Schrijven, Lezen, Leven.
1

WIE LIEGT DIE STADT SO WÜST

Muziek

We hebben de feestmaand december achter de  rug en het gewone leven is weer begonnen. ‘Het is niet anders’, zei een collega tegen mij. Ze voegde eraan toe: ‘dan gaan we toch lekker dromen over de volgende vakantie’. Blijkbaar is dit iets wat veel mensen in de maand januari doen. Reclameblokken en –pagina’s worden deze weken gevuld met zonovergoten, alle wensen vervullende vakanties in Zuid-Europa of andere zonnige oorden.
Graag nodig ik eenieder daarom uit om eens een bezoek te brengen aan Dresden.
Pardon, Dresden? Is dat niet die grauwe industriestad in voormalig Oost-Duitsland? Zijn daar ook palmenstranden?
Dresden, de hoofdstad van de Duitse deelstaat Saksen, is een stad vol indrukwekkende geschiedenis.
In de 18e eeuw was de stad een centrum voor kunst en cultuur. Dresden werd het Florence aan de Elbe genoemd. De vele fraaie kerken en barokke paleizen herinneren nu nog aan die tijd. De componist Heinrich Schütz heeft er zijn leven lang gewerkt. Jan Dismas Zelenka componeerde hier zijn  missen.

Dresden is ook bekend door het bombardement. In de nacht van 13 op 14 februari 1945 legden geallieerde vliegtuigen een bommentapijt over de stad. Er ontstond een verwoestende vlammenzee. Geen steen stond meer op de andere. 75.000 Huizen en gebouwen werden verwoest. Ruim 25.000 mensen kwamen in die ene nacht om het leven.
Vorig jaar zagen wij in de schouwburg het toneelstuk Het stenen bruidsbed , naar de roman van Harry Mulisch. Van die voorstelling is mij vooral het ontzagwekkende decor bijgebleven. Het speelvlak was opgebouwd uit vlonders bovenop een angstaanjagende hoop doodskoppen en gebeenten.
In de twintigste eeuw was Rudolf Mauersberger (1880 – 1971) lange tijd organist in de Kreuzkirche en dirigent van het befaamde Kreuzchor Dresden. Mauersberger heeft met zijn koor veel platen opgenomen, onder andere de werken van Heinrich Schütz. Hij componeerde ook zelf, met name geestelijke werken.
Vlak na het bombardement van Dresden, waarbij van de Kreuzkirche niets meer overbleef, schreef hij het lied Wie liegt die Stadt so wüst. Hij gebruikte daarbij een bijbelse tekst uit de klaagliederen van Jeremia over een verwoeste stad.
Het vierstemmige lied werd voor de eerste maal uitgevoerd door het Kreuzchor in augustus 1945 tussen de ruines van de voormalige kerk. De tekst is een afwisseling van smartelijke klacht en intens verlangen. Verdriet, onbegrip, melancholie, boosheid en verlatenheid monden uit in de vraag warum, warum?  en worden afgesloten met Ach Herr, Siehe an mein Elend.
Ik heb dit lied onlangs ingestudeerd. Het gebeurt mij maar een hoogst enkele keer, dat een koorstuk mij zo aangrijpt dat ik een brok in mijn keel krijg en even niet meer verder kan zingen. Dat was bij dit lied het geval.
Wie liegt die Stadt so wüst is een van de stukken op het programma van het concert dat ik met mijn bejaardenkoor D’allure, genoemd naar de dalurenkaart, in het weekend van 8 en 9 februari ga uitvoeren.
 

Ingezonden mededeling
 
KAMERKOOR D’ALLURE o.l.v. FOKKO OLDENHUIS
 
MITTEN WIR IM LEBEN SIND
 
Muziek van Brahms, Mendelssohn, Distler, Mauersberger, Schütz
 
Utrecht, zaterdag 8 februari 2014, 20.15 uur, Lutherse kerk, Hamburgerstraat.
Amsterdam, zondag 9 februari 2014, 15.30 uur, Oosterkerk, Kleine Wittenburgerstraat.
 
Toegang: € 15,00 – 12,50.

 

 
0

JONGENS MET GROEISTUIPEN

Herinnering
Er is een tijd geweest, dat ik de eerste dag van het nieuwe jaar de vreselijkste dag van het jaar vond. ‘Dan heb je net een jaar gehad, moet je weer aan een nieuw beginnen’, ging er dan door mijn hoofd. Het was eind jaren zestig, ik was 16 / 17 jaar en  zat op het gymnasium. Ik kon daar behoorlijk meekomen, had genoeg contacten, was kerngezond en had in materieel opzicht niets te klagen. Toch was in die jaren het lijden nooit ver weg.

Ik deed altijd braaf mijn huiswerk en haalde dan zesjes. Mijn beste vriend Ton deed niet aan huiswerk. Vlak voor de les begon schreef hij zonodig de vertaling of de gemaakte sommen van mij over en met repetities haalde hij achten. Als ik de tien kilometer naar huis tegen de wind in fietste, dan waaide de wind altijd een stuk harder dan als ik ’s morgens de wind mee had. Mijn puistjes waren een stuk roder en opvallender dan die van anderen en al mijn leeftijdsgenoten hadden een flux de bouche, terwijl god mij met een spraakgebrek de wereld in gestuurd had.
Ik voerde tijdens de lessen een onderbankse correspondentie op minuscule briefjes met Trees en Hannie, maar was ik op een feestje, dan durfde ik niet op een meisje af te stappen en bleef ik de hele avond op dezelfde stoel zitten.  Na afloop bedankte ik dan met veel gestotter de moeder van het vriendje voor de ‘fijne avond’.
Kortom, ik had in die jaren het gevoel dat de hele wereld tegen mij was en dat anderen het altijd veel beter hadden dan ik.

