Schrijven, Lezen, Leven.
0

LANGS DE ELBE

Reizen

Vanaf een uitzichtpunt in Hamburg Altona zien wij de rivier voor de eerste maal. Beneden ons ligt de brede, blauwgrijze baan. Hij vertakt zich verschillende malen, naar diverse kanten, alsof het water nog niet weet waar het heen wil. De Elbe houdt met al zijn armen de stad in de greep. De avondzon scheert over kades en kranen, opslagtanks, industriële complexen, chemische installaties en bruggen. De economische longen van de stad.

Het vakwerkhuis uit 1663 is opgetrokken uit brede, rode bakstenen. De balken in de gevels zijn witgeverfd, zij zijn wat kromgetrokken. Als ik hotel Zum Alten Schifferhaus in Lauenburg binnenstap heb ik de neiging om te bukken voor de lage, donkere balken. Aan de straatzijde valt spaarzaam licht door de kleine ramen. Er hangen foto’s van zeilschepen. In de gelagkamer aan de achterzijde zie je dichtbij de Elbe stromen. Een straffe wind beroert het water, de vlaggen op het terras staan strak. Hier ontvangt men al eeuwen gasten. Hier legden schepen aan, hier werd geladen en gelost, hier werd gehandeld. In het spoor van al die naamlozen bestellen we ons eten en doen wij in een kamer met een aflopende vloer het licht uit om te gaan slapen.

We fietsen over een smalle, lage dijk. Het is een koele zomermorgen, de zon schijnt uitbundig. We horen slechts het zacht knersende geluid van de banden op het steenslagpad. Links van ons liggen de boerderijen met hun brede voorgevels. Rechts van ons de groene uiterwaarden, waar hoog gras, riet en struiken woekeren tussen een enkele hoge eik, een scheefgezakte wilg, een omgevallen kale boom. Daarachter het spiegelgladde water van de rivier dat het blauw van de lucht weerkaatst. Heel het landschap ademt rust en stilte. Een plaatje voor een rouwkaart. Ik voel mij hemels, alleen de zitbotjes op het zadel en mijn gevoelloze vingers aan het stuur herinneren mij aan mijn aards bestaan.

DDR-Wachttoren werd uitkijktoren

In een bocht van het pad staat een gedenkteken. Onder een afbeelding van het ijzeren kruis, het onderscheidingsteken van de nazi-Wehrmacht, worden de namen vermeld van vijfentwintig Duitse soldaten die gestorven zijn bij de slag om een spoorbrug in april 1945. Verder stroomopwaarts klauterden Bill Robertson vanaf de westelijke oever en Alexander Silwaschko vanaf de andere zijde op 25 april 1945 over de restanten van de ingestorte Elbebrug bij Torgau en vielen elkaar in de armen.

Onder Lenzen heeft men een paar voormalige wachttorens van de DDR laten staan. Ook hier staat een gedenkteken voor de gevallenen. Voor de mensen die probeerden om zwemmend het Westen te bereiken en die door hun eigen staat werden neergeknald.
In 1989 werd binnen vier weken na het vallen van de muur de veerpont tussen Lenzen en Prevestorf weer in de vaart genomen. De waterversie van het ijzeren gordijn verdween, oost en west werden weer verbonden.
De rivier stroomde erlangs. De rivier stroomt altijd door.

Elbe Radweg, Hamburg – Dresden, 650 km, 13 – 23 juni 2022.

0

TAALTEST

Dagelijks

Wat is de juiste schrijfwijze: bloknoot of blocnote?
Heeft een boot een lijzijde of een leizijde?
Wat is het meervoud van landgraaf?
Hoeveel r’en en s’en zitten er in het woord banencar(r)ous(s)el?
Het woord advocaat, in de zin van raadsman, wordt geschreven met een c, maar geldt dat ook voor het gele drankje dat onze tantes vroeger uitlepelden?
Het is een relaxte dag, maar ben je dan zelf relaxed of relaxt?
Al jarenlang onderwerp ik mij iedere werkdag vrijwillig aan de taaltest op www.beterspellen.nl. In vier meerkeuzevragen wordt mijn kennis van schrijfwijze en grammatica getest. Van meervoudsvormen, gebruik van leestekens, uitdrukkingen als ‘te kwader trouw’, hoofdlettergebruik en gebruik van de tussen-n of -s. Ik doe mee in de hoogste categorie, wat betekent dat mij de meest vreemde en uitzonderlijke woorden worden voorgelegd.

