Schrijven, Lezen, Leven.
3

SPAREN IS EEN FEEST

Herinnering

Wat zien we op deze foto? Een uitreiking van witte envelopjes, zoveel is zeker. De foto van J. Verheul stond in november 1967 in het Utrechtse dagblad Het Centrum. Vier volwassen mannen in hun nette pak omringen drie jonge lieden.
In het najaar van 1967 werd bij de coöperatieve Raiffeisenbank in Vleuten het spaarbedrag van 7 miljoen bereikt. De spaarder die dit bedrag volmaakte, de 18-jarige J. de Goeij uit Haarzuilens, ontving ƒ 150,- uit handen van de voorzitter. De spaarders die net vóór en net na hem een bedrag gestort hadden, de 15-jarige Piet van der Linden uit Haarzuilens (rechts) en ik, eveneens 15 jaar oud, (midden) ontvingen een enveloppe met ƒ 75,-. De voorzitter toonde zich verheugd over de toenemende spaarzin.
Het was de tijd dat het geld eerst gespaard werd en daarna pas uitgegeven. De banken waren nog niet uit op winstmaximalisatie, maar hadden een sociale functie. Er werd wat afgespaard. Niet alleen geld, maar ook Ring-zegeltjes, D.E.-punten, de zegeltjes van de margarine, enz. Denken aan later, voorbereid zijn op de toekomst, daar ging het om.
Wat opvalt is dat de drie spaarders allen tiener zijn. Was dat toeval of heeft de bank ten behoeve van dit festijn de volgorde wat gemanipuleerd? Wilde men hiermee iets duidelijk maken naar alle jongemannen in Vleuten en Haarzuilens?
Zo te zien zijn de heren van de bank in een goed humeur. Ze glimlachen alsof zij zojuist in het geheim gehoord hebben dat zij zelf een tien keer zo grote bonus hebben binnengehaald.
Het tableau staat opgesteld tegen de achtergrond van een zestiger jaren gordijn. Tussen de pakken en kostuums ziet Piet van der Linden er met zijn coltrui en gedekte haar redelijk eigentijds uit. Mijn trui mag er ook wezen. Het was een  goudbruine velours sweater, toen mijn lievelingstrui. Mijn moeder heeft nog wel gezorgd voor een keurig wit overhemdje daaronder.
Wat nog het meest opvalt, is dat alle betrokkenen naar de overhandiging van de envelop aan de winnaar kijken en dat ik als enige naar de fotograaf kijk.  Had Verheul mij hiervoor niet kunnen waarschuwen? Nu sta ik, met die lok op mijn voorhoofd, als een soort jonge wethouder Hekking de aandacht naar mij toe te halen.
Terwijl alle aanwezigen doordrongen zijn van de heuglijke betekenis van het moment, straal ik een lijdzaam wachten uit. Voor mij heeft de zitting blijkbaar lang genoeg geduurd. Het envelopje heb ik binnen en die eerste prijs is toch niet meer haalbaar. Het kan ook zijn, dat ik weer thuis wilde zijn voordat Rawhide begon.
Ik weet niet meer wat ik met die 75 gulden gedaan heb. Er is een grote kans, dat ik het geld de volgende dag tijdens kantooruren naar de Raiffeisenbank teruggebracht heb om het te laten bijschrijven op mijn spaarbankboekje. Het kan ook de Rijkspostspaarbank zijn geweest in het postkantoor aan de Dorpsstraat. Want ook daar had ik een spaarrekening. Ik geloof niet dat ik in die tijd al aan risicospreiding deed. Waarschijnlijk had ik twee rekeningen, omdat mijn vader de diverse bankmedewerkers, die hij persoonlijk kende, te vriend wilde houden.
De bijschrijving van het geld was een nauwkeurige transactie. Een medewerker van de bank schreef met vulpen in fraai handschrift (zegge) vijfenzeventig gulden in het spaarbankboekje. Dan volgden een paraaf en twee harde klappen van stempels. Dichtgevouwen werd het boekje weer teruggeschoven naar de klant. Het appeltje voor de dorst was weer wat groter geworden.

0

MÜNSTER

Reizen

Prinzipalmarkt Münster

De jaarwisseling vieren wij in Münster, een Duitse stad ter grootte van Utrecht, een uurtje rijden achter Enschede.
Ik ken de stad van de Vrede van Münster, maar had iemand mij tevoren gevraagd aan welke oorlog dit verdrag een einde maakte en in welk jaar, dan had ik het antwoord schuldig moeten blijven. Zo krijgt onze viering nog een educatief karakter.
De vrede, gesloten in 1648, maakte niet alleen een einde aan de dertigjarige oorlog, waarin – om het kort samen te vatten – de Europese katholieke machten terrein verloren aan een aantal protestante mogendheden. Het verdrag was tevens het einde van de tachtigjarige oorlog tussen Spanje en de Nederlanden.
Tig jaren oorlog. Zoals het leven toen een stuk trager verliep, zo werden ook de oorlogen in een langzaam tempo gevoerd. Het woord Blitzkrieg moest nog worden uitgevonden. In de Nederlanden hebben destijds vele mensen geleefd, die geboren en gestorven zijn tijdens dezelfde oorlog. Het leven was oorlog, ze wisten niet beter.
Het gevolg van de Vrede van Münster voor de Nederlanden was, dat de Republiek als onafhankelijke staat werd erkend en dat het protestante geloof overheersend werd. Alle katholieke kerken en kloosters vervielen aan de overheid. De katholieken moesten zich terugtrekken in schuilkerken. Het zou twee eeuwen duren voordat zij weer tevoorschijn kwamen.
Het verdrag van Münster wordt wel gezien als de eerste overeenkomst die voortkomt uit moderne diplomatieke onderhandelingen tussen een groot aantal Europese partijen.
Niet dat de vrede lang heeft standgehouden trouwens. Spoedig braken er weer nieuwe twisten uit. Het zou nog tijden duren voor de ratio de oorlogsimpulsen onder de duim kreeg.