We kregen aardrijkskundeles van een jonge leraar die moeilijk orde kon houden. Tijdens zo’n les, waarin de hele klas zat te keuvelen, het huiswerk voor de volgende les werd uitgewisseld en met de boterham in de hand spelletjes werden gedaan, viel de leraar tegen mij uit.
‘Nu is het genoeg met dat geklets, van Dijk, ga jij je maar bij de conrector melden’.
Blijkbaar was het zijn tactiek om de orde te herstellen door één leerling de les uit te sturen.
‘Hè, waarom ik?’, riep ik vanaf de achterste bank, ‘iedereen zit toch te kletsen!’.
Als ik boos werd, kon ik vaak opeens vloeiend spreken.
‘Van Dijk, pak je spullen en ga de klas uit’, sprak de jonge leraar elk woord beklemtonend.
Ik vond dit het toppunt van onrechtvaardigheid en een volgend bewijs dat de wereld tegen mij was.  Mijn boosheid groeide naar een hoogtepunt.
‘Ik ben toch niet de enige’, schreeuwde ik, ‘ouwe lul!’.
Na deze laatste woorden werd het doodstil in de klas. Iedereen voelde dat deze aanvaring buitengewoon uit de hand aan het lopen was. Het leek alsof mijn laatste woorden nog door de stille klas echoden. De leraar keek eerst verbouwereerd en siste toen met ingehouden woede dat ik mij direct uit de klas uit diende te verwijderen en dat hij mij voorlopig niet meer wilde zien.
Nog geheel vervuld van het onrecht dat mij was aangedaan klopte ik aan bij de conrector. Hij droeg mij op om in een leeg lokaal twee hoofdstukken aardrijkskunde in mijn kop te stampen. Toen later die middag de dialoog tussen de aardrijkskundeleraar en mij tot hem gekomen was, werd ik opnieuw bij hem geroepen. Ik verdedigde me door te zeggen, dat ik ‘flauwe kul’ geroepen had. Het mocht niet baten. Men nam de zaak zeer ernstig op. Ik werd voor drie dagen geschorst.

In dit nieuwe jaar staan de kranten bol van de artikelen over jongens die overlast bezorgen, auto’s in de fik steken en vuurwerk naar de politie gooien. In opiniërende artikelen vragen schrijvers zich af, wat er misgaat met de opvoeding van jongens.
Volwassen worden gaat niet vanzelf.
Overigens kan je ook op latere leeftijd last hebben van groeistuipen.

 

 
0

OUDJAARSDAG

Reizen
 Buiten jaagt de wind stevig langs de oevers van de Rijn. De veelkleurige vlaggen op de rondvaartboten aan de kades staan strak. De meeuwen scheren over het onrustige, grijze water. Nadat we langs de Romeinse thermen zijn gewandeld zie ik  in een étalageruit dat mijn haren alle kanten op staan (of zoals George Moustaki zong: Mes cheveux aux quatres vents).
Binnen loopt even later de thermometer in de sauna op tot bijna 100 graden. Mijn haren, nat van het zwemwater, drogen aanvankelijk in hoog tempo op om vervolgens nat te worden van het druppelende zweet, zoals kaas onder hitte snel vloeibaar wordt.
We zouden nooit in de moderne versie van de thermen zijn beland als de vakbonden in Duitsland niet zoveel invloed hadden gehad. Dat is althans mijn veronderstelling.
Blijkbaar hebben de bonden ooit gedaan gekregen, dat de ambtenaren in Duitsland op de laatste dag van het jaar een vrije dag hebben. Daarom zijn alle musea in Köln niet alleen op 1 januari, maar ook op 31 december gesloten. Terwijl de stad op oudjaarsdag uitpuilt van de toeristen. Velen van hen lopen nietsvermoedend de beroemde musea af en komen daar voor een dichte deur. Met dank aan de Deutsche Gewertschaftsbund.
Gelukkig zijn er dan nog de kerken. Daarvan staan de deuren altijd open.
In Köln staat een aantal fraaie romaanse kerken met onopgesmukte, verstilde interieurs en houten altaardrieluiken, waar de houtworm na eeuwen nog geen vat op heeft gekregen.
In de beroemde Dom is er een vroegtijdige driekoningenhoogmis. We zien allerlei groepen mensen verkleed als koningen de trappen van de kathedraal op lopen. In de handen dragen zij stokken met vergulde sterren en manen. Achter één groep klimt moeizaam een aangeklede dromedaris naar boven. Tastend zoeken de vier poten de treden omhoog. Op het zuidplein zien we nog een stel gelovigen die zich als priester verkleed hebben. De religieuze gewaden waaien op in de wind. De mannen houden hun hoofddeksels vast. Het is niet voor niets dat Köln een naam als carnavalsstad hoog te houden heeft, gaat er nog door mij heen.  Even later blijkt, dat het hier daadwerkelijk de kardinaal van Köln met zijn gevolg betreft. Achterin de kerk krijgt hij zijn mijter en staf aangereikt. Als hij in het middenpad naar voren schrijdt, langs alle verklede koningen en langs een drommedaris, die zich tussen de kerkbanken geperst heeft, kan het feest beginnen. Het koor zingt O lasset uns anbeten (3x).
 En gelukkig is er ook nog de opgewekte kerstmarkt. In houten kraampjes met een hoog koekoeksklokgehalte worden mutsen, sjaals en sieraden verkocht. Groter nog is het aantal gelegenheden waar men iets kan eten en drinken, van pannenkoeken en warme chocola tot worstebroodjes en glühwein. Er is een ijsbaantje met muziek uit vroeger dagen. De schaatsers maken een ronde om het lichtgroene, meer dan levensgrote standbeeld van een Pruisische vorst te paard. De kerstmarkt is een nostalgische verzameling van alles wat er juist niet in een stad te vinden is: dennebomen met sneeuw en alpenhutten.
Nadat G zich te buiten gegaan is aan een bonte muts van zuiver scheerwol, zie ik een bijzonder paar de markt oplopen. Een goedgevulde man van in de vijftig, met vermoeide ogen onder een grijze muts, ondersteunt een graatmagere, broze vrouw van in de tachtig, die met vochtige ogen bezorgd om zich heen kijkt. Zoals de ongeoefende schaatsers zich vasthoudend aan de railing heel voorzichtig over het ijs bewegen, zo schuifelen de man en vrouw langs de kraampjes.
Ik denk dat het een ambtenaar is, die eindelijk eens een dag vrij heeft om met zijn moeder over de kerstmarkt te lopen. Misschien is het wel de laatste keer voor haar.  
 