Ooit zat ik enthousiast met pen en papier klaar voor het jaarlijkse Groot Dictee der Nederlandse Taal, de schrijfproef die van de tv naar de radio is verhuisd (met een d). Ik maakte altijd meer dan dertig fouten en dat motiveert niet. Na het przewalskipaard ben ik afgehaakt. In de test van Beter Spellen scoor ik rond de negentig procent, dat geeft me tenminste nog het idee dat ik mee kan komen, zeker als ik mijn scores met die van anderen vergelijk.
Wat te doen met verbuigingsvormen van werkwoorden als erondergaan? Ga ik er onder door, eronderdoor of eronder door? En wat doen we in Nederland toch moeilijk met woorden die we uit het Engels overnemen. Ik weet nu dat je in het Nederlands royalty’s schrijft (in het engels: royalties). Een digitaal programma dat vernieuwd is heet geüpdatete software maar je spreekt het bijvoeglijk naamwoord uit als geüpdete! Diskjockey of discjockey, gooi het maar in mijn pet. A4’tje of A4-tje. HAVO of havo. Er is genoeg om over te struikelen.

Waarom pijnig ik mijzelf iedere dag weer met dit soort dilemma’s? Is de schoolmeester met het rode potlood in mijn hoofd blijven zitten? Wil ik houvast in een voortdurend veranderende wereld? Of probeer ik mijzelf te bewijzen dat de achteruitgang nog niet is ingezet?
Mijn scores gaan niet vooruit, ook niet achteruit. Maar ik weet nu tenminste hoe ik een negligeetje moet afkorten. En dat je korset met een -k- schrijft en corselet met een -c-. Dat kan nog wel eens van pas komen. Al zou ik het verschil tussen die twee niet kunnen uitleggen.

—————–
De komende twee weken ben ik even weg.

5

SAMEN

Dagelijks

De kerk is in het grondpatroon vierkant. Vanuit elke hoek loopt er een reusachtige stalen bint diagonaal omhoog. Zo vormen de binten een hoog, vierzijdig puntdak. Het gebouw uit de jaren zeventig heeft kale muren van gele stenen. De stoelen lijken er al vijftig jaar te staan.
Deze morgen zijn ze bijna alle bezet. Mannen en vrouwen, kinderen en ouderen, in zondags pak, in vrijetijdskleding. Ernstige en ontspannen gezichten, in zichzelf gekeerd of rondkijkend.
Eén zijde van het vierkant bestaat uit een podium. Links en rechts staan twee manshoge planten, daartussen een even hoge brandende kaars en twee gestileerde houten spreekgestoelten. Bij een ervan staat de dominee, een vrouw van rond de vijftig. Zij is gekleed in een sober crèmekleurig gewaad, dat er voor mij, als voormalig katholiek, uitziet als een kazuifel zonder opsmuk. Als een modern acteur draagt zij een nauwelijks zichtbare microfoon rond haar hoofd.

Zij spreekt de gemeente toe, langzaam en duidelijk, in een taal die ieder kan begrijpen. Over wind en tegenwind, aankomen en afscheid nemen, bergen en dalen. Het woord troost valt meermalen, nog vaker de woorden samen en elkaar. Zij leeft zich in in haar toehoorders: ‘misschien heeft u wel…; misschien denkt u wel…’ Ze geeft bevestiging: ‘dat is ook zo, dat gemis dat blijft.’ Als ik de verwijzingen naar bijbelteksten wegdenk, dan zijn haar woorden een psychologische peptalk: aanvaard de pijn in het leven.
Maar, misschien, zo denk ik, halen de gemeenteleden nog wel meer steun uit het gevoel van gezamenlijkheid en dan vooral het samen zingen. Er wordt meer gezongen dan gesproken. Iedere kerkganger heeft bij het binnenkomen een liedboek meegekregen. Een bord boven het podium geeft aan welk lied aan de beurt is. De organist speelt de noten van de laatste regel als intro, dan valt de gemeente in, iedereen, uit volle overtuiging. ‘Het woord dat u ten leven riep’ (nummer 316). Mijn katholieke moeder zei het ooit al: ‘die protestanten kunnen zingen!’ Ik zing alles mee. Ik heb er wel tevoren voor moeten oefenen.