Münster zelf is ook niet gevrijwaard gebleven van oorlogsgeweld. In de 16e eeuw speelden de wederdopers daarin een belangrijke rol. Dit was een protestante afsplitsing, die – om het in huidige termen te omschrijven – als unique selling point had, dat gelovigen pas als volwassene gedoopt mochten worden. Om dit soort religieuze haarkloverijen werden toen bittere oorlogen uitgevochten. Ik moet denken aan de soennieten en sjiieten. Zouden er parallellen zijn?
In 1534 hadden de wederdopers de bisschop uit de stad verdreven. Tijdens de daaropvolgende belegering van de stad door de troepen van de bisschop radicaliseerden de wederdopers. Als een soort communisten-avant-la-lettre schaften zij het geld af en voerden zij het gemeenschappelijk bezit van goederen in. Ook de vrouwen werden gemeenschappelijk bezit, dat wil zeggen van de mannen. Onder aanvoering van Jan van Leiden ontstond een waar terreurbewind. Na twee jaar moesten de wederdopers zich gewonnen geven. De lijken van Jan en twee van zijn metgezellen werden als aanstootgevend voorbeeld in kooien aan de toren van de Lambertuskerk gehangen. Daar hangen ze nu nog, de 16e eeuwse kooien wel te verstaan. We staan er met ons hoofd in de nek naar te staren.

Er komen in Münster heel wat oorlogen voorbij. De meest ingrijpende oorlog voor de stad was de laatste: de Tweede Wereldoorlog. De complete binnenstad werd tot puin gebombardeerd. Na 1945 werden alle gebouwen in de oude stijl opnieuw opgetrokken. Eigenlijk staan we hier naar namaakgebouwen en nepwandjes te kijken. Maar het is wel heel nauwkeurig gedaan en de combinatie van oude en nieuwe architectuur ziet er indrukwekkend uit.
Münster is gekoppeld aan het woord Vrede en dwalend langs de historische plaatsen komt de gedachte aan de Europese Unie naar boven. Nooit meer oorlog is een van de belangrijkste argumenten voor het Europese project. Behoudt de ratio ook in 2018 de overhand?

0

TECH EN GADGETS

Dagelijks

Dagelijks tussen 16.30 en 18.30 wordt op Radio 1 het nieuwsprogramma Nieuws en co uitgezonden, ofwel de Grote Lara Rense Show. Er is een vaste rubriek over technologische ontwikkelingen. We worden daarin bijgepraat over de nieuwste apps. Apps, die Lara zelf ook zo ontzettend kek vind. Of over breinimplantaten die de wereld voorgoed zullen veranderen.
De rubriek wordt door Lara steevast aangekondigd als ‘uw dagelijkse portie tech en gadgets’. Alsof ik als luisteraar hongerig aan het toestel gekleefd zit en met een kwijlende bek ongeduldig zit te wachten tot iemand mijn bak volgooit.

Dit jaar zag ik voor het eerst in mijn omgeving verschillende mensen met een FitBit. Het ziet er uit als een horloge, maar het kan behalve de tijd nog veel meer meten: je hartslag, het aantal stappen per dag (inclusief traptreden) en je stress-niveau gedurende de dag. Bovendien kan je zien of je slaap van voldoende kwaliteit is geweest. ‘In de Sensitive stand detecteert de Fitbit nagenoeg alle bewegingen als wakker of rusteloos. Deze stand kan fijn zijn voor gebruikers die het gevoel hebben futloos wakker te worden, terwijl hun tracker aangeeft dat ze voldoende geslapen hebben die nacht. Aldus de website Smart Health Review. Het OLED scherm zorgt er bovendien voor, dat je connected blijft met je smartphone.

Voor wie door de bomen van alle vernieuwingen het bos niet meer ziet, heeft de Volkskrant een handig lijstje van de gadgets van 2017.
Is de kwaliteit van de slaap niet zo goed, dan is de Somnox Slaaprobot misschien iets voor jou. ‘Dit wezentje nestelt zich lepeltje-lepeltje tegen u aan en ademt u vervolgens zachtjes naar dromenland. Het kan ook slaapgeluidjes maken en liedjes laten horen’. Helaas ontbreekt nog een functie die negatieve gedachten opspoort en tegengaat. Ik denk daarom dat ik nog maar even wacht met de aanschaf tot het product is uitontwikkeld. Of gebeurt dat tegenwoordig niet meer?
De robot, we kunnen er niet meer omheen. ‘Robots begonnen dit jaar ineens spectaculaire capriolen te maken. Soepeltjes op een tafel springen, achterwaartse salto’s maken, dat werk’. Dat lijkt me wel handig als ik net rustig de ochtendkrant zit te lezen. Dat ie bovenop mijn kop koffie springt. Moet ik dan een straf uitdelen of eerst maar eens een gesprek met hem voeren, wat zou het beste werken?
Helemaal 2017 is natuurlijk de Antiminer S9, een machine die bitcoins delft. Je moet wel even investeren, de aanschafprijs ligt rond de 5000 euro, maar dan kan het verdienen beginnen: tenminste een paar tientjes per dag. Een machine die automatisch geld genereert, wie wil dat niet! Er is wel een minpuntje: het apparaat maakt veel lawaai en wordt loeiheet. ‘Het is zo’n beetje het milieubelastendste gadget op aarde’. Misschien moet ik dan toch maar op zoek naar leuke gizmo’s met een hoog fun-gehalte.

