Schrijven, Lezen, Leven.
1

DE SPEELPARADIJS-ZESDAAGSE

Dagelijks

Het fris-groene gebladerte aan de bomen is nog niet geheel uitgekomen. Een merel zingt, een houtduif klapwiekt. Hoog in de lucht klinkt voortdurend het zachte gebrom van vliegtuigen. Nu het opeens rustig is geworden, vallen mijn ogen dicht. De meisjes zijn op stap om zich te laten schminken. Daarna hebben zij een Meet & Greet met Bollo, de Disney-achtige mascotte.
Nieuw Milligen heet het hier, het is niet veel meer dan een rotonde ten westen van Apeldoorn. G en ik verblijven een weekje met onze kleindochters van 7 en 5 in een bungalowpark.
In de ParkShop laden jonge vaders plastic zakken vol croissants en lekkere broodjes. Corpulente moeders met natte haren komen uit het subtropisch zwemparadijs, gevolgd door een schare kinderen. Opa’s leggen bij de kinderboerderij aan peuters het verschil uit tussen een schaap en een geit.
In een enorme hal is een overdekt speelparadijs. Het terras zit vol ouders en grootouders, terwijl de ontelbare kinderen door het kleurige klim- en springtuig krioelen. Zijn ze eenmaal verdwenen, dan zie je hen niet snel meer terug. Zij springen, glijden, hossen en vallen. Af een toe komt er een huilend uit een opening tevoorschijn.
Het zwembad is de watervariant van het speelparadijs. Onze kleindochters gaan elke dag en het einde komt voor hen altijd te vroeg. Komen ze thuis om te eten, dan willen ze eerst nog een potje voetballen.
Er is een Fun en Entertainment Programma. Er worden hutten gebouwd en knutselwerken gemaakt. Voor het voeren van de dieren is zoveel belangstelling dat je je een paar dagen van tevoren moet opgeven. Na afloop krijg je een getuigschrift: You did it!
Onze meisjes zijn net lang genoeg om mee te doen met het tokkelen. Met een valhelm op scheren ze over een kabelbaan van de ene boomtop naar de andere. Ze draaien er hun hand niet voor om. Het is een voorbereiding op een leven met bungee jumpen, sky-diven, en wat al niet meer.
Het vakantiepark mag dan een en al vermaak zijn, in de nabijheid klinkt de lokroep van nog veel meer vertier. Speel- en doe-paradijzen, klimbossen, magische kastelen met zoektochten. Zelfs het museum Paleis het Loo blijft niet achter met een kinderatelier, prinsessendagen en een speurtocht door de koninklijke tuinen.
Gaan we een keertje buiten de deur eten, dan zijn de meisjes direct naar de speelzolder verdwenen en krijg ik hen voor het uitkiezen van een gerecht slechts met de grootste moeite uit de kinderkapsalon. Na het eten mogen ze een surprise uit een schatkist kiezen.
Wij brengen een dagje door in pretpark de Julianatoren, waar alom een geur van pannenkoeken en zoetigheden hangt. Waar je hier ook kijkt, het draait, tolt, springt, tuft en zweeft. De kinderen zijn voor even weer terug in de baarmoeder. Ik wacht regelmatig op een bankje tot ik een van de kinderen langs zie vliegen. Dan kan ik enthousiast zwaaien.
‘Opa, opa’, hoor ik voortdurend om mij heen, maar het gegil blijkt zelden voor mij bedoeld.
Aan het einde van de dag staan de meisjes nog enthousiast te springen op de trampolines. Ik voel de slaap in mij opkomen.

0

ONTLUIKEND VERZET

Herinnering

Ce n’est qu’un debut, continuons le combat. Etudiants solidairs des travailleurs. De strijdkreten uit Parijs in mei 1968 kon ik vertalen, maar daarmee hield mijn begrip van wat er gaande was wel op.
Ik was 15 en zat in 4 gymnasium alpha. Mijn tafeltennisclub, de top 40 en het potje toepen in de schoolpauze waren de welkome afwisselingen in een braaf scholierenbestaan. De 35 lesuren per week bestonden voor meer dan de helft uit klassieke talen: 9 uur Grieks en 9 uur Latijn. Waar al die vertalingen goed voor waren, vroeg ik mij niet af. Ik noteerde in mijn agenda de spreuk van de dag: ‘en de meisjes, toen zij zich geolied hadden’ (leraar Grieks) en ‘hij deed een hoop op het graf’ (een klasgenoot worstelde met het Latijnse ‘mole sepulcrum imponit’).
Ik had zowaar al eens meegelopen in een demonstratie. Met een korte tocht vroegen we aandacht voor de hongersnood in Biafra. De school gaf er alle medewerking aan door een lesuur vrij te roosteren. De tocht werd in stilte gelopen, zodat de demonstratie het karakter kreeg van een katholieke stille omgang voor een noodlijdend missiegebied.
Verder sprak rebellie tegen leraren mij in die tijd erg aan. Het was een belegen slag mensen van voor de oorlog die van verbieden de hoogste kunst hadden gemaakt. Zij hinderden mij nogal in mijn ondergrondse correspondentie met Trees, die twee banken achter mij zat. Sommige klasgenoten noemden mij Momfer de Mol.
Maar oproepen in de schoolkrant om de vertegenwoordigers in het schoolparlement van munitie te voorzien, waren aan mij niet besteed. Ik onderscheidde mij daarin niet van andere leerlingen, want op de enquête waarin namen werden gevraagd van interessante sprekers kwamen Phil Bloom, Jan Cremer, Mao tse Tung en Rita Corita uit de bus. Uiteindelijk kon Herman van Veen gecontracteerd worden.