De protestantse kerk in Midsland-Noord

Hoe ben ik daar terecht gekomen? Ik die van mijn geloof gevallen ben en nog nooit een protestantse dienst heb bijgewoond?
Ik deed de afgelopen weken een project bij Trajecti Voces, een barokkoor uit Utrecht. Wij studeerden een programma in met liederen uit de Italiaanse barok. Onderdeel van het project was een oefenweekend in Midsland op Terschelling. Daar maakten we gebruik van de accommodatie van ET 10, een protestantse gemeente. Als wederdienst zongen we tijdens de samenkomsten enkele klassieke liederen passend bij Hemelvaart en Pinksteren en gaven wij de gezangen uit het liedboek meerstemmigheid mee.
De kerk is genoemd naar een grote, rode boei, nummer ET 10. De symboliek mag duidelijk zijn.
Het was afgelopen zondag Wezenzondag, zo leerde ik van de dominee. Jezus mag dan wel naar de hemel gevaren zijn, hij heeft ons eerst nog bemoedigend toegesproken. Joh. 14, vers 18: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u terug. Want ik leef en ook gij zult leven.’ De gemeente ging aan de gezamenlijke koffie en de dominee zwaaide ons bij de deur buiten blijmoedig uit.

Hierbij een stukje uit een repetitie van een klein ensemble waarin mij, als bariton, de lage tenorpartij was toebedeeld: Arse cosi per voi van Alessandro Striggio.

 

0

WANDERN

Reizen

Prüm, Eifel

Het was uitgestorven in de Eifel, toen G. en ik daar, al bijna twintig jaar geleden, een week lang van plaats naar plaats wandelden. De wind ruiste door de toppen van de sparren, beekjes kabbelden door bloemrijke dalen en hoog boven ons maakte een buizerd zijn katachtig geluid. In de dorpjes onderweg was het stil. Ruh im Kuhstall. Een enkele oudere werkte in zijn tuin. Cafés waren gesloten, winkelpanden stonden te huur aangeboden. In een Konditorei, waar wij de enige gasten waren, haastte de serveerster zich om enkele versleten kussentjes op de stoelen te leggen en een verkleurd kleedje over de tafel. Ook in de hotels of pensions zagen wij geen andere gasten. Eenmaal werd het restaurant speciaal voor ons geopend. Het zal niet verbazen dat wij op de uitgestrekte bospaden geen mens ontmoetten. Ook op een met Europees geld aangelegd fietspad, een zwart lint door de groene natuur, kwam niemand ons tegemoet. En dat terwijl Duitsland toch het land is waar het wandelen in de natuur zo’n beetje is uitgevonden.

Das Wandern ist des Müllers Lust, das Wandern, dichtte Wilhelm Müller begin negentiende eeuw, een tekst die door de compositie van Schubert wereldfaam kreeg. De toenemende industrialisatie in die eeuw zorgde voor een grote belangstelling voor de natuur. Wandelpaden werden beschreven en de eerste toeristische verenigingen werden opgericht. Duitsland was een pionier op dit gebied. Het land kan zich nu beroepen op een uitgestrekt net van goed beschreven wandelpaden, voor de langere en de kortere afstanden, voor elk type wandelaar. Er is om alles gedacht. Genoeg Wanderparkplätze. Op elke kruising zie je de bordjes en gekleurde tekens die je probleemloos door het land leiden. Talrijke bankjes bieden de vermoeide wandelaar rust en om de zoveel kilometer is er een Anfahrpunkt für Rettungsfahrzeuge. De vele afvalbakken moeten ervoor zorgen dat het land sauber blijft.

Kort geleden waren we weer in de Eifel, ditmaal met onze kleindochters van elf en negen. Het is er nog altijd stil en je kunt er mooi wandelen. Maar de meisjes hebben vorig jaar Alpentoppen beklommen, dus een langgerekt bospad kon hen niet echt meer bekoren. Mij ook niet trouwens. Het mooiste aan een bos vind ik de plek waar je het bos weer verlaat. Niettemin liepen zij opgewekt mee tijdens enkele rondwandelingen. Onderwijl werden wij onderwezen in de leukste digitale filmpjes (over een krokodil die het very disrespectful vindt als je hem vraagt of hij zijn handen wil laten zien). Daarna vertelden zij over de toestand van de eenden in het voorjaar. En leerden wij welke hondjes zij het meest schattig vinden. Al haalden al die beesten het niet bij het innemende roodbruine eekhoorntje dat live om de hoek van de vakantiewoning kwam kijken en hoge kreten van ontroering ontlokte. Dichter bij de natuur konden we niet komen.