 
0

INTERMEDIUM FÜNF

Muziek
Polen gaat een volkstelling houden. Conservatief als de regering is, moet elke Pool zich in zijn geboortedorp laten registreren. Dus gaan Agnieszka en Miroslaw uit Arnhem op weg in hun twintig jaar oude VW Golf. Het is vroeg in de nacht als zij voorbij Wroclaw in een verlaten streek panne krijgen. Wegenhulp en onderdak zijn ver te zoeken. Agnieszka is hoogzwanger en voelt de eerste weeën opkomen. Zij lopen naar een afgelegen donker huis. Het blijkt een stal blijkt te zijn. Toegesnoven door een ezel en een os wordt hier hun kind geboren.
Dit zou een moderne variant kunnen zijn van het oude kerstverhaal (de kwestie van de onbevlekte ontvangenis laat ik hier dan maar buiten beschouwing; die suggereert dat er iets mis is met alle vrouwen die bevlekt ontvangen zijn). De schrijver van de oude tekst zal geen ogenblik vermoed hebben, dat zijn verhaal eeuwen later tot het grootste jaarlijkse feest in de christelijke wereld zou leiden.
Heinrich Schütz (1585 – 1672) was een Duitse componist. Lang voordat Bach met het Weihnachtsoratorium een wereldhit schreef, zette Schütz het kerstverhaal op muziek.
Ik kende Schütz eigenlijk nauwelijks en van zijn Weihnachtshistorie had ik al helemaal niet gehoord, toen ik afgelopen zomer deelnam aan een zangweek in Tsjechië en daar met drie andere bassen de uitvoering van het Intermedium 5 uit Schütz’ werk toebedeeld kreeg. In dit deel roepen de hogepriesters en schriftgeleerden op om naar Bethlehem te komen. Daarmee gaan, zoals te doen gebruikelijk, de woorden van de profeet in vervulling.
Het heeft iets merkwaardigs om midden in de zomer een stuk van het kerstverhaal op te voeren. Maar muziekstukken voor vier bassen zijn dungezaaid. Bovendien houdt mooie muziek zich niet aan een jaargetijde. Dus voerden wij met verve en toewijding in de kloosterkerk in het Tsjechische Bechyne Intermedium 5 uit: Zu Bethlehem im jüdischen Lande, denn also steht geschrieben durch den Propheten.
Het zal daarom niet verbazen, dat in alle oproepen voor kerstconcerten dit jaar de uitvoering van de Weihnachtshistorie van Schütz door de nederlandse Bachvereniging mij in het bijzonder opviel. Het programma Muziekwijzer op Radio 4 verlootte enkele kaartjes voor het concert in Naarden onder degenen, die het juiste antwoord wisten op de vraag hoeveel klokken er in de grote kerk in Naarden hangen. Omdat iedereen natuurlijk weet, dat er vijf klokken hangen, was ik aangenaam verrast toen ik het bericht ontving dat ik tot de uitverkorenen behoorde.
En zo geschiedde het dat G en ik de afgelopen week in onze oude VW Golf naar de vestingstad Naarden trokken, waar er voor ons twee plekjes gereserveerd waren onder de preekstoel, in een soortement houten omheining als voor bijeengedreven schapen. Met het hoofd in de nek bewonderden we de 15e eeuwse schilderingen op het tongewelf (http://www.grotekerknaarden.nl/new/grotekerkNaarden.html) en met verbazing keken we naar het gooise publiek. Oudere heren, keurig in het pak, het sjieke sjaaltje losjes om de nek, wandelden met de borst vooruit om zich heen kijkend de kerk binnen, tezamen met hun blinkende eega’s, die zojuist onder de kappersföhn vandaan waren gekropen.
De complete Weihnachtshistorie bleek overigens geen stuk om over naar huis te schrijven. Minstens de helft van de tijd was de Evangelist aan het woord. Dat lijkt op het rondspelen van de voetbal achterin voordat een mooie aanval wordt opgezet. Anders dan in mijn eigen ervaring, kwam het Intermedium 5 voor de bassen hier naar voren als een donkere, onderaardse harmonie waarin de vier stemmen moeizaam te onderscheiden waren.
Voor het overige klonken de oude instrumenten en de jonge stemmen van de Nederlandse Bachvereniging prachtig. En toen wij onder een heldere maan weer naar de auto liepen waren wij geheel voorbereid op het grote jaarlijkse feest.
 