Tja. Het beste is natuurlijk om deze gekkigheid maar gewoon voorbij te laten gaan. Maar ergens blijf ik dan wel met een zorg zitten. Ik heb ooit een smartphone gekocht, niet omdat ik nu zo graag een nieuw toestel wilde om mee te bellen, maar uit angst dat ik de boot van de technologische vooruitgang zou missen. Kan ik nog wel meekomen straks?

Ik zie mezelf al zitten over pakweg 10 – 15 jaar. Mijn strijkbout vertoont aan alle kanten kuren en als mijn kleinkinderen mij zo zien modderen, roepen ze vertwijfeld uit: ‘je kunt toch die zelfstrijkende robot nemen, die zijn helemaal niet duur hoor’. En dat ik dan moedeloos mompel: ‘wat moet ik met zo’n nieuw apparaat, alleen al de gebruiksaanwijzing is zo ingewikkeld, dat ik er niets van begrijp’.
‘Gebruiksaanwijzing, opa! Hallo! Dit is de eenentwintigste eeuw!’

1

MAESTRO

Muziek

Ik was nog geen zes jaar, toen ik bovenop een stoel ging staan om een Vioolromance van Beethoven te dirigeren. Ik had het stuk vaak genoeg gehoord om het juiste tempo mee te slaan en tijdig de inzet van de solist aan te geven. Ik kon nog geen noot lezen, mijn vader moest me nog blokfluit leren spelen. Maar dat dirigeren, dat leek mij een fluitje van een cent.
Dit gegeven is de afgelopen jaren tot populair televisieprogramma verheven. In het programma Maestro strijden 8 bekende Nederlanders, die niets van dirigeren weten, soms zelfs geen noot kunnen lezen, om de titel van de beste dirigent. Een professionele jury beoordeelt de prestaties. Elke uitzending valt er één kandidaat af.  Actrice Maartje van de Wetering won afgelopen zondag de editie 2017.

Ik kan er een klein beetje over meepraten, over het dirigeren. Twee jaar geleden mocht ik voor mijn kamerkoor Decibelle staan bij een kerstconcert in een verpleeghuis wegens de afwezigheid van de dirigent. Daarna heb ik dit nog een paar keer gedaan, afgelopen vrijdag nog tijdens een optreden voor een groep vrijwilligers van het Bartolomeus Gasthuis in Utrecht.
Ik merkte al gauw, dat een koor, zeker bij bekende stukken, het tempo volgt, dat in het hoofd zit. Zodat ik net als de deelnemers aan Maestro vooral aan het volgen was. Follow me the wise man said, but he walked behind, zong Leonard Cohen ooit. Bovendien stond ik voortdurend met mijn hoofd in de partituur te kijken om op tijd te zijn voor een volgende inzet. Tellen is nooit mijn sterkste kant geweest. Daardoor konden de koorleden vooral mijn kalende kruin bewonderen.
Maar oefening baart kunst, ik zorg nu dat ik de partituur redelijk uit mijn hoofd ken, zodat ik tijdens het dirigeren vooral naar het koor kan kijken en zij naar mij. Meer contact helpt enorm. Het voordeel is ook dat ik met mijn gezichtsuitdrukking kan stimuleren, bijvoorbeeld kwaad in Herod the king in his raging en vertederd in Und hat ein Blümlein bracht. Zo kon ik vrijdag in de drie wat saaie coupletten van Eer zij God in onze dagen een niet afgesproken piano invoeren, het koor reageerde direct goed. Nu loop ik niet meer achteraan, dacht ik. Wat niet wil zeggen, dat ik het dirigeren beheers.

Maestro mag van mij gecontinueerd worden. Het is een van de weinige programma’s met klassieke muziek, waarmee een groot publiek bereikt wordt. Om die reden ben ik ook niet tegen André Rieu, Classic FM of al die malle verkiezingen op Radio 4.
Maestro is amusement, maar van een andere soort dan de competities met Bekende Nederlanders die gaan dansen of schoonspringen. Een muziekuitvoering doe je immers samen met een koor of orkest.
De deelnemer van Maestro die het orkest het minst voor de voeten loopt, persoonlijkheid heeft èn kan acteren, wint. Het helpt vooral als je in de slotnoot van het orkest je handen theatraal ten hemel heft. Niet voor niets stonden er dit jaar twee actrices in de finale tegenover elkaar.
Het wachten is nu op een spelshow waarin een amateurpiloot een vliegtuig met passagiers over de Noordzee moet zien te loodsen.