0

KORDAAT OPTREDEN

Herinnering

Wij hebben een nieuwe aanwinst. Hij hangt boven de kast in de huiskamer. Op het schilderij zien we een straat met links en rechts huizen. Het lijkt een tafereel van lang geleden. De weg is niet bestraat, er rijdt geen verkeer. De zon schijnt vriendelijk, er lopen enkele mensen. Misschien is het vooral de lijst met zijn vele krullen die aan vervlogen dagen doet denken.
Het is geen bijzonder schilderij. Er straalt rust van uit, maar er is weinig dat de aandacht wat langer vasthoudt. De mensen zijn ver weg en anoniem, wij kijken hen op de rug. Toch is het mij dierbaar. Het is een schilderij van de Dorpsstraat in Vleuten, mijn geboortedorp. Het moet zo rond de jaren twintig van de vorige eeuw geschilderd zijn door een onbekende meester. Het komt uit de nalatenschap van mijn ome Arie en er zit een verhaal aan vast.

Arie was een broer van mijn moeder. Hij werd geboren in 1915, als jongste zoon in het gezin van Arie en Hilletje Ekelschot. Arie sr. had een klein boerenbedrijfje dat net voldoende opleverde om de zes kinderen te eten te geven. Toen zoon Arie van school af kwam ging hij aanvankelijk aan het werk bij zijn vader. In de winters, als er minder werk was op de boerderij, werkte hij net als vele andere katholieke boerenzonen bij de SOL, de Stichtse Olie- en Lijnkoekenfabriek in Utrecht. Het werk kon hem niet echt bekoren. Datzelfde gold voor het melken van koeien. Hij had vier oudere broers en geen van hen had interesse gehad om het zieltogende bedrijfje van hun vader over te nemen. Arie’s grote wens was om politieagent te worden, net als zijn oudere broer Adriaan. Enkele jaren later, op zijn bruiloft, zou zijn familie hem toezingen: Agent worden wou hij met geweld. Zijn kansen waren echter klein, het was halverwege de jaren dertig, de werkloosheid was op een hoogtepunt. Maar Arie hield van aanpakken en hij was voor de donder niet bang. In het najaar van 1936 schonk het lot hem de gelegenheid om dat te laten zien.
Hij hoorde de buurvrouw gillen dat een van haar kinderen in de Molenvliet gevallen was. Arie aarzelde geen moment, sprong gekleed het water in, haalde het jonge meisje dat onder water was verdwenen op het droge en zorgde ervoor dat ze weer ging ademen. Op 27 januari 1937 berichtte de Woerdensche Courant:
Vleuten – Vanwege den Ned. Bond tot Redding van Drenkelingen is aan den heer A.M. Ekelschot een diploma en een onderscheidingsteken uitgereikt in verband met diens kordate optreden bij het redden van een kindje uit de Molenvliet.
Het getuigschrift spreekt van ‘bijzondere verdienste bij het wederopwekken der levensgeesten.’ Ook de burgemeester wilde zijn erkentelijkheid tonen. Hij schonk de jonge held het schilderij van het dorpsgezicht, waarop ik nu, terwijl ik dit stuk tik, kan uitkijken.
Het slot van deze geschiedenis was, als we de verhalen uit de familie mogen geloven, dat hij uit een grote groep met kandidaten werd gekozen voor een baan als politieagent in Hilversum en dat zijn oorkonde daarbij de doorslag had gegeven.

1

AFFICHE

Dagelijks

Fietsend op weg naar de bakker valt mijn oog op een raam dat in beslag genomen wordt door een affiche met de tekst: Een andere man is geen haar beter. Ik kijk nog eens om. Het staat er echt, ik heb het goed gelezen. Vol verbazing herhaal ik de tekst voor mijzelf. Wat beweegt iemand om een raam af te plakken met deze tekst?