0

HET BESTE BLOG

Dagelijks
Het einde van het jaar nadert. Dus het grote omkijken en verkiezen is begonnen. Wie was de politicus van het jaar, de sportman, de oliebol, de cd? Wat was het beste interview met Badr Hari? Welke tongzoen baarde het meest opzien?
Het wachten is nog op de verkiezing van de beste gevangenis, van de oudste pater die snachts brood bezorgt bij de armen en de meest uit de hand gelopen geldinzamelingsactie. Wie was in 2013 de beste euthanasiearts en naar wie gaat de posthume prijs voor de persoon die het langst onopgemerkt dood in huis gelegen heeft?
En dat terwijl we door het jaar heen al zoveel lijstjes te verstouwen krijgen. De beste ziekenhuizen,  scholen, rechters. Ik hou overigens voor de zekerheid wel alles bij. Dan ben ik voorbereid mocht ik nog eens een heup breken of voorgeleid worden wegens openbare dronkenschap.
Films en boeken kunnen niet meer besproken worden zonder beoordeling met 1 tot en met 5 sterren.
We zaten dit jaar buiten voor een bioscoop te wachten tot we de zaal in konden gaan. Er kwam een jong stel aangefietst. Het meisje achterop keek omhoog naar de titel van de film. Ze had haar smartphone in de hand. Na een paar swipes wist zij het: ‘deze heeft een 8,2, laten we deze maar doen’.
Als je twijfelt bij het kopen van een product klik je op internet één van de productvergelijkers aan. Zo zijn er vanzelfsprekend verschillende sites die zorgverzekeringen vergelijken. De winst van 2013 is dat we nu ook een site kunnen raadplegen die alle zorgvergelijkers weer vergelijkt, een mooi voorbeeld van keuzevrijheid tot de tweede macht. Om dezelfde reden ben ik er voorstander van, dat er een verkiezing van de Verkiezing van het Jaar gehouden gaat worden.
Het zal wel komen door onze behoefte aan houvast. Tradities zijn weggevallen, autoriteiten tellen niet meer. De epiloog van Leopold Verhagen en de wekelijkse causerie van mr. G.B.J. zijn allang verdwenen. We moeten zelf uitmaken wat goed en slecht is.
Daar zit je dan achter je computer om een onbekend hotel uit te kiezen in een onbekende stad. Of als je op zoek bent naar een bank die nog wat rente geeft op je spaargeld. Die Turkse bank dan maar? Of financiert die de wapenhandel in Syrië?
Wat doe je dan? Je gaat af op wat anderen in je omgeving ervan vinden. Tenminste, tot op zekere hoogte, want je wilt toch altijd je eigen afweging maken en op sommige punten je juist onderscheiden van je omgeving.
Lijstjes en verkiezingen mogen er zijn. Maar voorlopig heb ik er even genoeg van. Ik maak alleen nog een uitzondering voor het onvolprezen AD. Zij kozen afgelopen maandag keeper Arjan van Dijk van RKC tot beste eredivisiekeeper van het vorige weekend.
Postscriptum.
De naam Arnold komt dit jaar wederom niet voor in de top 10 van jongensnamen. Gezien onderstaande illustratie uit de scheurkalender van Peter van Straten is de prognose voor 2014 onverminderd slecht.
“Hallo! Ik heet Arnold. Stomme naam, hè?”
0

SUIKERGOED EN VALSE PIJN

Dagelijks
Wij ontvingen een mail van de Waardekaart. Onder de titel Wordt dit ook voor jou de laatste witte kerst?  wil de afzender ons verleiden om mee te doen aan een suikerarm 2014:
‘Geraffineerde suiker wordt echt overal aan toegevoegd. Zoveel suiker heb je helemaal niet nodig. De bewijzen dat suiker echt slecht is voor het lichaam stapelen zich op. Suiker verstoort een evenwichtige opname van vitaminen en mineralen in je darmen en draagt bij aan: hyperactiviteit, astma, artritis, darmklachten, concentratieproblemen, vermoeidheid, verminderde weerstand, stemmingswisselingen, stress, diabetes, vitamine- en mineralentekort, zenuwziekten, migraine, stofwisselingsziekten, nierziekten……om er maar een paar te noemen’.
Let vooral op de laatste woorden achter de puntjes.