0

FRATER LUDGERUS

Herinnering

Hoe kan het gebeuren, dat ik, op 65-jarige leeftijd, een groot gevoel van medeleven ervaar met mijn vader, vanwege een gebeurtenis die hem overkwam op zijn 21e , in 1935?

Mijn vader met zijn broers rond 1928. Hij staat in zijn korte broek links van mijn Heeroom.

Van een neef ontving ik onlangs een dikke map met welgeteld 191 brieven, die frater Willibrordus, mijn Heeroom, tussen 1927 en 1963 naar zijn ouderlijk huis geschreven heeft. Mijn oom was trappist, ik schreef hier eerder over hem.
Omdat ik het familie-archief beheer, ben ik zeer geïnteresseerd in alle informatie over mijn familieleden, hun gewoonten, omgangsvormen enz. Daarom ben ik blij verrast met deze onvermoede vondst. Nieuwsgierig begin ik de epistels uit het klooster te lezen.
Ik kom niet alleen iets te weten over het strenge leven in het klooster, maar ook over de verkering van mijn ooms, de ziekte van mijn oma en de vorderingen van mijn vader op de mulo.
Al snel na zijn intrede in 1927 haalt mijn Heeroom zijn oudste zus over om ook het klooster in te gaan. Vervolgens wordt mijn vader, de jongste in het gezin, geadviseerd om goed te bidden en om alvast maar Grieks en Latijn te leren als voorbereiding op het kloosterleven.
Mijn vader heeft daar wel oren naar en in september 1934, hij is dan 20 jaar, meldt hij zich bij het poortgebouw van het trappistenklooster in Tilburg met de vaste bedoeling om daar als frater Ludgerus zijn verdere leven aan O.L. Heer te wijden.
Het zal vanwege mijn wettige aanwezigheid op deze aarde duidelijk zijn, dat mijn vader geen monnik is gebleven. Dat hij maar anderhalf jaar in het klooster heeft doorgebracht is ons bekend. Maar over de vraag hoe hij het kloosterleven ervaren heeft en waarom hij gestopt is, weten we weinig. Brieven die hij naar zijn ouders heeft geschreven zijn er niet meer. Ik ben daarom zeer benieuwd of ik in de nu opgedoken brieven van zijn broer een antwoord op deze vragen kan vinden.

De eerste berichten over de intrede zijn hoopvol. Frater Ludgerus doet overal flink aan mee, hij is opgeruimd en zal, schrijft frater Willibrordus met een knipoog, worden aangesteld als baas van ‘de afdeeling vegerij en schrobberij op het noviciaat’. Onderaan de brief staan in keurig handschrift enkele regels die mijn vader geschreven heeft, zie de foto rechts. Enkele weken later schrijft Ludgerus: ‘Alles best hier. Waar zou het beter zijn dan den geheelen dag met Jezus te leven’. Als kerkdienaar schiet hij een aantal bokken, maar in de Griekse les blinkt frater Ludgerus uit.
Een jaar later is de toon anders. Heeroom schrijft dat er een gouden jubileum van een broeder gevierd zal worden. ‘Dan kan ik met fr. Ludgerus een sigaretje smoken en een beetje praten.
In de volgende brief wordt het probleem benoemd.
U moet maar niet schrikken van den brief van fr. Ludgerus. ’t Is waar dat hij soms een beetje zwaar op de hand is. Weet u nog, dat hij toen hij nog heel klein was dat versje al zoo mooi vond: ‘Ja het leven is een zware strijd’.
Ach, hier breekt mijn hart. Hier staat zwart op wit dat de sombere buien van mijn vader niet alleen maar een last in de laatste twaalf jaar van zijn leven zijn geweest.
Ik lees dat de novicenmeester mijn vader flink aanpakt, ‘vooral nu hij in de eenzaamheid gelegenheid heeft om altijd te piekeren’. Maar zonder resultaat. Het gepieker houdt aan, zodat aan mijn Heeroom een zware zucht ontsnapt: ‘en dan gaat hij over Moeder tobben en met al dat getob loopen wij met z’n allen gevaar O.L. Heer en den hemel te vergeten’.
Tenslotte, in februari 1936, schrijft mijn vader (hiernaast op de foto links): ‘heel veel hartelijke groeten en dringende aanvragen om te willen bidden voor die arme stakker van een fr. Ludgerus’.
Kon ik nog naar hem toegaan, dan zou ik dat direct doen. Alsof het mijn zoon is.

Voorjaar 1936 keert hij terug naar huis. Ik lees dan, dat het met mijn vader, die inmiddels de naam Kees terug heeft, weer goed gaat. God zij dank, denk ik. (Het lezen van zoveel stichtelijke brieven heeft zelfs invloed op die woorden die in mij opkomen). Eigenlijk vind ik dat we O.L. Heer op onze blote knieën mogen danken, dat mijn vader het niet volgehouden heeft. Het strenge regime in het klooster was abnormaal, niet mijn vaders reactie hierop. Zijn neiging tot somberheid heeft hem in dit geval geholpen.

