben en me dagelijks zo zou voelen, hoe zou ik dan tegen het leven aankijken? Ik zwaai naar G aan het andere uiteinde.

Woensdag ga ik door de lopende band van de teststraat. Zou het niet beter zijn als ik het virus maar gehad heb? Op vrijdag volgt het telefoontje: men noemt de uitslag positief.
Een dag later geeft de thermometer ook bij G verhoging aan. Dat kan maar één ding betekenen: dat onze vermijdingsdansen onvoldoende zijn geweest. Het virus heeft de regie overgenomen. Onze wereld bestaat uit zorgen.
De eerste dagen van mijn tweede ziekteweek blijft de temperatuur onveranderd rond de 38 graden. Ik betrap mezelf erop dat ik me alleen maar focus op iets wat ik niet in handen heb. Nieuwsuur trakteert me op een reportage over de schade die Covid aan de hersenen toebrengt. Dat had ik niet willen zien. Hoe kon ik denken dat het maar beter zou zijn om het virus gehad te hebben?
Ook de uitslag voor G is positief. Het enige voordeel is, dat we niet meer bang hoeven te zijn dat we elkaar aansteken. De zon hebben we al dagen niet gezien.
Na elf dagen verhoging kan op vrijdag 2 oktober de trompet geblazen worden: mijn eerste koortsvrije dag. Vandaag heb ik mijn herintrede in de maatschappij gemaakt.

2

KOESTER JE IDEALEN

Dagelijks

De kerk van de abdij Koningshoeven

Afgelopen donderdag vond dan eindelijk, na maanden corona-uitstel, de presentatie van mijn boek plaats. Hoge idealen, nederige aanvaarding – Willibrord van Dijk en de vernieuwing van het kloosterleven werd gelanceerd op de enige plek die hiervoor geschikt is: de trappistenabdij Koningshoeven in Tilburg.
Het klooster is door de coronabeleidsmakers aangemerkt als particuliere woning waar maximaal zes gasten mogen worden ontvangen. Daar kwam bij, dat er net twee dagen tevoren een medewerker van de kwekerij besmet was geraakt. De presentatie vond daarom onder de nodige beperkingen plaats. De trappisten, meesters in het zichzelf opleggen van beperkingen, draaiden er hun hand niet voor om. De wereldlijke bijeenkomst werd verplaatst naar de abdijkerk, een gewijde ruimte, die alleen al door zijn kolossale afmetingen bij velen ingetogenheid en stilzwijgen afdwong.

31 mei 1945, abtswijding van Willibrord van Dijk

Daar stond ik dan op het presbyterium, de verhoogde ruimte vanwaar de priester de mis leidt. Een plaats bestemd voor monniken, abten en hoogwaardigheidsbekleders. Waar mijn heeroom tot abt werd gewijd, liggend op de grond, de uiterste vorm van nederigheid. Kon ik hier wel spreken over de schade die de strenge regelgeving van de orde had aangericht?
Voor mij zag ik de aanwezigen, verspreid in het gangpad en de koorbanken. De uit hout gesneden heiligen keken van beide zijden toe op mijn familieleden en vrienden. Hoevelen zouden er nog trouw zijn aan de kerk van Rome? Sommigen waren tevoren rondgeleid door een eenvoudige monnik, die later de abt bleek te zijn.
De locatie had één nadeel. De galm in de kerk, zo verbonden met de gregoriaanse zang, was een hinderpaal voor de verstaanbaarheid van de sprekers. Zeker gelet op het grote aantal lijders aan een toenemende doofheid.