Bonifatius Lyceum, Kromme Nieuwe Gracht, Utrecht

Mijn grootste uiting van radicalisme was nog wel, dat ik op een vraag van de leraar geschiedenis, wie tegen de Navo was, als een van de weinigen in de klas mijn vinger had opgestoken. Mijn vader was vóór en mijn oudere broer tegen, dus die keus was snel gemaakt. Gelukkig hoefde ik mijn standpunt niet te onderbouwen.
Niet lang daarvoor had mijn vader mij in een onverwacht kwade uitval bevolen om een afspraak met de kapper te maken. Dat ik shag ging roken kon overigens wel op zijn instemming rekenen. Als het maar Drum was, het merk van zijn broodheer Douwe Egberts.
Mijn moeder voelde de tijdsgeest iets beter aan. Zij had op haar eigen initiatief een paar oranje badstof sokken voor mij meegebracht. Daarna volgde het manchester ribpak. Ook de modewereld had de solidariteit met de arbeiders ontdekt.
Geleidelijk druppelden na mei 1968 de veranderingen mijn leefwereld binnen.
Klasgenoot Clemens had het lef om bij elke leraar een discussie uit te lokken over het boekje Nooit met de rug naar de klas van onderwijsvernieuwer Helge Bonset, waarop onze leraar Latijn, Kloosterman, in een vermoeide klaagzang uitriep: ‘Ach, jongens hou nou toch eens op met die onzin’.
Na school gingen we een keer op bezoek bij een kraakpand om de hoek, waar somber ogende jongeren in zwarte kleren door vuile gangen liepen. Of we gingen naar café de Trechter aan de Oude Gracht, waar hash verkocht werd. ‘Het ruikt naar schoensmeer’, zei iemand. Ik nam een trek, maar merkte geen effect. Ik bond mijn schooltas weer onder de snelbinders en fietste vlug naar huis. De volgende dag wachtte een Vergiliusvertaling.

0

DE VERLOSSING VAN ALLE KWALEN

Muziek

Toen ik vorige week door de Wolter Heukelslaan in Utrecht fietste zag ik daar een vuilniscontainer met een sticker Zingen is Gezond. Welk menslievend wezen ooit zijn geld gespendeerd heeft om stickers met deze lumineuze tekst te laten drukken, heb ik niet kunnen achterhalen. En de vraag wie er eenmaal op een goede dag de ingeving kreeg om zo’n sticker uitgerekend op een vuilniscontainer te plakken, zal wel nooit beantwoord worden.
Feit is wel, dat er de afgelopen jaren een stroom aan publicaties op gang is gekomen over de heilzame werking van zingen. De boodschap is nog niet, dat veelvuldig zingen tot het eeuwige leven leidt, maar we zijn er wel dichtbij.
Zingen zorgt voor een betere fysieke gesteldheid door de training van de ademhaling, de longen en tal van spieren. Het heeft een positief effect op de bloeddruk en het hartvaatstelsel. Zingen leidt bovendien tot een toename van de afweerstoffen en een verbetering van je weerstand.
Als we zingen is het ‘feest in onze hersenen’, aldus Barber van de Pol in haar boek Zingen is Geluk. Alle hersendelen worden volledig geactiveerd en we vergeten de zorgen. Chronische pijn verdwijnt even naar de achtergrond. Zingen reguleert de emoties en het vermindert de stress. Zelfs een beetje zingen onder de douche is fitness voor de ziel. Wie ooit de bedrukte en gespannen gezichten heeft gezien van koorzangers die aankomen bij een repetitie en de uitgelaten, kinderlijke blijheid waarmee zij na afloop het repetitielokaal verlaten, wist dit natuurlijk allang. Het raadsel, waarom koormonniken een leven lang achter gesloten muren kunnen uithouden is nu opgelost. Ook is duidelijk waarom een ghettoblaster op de steiger onmisbaar is. Met de titel Arbeidsvitaminen waren deze radiomakers hun tijd ver vooruit.
Naast dit alles leidt zingen ook nog eens tot meer saamhorigheid. Uit onderzoek blijkt dat je tijdens het zingen oxytocine aanmaakt. Dit stofje bevordert dat je tijdens sociale contacten een gevoel van plezier ervaart. De van tv bekende neuropsycholoog Erik Scherder zegt, dat oxytocine je empathischer maakt.