Bron: www.by-mar.com

Is het een vrouw die na meerdere stukgelopen relaties aan de wereld wil laten weten wat zij daaruit geleerd heeft? Iemand bij wie de frustraties hoog zijn opgelopen en die een blijkbaar onbedwingbare behoefte heeft om anderen te behoeden voor de fouten die zij gemaakt heeft? Je geeft jezelf wel bloot op deze manier.
Of zou het een ongetrouwde en streng-gelovige man of vrouw zijn, die zich groen en geel ergert aan mensen die al te gemakkelijk scheiden en daarna weer snel een nieuwe relatie beginnen? Dit lijkt me niet waarschijnlijk. Dan zou je eerder een bijbels citaat over trouw en standvastigheid verwachten.
In de feministische golf van de jaren zestig en zeventig was er een radicale groep vrouwen die een liefdesrelatie met een man hadden afgezworen. Je gaat niet met je onderdrukker naar bed, was het parool. De man was het symbool van de macht, van alles wat fout ging in de wereld, daar moest je verre van blijven. Ik weet echter niet of er onder de jonge vrouwen van de eenentwintigste eeuw nog dergelijke feministes voorkomen.
Er komen steeds meer vragen bij mij op. Zou Een andere vrouw is geen haar beter ook bestaan? Voor al die relatiehoppende mannen die maar vinden dat zij onvoldoende aandacht krijgen?

Nieuwsgierig geworden kijk ik thuisgekomen op internet. Ik vind de betreffende tekst al snel op sites van firma’s die grappige ansichtkaarten verkopen. Op een setje van tien kaarten krijg je nu € 5 korting. Men heeft dus nog een grote voorraad in huis. ‘Inclusief gerecyclede envelop’, staat erbij. Voor enveloppen geldt blijkbaar een ander regime dan voor mannen.
In dezelfde serie bestaan ook: ik heb geen man nodig om mijn problemen op te lossen. Ik heb er een nodig die zelf geen probleem wordt. En de leus die alle andere overbodig maakt: soms is het gewoon kut. Kan je ook als affiche op je raam plakken.

Eén website geeft nog een toelichting op de man die geen haar beter is: vrouwen kunnen deze kaart aan hun man geven om hem eraan te herinneren dat hij heus niet de ergste is. Die uitleg zette mij opeens op een ander spoor. De kaart zou juist door mannen gebruikt kunnen worden! Om te voorkomen dat hun vrouw al te veel naar andere mannen kijkt. Of, nog beter, om hun eigen fouten te relativeren. Zo kan ik, als ik weer eens iets vergeten ben en daar door G. op gewezen wordt, luchtigjes opmerken: ach, een andere man is geen haar beter.

0

4 MEI

Dagelijks

Ilse Weber

Ilse Weber. Ik had nog nooit van haar gehoord. Zij was een Joodse schrijfster en componiste, geboren in Tsjechië. In 1942 werd Ilse Weber gedeporteerd naar het concentratiekamp Theresienstadt. Daar werkte zij als ziekenverpleegster op de kinderafdeling. Zij schreef en componeerde hier een aantal liederen, zoals Ich wandre durch Theresienstadt. In 1944 werd zij op transport gesteld naar Auschwitz, waar zij om het leven kwam. De gedichten en liederen van Weber stonden deze week centraal tijdens een herdenkingsbijeenkomst in de Torenpleinkerk in Vleuten.

Na de bijeenkomst liepen de aanwezigen in een stille optocht door het dorp, voorafgegaan door twee muzikanten die een langzaam ritme sloegen op zwart omfloerste trommels. We kwamen langs het huis, waar  mijn ouders destijds woonden. Hier stond mijn vader boven uit een raam te kijken hoe Duitse soldaten de deuren afgingen om mannen te ronselen. Hier heeft hij zich angstig afgevraagd wanneer zijn beurt zou komen. Zijn schuilplaats was gereed. Een koffer om te vluchten stond klaar. Hier heeft hij zich in zijn moestuin plat op de grond gegooid als de Engelse vliegtuigen die de spoorlijn bombardeerden weer eens dichtbij kwamen. ‘Hoeveel bommen zijn er al niet gevallen en wat hebben de Engelsen ermee bereikt?’, verzuchtte hij. Hier heeft hij de boom staan zagen en hakken die hij uit het park van kasteel De Haar had gehaald.
De stille tocht eindigde bij een plantsoentje tegenover de kerk, bij het monument ter herdenking van de twee Vleutense verzetsstrijders die in 1944 zijn gefusilleerd. Het ontwerp van het beeld van een mannentorso die een slang de nek omdraait was vlak na de oorlog driemaal door de Provinciale Commissie voor Oorlogs- en Vredesgedenktekens in niet mis te verstane woorden afgekeurd. Enkele jaren later hebben de lokale initiatiefnemers in een zaterdagse nacht het beeld alsnog op zijn sokkel geplaatst. ‘Je kunt de illegaliteit toch niet beter eren dan met een illegaal monument’, zo werd gezegd.

