Schrijven, Lezen, Leven.
1

WEEMOED

Herinnering

Deze week hoorde ik het lied weer. Het was jaren geleden dat het voorbij gekomen was. Ik werd er door overvallen en was gelijk van de wereld. Er ontstond een wee gevoel in mijn buik, een heftig verlangen gemengd met de pijnlijke gewaarwording van het onbereikbare. Heimwee naar iets dat al lang voorbij is en nooit meer terugkomt. De muziek nam me mee naar 1970, naar mijn achttiende jaar en het eerste jaar van mijn studie.

America van Simon and Garfunkel is een rustige ballad over een jong stel dat door de Verenigde Staten trekt om het land te ontdekken. Een romantisch lied over vrijheidsdrang en ongebondenheid. De Greyhound bus nemen en dan maar zien waar je uitkomt. Met weinig geld, samen met je lief. Op zoek naar, ja, op zoek naar wat?
Let us be lovers, we’ll marry our fortunes together
I’ve got some real estate here in my bag
So we bought a pack of cigarettes and Mrs. Wagner’s pies
And we walked off to look for America
Zij dromen weg in de Greyhound bus die over eindeloze highways rijdt, terwijl de maan opkomt boven een open veld. Zij ontdekken dat het leven niet alleen maar mooi is.

Cathy I’m lost, I said, though I knew she was sleeping
I’m empty and aching and I don’t know why
Counting the cars on the New Jersey Turnpike
They’ve all come to look for America
Het lied begint en eindigt met zachte gitaarklanken, met neuriënde samenklanken van de tenorstem van Garfunkel en de bariton van Simon, in een afwisseling van mineur en majeurakkoorden. Zijn het verlangen en de nostalgie in die akkoorden verwerkt of leg ik die er in?

Ik had, als eerstejaars student, voor weinig geld een verzamelelpee gekocht. Met een uitgavenpatroon van vijf gulden per dag kon ik mij niet meer veroorloven. Rock Machine – I love you was de titel. De flowerpower periode duurde in 1970 nog voort – in ieder geval in de marketing. Op de hoes stonden talrijke kleine fotootjes van vrijende paartjes afgebeeld, alles Amerikaans-keurig en niet aanstootgevend, al was er hier en daar vaag een door mij gekoesterde blote tiet te zien. De nummers op de lp vielen me enorm tegen en het zou een miskoop geweest zijn, ware het niet dat America van Simon and Garfunkel erop stond.
Er is geen ander lied dat zo goed mijn gevoelens en ervaringen van die tijd belichaamt. Ik was op kamers gaan wonen. Voor het eerst stond ik geheel op eigen benen, met al zijn aantrekkelijkheden en onzekerheden. Er ging een wereld voor mij open, er was een wereld te ontdekken. Ik deed mijn brommer van de hand en spaarde voor een bandrecorder. Ik liep een avond achter een meisje aan, dat vriendelijk naar mij had gelachen. Dat eerste jaar was een avontuur, waar ik nu met nostalgie aan terugdenk. In werkelijkheid was het natuurlijk veel minder mooi dan het nu lijkt.

2

KOESTER JE IDEALEN

Dagelijks

De kerk van de abdij Koningshoeven

Afgelopen donderdag vond dan eindelijk, na maanden corona-uitstel, de presentatie van mijn boek plaats. Hoge idealen, nederige aanvaarding – Willibrord van Dijk en de vernieuwing van het kloosterleven werd gelanceerd op de enige plek die hiervoor geschikt is: de trappistenabdij Koningshoeven in Tilburg.
Het klooster is door de coronabeleidsmakers aangemerkt als particuliere woning waar maximaal zes gasten mogen worden ontvangen. Daar kwam bij, dat er net twee dagen tevoren een medewerker van de kwekerij besmet was geraakt. De presentatie vond daarom onder de nodige beperkingen plaats. De trappisten, meesters in het zichzelf opleggen van beperkingen, draaiden er hun hand niet voor om. De wereldlijke bijeenkomst werd verplaatst naar de abdijkerk, een gewijde ruimte, die alleen al door zijn kolossale afmetingen bij velen ingetogenheid en stilzwijgen afdwong.

31 mei 1945, abtswijding van Willibrord van Dijk

Daar stond ik dan op het presbyterium, de verhoogde ruimte vanwaar de priester de mis leidt. Een plaats bestemd voor monniken, abten en hoogwaardigheidsbekleders. Waar mijn heeroom tot abt werd gewijd, liggend op de grond, de uiterste vorm van nederigheid. Kon ik hier wel spreken over de schade die de strenge regelgeving van de orde had aangericht?
Voor mij zag ik de aanwezigen, verspreid in het gangpad en de koorbanken. De uit hout gesneden heiligen keken van beide zijden toe op mijn familieleden en vrienden. Hoevelen zouden er nog trouw zijn aan de kerk van Rome? Sommigen waren tevoren rondgeleid door een eenvoudige monnik, die later de abt bleek te zijn.
De locatie had één nadeel. De galm in de kerk, zo verbonden met de gregoriaanse zang, was een hinderpaal voor de verstaanbaarheid van de sprekers. Zeker gelet op het grote aantal lijders aan een toenemende doofheid.