2

BERICHT UIT BRAZILIË (slot)

Reizen

In Rio de Janeiro loopt een brede ringweg van tweemaal drie banen langs de kust. Onophoudelijk razen hier de auto’s voorbij. Als ik over wil steken moet ik ergerlijk lang wachten op groen licht.
Behalve op zondag. Dan is het verkeer in één richting afgesloten en zijn er drie banen vrij. Van alle kanten komen dan de cariocas, de inwoners van Rio, naar de kustweg om te wandelen, te joggen, te fietsen, te skateboarden, te rolschaatsen. De zondagmiddag is er voor ontspanning en vertier, voor buitenlucht en gezonde beweging. Het is het enige ogenblik waarop de auto plaats moet maken voor fietser en hardloper.

Op zondagmiddag 12 november, 15.30 uur, zit ik in de schaduw van palmbomen aan de ringweg in Copacabana. De weg loopt hier direct langs het strand. De zon schijnt, het is 30 graden, de wind maakt de temperatuur draaglijk. Het is mijn laatste dag in Brazilië, mijn koffer staat al gepakt.
Ik heb net nog een uurtje aan het strand doorgebracht. Braziliaanse families en vriendengroepjes zaten bij elkaar, onder de gehuurde parasol, met de benen op de koelbox, de zonnebril op het hoofd. Wie een baan heeft komt hier op zondagmiddag om uit te puffen en te kletsen. Wie arm is loopt te leuren met zonnebrillen, ijsjes of drankjes. Er werd gevolleybald en gevoetbald. Kleurige vlaggen stonden strak in de wind, fregatvogels draaiden hun rondjes boven het groengrijze water, mensen paradeerden langs de vloedlijn. De firma van siliconen implantaten heeft hier veel afzet gehad, net als de verkopers van fitnessapparatuur.
Ik zat met mijn rugzak vlakbij het water. Da’s wel ongewoon daar, zo’n rugzak. Ik was na drie dagen Rio nog altijd in de oplettende modus, ik ging bijna achteruitlopend het water in om zicht te kunnen houden op dat toonbeeld van bezittingen van een toerist.

Op de boulevard trekt een optocht van bewegende Brazilianen voorbij. Ik heb een boek meegenomen, maar laat dat voorlopig in mijn rugzak. Vanuit een bar aan de rand van het strand klinkt melancholische gitaarmuziek.
Rechts van mij krijgt een tienjarig meisje een paar splinternieuwe rolschaatsen ondergebonden, lichtgroen van kleur met roze randjes. Haar corpulente moeder zit geknield op het asfalt om te helpen. Het kost moeite om de mollige voetjes in de schoenen te persen. Het meisje ondergaat lijdzaam de inspanningen van haar moeder. Ze wil al weg schaatsen als de moeder nog bezig is de hagelwitte veters te strikken. Als het eindelijk zover is, doet zij haar eerste wankele slagen. Daarna schaatst ze zonder omkijken de boulevard af, haar toekomst tegemoet.
Links van mij zit een jonge vrouw op de stoeprand met naast haar een oude vrouw in een rolstoel. Het gerimpelde oude hoofd ligt continu achterover in haar nek, de mond staat een beetje open. Eén oog is dicht, het andere toegeknepen. De wind speelt door haar grijze haren. Haar stramme, gekromde vingers liggen stil op haar bovenbenen. De rolstoel is van het merk Prolife. Ik kan uit haar starre houding niet afleiden of zij geniet. Of dat zij lijdt aan pijn of deprimerende gedachten. De jonge vrouw staat op, ze gaat een stukje lopen.
Donkergekleurde handelaren voeren met bakfietsen en steekkarren nieuwe ladingen drinken en ijs aan. Baders die van het strand komen vegen het zand van hun voeten. De stem van Barry Manilow klinkt in mijn hoofd. Music and passsion are always the fashion at the Copa. Het meisje op de rolschaatsen zie ik nergens meer. De vrouw in de rolstoel komt nog eens langs, nog steeds het hoofd in de nek, de mond open en de ogen bijna gesloten. Ik voel de melancholie. Maar ik weet niet of het om haar is of om mijzelf.
Zondagmiddag Copacabana.

1

BERICHT UIT BRAZILIË (3)

Reizen

Het korenfestival is afgelopen. Voor tweederde van de zangers van kamerkoor D’Allure begint nu een reis langs een aantal highlights van Zuid-Oost Brazilië.

Een deel van de watervallen van Foz d’Iguazu

We gaan eerst naar de watervallen van Foz d’Iguazu op de grens met Argentinië. Voor deze attractie zijn twee dagen uitgetrokken. Dat leek mij op voorhand wat ruim bedeeld. Bovendien was ik deze zomer in IJsland wat betreft neerstortend water al ruim aan mijn trekken gekomen.
Al dat IJslandse water valt echter in het niet bij Foz d’Iguazu. Bij de eerste aanblik moet ik denken aan de Grand Canyon. Die is ook zo onmetelijk groot en onpeilbaar diep, dat het je voorstellingsvermogen te buiten gaat. We staan hier na een paar dagen van flinke tropische regens. Het waterpeil is hoog, het water is roodgekleurd door het zand dat van de landbouwgronden is meegevoerd, een gevolg van de ontbossing. Zelfs op de middag van ons tweede bezoek kijk ik nog steeds mijn ogen uit. Bij een platform onderaan een waterval loop ik in mijn poncho zo dicht mogelijk naar het vallende water. De verplaatsing van lucht en water op enkele meters van de stortvloed is hier zo krachtig, dat ik het niet langer dan 10 seconden uithoud.
Naast mij staat een groep Zuid-Amerikanen van Indiaanse afkomst. Ze dragen geen regenkleding en worden door en door nat. Bij ieder hangt een beschermend popje om de hals. Minutenlang staan zij met opgeheven armen te zingen, te bidden, te lachen, een monument van drijfnatte gelukzaligheid. Wat een verschil in beleving tussen de Noord-Europeaan, die nadenkt over de gevolgen van de douche en de Zuid-Amerikaan die leeft in het moment.