Midden achter het oorlogsmonument met de militairen

Deze week stonden er vijf militairen voor het monument, in vol ornaat, de borst getooid met een serie medailles, de petten diep over het voorhoofd getrokken, de blikken strak vooruit gericht. Bij het ingaan van de twee minuten stilte sloeg de klok van de katholieke kerk achter ons eerst nog acht forse slagen. In de oorlogsjaren hadden de Duitsers de klokken meegenomen. Toen moest de koster telkens de hoge toren inklimmen om met een hamer op een oude spoorrail te slaan.
Het werd stil in het plantsoentje. De wind was gaan liggen. Alleen een mees liet zich horen in het door late zonnestralen beschenen frisse, lentegroen. De tijd stond even stil, zoals alle aanwezigen onberoerd naast elkaar stonden, ieder met de eigen gedachten en toch verbonden. De dirigent van de harmonie keek om naar de organisatie, in afwachting van het teken dat hij het Wilhelmus kon inzetten. Toen het zover was bliezen de instrumenten schuchter en zacht de eerste maten. Ik was ontroerd.
Ik ben van even na de oorlog. Maar hoe ouder ik word, hoe dichter mijn geboortedatum bij de oorlogsjaren komt, hoe dichter ik zelf bij de oorlog kom.

0

VAN GOD LOS

Herinnering

Het Tweede Vaticaans Concilie

De opening van het Vaticaans Concilie had op mij als tienjarige zoveel indruk gemaakt, dat ik urenlang bezig was een kalligrafische weergave te maken van de openingsdatum. Met gekleurde potloden trok ik talloze lijnen rond de cijfers 11-10-1962 om de grootsheid van de gebeurtenis te onderstrepen.
Ik was een volgzame jongen, iedere zondagmorgen ging ik zonder morren naar de kerk. Tijdens het kamp van de verkenners in 1965 was ik zelfs iedere ochtend bij de mis die de aalmoezenier in de grote tent opdroeg. Ik ergerde me aan jongens die dit niet deden.
Die eerste jaren na het begin van het concilie was er in de Vleutense parochie nog niets te merken van de vernieuwing die het concilie in gang had gezet. Pastoor Beutener was op leeftijd, hij hield zich aan wat gebruikelijk was. Pas op de middelbare school kwam er in het godsdienstonderwijs iets van een frisse wind. De leraar behandelde de grote wereldgodsdiensten en de denkbeelden van progressieve theologen. Ik liet het langs mij heengaan.

In het item Beeldreligie werd de TV vergeleken met God

Op de tentoonstelling Van God los in het Catharijneconvent in Utrecht is het Tweede Vaticaans Concilie het beginpunt van de grote veranderingen in de katholieke kerk in de jaren zestig. Het altaar in de kerk werd omgedraaid, zodat de priester en de gelovigen elkaar aan konden kijken. Dat was meer dan een symbolische verandering. De aandacht diende niet louter naar boven gericht te zijn, naar God, maar evenzeer naar de medemens. Een eigen geweten en een persoonlijke manier van geloven kwamen in de plaats van het gehoorzame volgen van de kerkelijke dogma’s. Het had grote consequenties. De parochianen gingen niet meer elke zondag naar de kerk, de biecht verdween, net als het askruisje, het lof, de sacramentsoptocht, enz. Binnen korte tijd zou de zo stevig ogende katholieke zuil in elkaar zakken.
Van God los schrijft een belangrijke invloed toe aan de opkomst van de televisie. De beelden van langharige jongens en kortgerokte meiden,van sit-ins en demonstraties, maakten duidelijk dat er een andere tijd was aangebroken. Cabaretiers namen de conservatieve gebruiken van de kerk op de hak. Mijn ouders kochten pas een tv toen iedereen er al een had. Misschien, denk ik nu ik dit stuk schrijf, heeft mijn vader zo lang mogelijk geprobeerd om de verderfelijke wereld buiten te houden. Hij was al misselijk geworden toen hij een boek van Jan Wolkers inkeek en op de eerste bladzijde tweemaal het woord kut las.