Het pleidooi mondt uit in een uitnodiging om je aan te melden voor de cursus ‘Natuurlijk Suikervrij!’ van het online platform Miss Natural. Deze cursus ‘neemt je 40 dagen aan de hand en leert je  alles over een suikervrij leven’.
Miss Natural wil niet alleen, dat je beter gaat zorgen voor je eigen lichaam. Er is ook nog een overstijgend ideaal. Door minder suiker te eten draag je namelijk bij ‘aan een grotere beschikbaarheid van landbouwgrond voor gezonde voeding’. Dat lijkt mij een mooi doel. Wie kan daar tegen zijn? Fidel Castro misschien, want die moet dan iets anders prakkizeren.
De Waardekaart is een voordeelpas, waarmee je korting krijgt op producten, ‘die waarde hechten aan mens, dier en milieu en daarom zorgen voor een betere wereld’. Met andere woorden, het gaat om marketing van duurzame producten. Wat mij betreft mogen die producten veel meer onder de aandacht gebracht worden. Maar, zo vraag ik me af, hebben zij bij Miss Natural en de Waardekaart wel eens gehoord van hoe je consumenten kan verleiden om producten te kopen?
Ooit wel eens een autofabrikant meegemaakt die zijn auto aanprijst door te waarschuwen, dat er binnenkort een wiel van je auto loopt? Of dat je midden op de snelweg door de bodem zakt? Of een wasmiddelenfabrikant die allergieën met nare uitslag en etterende builen voorspelt als je je huidige wasmiddel blijft gebruiken?

Juffrouw Natuurlijk wil dat we ons aanmelden voor de cursus om ons gedrag te veranderen. Zij probeert dit te bereiken door de gevaren van bestaand gedrag uit te vergroten. Deze campagne is op angsthazen gericht.
Uit de veranderkunde is bekend, dat mensen open staan voor een verandering als deze aansluit bij een belangrijke waarde (‘ik vind gezond eten heel belangrijk’) en bij een behoefte (‘ik zou wel wat minder suiker willen gebruiken’). Op die manier kan je mensen interesseren voor een cursus. Als de interesse is gewekt, komt er daarna nog wel wat bij kijken om mensen uiteindelijk tot koop te bewegen. Waarschuwingen en dreigementen (zie de voorlichting over alcoholmisbruik, roken, vuurwerk, etc.) hebben op zijn best alleen kennis overgebracht, maar niet tot gedragsverandering geleid.
Ik hou zelf van koekjes bij de koffie, snoepjes bij de thee, engelse dropjes tussendoor, gezoete drinkyoghurt en rijstepap met suiker. Dus een mensenkenner zal in mijn argumenten onmiddellijk de weerstand herkennen tegen verandering op dit vlak. Daar wil ik nog wel in meegaan. Maar als dat voor mij geldt, geldt dat voor veel meer mensen.

Los hiervan heb ik nog enkele vragen.
Stel nu, dat ik me aanmeld voor de cursus en keurig mijn gedrag verander. Is het daarmee afgelopen? Of ontvang ik daarna een uitnodiging voor een cursus Minder Zout, een zelfhulpboek Een Beter Leven met Onverzadigde Vetzuren, Lol zonder Alcohol, enz.? Kortom, wanneer houdt het op?
In het nieuws word je overstelpt door berichten over welke voeding schadelijk is voor de gezondheid. Wat moet je geloven, wie kun je geloven?
Ik hou me vooralsnog maar bij de Schijf van Vijf, met veel groenten en steeds minder vlees. En een beetje suiker om van te genieten. Want wie niet geniet, krijgt eerder concentratieproblemen, vermoeidheid, stemmingswisselingen en in ieder geval de meest uiteenlopende zenuwziekten.