De volgende halte is Rio de Janeiro, een ville d’allure: bruisend, druk, muzikaal; het New York van het zuidelijk halfrond, afgaand op alle hoogbouw, de rechte stratenplannen en de niet aflatende stroom van gele taxi’s, die zich daardoorheen wurmt.
Bij Rio denk je ook al snel aan de favela’s, hèt beeld van armoede en criminaliteit in de ongelijke en van corruptie doortrokken Braziliaanse samenleving. Het zijn geen krottenwijken die uit plastic en golfplaten zijn opgetrokken, zo zien wij. Het zijn achterstandswijken met oude huizen voor gewone Brazilianen die een baantje hebben in de horeca of als straatveger. De jeugdwerkloosheid is enorm, de drugsproblematiek gigantisch. Rivaliserende drugsbendes hebben het voor het zeggen.
Groot is het contrast met de gouverneur van de staat, die in een van zijn huizen als een Dagobert Duck zoveel bankbiljetten verzameld had, dat men dagen nodig had om de stapels te kunnen tellen. Is de kiem gelegd toen eeuwen geleden de Portugezen hun kerken en paleizen royaal met bladgoud versierden en de Afrikanen als slaven op de kade van Rio werden aangevoerd? Diezelfde kade kan niet als monument hersteld kan worden, omdat de overheid daar geen geld voor schijnt te hebben. De verschillen tussen arm en rijk, het laat mij hier niet los.

De belangrijkste toeristische attracties zijn het bekende Christusbeeld en de Pao de Açucar, een puistige berg aan de kust. Vanaf beide hoogtes heeft men een schitterend uitzicht over de metropool. Wat maakt toch, dat toeristen graag een stad aan hun voeten zien liggen? Alsof de duivel van de commercie zegt: ‘dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt’.
De taxichauffeur die ons erheen brengt, laat bij voortduring een onbegrijpelijke mantra horen: ‘Rio de Janeiro, California, Madrid, Alemana’, gevolgd door een hoge, kirrende lach. Ik voel dat de tijd rijp is om Luna, luna in te zetten, een van de Braziliaanse liederen die wij geleerd hebben. Daarop laat de chauffeur ons meegenieten van foto’s waarop hij met mooie vrouwen de samba danst. Amanha, morgen, zeg ik , dan gaan wij ook de dansvloer op. Met die vrouwen. Waarop de chauffeur weer zijn mantra laat horen.

0

BERICHT UIT BRAZILIË (2)

Reizen

Kamerkoor D’Allure is een projectkoor voor oudere koorzangers met ervaring en ambitie. Het koor staat onder leiding van dirigent Fokko Oldenhuis. Omdat deze in zijn jeugd in Brazilië heeft gewoond en daar nog contacten heeft, ontstond de mogelijkheid om deel te nemen aan het korenfestival in Londrina, in het zuiden van Brazilië. Daar hadden we wel oren naar. En we kunnen onze eigen tijd indelen. Zodoende checken we, ingeënt en met een goed gevulde reisapotheek, op 28 oktober in voor een vlucht naar Sao Paolo.

We worden ontvangen als sterren. De kosten van het verblijf worden voor ons betaald. Dagelijks staat een bus met chauffeur en gidsen ter beschikking voor fraaie excursies. Halverwege de week worden we in de watten gelegd als het zwembad van de Banco do Brasil exclusief voor ons ter beschikking staat.
Aan ons is bovendien de eer om het festival op dinsdagavond te openen. Ons optreden is niet perfect, maar er wordt luid gejuicht. Wat van ver komt moet goed zijn. Het kan ook zijn, dat het publiek weet, dat wij niet meer zo goed kunnen horen. Als wij het optreden eindigen met een liefdeslied in verstaanbaar Portugees, ontstaan er stadiontaferelen. In een gangpad juicht een aantal toehoorders met de Nederlandse vlag.

Tijdens de week treden wij diverse keren op voor sponsoren van het festival. Waar wij optreden zijn er camera’s van televisiestations aanwezig om die zangers uit dat verre Nederland in beeld te brengen. Dat ik dit mag meemaken, gaat er voortdurend door mij heen. Zo zingen we volksliedjes van de Zweedse componist Petterson-Berger in een bankgebouw, nadat we eerst door gewapende bewakers via een veiligheidspoort zijn gescand. Onderwijl wacht de cliëntèle voor de loketten lijdzaam de beurt af.