Mijn puberteit viel precies samen met de anti-autoritaire golf van de jaren zestig. Ik werd als vanzelf meegenomen in de kritiek op het gezag. Oude vormen en gedachten hadden afgedaan. De kerk behoorde tot de gevestigde orde. Die telde niet meer mee.
De eerste stap was dat ik in navolging van mijn broer en zussen niet meer naar de zondagse mis ging. Het verdriet dat ik bij mijn moeder zag was onvoldoende om het geloof in stand te houden. Zo verdween bijna automatisch, zonder dat ik er bij stilgestaan had en zonder pijn, de kerk uit mijn leven.

De tentoonstelling over de onstuimige jaren zestig is nog tot 28 augustus te zien.

0

NIET MIJN EERSTE LIEFDE

Herinnering

De studentenflat aan de Van Lieflandlaan

September 1972, laat in de avond. In een studentenflat in Utrecht open ik de deur van een kamer. De ruimte is vol mensen. Zij zitten op de bank, op het bed, op de vloer. Een walm van rook komt mij tegemoet. Vanonder een paarse lampenkap valt flauw licht de kamer in. De ruiten zijn beslagen. Ik kijk rond waar ik nog kan zitten, het gezelschap staat me tegen. Even is er de ingeving om terug te gaan naar mijn eigen kamer. Maar daar wacht dan de eenzaamheid. Huisgenoot Frans, die zijn verjaardag viert, zegt dat het kratje met bier op de gang staat.
Op een van de weinige plekken die nog vrij zijn laat ik mij op de grond zakken. Tegenover mij zit een meisje dat ik niet ken. Roodgeverfde haren, gelakte nagels, oogschaduw. Wat een opgemaakte pop, denk ik. Zij steekt een sigaret op en blaast op nonchalante wijze de eerste rook uit. ‘Je verspreidt aardig wat rook.’ Er is niets anders wat mij op dat moment te binnen schiet. We kijken langs elkaar heen.
We zitten echter zo dicht op elkaar, dat we elkaar niet kunnen negeren. Aarzelend komt er een gesprek op gang. Zij komt uit Haarlem en werkt als tandarts-assistente.
‘Ken jij hier veel mensen?’, vraagt zij.
‘Eigenlijk alleen een paar huisgenoten.’
Zij zegt dat zij zich snel eenzaam voelt. Dat zij zich vaak de mindere voelt in een gezelschap. Dat herken ik. Mijn stemming slaat razendsnel om. Ik wil alles van haar weten. We kijken niet meer weg, we hebben alleen nog maar oog voor elkaar. Er ontstaat een intimiteit die slechts onderbroken wordt door mensen die langs en over ons heen stappen.

citroengeranium

‘Laten we naar mijn kamer gaan’, stel ik na een tijdje voor. Jozien is verrukt van de grote hoeveelheid planten. Ze ruikt aan de citroengeranium en blijft stilstaan voor de kast met mijn psychologieboeken. ‘Jij kan vast door mensen heen kijken.’ Hoe nu verder, denk ik. Het is over twaalven, Jozien gaat niet meer naar Haarlem. Ik heb nog nooit met een meisje geslapen. Iedere jongen van mijn leeftijd weet natuurlijk hoe je dat aanpakt. Ik zet de bandrecorder aan.
Als er stiltes vallen en ik de moeheid en de drank voel, zeg ik dat zij in mijn bed mag liggen. Dat ik op de bank ga slapen. Even later zien we elkaar tandenpoetsend in de spiegel boven mijn wastafel. Zij zegt dat ik de tanden verticaal moet poetsen.