0

IT’S NOW OR NEVER

Herinnering, Muziek
Sommige dingen moet je eenmaal in je leven doen, ook al voel je er aanvankelijk niet zoveel voor. Campari drinken bijvoorbeeld. Dat kon ik op mijn 21e afvinken. Mijn snor laten staan deed ik een paar jaar later, in jeugdige onbevangenheid. Maar het zou nog tot mijn veertigste duren voor ik mij aan karaoke waagde. Met onverwachte gevolgen.
We kampeerden met onze nog jonge kinderen op een kasteelcamping in Bretagne. De kinderen wilden graag naar een karaoke-avond. ‘Ik ga wel met jullie mee’, zei ik, ‘maar ik ga niet zingen’ voegde ik er resoluut aan toe.
Het evenement vond plaats in een grote, rechthoekige zaal van het landhuis, dat bij de camping hoorde. Aan alle vier de zijden stonden tafels en stoelen opgesteld. In de lege ruimte in het midden waren een televisiescherm, een recorder en een microfoon geplaatst. De avond werd ons aangeboden door pastisbrouwer Ricard. Een goed gebruinde jongeman met de naam van de firma op zijn shirt verwelkomde ons met een brede glimlach. Hij deelde een lijst uit met liedjes die gezongen konden worden. Deze zag er uit als de menukaart van een jukebox met nummers als A 151 en B 212. De zaal was goed gevuld met campinggasten, vooral jongeren en moeders met kinderen. Blijkbaar was dit geen festijn voor vaders.
De animo om te zingen bleek aanvankelijk niet zo groot, zodat de Ricard-man zelf de eerste nummers voor zijn rekening nam. Het ijs werd gebroken door een jonge vrouw, die na Tous les garçons et les filles de mon age van Françoise Hardy luid werd toegejuicht. Daarna volgden meer gasten. Ze zongen staccato en soms te snel de regels die op het scherm verschenen. Na afloop kreeg iedere zanger een miniflesje Ricard, een aansteker of een pet van Ricard mee.
‘Als jij iets zou zingen, welk lied zou jij dan uitkiezen?’, vroeg zoon E. Ik liet mijn blik langs de nummers glijden. ‘All my loving’, denk ik. Het begon te kriebelen bij mij. Dat zingen moest toch niet zo moeilijk zijn.
‘Je gaat toch niet echt meedoen?’, vroeg A, de andere zoon. Het was mij niet duidelijk of dit hem met zorg of bewondering vervulde.
Toen het een paar ogenblikken duurde voordat de volgende zanger zich aandiende, stond ik op en stapte met bonzend hart de lege ruimte in. De microfoon die de Ricard-man mij gaf voelde zwaar aan. Hij startte het apparaat. All my loving begint zonder intro, dus voor Close your eyes and I’ll kiss you  was ik te laat. Daarna kwam ik er snel in.
‘Olluh mai lovingk, c’est formidable’, kraaide de presentator na afloop in de microfoon, terwijl hij me een aansteker en een flesje meegaf.
In de pauze kwam er een kleine vrouw op mij af. Verlegen vroeg ze of ik samen met haar iets wilde zingen. ‘Bien sur’, antwoordde ik, ‘quel numéro’. Ze wees op Da doo ron ron. ‘Okay, à bientôt’.
‘Je gaat toch niet met haar zingen’, vroeg A ontsteld. ‘Die vrouw kan helemaal niet zingen, dat zie je zo’.
Even later stond ik met de française in het midden. Ze tuurde geconcentreerd naar het scherm, bang om een fout te maken. Ik vond het al zo vanzelfsprekend gaan, dat ik rustig om mij heen keek.
Niet lang daarna stond er opnieuw een vrouw voor me.
‘Voulez-vous chanter avec moi?’, was haar vraag. Het ontbrak er nog aan dat ze ce soir aan haar vraag toevoegde. Ze zag er prachtig uit. Ze had wat weg van zangeres Vicky Leandros (Ich hab’die Liebe gesehen beim ersten Blick in deinen Augen). Ooit hadden mijn huisgenoten op de studentenflat tegen mij gezegd, dat ik met die woorden naar Vicky Leandros keek.
Ik liet genereus de keuze van het lied aan de franse vrouw over. Het werd It’s now or never.
‘Eh voilà, un autre couple, un autre duo’, kondigde circusdirecteur Ricard aan.
It’s now or never, come hold me tight. Kiss me my darling, be mine tonight. We klonken prachtig samen door de zaal. Ik keek de française niet veel aan. Ik wilde voorkomen, dat ze de woorden letterlijk zou opvatten. Of kwam die gedachte alleen in mijn hoofd op? Ik twijfelde of ik na afloop haar zou zoenen. Ze glimlachte toen we elkaar een hand gaven.
Ik keerde met flesjes en aanstekers terug bij ons tafeltje. Daarna moest ik een volgende vrouw teleurstellen. De Ricard-man vond het welletjes. In de drukte bij het verlaten van de zaal zocht ik Vicky Leandros. Ik zag haar nergens meer. 
Teruglopend naar de tent waren mijn zoontjes het niet eens over de verdeling van de flesjes en de aanstekers. Eén flesje was bovendien al aangebroken – rara, wie had dat gedaan?
Ik stond weer met beide benen op de grond.
 
 
 
 
 
0

OUDEREN RIJDEN STEEDS VAKER DOOR ROOD

Dagelijks
 
 
OUDEREN RIJDEN STEEDS VAKER DOOR ROOD
 
Forse toename ongevallen
 
Hilversum – Oudere voetgangers en fietsers negeren steeds vaker  rode verkeerslichten. Het aantal ongelukken vanwege het niet stoppen voor een rood licht is de afgelopen drie jaar gestegen met 90%. Dit blijkt uit cijfers van Veilig Verkeer Nederland.
 
 
 