Bij Scania Vabis mogen we zonder inzingen en op onze nuchtere maag het ontbijt van de medewerkers opvrolijken. De monteurs die dagelijks onder de motoren van de vrachtwagens liggen blijken het Gloria van Nystedt te waarderen. Elke dag zit weer vol verrassingen, genoeg om evenzovele blogs mee te vullen.
Vijf avonden lang zien we in het stadstheater een bonte rij van Braziliaanse koren langskomen: kinderen uit een tehuis, zacht zingende dames van Japanse origine, kerkkoren toegejuicht door nonnen in de zaal, leraren uit het particulier onderwijs, personeel van de sportclub van de Banco do Brasil, presbyterianen die met een keiharde beat hun gospels uitventen. Een gebrek aan kwaliteit wordt gecompenseerd door een grote inzet, swingende pasjes of een kleurige uitmonstering, zoals de vogels in het regenwoud. En alles uit het hoofd gezongen. De optredens worden becommentarieerd door een aan zijn stoel gekluisterde oudere man, een stijve imitatie van de presentator van darts-wedstrijden (‘one-hundred-and-eighty!’). In de pauze is er een loterij. Zo wint een van ons een pakket met schuurlapjes, knijpers en iets wat op bronwater lijkt, maar bij de eerste slok een schoonmaakmiddel blijkt te zijn.

Tijdens een invalbeurt op vrijdagavond valt alles voor ons op zijn plek. We krijgen de zaal muisstil, wat hier een grote uitzondering is. Na afloop rijdt onze bus naar een bar voor een caipirinha, de nationale cocktail die zo heerlijk wegdrinkt maar lekker aankomt. Men wil ons een Braziliaans maal voorschotelen, maar als niemand zo laat op de avond zin heeft in rijst en bonen, stuurt de kok als alternatief de ene na de andere schaal met hapjes langs.
Het blijkt een opmaat voor het slotfeest van het festival, dat aan het einde van de zaterdagavond losbarst. Er is weer veel te eten en juist als ik heerlijk dansend aan mijn tweede jeugd begonnen ben, zie ik tot mijn ontzetting dat onze bus om 1 uur gaat vertrekken.
Tja, dat is waar ook, we zijn een koor van ouderen.

1

BERICHT UIT BRAZILIË (1)

Reizen

We lopen over een smal pad door ondoordringbaar bos, een wirwar van dunne en dikke bomen, groene bladeren zo groot als dienbladen, luchtwortels, lianen. De zon bijna recht boven ons hoofd dringt hier nauwelijks door. Gezoem van insecten, waarschuwende kreten van vogels, die zich twintig meter hoog in het gebladerte aan mijn kijker onttrekken.
Dit is het natuurpark Mata dos Godoy in het zuiden van Brazilië. Het Atlantische regenwoud herbergt vele planten die alleen hìer voorkomen, een nog grotere rijkdom dan in het Amazonegebied. Van dit tropisch bos resteert nog zo’n 5%. In Brazilië kijkt men niet op een boompje meer of minder. In zijn strijd tegen een afzettingsprocedure was president Temer onlangs nog bereid om een beschermd deel van het Amazonewoud op te offeren.
Voetbal en corruptie, de Brazilianen raken er nooit over uitgepraat, zegt onze gids. De politiek wordt beheerst door een aantal families. De best betaalde banen zijn bij de bureaucratische overheid. Brazilië heeft vele natuurlijke rijkdommen, maar is in vergelijking met omliggende landen een duur land. De verschillende soorten btw liggen tussen de 25 en 60%.

Met mijn kamerkoor D’Allure ben ik te gast op een korenfestival in Londrina in het relatief welvarende Zuidoosten van Brazilië. In 1930 was de houtkap tot hier doorgedrongen en werden de eerste huizen gebouwd. Nu is Londrina een plaats met 558.000 inwoners. De rijkere mensen wonen in flats. Er staat een hek omheen en er zit een conciërge bij de deur. Of men woont gezellig in compounds, waar de prikkeldraadversperringen bovenop de muren liggen die de wijk beschermen. Veiligheid is hier een belangrijk issue. De kloof tussen arm en rijk is groot.
In het historisch museum van de stad hangen foto’s van de pioniers: Duitsers, Italianen, Polen, Japanners, het was een bonte verzameling immigranten die hier op zoek ging naar geluk. De Indianen en Afrikanen waren de helpers. Het kapitalisme, het katholicisme, de blanke overwon. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er nog Duitsers en Japanners bij. ‘We hebben toen niet het beste binnengehaald’, zegt een van onze gastheren. Een gedenksteen in het museum over de stichting van Londrina is afgedekt. Er is een tekst in Indiaanse tekens overheen geplakt. Men was even vergeten, dat er ook vóór 1930 mensen op deze plaats hebben gewoond.

Achter het raam van de bus, die ons elke dag weer door Londrina rijdt, kijk ik mijn ogen uit, geïnteresseerd, nieuwsgierig, ik wil alles weten. Londrina was halverwege de vorige eeuw hèt centrum van de koffieteelt, niet alleen nationaal, maar ook internationaal. Het theater waarin het korenfestival gehouden wordt heet niet voor niets Ouro Verde, het groene goud. Nadat in 1974 strenge nachtvorst de plantages voor jaren beschadigd had, is de koffieteelt naar het noorden verplaatst. Nu zien we in de omgeving eindeloze akkers met soja en suikerriet. De Brazilianen zijn niet alleen zoetekauwen, hun auto’s rijden in grote getale op ethanol, een brandstof die van suikerriet is gemaakt. Omdat de Brazilianen voor alles de auto pakken, is ook obesitas een issue in dit land.
Tussen de moderne flats, de bankgebouwen en de overheidsinstellingen is het niet moeilijk om de onderkant van de samenleving te ontdekken: oude huisjes, kleine garages, smerige werkplaatsen, vervallen plekken. Een jongleur voor het stoplicht, een oude knoflookverkoper, een vervuilde dakloze. In een parkje schrik ik me dood als twee agenten in no-time hun pistool trekken om een man te fouilleren. Vol ongeloof staar ik naar het getrokken wapen. Ik loop zo ongemerkt mogelijk weg, want ik wil wel alles weten, maar mijn interesse in vuurgevechten is beperkt.