Zingen is derhalve een goed medicijn tegen allerlei kwalen: copd, stotteren, somberheid. Dat zangers minder vaak verkouden zijn, zoals is aangetoond, kan ik helaas niet uit eigen ervaring bevestigen net zo min als de bewering dat zingen heilzaam is voor mensen met slaap-apneu. Wie ooit tijdens een koorweekend op een slaapzaal heeft gelegen zou, gelet op het meerstemmige, ritmische gesnurk eerder het omgekeerde kunnen concluderen.
In Nederland mag dan deelname aan een koor nog niet op recept verkrijgbaar, in Engeland en Duitsland is er een beweging op gang gekomen van Singing Hospitals c.q. Singende Krankenhäuser. Ernstige Parkinsonpatiënten slaan soepel aan het bewegen, dementerenden worden blij met Hoeper de Poep zat op de Stoep. De Musikalische Exequien van Heinrich Schütz, die ik komende week ga uitvoeren, lijkt me voor het ziekenhuis ook een geschikt keuze: ‘es ist allhier ein Jammertal, Angst, Not und Trübsal überall’.
Ik zie opeens nog veel meer mooie toepassingen voor me: koren voor gevangenen, treinende forenzen, boze witte mannen, daklozen, hongerende Afrikanen, de rij is eindeloos. En waarom zouden we niet een zangcoach meesturen als Trump binnenkort bij Kim Jong-un op bezoek gaat?

2

GEDULDIG ZOEKEN

Dagelijks

Ik heb mijzelf deze week opgesloten in een archief. Terwijl ik door het smalle raam zie hoe de magnolia haar knoppen stralend naar het hemels blauw opent, zit ik achter dikke muren in de kilte. Het ruikt er lekker, een beetje muf, naar papier en karton, naar het verleden, naar vergane glorie. De complete rust in het archief is een verwijzing naar de gewijde stilte van deze plek. Om de twee uur klinkt er klokgebeier.
De weg naar de koffie voert door de uitgestorven kloostergangen. O beata solitudo, o schone eenzaamheid, staat er in gekrulde letters boven de deuren naar het slot. Mijn nieuwe schoenen knersen zachtjes op de diagonaal gelegde tegels en op de uitgesleten houten treden van de trap. Hier liggen de voetstappen van mijn heeroom, van mijn vader en van talrijke monniken, die zich sinds 1881 voor gebed en gezang teruggetrokken hebben achter de muren van abdij Koningshoeven in Tilburg.
Mijn oom heeft een boeiend leven geleid als monnik en abt. Je zou er een boek over kunnen schrijven. Moet ik dat dan maar niet eens doen, vroeg ik me begin dit jaar af.
Alleen al het stellen van deze vraag, riep direct twijfels op. Heb ik wel voldoende stof om een boek te vullen? Ben ik als niet-meer-gelovige wel de juiste persoon om een kloosterleven te beschrijven?
Ik maakte als proef een opzetje voor de indeling en noteerde de onderwerpen waar ik meer over zou moeten lezen. Die laatste lijst groeide snel. Ik las een boek over de geschiedenis van het katholicisme in de 20e eeuw. Het zat de hele dag in mijn hoofd. Heeroom liet mij niet meer los.
Wikkend en wegend stelde ik mijzelf nog één voorwaarde: ik zou toegang moeten krijgen tot het archief van Koningshoeven. Stiekem rekende ik er al op, dat de abdij geen toestemming zou geven. Dan kon ik met een gerust hart deze megaklus laten liggen.
Op mijn voorzichtig informeren mailde de huidige abt terug:
‘Van onze kant verlenen we graag alle medewerking. Het archief staat voor je open’.
Maandagmorgen wacht Dom Bernardus me op. Hij draagt over zijn monnikspij een sportief fleece jack van La Trappe, het bier van Koningshoeven.
Het archief over mijn oom is een meter breed: dozen vol met correspondentie, toespraken, jubileumliederen. Stukjes bij beetjes wordt zichtbaar wat er onder de oppervlakte van het vredige, stille klooster gebeurd is.
In het gastenverblijf ontmoet ik bij het avondmaal een jonge benedictines. Ook zij draagt een fleece jack. Flee into the paradise staat er achter op haar rug. Als zij hoort dat ik niet meer gelovig ben, drukt zij mij hoopvol op het hart: ‘het kan nog komen’. Het lijkt mij het beste haar hoop niet te ontmoedigen. De avondzon projecteert een perfecte kopie van het glas-in-lood rozetraam op de muur van de eetkamer.
Na twee dagen geduldig zoeken heb ik twee archiefdozen doorgewerkt. Er zijn er nog zes te gaan.
Mijn vader, die archivaris was van beroep, kan met voldoening vanuit de hemel meekijken. Zijn zoon, die een andere kant op ging, volgt op latere leeftijd alsnog zijn spoor.