Dit is een verzonnen krantenbericht, maar als mijn indrukken niet bedriegen, kunnen we een dergelijk bericht de komende jaren verwachten.
Door rood licht gaan komt al jaren op grote schaal onder fietsers en voetgangers voor. Waarom wachten als er geen verkeer komt? Bovendien hebben we een hekel aan regels die anderen ons opleggen. We kunnen zelf wel bepalen of we veilig voor onszelf en voor anderen kunnen oversteken.
De gezagsgetrouwe ouderen, voor de oorlog geboren, waren tot nu toe een uitzondering. Zij bleven keurig wachten op het groene licht.  Nu ook de naoorlogse generatie, gewend aan autonomie en eigen keuzes, oud wordt, zullen ook ouderen steeds vaker rode stoplichten negeren, met alle risico’s van dien. Want ouderen horen niet alleen slechter, zij zien slechter en hun reactievermogen is een stuk minder dan van de jonge student, die – ‘foutje, sorry!’ – op zijn omafiets behendig met een boogje een andere fietser ontwijkt. En dan heb ik het nog maar even niet over de electrisch voortgedreven fietser die in hoge snelheid even niet oplet of over de scootmobielrijders, die overal doorheendenderen omdat anderen maar rekening met hun handicap moeten houden.
Een paar jaar geleden al zag ik kardinaal Simonis in Utrecht op de hoek van de Maliebaan en de Nachtegaalstraat over een zebrapad fietsen en daarbij een rood voetgangerslicht negeren. Meer dan alle bovenvermelde voorbeelden heeft dat mijn ogen geopend. Hier is een niet meer te stuiten trend ingezet met gevaarlijke kanten.
Ooit werd ik na het rijden door een rood licht aangehouden door een agent van de motorbrigade. Het was een frisse maandagmorgen. De agent gespte het riempje van zijn helm los, als om zich een wat vriendelijker uiterlijk te geven, maar hij hield de helm op. Hij wreef zijn gehandschoende handen. Het was zo’n ochtend waarop de adem zichtbaar de mond verlaat. Ik kon niet ontkennen dat ik tegen de verkeersregels gezondigd had. De motoragent was echter in een milde stemming. Hij vertelde dat men besloten had om niet meteen tot bekeuring over te gaan, maar om eerst een motiverend praatje te houden. Ik ontspande direct en wachtte vol goede moed zijn motiverend praatje af. Dat bleek wat anders van inhoud dan de motiverende gespreksvoering die ik vanuit de hulpverlening ken. Eigenlijk was het gewoon een ouderwetse preek. De kern van zijn betoog was, dat ik als volwassene een verantwoordelijkheid draag naar ‘de jeugd’. En dat de jeugd mijn slechte voorbeeld zou volgen. Ik bracht ertegenin, dat ik het lang had volgehouden om te wachten voor rood, maar dat er meermalen jongere fietsers achter tegen mijn spatbord gebotst waren omdat ze niet verwachten dat er ook maar iemand blijft staan voor het verkeerslicht. Dit sloeg even een bresje in zijn praatje. Hij bleef echter zijn best doen. Het kwam mij voor dat het besluit tot het houden van het motiverende praatje nog vrij vers was.
Hoe kunnen we bevorderen, dat weggebruikers het rode stoplicht respecteren?
De beste maatregel lijkt mij dat het aantal verkeerslichten met tenminste 50% verminderd wordt. Dat zal  de eigen verantwoordelijkheid en oplettendheid van eenieder aanzienlijk verhogen. Op kruispunten met veel verkeer kunnen verkeersregelaars uitkomst bieden, zoals recente ervaringen in het Utrechtse stationsgebied laten zien.
Voor ouderen kan overwogen worden om het SH plaatje voor SlechtHorenden weer verplicht te stellen (deze plaatjes zijn voor € 7,62 te koop bij de Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden).
Laten we dan gelijk maar plaatjes invoeren met SZ (slechtzien) en ET (eigengereide types).
Veilig Verkeer Nederland overweegt een harde voorlichtingscampagne (‘door rood rijden kan dodelijk zijn’ met afschrikwekkende foto’s). Zolang die campagne er nog niet is, wil ik mijn verantwoordelijkheid als blogschrijver nemen. Vandaar dit motiverende praatje.
0

SLIMME OPLOSSINGEN

Dagelijks
Onder het avondeten vertelde mijn vrouw over een vraagstuk op haar werk.
‘Hebben jullie de analytische competenties om voorspellende inzichten uit data te halen?’, vroeg ik haar.
‘Wat bedoel je?’, vroeg G.
‘Zijn jullie in staat te transformeren naar een organisatie die actief waarde haalt uit informatie en op basis daarvan slimme beslissingen neemt?’, vroeg ik verder.
Haar gezicht betrok nu.
‘En kunnen jullie dan vanuit het samenspel van mensen, processen en technologie geavanceerde analysetechnieken toepassen, die bijdragen aan waardenbesparingen én creatie?’
‘Wat is er met jou aan de hand?’
‘Ik citeer uit een reclame die ik net op de radio hoorde’.
Ik was aan het koken. Dan luister ik meestal naar het Radio 1 Journaal. Ik had me net afgevraagd of een lijk van tien jaar oud nog geur zou afgeven, toen in het reclameblok een zelfverzekerde mannenstem verkondigde hoe de experts van Cap Gemini bijdragen aan waardenbesparingen én creatie. ‘Kijk hoe wij dit waarmaken op capgemini.nl’, gevolgd door de afsluiter: ‘Cap Gemini, people matter, results count’. Ter herinnering: Cap Gemini is het ICT-bedrijf dat een jaar geleden zo’n 350 medewerkers ontsloeg en aan de oudere medewerkers vroeg om vrijwillig 10% salaris in te leveren. Waarschijnlijk wordt dit bedoeld met slimme oplossingen.
Ook Athlon Carlease en andere dienstverleners adverteren met slimme keuzes. Detacheringsbureau Yacht heeft alweer een nieuwe term geïntroduceerd: wendbaarheid. Terwijl ik in de keuken mijn best doe op een champignonsaus, begint er op de radio een stel te bekvechten. De man introduceert een probleem, waarop de vrouw als een kapotte grammofoonplaat blijft roepen: ‘je moet schakelen! Je moet schakelen!’
Ach, reclames inspreken is ook maar een baantje.
Op televisie bestaan de reclameboodschappen nog wel eens uit grappige filmpjes. Daar kan je op stemmen als je ze leuk vindt. Radioreclame is niet leuk. De reclame is teveel afhankelijk van de tekst. Daarom hoor je regelmatig Groningse of Haagse accenten. Sommige stemmen hoor je in diverse reclames, zoals die kolossale mannenstem die uitroept: ‘Zuid-Limburg! Je zal er maar wonen!’.
Mijn sympathie gaat uit naar de Stichting Wakker Dier. Die hebben de term ‘plofkip’ uitgevonden. Een woord dat alles zegt. Een slimme reclame mag je wel zeggen.
De feestmaand december is in aantocht. We kunnen ons daarom weer verheugen op de spotjes voor goede doelen. Al een paar jaar lang worden we in die maand dagelijks veelvuldig geteisterd door de reclame van de stichting MS Research. Bekende nederlanders van onbesproken gedrag roepen op om het werk van de stichting financieel te ondersteunen. Vanwege de moeilijke combinatie van s’en en r’en in de naam hebben ze daartoe vooral nieuwslezers ingeschakeld, zoals Gijs Wanders, Maartje van Wegen en Rob Trip.
Uit narrigheid heb ik een keer een mail naar de stichting gestuurd. Dat ik het doel van de fondsenwerving nobel vind, maar dat geen haar op mijn hoofd erover piekert om maar één cent te doneren aan een club die zoveel van zijn verzamelde geld weer aan radioreclames uitgeeft. Ik kreeg een keurig antwoord terug over het belang van het werk en over de goedkeuring van de accountant.
Waarschijnlijk hebben ze een duurbetaalde expert van Cap Gemini in huis gehad om te adviseren over waardencreatie.
 