Om overeind te blijven koesteren de Brazilianen hun geloof en bijgeloof, hun cachaça – de nationale brandewijn – en last but not least: de muziek. Die klinkt op straathoeken, vanuit cafés, en begin november iedere avond vanuit het Teatro Ouro Verde.

 

Met dank aan August Willemsen voor de inspiratie die hij mij bood met zijn boek Braziliaanse brieven. Een aanrader.

1

DE REÜNIE

Dagelijks

Herinneringen verdwijnen naarmate de tijd voortschrijdt. Uitgezonderd de emotionele belevenissen zitten onze ervaringen na tientallen jaren zo diep opgesloten in het geheugen dat deze nauwelijks nog op te halen zijn. Zitten ze er eigenlijk nog wel?
Dit voorjaar ontving ik een mail van het KRO-NCRV-programma De Reünie. In dit tv-programma ontmoeten oud-klasgenoten elkaar sinds lange tijd weer. Men vroeg mijn medewerking aan een uitzending over klas 1D van het Bonifatiuslyceum in Utrecht in 1964. Mijn eerste klas van de middelbare school.

1964, het is meer dan vijftig jaar geleden. Ik kan me nauwelijks een voorstelling maken van de lengte van deze tijdsspanne. Het is meer dan de helft van een mensenleven. Het is zo lang geleden, dat mij uit deze klas slechts één herinnering voor ogen staat. Die heb ik eerder hier beschreven. Ik heb ook nog maar één vaag fotootje, waarop je kunt zien hoe ik tijdens een klasseavond met drie klasgenoten een beatbandje imiteer (zie hieronder, mijn hoofd uiterst rechts).
Toen ik probeerde namen terug te halen van klasgenoten, kwamen er slechts drie bij mij boven. Uit de lijst die ik daarna van de Reünie ontvang herkende ik nog een paar namen, maar bij de meeste leerlingen had ik geen enkel beeld, geen enkele herinnering. 1D was een brugklas. Na het eerste jaar vertrok het grootste deel naar de HBS, die in een ander gebouw gehuisvest was. De meeste klasgenoten heb ik na dat jaar nooit meer gezien of gesproken.
Mijn interesse was echter wel gewekt, ik ging namen googelen en stuitte op twee verrassingen.
Ik zat in de klas bij ene Henk R. Vaag komt bij deze naam het beeld van een donkere jongen op. Het blijkt dat Henk nu een van Neerlands meest beruchte criminelen is. Mijn zonen kennen hem als de Zwarte Cobra uit de misdaadprogramma’s van Peter R. de Vries.
Verder zag ik tot mijn verbazing de naam van Rob Plijnaar op de lijst. Ik ken Rob uit de negentiger jaren, hij was de buurman van vrienden. We kwamen elkaar twintig jaar geleden nog wel eens tegen, maar geen van beiden hebben wij toen beseft, dat we ooit in dezelfde klas gezeten hebben. Dertig jaar is al genoeg om herinneringen te vervagen.
In mijn eigen archief vond ik een incomplete verzameling van het leerlingenblad Stemmen. Van klas 1D heb ik nog een Godsdienstschrift en een Herbarium. Wie wat bewaart, die heeft wat. De bladeren zijn inmiddels goed opgedroogd.
Eigenlijk was er nog een derde verrassing. Hoe vaker ik de leerlingenlijst bekeek, hoe meer herinneringen er naar boven kwamen. Opeens zag ik bij de naam Anton een lange jongen met blond haar. En uit het niets kwam de herinnering dat Geke en ik op dezelfde dag geboren zijn. Op 18 januari 1965 werden we allebei 12½ jaar. We vierden dat in de pauze met een zakje drop bij de drogist in de Nobelstraat.
Omdat er te weinig leerlingen opgespoord zijn heeft de Reünie nog de medewerking gevraagd van enkele meisjes uit een parallelle brugklas. Toen dook opeens de naam van Charlotte op, het meisje van mijn eerste zoen, waarover ik eerder schreef.

Zo blijken diep weggezakte herinneringen voor een deel weer naar boven te halen. Door te zoeken in spullen van toen, door ermee bezig te zijn. Dat maakt het ophalen leuk en verrassend. Alsof je weer even terug bent in de tijd en een verloren gegaan stukje van jezelf ontdekt.
Voor de opname van het programma was een dag in juli uitgekozen die midden in mijn vakantie viel. Omdat de programmamakers mij er graag bij wilde hebben, bood men aan om mij een dag uit IJsland te laten overvliegen. Dat had ik er niet voor over. Mijn bijdrage is daarom beperkt gebleven tot de voorbereidingen.
Voor wie geïnteresseerd is: op donderdag 9 november a.s., 20.30 uur, wordt het programma uitgezonden, NPO 1. Over wat het leven de 12-jarigen gebracht heeft en wat er is uitgekomen van hun dromen.