0

EEN UNIEKE BELEVENIS

Dagelijks

De mailwisseling eindigde van mijn kant met het dreigement dat ik contact zal opnemen met de Consumentenbond en het consumentenprogramma Radar. Daarna heb ik van de tegenpartij niets meer gehoord.

Bij het afscheid van mijn werk had ik een cadeaubon van € 50 ontvangen. Het was een klein doosje met de titel Ultimate Choice, uitgegeven door Giftforyou. Een unieke pincode maakte het mij mogelijk een keuze te maken uit meer dan 1500 belevenissen, zoals een borrel, diner,  beauty of weekendje weg.
Het doosje was ergens op een stapel in een kast beland, waar ik het na een goed jaar weer terug vond. Pas toen las ik in de kleine lettertjes, dat de bon één jaar geldig was. Met de staart tussen de benen vroeg ik de firma of hier nog een mouw aan te passen was.
‘Natuurlijk, meneer’, zei de servicegerichte frontoffice-medewerkster ‘u kunt nog voor een jaar verlengen’.
Dit bracht weliswaar € 5 administratiekosten met zich mee, maar dit leek mij draaglijk. Toen ik in een later stadium googlede op ervaringen met de Giftforyou-bon kwam ik tientallen verontwaardigde reacties tegen van boze mensen, die met een niet meer geldige bon waren afgehaakt.

Restaurant Seven, Mariaplaats Utrecht

Na de verlenging stort ik mij verlekkerd op de websitepagina’s met 1500 verwenbelevenissen. Een authentieke scheerbeurt met Barbershop lijkt me wel fun, maar ook een stoere autorit met een Ferrari met Drive Experience ziet er heftig aantrekkelijk uit. Als een kind met een hand boven de snoeptrommel blijf ik lang aarzelen. Uiteindelijk val ik terug op een bekende belevenis en bestel ik een Diner voor Twee voor € 50,-. In Utrecht blijkt slechts een beperkt aantal restaurants de bon te accepteren, maar een kniesoor die daarop let.
Zo beleven G. en ik een gezellige avond bij Restaurant Seven in Utrecht.
We hebben meer geconsumeerd dan € 50, dus volgt er een rekening. Daarop is € 45 in mindering gebracht vanwege onze cadeaubon.
‘€45?’, vraag ik verbaasd.
‘Dat is standaard voor de Giftforyou-bon’, verzekert de ober.
Een ander zou de resterende € 5 bestempelen tot fooi en vrolijk naar huis gaan, maar, ervan overtuigd dat ik een belevenis van € 50 heb aangeklikt, komt er bij mij een irritatie op die niet zal verdwijnen voordat ik de zaak tot op de bodem heb uitgezocht.
Op mijn reclameren bij Giftforyou krijg ik als antwoord, dat een Diner voor Twee belevenis altijd € 45 waard is.
Omdat ik mijn bon al verzilverd heb, is mijn unieke pincode niet meer geldig en kan ik op de site niet meer controleren hoe het aanschafproces verlopen is.
Ik informeer maar eens, waar de overgebleven € 5 gebleven zijn. Die blijven, zo luidt het antwoord, altijd op mijn kaart staan.
‘Maar ik kan er niet meer bij, omdat de pincode niet meer werkt’.
‘Dat komt omdat u uw bon al verzilverd heeft bij restaurant Seven’, zo reageert de Helpdesk.
‘En hoe kan ik dan iets met die € 5 doen?’
Na een langdurige mailwisseling ontvang ik uiteindelijk een nieuwe pincode. Hiermee kan ik constateren, dat er voor de 5 euro’s die voor eeuwig op mijn kaart staan geen enkele belevenis te koop is.

De Consumentenbond heb ik niet meer benaderd.
Het is zes weken geleden. Ik zie nu op de website van Giftforyou, dat een bon inmiddels twee jaar geldig is en dat een Diner voor Twee nu € 45 kost.