0

HERFSTGEDACHTEN

Dagelijks
Voor ons huis staan hoge platanen. Huizenhoog is het woord, dat hier wel op zijn plaats is, want de bomen steken ruimschoots boven de hoge daken uit. In de zomer bieden de platanen koelte in huis. In de herfst moeten we aan het werk. Dan dwarrelen de bladeren in grote aantallen op het dak en verstoppen de goten en de randen van de dakramen. Als ik het blad niet verwijder, dan wordt  het regenwater bij een forse bui niet snel genoeg afgevoerd. Dan zoekt het water zijn weg onder de pannen en druppelt het ergens op zolder naar beneden.

Daarom stap ik in de herfst regelmatig uit het raam op de tweede verdieping aan de achterzijde. Via een klein balkonnetje klim ik vervolgens op de dakkapel. Vandaaraf kan ik de bladeren van dakraam 1 verwijderen. Daarna stap ik langs de dakgoot naar dakraam 2. Een klein, maar stevig randje biedt mijn handen houvast. Zo balancerend en me uitrekkend op die dakgoot kan ik de meeste bladeren verwijderen.
Dat balanceren heb ik ooit geleerd tijdens het plukken van gieser wildemannen in de tuin van het ouderlijk huis. Om de peren, die aan de buitenkant van de boom hingen, te kunnen plukken, ging ik met één been op de ladder staan. Me vooroverbuigend, met de grijze, veelvuldig verstelde plukschort vol met oogst vervaarlijk bungelend om mijn nek, haalde ik dan met de ene hand een tak naar mij toe om met de andere hand de peren te kunnen plukken. Ik stelde me wel eens voor, dat ik geïnterviewd zou  worden over deze acrobatische wijze van plukken. ‘Als ik niet bij de peer kan, dan moet de peer maar naar mij toe komen’, had ik dan als leidend motief willen meegeven. Dat er nooit eens een langsfietsende journalist is gestopt om mij te interviewen, is wellicht een van de dieperliggende gronden achter dit blog.
In het ruimen van de herfstbladeren word ik door hetzelfde motief geleid. Elk blad is voor mij een uitdaging. Het risico vind ik aanvaardbaar, al ligt bij nat weer een uitglijder altijd op de loer. Schoenen met gladde zolen zijn vanuit arbo-perspectief dan ook niet aan te raden. Drie meter onder mij is een balkon. Naar beneden vallen is dan één ding. Maar je zult zien, dat, als je daar beneden op apegapen ligt, er net wel een journalist langs komt.

De afgelopen week heb ik vijf aangestampte gft-bakken van 40 liter vol bruin blad-in-ontbinding van het dak gehaald. Zoveel gft-bakken heb ik natuurlijk niet. Daarom loop ik iedere keer als de bak vol is naar de straat beneden en stort de inhoud aan de voet van de platanen uit. De bladeren gaan terug naar waar ze vandaan komen. Ze vormen nieuw voedsel voor de bomen. Ik hou mijzelf voor, dat ik op deze wijze bijdraag aan een zinvolle kringloop. Het vochtige weer helpt hierbij.
Der graue Nebel tropft so still herab auf Feld und Heide
Als ob der Himmel weinen will in übergrossen Leide

(Hermann Allmers, Spätherbst, op muziek gezet door Johannes Brahms).

Dat klinkt toch bijna even mooi als Het is weer voorbij die mooie zomer van Gerard Cox (die ’s nachts allang weer zijn pyjama aanheeft).
Maar de tip van deze week is toch Herbst van Franz Schubert (tekst Ludwig Rellstab). Dat is romantiek zoals romantiek bedoeld is:
http://youtu.be/1oJWk3DschM

Van alles wat ik ooit nog een keer zou willen zingen, en dat is veel, gooit dit lied hoge ogen. Mocht ik dit eens kunnen uitvoeren, dan zou mijn leven weer een stukje rijker zijn.

Ach, wie die Gestirne am Himmel entfliehn
So sinket die Hoffnung des Lebens dahin!
Kalt über den Hügel, rauscht, Winde, dahin!
So sterben die Rosen der Liebe dahin

Ik kan het ook niet helpen, maar dit soort dingen komt in mij op als ik  daar bovenop de dakgoot sta.