Mgr. de Korte heeft zojuist het eerste exemplaar in ontvangst genomen

Ik had gepolst of de bisschop wellicht bereid zou zijn het eerste exemplaar van het boek in ontvangst te nemen. Tot mijn verrassing stuurde de bisschop zelf direct een positief antwoord, eindigend met: ‘Voor nu veel groeten uit ’s Hertogenbosch. In Christus verbonden. + Gerard de Korte.’
Anders dan in vroeger jaren werd de bisschop ditmaal niet bij de poort opgewacht en in optocht onder een baldakijn naar de kerk geleid. Hij kwam even voor tijd binnenlopen, gekleed in het dagelijkse zwart. Ingegeven door de eerbied voor het coronavirus leek het mij verstandig het boek niet daadwerkelijk te overhandigen. Maar toen het moment daar was vond ik het toch wat overdreven om het boek op de altaartreden te leggen. Alsof het een besmet artikel was en de bisschop daarna onverwijld zijn handen diende te wassen. Het is een bekend ritueel in de kerk, daar niet van. Maar met beide armen gestrekt werd de overhandiging ook corona-proof.
Bij de uitgang kon ieder vervolgens een trappistenbiertje nemen. Broeder Wigbertus zorgde ervoor dat een risicovolle stormloop uitbleef door de gasten per rij te laten opstaan, zoals met de communie.
De nazit vond plaats in een binnentuin, waar de monniken een corona-proof terras hadden ingericht onder hoge bomen die er even gewijd uitzagen als de kerk. Daar kon de verkoop van het boek plaatsvinden; de economie mocht immers niet lijden onder de pandemie. Toen de bisschop zag dat ik voor de kopers een opdracht schreef, wilde hij er ook een. Als toespeling op de titel had ik voor velen Koester je idealen opgeschreven. Dat leek me voor mgr. de Korte toch wat minder geschikt.

0

ZONDIGEN TEGEN DE NATUUR

Dagelijks

Het is duidelijk. Als we zo doorgaan, blijft er straks niet veel van onze aarde over. Van diverse kanten worden we daarom aangesproken: wat is jouw ecologische voetafdruk? Wat doe jij om de aarde te redden?
Vast niet genoeg, denk ik dan, al bezitten we een stukje windmolen en een aantal zonnepanelen. Al rijden we een hybride auto en nemen we de trein in plaats van het vliegtuig. Al gooi ik mijn oude overhemden nog niet weg en knip ik de heg met de hand.
Op dat laatste punt scoor ik nog niet zo slecht. Iedereen om ons heen, niemand uitgezonderd,  gebruikt een elektrische heggenschaar. Er zijn buren, die voor het opruimen van de takken een soort buiten-stofzuiger gebruiken in plaats van een bezem of een tuinhark. Het gemak dient de mens. Als de klus geklaard is stappen ze in hun SUV om in de sportschool aan hun conditie te werken. Ik overdrijf natuurlijk, er zijn ook mensen die de elektrische fiets gebruiken.

Foto: IVN

Maar zou ik niet meer moeten doen? Dagelijks worden mij nieuwe ideeën aangereikt.
Wat dacht je van een Tiny forest in je tuin? Van IVN Natuureducatie mogen twintig huishoudens een bos in hun achtertuin planten. De bomen compenseren de uitstoot van 1800 autokilometers, zorgen voor biodiversiteit en voor koelte. Je moet er wel een stuk grond ter grootte van een tennisbaan aan spenderen. Mocht je nu onverhoopt je tennisbaan niet willen opofferen, dan biedt IVN voor € 119,- nog een Tuiny forest, een fraai pakket inheemse boompjes en struiken, inclusief een zakje bodemliefde, een handleiding en een helpdesk. Hoe makkelijk wil je het hebben? Dan kan je toch niet meer zeggen, dat de energietransitie niet haalbaar is?
Meer groen in de tuin, het lijkt me een uitstekend idee. Als ik mijn buurt er nog eens bij mag halen, dan zie ik veel tuinen die in tegelplateaus zijn veranderd. Voor de sier staat er nog één bloembak met een wegkwijnende plant. Daarnaast een overkapt terras met de onvermijdelijke grijze loungebanken en als het even kan terrasverwarming. Als ik ergens een stukje groen ontwaar, dan heeft men voor de kinderen kunstgras aangelegd. Hoveniers zijn hier vervangen door stratenmakers.
De vergelijking met de buurt doorstaan wij opnieuw glansrijk, maar nog wat tegels eruit en boompjes erbij, kan natuurlijk geen kwaad. Het probleem is dat ik niet zo’n bosmens ben. Het mooiste van wandelen in een bos vind ik het moment dat je er weer uitkomt. Ik hou van uitzicht, ook in onze tuin. Ik hou van de vogels, het water, de wolken, de zonsondergang. Deze week zag ik nog een ijsvogel langskomen. Dan kan een boom behoorlijk in de weg staan.