0

CULTUUR IN FRIESLAND

Reizen

De winter was vergangen, maar de lente nog niet begonnen. In dit onbestemde intermezzo bezochten wij tijdens de paasdagen Leeuwarden. Pardon? Ja, de hoofdstad van Friesland is in 2018 de Culturele Hoofdstad van Europa. Provincie en stad zijn vooral bekend vanwege sportieve activiteiten als varen, wandelen en schaatsen. Nu wil men aan de verwachte vier miljoen bezoekers laten zien, dat stad en provincie ook op het gebied van cultuur veel te bieden hebben: cultureel erfgoed èn moderne kunst.

Toren de Oldenhove, Leeuwarden. Foto: Tryater.

Een koude wind blaast ons over de grachten en door de straatjes, langs het stadhouderlijk paleis en eeuwenoude gestichten, langs talloze creatieve werkplaatsen, kleine musea en muren met graffiti. We komen uit bij het stoere Fries Museum, waarvan het dak op poten als zeilmasten staat. Hier leren we alles over terpen en dijken en over de wereldstad die Hindeloopen ooit is geweest en die leidde tot het fenomeen Hindelooper kamer, een attractie die eind negentiende eeuw op alle wereldtentoonstellingen stond.
De tijdelijke tentoonstelling Art beyond Escher toont een aantal reusachtige eigentijdse kunstwerken, waarin niets is wat het lijkt. Combinaties van grafische vormgeving, teksten en video’s gaan met onze hersens op de loop. Het zijn vreemde werken ontsproten uit een origineel idee. Vanaf eind april is er een tentoonstelling over Escher zelf.
De moderne kunst moet het in belangstelling verreweg afleggen tegen de expositie over die andere beroemde inwoner van Leeuwarden: mevrouw Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari. Deze tentoonstelling over een ongelukkig leven beleefde op 2 april haar laatste dag.
We lopen buiten verder langs opgestapelde en samengebonden terrasstoelen. We zijn met velen. Op elke straathoek staat wel iemand gebogen over het kaartje met evenementen. Grijze haren verwaaien onder de grijze lucht, de blikken omhoog gericht naar de oude gevels.

De Blokhuispoort

De Blokhuispoort, een immens negentiende eeuws gevangeniscomplex, is sinds tien jaar omgevormd tot een verzamelgebouw voor, jawel, creatieve bedrijfjes, funshops en horecagelegenheden met namen als de Bak en het Proefverlof. Ook dit gewezen leed van de ander mag zich in een grote belangstelling verheugen.
Was de criminaliteit in deze streken even groot als dit cellencomplex? Ik lees wel eens over een vechtpartij in de straten van Leeuwarden en bij veel cafés zie ik buiten een bord met de waarschuwing: ‘Agressie is hier niet toegestaan’. Naast de stadse rauwdauwers zijn er de gelovige, vrome boeren die onverwachts uit hun slof kunnen schieten. En hoeveel gehuchten in deze noordelijke streken kennen niet die eerzame huisvader, die in een vlaag van opvliegendheid de vrouw de nek om draait en het lijk in stukken in de tuin begraaft?
Er heerste en er heerst nogal wat armoe in de culturele hoofdstad van Europa. Het is niet voor niets, dat we hier naast de stamboekkoe en het Friese paard Troelstra en Vondeling op een sokkel tegenkomen en dat de PvdA in de Leeuwardense gemeenteraad verreweg de grootste partij is. De PvdA heeft ervoor gezorgd dat er ook voor mensen die nooit naar een museum gaan iets te beleven valt.
In een park met kale bomen en sneeuwklokjes dagen roze objecten ons uit om interactief met taal bezig te zijn. Ik ben een liefhebber, maar deze vormen spreken me niet aan. Mijn aandacht wordt getrokken door het etablissement De koperen tuin, in de buurt waarvan zich het gelijknamige boek van Simon Vestdijk afspeelde. Wat heb ik als middelbare scholier niet meegetreurd met hoofdpersoon Nol en zijn onmogelijke liefde.
Leeuwarden stelt zich in veel gedaanten ten toon. Oanbefelle.

1

STROMENDE ZINNEN

Herinnering

Studeren in de jaren ’70 (14)

Ik lig met mijn ogen dicht op een deken. Rondom mij is een zaal waar meer mensen liggen. Ik ben geheel ontspannen. Mijn buik beweegt zachtjes mee met mijn adem. Dan hoor ik klassieke muziek: langgerekte tonen van strijkers gevolgd door wonderschone, tedere pianoklanken. Ik ben totaal gelukkig, er is niets meer dat mij hindert. Ik voel mij bevrijd van elke spanning en angst, ik kan de hele wereld aan.