De volgende morgen breng ik haar op de fiets naar een uitvalsweg vanwaar zij liftend naar huis zal gaan. Ze heeft haar armen om mijn middel geslagen. Nadat ik haar heb afgezet kijk ik nog eens om. Ik zie de rode haren wapperend in de wind. Terug op mijn kamer ben ik totaal van de wereld. Ik begin aan een lange brief. ‘Ik zie je nog steeds bij de oprit staan, ik ruik de patchouli aan mijn hoofdkussen en Utrecht voetbalt vandaag tegen Haarlem. Everything reminds me of you. Wanneer kom je terug, vuurtorentje?’
Er ontstaat een wekelijkse correspondentie. Jozien wordt verliefd. Dat wil zeggen: op mijn brieven. Maar ze komt niet terug. ‘Je kunt een veel beter meisje vinden.’

0

WARMTEPOMP

Dagelijks

We ontvangen een uitnodiging van de gemeente voor een voorlichtingsavond over de energietransitie. We kunnen de informatie via een scherm tot ons laten komen, dus we hoeven er de deur niet voor uit. Heeft corona dan toch nog enige vooruitgang gebracht?
De presentatrice leidt de avond met optimisme en gezelligheid. De deskundigen zijn weliswaar niet echt geschoold in het brengen van een heldere boodschap, de urgentie wordt wel duidelijk. Er komt ook een jonge wijkbewoner aan het woord die zelf met weinig moeite zijn energieverbruik maximaal omlaag had gebracht. Ik ben een leek op installatiegebied, dus deze doe-het-zelf-aanpak is aan mij niet besteed. Maar wie niet zelf wil sleutelen hoeft niet te wanhopen, zegt de goedgemutste presentatrice. Er staat namelijk een heel leger aan consultants, adviseurs en geïnteresseerde wijkbewoners gereed om te helpen. Ik schrijf driftig de adressen op van de websites waar ik antwoord kan vinden op àl mijn vragen. Last but least zijn er diverse subsidieregelingen die ons het water in de mond moeten doen lopen.
We leren verder, dat de gemeente voorbereidingen treft om in alle wijken een gemeentelijk aardwarmtenetwerk aan te leggen. Onze wijk is tussen 2030 en 2040 aan de beurt. De vraag is natuurlijk of wij nog zullen meemaken dat de wethouder van de lokale partij Utrecht Me Stadsie in 2038 de eerste boring verricht.

Maak je eigen actieplan, is het adagium, en die aansporing laat ons niet onberoerd. We besluiten het aantal zonnepanelen uit te breiden en onze cv-ketel, die langzamerhand aan zijn pensioen toe is, te vervangen door een hybride ketel met een warmtepomp. Onze installateur, een traditionele loodgieter, stuurt ons al snel een uitgebreide offerte. En omdat we geleerd hebben om bij zo’n prijzige aanschaf, en niet alleen daarbij , naar meerdere aanbieders te kijken nemen we contact op met een bedrijf, dat gespecialiseerd is in zonnepanelen en warmtepompen, Zerogas. Binnen een week is er een man in huis die belooft na zeven dagen een offerte te sturen.
Vanaf dat moment komt er danig de klad in.

Ondertussen informeer ik in de buurtapp naar ervaringen. Dat levert twee reacties op van buurtbewoners die zich ook aan het oriënteren zijn. Een van hen heeft een offerte ontvangen van de Eneco. Op vragen hierover is door de Eneco herhaaldelijk niet gereageerd. Dan hebben wij toch snellere aanbieders uitgekozen, denk ik nog in mijn onschuld.
Wij nodigen onze installateur uit voor de beantwoording van vragen over de offerte. Het duurt vier weken voor de man tijd hiervoor kan vrijmaken. Na dat gesprek wordt ons nog een aanvulling beloofd, maar ook dat duurt weer weken. De offerte van Zerogas hebben we ondanks aandringen na twee maanden nog altijd niet ontvangen.
Vervolgens breekt de oorlog in Oekraïne uit, stijgen de gasprijzen naar recordhoogten, wordt ons van allerwege aangeraden om een warmtepomp aan te schaffen en ontvangen wij van de installateur een kort berichtje, dat hij de geoffreerde warmtepomp vanwege de overweldigende belangstelling niet voor het einde van het jaar kan leveren. Kan ik nu concluderen dat de oorlog net als de coronapandemie nog iets positiefs heeft opgeleverd?