Als het aankomt op het redden van de aarde, dan kan ik nog wel wat verbeteren. Al die plastic verpakkingen. Al het drinkwater dat onnodig wegspoelt. Er zijn nog veel dingen die beter kunnen. Het schuldbesef ligt op de loer. Het lijkt erop dat in mijn hoofd de zonden tegen het geloof hebben plaatsgemaakt voor de zonden tegen de natuur.

3

HETE MEIDEN

Dagelijks

Het lukt me niet de slaap te vatten en na een uur lang draaien en talmen stap ik uit bed en loop naar de huiskamer. Zappend langs vele zenders zie ik beelden van een jonge vrouw die op bed met haar telefoon speelt. Ze ligt op haar buik en steunt op haar ellenbogen. Haar onderbenen steken vrolijk de lucht in. Ze draagt een kort bloesje en een strakke korte broek. Met een lange, roodgelakte nagel wenkt zij de kijker. Teleshop, staat er in beeld en Nachtlounge babes. Men promoot hier telefoonsex.
Vroeger moesten mannen zich tevreden stellen met boekjes uit obscure winkels. Of een bioscoop waar men films draaide als Kom met je waldhoorn tussen mijn Alpen. Dat trok mij totaal niet aan. In Utrecht was er nachtclub Limburgia. Naast de deur hing een vitrine met foto’s van danseressen in fraaie kleding, zodat je wist wat zij binnen uit zouden trekken. Ik kende niemand die daar ooit geweest was.

‘Waar wacht je nog op, onze meisjes wachten op jou. Of durf je niet?’, vraagt de voice-over van de Nachtlounge. Het commentaar is hitsiger dan de beelden. ‘Dat lekkere kontje, die mooie borsten. Doe maar wat uit schatje. Haal maar lekker die grote jongen uit je broek.’ De langdradige reclame wordt nog eens onderbroken door een reclameblok van korte filmpjes met weer andere telefoonnummers. Er is voor elk wat wils. ‘Je mag ook luisteren hoe ik mijn hoogtepunt bereik.’
De aanval op de preutsheid kwam in de jaren zeventig. De vpro-o-o-o bracht Phil Bloom en de PSP het blote meisje naast de koe. De commerciëlen roken hun kans op een fikse omzetverhoging. Na de Tiroler films kwam de echte porno in de bioscoop, nog eens aangewakkerd door minister Dries van Agt, die had bepaald dat Deep Throat alleen ‘in besloten kring’ mochten worden vertoond, dat wil zeggen in een zaal met maximaal negenveertig stoelen. Dat wilde ik wel eens meemaken. Maar toen ik met dat plan door Amsterdam liep, vroeg ik me af of ik het wel zou durven. Ik voelde me een monnik met zondige gedachten. Of Don Camillo met een kennelijke erectie onder zijn rok, dat is misschien een betere vergelijking, want ik had het gevoel dat iedere passant op de Nieuwendijk wist waar ik naar toe ging. Vlakbij de bioscoop liep ik een vriend uit Utrecht tegen het lijf. Mijn eerste gevoel was schaamte, daarna volgde de opluchting. Hij kwam net uit de voorstelling, zei hij. ‘Het is een verhaal van niks.’ Gerustgesteld liep ik naar de kassa.

Met de paarse kabinetten en de vrije marktideologie in de jaren negentig wonnen de commerciëlen. Het nieuwe RTL wist veel kijkers te winnen met Sex voor de Buch. Daarna ging dankzij het internet het hek van de dam. Hulpverleners en feministen waarschuwen voor de negatieve gevolgen. Hoe ver mag de vrijheid gaan?
De jonge dame op het bed streelt lichtjes haar borsten. ‘Onze babes zijn erg heet, ze doen misschien wel alles wat je vraagt.’ Net als ik op de bank voor de tv de gewenste slaap begin te krijgen, trekt het meisje tergend langzaam haar bloesje uit.