Alle spanning vanwege mijn idealen over maatschappijverandering, al mijn twijfels over mijn studie en mijn relaties en alle onzekerheden over mijzelf balden zich samen in mijn spraakgebrek. Het monster, dat mij in zijn greep had, weerhield mij van een gelukkig leven.
Telefoneren vermeed ik. Een brood kopen was een opgave, een retourtje bestellen een lijdensweg. Ik focuste uitsluitend op blokkades en pijnigde vergeefs mijn hersens met analyses van oorzaken. Zo raakte ik steeds dieper in de put.
Op televisie zag ik succesverhalen van de behandeling volgens de Doetinchemse Methode. Die was gebaseerd op acceptatie van je stotteren. Dat wilde ik niet. Daarom zocht ik stad en land af naar een therapie die mij, het liefst in korte tijd, van mijn monster kon bevrijden. Na een paar jaar speuren zonder succes klopte ik toch maar in Doetinchem aan.

Met een groep van twintig stotteraars zijn wij een week lang in afzondering bij elkaar. Door middel van adem- en ontspanningsoefeningen proberen we een nieuwe manier van spreken op te bouwen, in een laag tempo, soms maar één woord op een adem. We pakken de vermijding aan door opzettelijk te stotteren.
‘Ja, ik ben een stotteraar’, luidt de eerste zin in het begeleidend oefenboek. En ook: ‘ik ben, zoals ik ben, goed genoeg’. Het is in deze groep van lotgenoten niet erg om fouten te maken.
Mijn angsten vallen weg. Ongeduldig wacht ik tot ik een spreekbeurt mag houden voor de hele groep. De zinnen stromen vloeiend uit mijn keel. Ik wil nog heel lang doorpraten en genieten, maar al snel is de volgende aan de beurt.
We oefenen eindeloos met elkaar en daarna gaan we naar buiten om opzettelijk stotterend de weg te vragen. Of om een Rolletje Redband Drop te kopen op spreektechniek.
De twee behandelende logopedisten verklaren dat de vermijding de angst in stand houdt en hoe een positieve situatie voorbereiding behulpzaam kan zijn. Die uitleg komt mij wat te simpel over, ik plaats er kanttekeningen bij. Als we in de groep elkaar feedback geven komen mijn opmerkingen als een boemerang terug: ik reageer volgens de anderen te verstandelijk, ben te kritisch, te drammerig. Ik zou mijn gevoelens meer moeten uiten, meer tevreden moeten zijn, vooral met mijzelf. Enkele vrouwen prikken door mijn façade heen en laten een zwak voor mij blijken.

Na vier van dit soort weken word ik weer losgelaten in de maatschappij van vloeiende sprekers en normaal spreektempo. Ik zit vol met positieve ervaringen en loop over van de goede voornemens. In mijn schriften staan de oefeningen en de aanwijzingen om de negatieve cirkel te doorbreken. De uitdaging wacht.

N.B. De muziek waarnaar in de eerste alinea van dit stuk wordt verwezen is het Andante uit het 12e pianoconcert van W.A. Mozart (KV 414).

0

DE MAAND VAN ….

In het nieuws

foto’s: www.maandvandeleukeseks.nl

Het was mij eerlijk gezegd nog niet opgevallen. Terwijl het onderwerp toch van groot belang is en het ook mìjn warme belangstelling heeft.
Het is op dit moment de maand van de leuke seks.
Het zal wel mijn opvoeding zijn, die ervoor zorgt dat mijn haren direct overeind gaan staan bij dit initiatief. Dat werkt natuurlijk contraproductief, want voor leuke seks heeft het geen nut als je haren overeind komen. De weerstand zit ‘em in het woord leuk, het meest uitgeholde woord in de Nederlandse taal. En dan moeten we ook nog eens een maand lang leuk doen.
Ik besluit maar eens te kijken op de website.

Een landelijk platform van seksuologen, docenten en pedagogen vindt dat door alle publiciteit over de negatieve kanten van seks het nu wel eens tijd wordt om, met name voor ouders en kinderen, de leuke kanten van de seks te belichten. Op tal van plaatsen worden daarom lezingen en workshops georganiseerd: een congres Praten over Seks, de vertoning van de film ’69: liefde, seks, senior’, een workshop Adem je vrij voor vrouwen, een avond over daten voor mensen met een verstandelijke beperking.
Zalig zijn de meisje die in Amersfoort en omgeving wonen, want zij kunnen deelnemen aan een workshop Handjob. ‘We oefenen met voldoende glijmiddel op felgekleurde dildo’s. Na afloop ontvang je een diploma’, zo lees ik op de site. Nuttige handwerken voor meisjes, dat klinkt mij bekend in de oren.
Tijdens de avond is ook Nynke Vingerhoed (what’s in a name) aanwezig. Zij is van Ilvy, het online platform dat ‘zorgt voor je dagelijkse dosis gezonde seks’. Jammer genoeg ontbreekt een workshop voor jongens die een job te doen hebben met de voorbips, zoals van Kooten en de Bie het vrouwelijk deel noemden.

Ik ben weer even terug in 1980, bij mijn eerste baan als preventiewerker bij Buro Voorlichting en Vorming. Vanzelfsprekend stond ook de seksuele voorlichting op het programma. We trokken er met een koffertje vol gebruiksartikelen op uit om op aanschouwelijke wijze uitleg te geven aan werkende jongeren, priesterstudenten, geestelijk gehandicapten en jonge plattelandsvrouwen. Het ultieme doel was niet de techniek, maar de bewustwording, het verkrijgen van inzicht in wat je zelf het fijnste vindt. Als dit inzicht tenminste paste binnen onze normen van wat fijn behoorde te zijn. ‘Daar moet een piemel in’ werd toen nog niet gezongen, maar jonge macho’s zorgden nog wel eens voor problemen tijdens de oefeningen in bewustwording.
We discussieerden onderling over de termen om de geslachtsdelen aan te duiden. Want al zijn er in het woordenboek weinig woorden waar zoveel alternatieven bij staan, tussen medische taal en schuttingtaal is er niet veel. De Belgen waren daar toen al veel beter in, getuige dit advies van een Vlaamse voorlichter in de Sekstant: ‘Draag altijd een plastieken band om uwen pint’.

Sinds 1980 is er al veel gevormd en voorgelicht. Is aandacht voor de positieve kanten van seks nog nodig? Eigenlijk hoef ik niet lang over een antwoord te denken. Ja, dat is nodig. Er gaat nog steeds van alles mis. Grappen maken over seks is een stuk gemakkelijker dan praten voor seks, zo moet ik hier eerlijk bekennen. Dat los je niet in één generatie op. Daar is meer voor nodig dan een maand van de vleselijke gemeenschap.

 

0

HAD IK MAAR

Dagelijks

Ze is halverwege de zestig. Haar hele leven bestond uit zorgen, zorgen en nog eens zorgen. Ze had naar de toneelschool gewild, maar dat mocht niet van haar ouders. Het werd een saai baantje in het onderwijs. En nu speelt ze vol overgave toneel.
In het tv-programma Kruispunt kwamen ouderen aan het woord die terugkijken op hun leven. Stel je mocht het leven over doen, zou je het dan anders doen, was de vraag. In een onderzoek onder 1700 ouderen bleek dat meer dan de helft van de ondervraagden zijn leven anders zou inrichten. Het meest genoemde punt van spijt betrof de opleiding. Veel ouderen van nu mochten vroeger niet studeren, ze moesten geld verdienen. Of hun ouders stuurden hen naar een andere opleiding dan zij zelf wilden.
En nu, in de herfst van hun leven, zeggen ze: ‘Had ik maar…’

Als je een trein te laat genomen hebt of als de kapper teveel heeft afgeknipt, dan is het leed te overzien. Het wordt al erger als je een huis gekocht hebt, wat toch niet bevalt. Maar zelfs die keus zou je nog kunnen repareren. Maar als je je hele leven werk gedaan hebt, wat je eigenlijk niet wilde. Of als je decennia lang je ziel en zaligheid hebt opgeofferd voor de PvdA. Tja, wat moet je dan?
Ik weet niet wat bij mij overheerst bij het zien van deze documentaire: de bewondering om het lef waarmee de mensen hun spijt onder woorden brengen of het meeleven met de pijn, die zij hierbij voelen.
Of raakt de documentaire mij, omdat ik geconfronteerd wordt met mijn eigen keuzes?
Aan het einde van de middelbare school twijfelde ik tussen geschiedenis, mijn beste vak, en psychologie. Het werd het laatste. Als ik nu in het jaar van mijn pensionering zie met welke hartstocht ik met zingen en schrijven bezig ben en hoe graag ik met mijn neus in de historische archieven zit, kan ook ik me afvragen of ik andere keuzes zou maken, als ik het leven over mocht doen. Heb ik de juiste richting gekozen? Heb ik mijn talenten voldoende benut?
Deze vragen roepen tegenstrijdige gedachten op. Er schuurt iets in het brein. Psychologen noemen dat cognitieve dissonantie. En net als in de muziek wil je dat de dissonanten oplossen. Daarom komen er in mijn hoofd direct argumenten op, die mijn keuzes ondersteunen: ik heb een mooie loopbaan gehad, met fijne collega’s en met de ruimte om naast het werk een dag voor mijn kinderen te zorgen. Daarnaast had ik de tijd en energie om cabaret te maken en te zingen.
Probleem opgelost. Of niet?

Het zijn confronterende vragen. Want wat doe je als je moet bekennen, dat je eigenlijk liever iets anders had willen doen. Als je ouders de keuze voor jou gemaakt hebben, kan je hen nog de schuld geven. Maar als je zelf hebt kunnen kiezen?
Veel opties om dit conflict op te lossen zijn er niet. Je kunt alsnog proberen om iets in te halen wat je gemist hebt, zoals de vrouw die nu toneel speelt. Of je kunt erin berusten, zoals een aantal ouderen uit de documentaire: ‘het is zo gelopen, zoals het is’.

 

1

JANNIE

Herinnering

Studeren in de jaren ’70 (13)

Ze staat te wachten op het stationsplein in Arnhem. Ze is klein en heeft blond haar. We kussen zonder elkaar aan te kijken. Het voelt vreemd naast haar in de bus naar Malburgen Oost. We lijken onbekenden van elkaar. Jannie is stil. Ik kijk uit het raam en vraag me af hoe ik het ijs kan breken. We stappen uit bij de flat, waar ze samen met haar zus woont.
‘Die is nu een weekendje met haar vriend weg’, zegt ze vlak.

Twee weken daarvoor was ik in het aksiesentrum De Kargadoor in Utrecht. Er was een congres van basisgroepen over de organisatie van de klassenstrijd. Leden van uiterst linkse splinters uit het hele land discussieerden een weekendlang over de eenheid in de strijd. Gesjeesde studenten in werkmanskloffies betwistten elkaar de juiste interpretatie van de geschriften van Marx, Lenin en Mao. Tussen de langharige, shagjes draaiende kamergeleerden liep een aantal werkende jongeren uit Arnhem. In de discussiegroep over het revisionisme binnen de arbeidersbeweging zat een van hen, een klein blond meisje, tegenover mij. Zij zei niets. Ik zei ook niets. Ik pijnigde mijn hersens over een zinvolle bijdrage aan de discussie.
Die avond was er voor de congresgangers een spetterend feest. De Nijmeegse aktieband Kladderadatsch speelde onaangepaste muziek met teksten over werkloosheid, woningnood en kernenergie. Opeens zag ik, een paar meter bij mij vandaan, het kleine, blonde meisje staan. Zij stond alleen, ik stond alleen. We keken elkaar aan en pats! Daar was de hunkering, de gedeelde hartstocht, het samenzijn dat geen woorden nodig heeft. Twee magneten die elkaar niet kunnen ontlopen. We verlieten al snel de herrie en gingen naar mijn kamer.
‘Wat een boeken heb jij’, zei Jannie vol bewondering.

Nu zitten we naast elkaar op haar bed. Aan de wand van haar meisjeskamer hangt een poster van Rod Stewart. Op een kastje staan een paar knuffels. Muziek van Queen voorkomt de stilte. Ik voel me nog niet op mijn gemak. Jannie kijkt me af en toe even snel aan, haar blik heeft iets kinderlijk ondeugends. Het avondrood valt de kamer binnen. Ik heb trek. Ik zit te wachten op het moment dat Jannie naar de keuken gaat om te koken. Zal ik haar aanbieden om te helpen?
‘Zullen we er maar in gaan liggen?’, vraagt Jannie onverwachts. Nu al?, schiet er door mij heen. Ik heb meer zin in eten, maar dat zeg ik niet. Jannie houdt van doorwerken. We trekken onze kleren uit en kruipen onder de deken. In een mum van tijd is het voorbij.
‘Ben je klaar?’, vraagt Jannie, op een toon alsof ik de boontjes aan het haren ben. Zonder het antwoord af te wachten stapt ze uit bed, vist haar slipje bij het voeteneind vandaan en veegt daarmee wat vlekken weg. Onderweg naar de douche gooit ze het slipje direct in de wasmachine.

De volgende ochtend maakt Jannie zonder te praten een ontbijt. Wel vraagt ze tweemaal of ik genoeg heb. Of ik nog ontbijtkoek wil. Of de thee smaakt.
Het is nog vroeg op de zondagmorgen als we over de dijk langs de Rijn wandelen.  In de verte klinkt het gebeier van kerkklokken.
‘Ik vond dat congres vreselijk’, zegt Jannie, ‘al dat moeilijke gepraat, al die gestudeerde types’.
‘Ik ben toch ook zo’n gestudeerd type’.
‘Nee, maar jij was… jij bent, ja…’. Jannie draait zich naar me toe: ‘..ja, ..anders’.
We omarmen elkaar. Midden op de Rijndijk is de intimiteit voor even terug. Maar tegelijkertijd dringt bij mij het besef door, dat – als de trein mij straks weer naar Utrecht heeft gebracht – ik nooit meer terug zal keren.