Mgr. de Korte heeft zojuist het eerste exemplaar in ontvangst genomen

Ik had gepolst of de bisschop wellicht bereid zou zijn het eerste exemplaar van het boek in ontvangst te nemen. Tot mijn verrassing stuurde de bisschop zelf direct een positief antwoord, eindigend met: ‘Voor nu veel groeten uit ’s Hertogenbosch. In Christus verbonden. + Gerard de Korte.’
Anders dan in vroeger jaren werd de bisschop ditmaal niet bij de poort opgewacht en in optocht onder een baldakijn naar de kerk geleid. Hij kwam even voor tijd binnenlopen, gekleed in het dagelijkse zwart. Ingegeven door de eerbied voor het coronavirus leek het mij verstandig het boek niet daadwerkelijk te overhandigen. Maar toen het moment daar was vond ik het toch wat overdreven om het boek op de altaartreden te leggen. Alsof het een besmet artikel was en de bisschop daarna onverwijld zijn handen diende te wassen. Het is een bekend ritueel in de kerk, daar niet van. Maar met beide armen gestrekt werd de overhandiging ook corona-proof.
Bij de uitgang kon ieder vervolgens een trappistenbiertje nemen. Broeder Wigbertus zorgde ervoor dat een risicovolle stormloop uitbleef door de gasten per rij te laten opstaan, zoals met de communie.
De nazit vond plaats in een binnentuin, waar de monniken een corona-proof terras hadden ingericht onder hoge bomen die er even gewijd uitzagen als de kerk. Daar kon de verkoop van het boek plaatsvinden; de economie mocht immers niet lijden onder de pandemie. Toen de bisschop zag dat ik voor de kopers een opdracht schreef, wilde hij er ook een. Als toespeling op de titel had ik voor velen Koester je idealen opgeschreven. Dat leek me voor mgr. de Korte toch wat minder geschikt.

0

ZONDIGEN TEGEN DE NATUUR

Dagelijks

Het is duidelijk. Als we zo doorgaan, blijft er straks niet veel van onze aarde over. Van diverse kanten worden we daarom aangesproken: wat is jouw ecologische voetafdruk? Wat doe jij om de aarde te redden?
Vast niet genoeg, denk ik dan, al bezitten we een stukje windmolen en een aantal zonnepanelen. Al rijden we een hybride auto en nemen we de trein in plaats van het vliegtuig. Al gooi ik mijn oude overhemden nog niet weg en knip ik de heg met de hand.
Op dat laatste punt scoor ik nog niet zo slecht. Iedereen om ons heen, niemand uitgezonderd,  gebruikt een elektrische heggenschaar. Er zijn buren, die voor het opruimen van de takken een soort buiten-stofzuiger gebruiken in plaats van een bezem of een tuinhark. Het gemak dient de mens. Als de klus geklaard is stappen ze in hun SUV om in de sportschool aan hun conditie te werken. Ik overdrijf natuurlijk, er zijn ook mensen die de elektrische fiets gebruiken.

Foto: IVN

Maar zou ik niet meer moeten doen? Dagelijks worden mij nieuwe ideeën aangereikt.
Wat dacht je van een Tiny forest in je tuin? Van IVN Natuureducatie mogen twintig huishoudens een bos in hun achtertuin planten. De bomen compenseren de uitstoot van 1800 autokilometers, zorgen voor biodiversiteit en voor koelte. Je moet er wel een stuk grond ter grootte van een tennisbaan aan spenderen. Mocht je nu onverhoopt je tennisbaan niet willen opofferen, dan biedt IVN voor € 119,- nog een Tuiny forest, een fraai pakket inheemse boompjes en struiken, inclusief een zakje bodemliefde, een handleiding en een helpdesk. Hoe makkelijk wil je het hebben? Dan kan je toch niet meer zeggen, dat de energietransitie niet haalbaar is?
Meer groen in de tuin, het lijkt me een uitstekend idee. Als ik mijn buurt er nog eens bij mag halen, dan zie ik veel tuinen die in tegelplateaus zijn veranderd. Voor de sier staat er nog één bloembak met een wegkwijnende plant. Daarnaast een overkapt terras met de onvermijdelijke grijze loungebanken en als het even kan terrasverwarming. Als ik ergens een stukje groen ontwaar, dan heeft men voor de kinderen kunstgras aangelegd. Hoveniers zijn hier vervangen door stratenmakers.
De vergelijking met de buurt doorstaan wij opnieuw glansrijk, maar nog wat tegels eruit en boompjes erbij, kan natuurlijk geen kwaad. Het probleem is dat ik niet zo’n bosmens ben. Het mooiste van wandelen in een bos vind ik het moment dat je er weer uitkomt. Ik hou van uitzicht, ook in onze tuin. Ik hou van de vogels, het water, de wolken, de zonsondergang. Deze week zag ik nog een ijsvogel langskomen. Dan kan een boom behoorlijk in de weg staan.

Als het aankomt op het redden van de aarde, dan kan ik nog wel wat verbeteren. Al die plastic verpakkingen. Al het drinkwater dat onnodig wegspoelt. Er zijn nog veel dingen die beter kunnen. Het schuldbesef ligt op de loer. Het lijkt erop dat in mijn hoofd de zonden tegen het geloof hebben plaatsgemaakt voor de zonden tegen de natuur.

3

HETE MEIDEN

Dagelijks

Het lukt me niet de slaap te vatten en na een uur lang draaien en talmen stap ik uit bed en loop naar de huiskamer. Zappend langs vele zenders zie ik beelden van een jonge vrouw die op bed met haar telefoon speelt. Ze ligt op haar buik en steunt op haar ellenbogen. Haar onderbenen steken vrolijk de lucht in. Ze draagt een kort bloesje en een strakke korte broek. Met een lange, roodgelakte nagel wenkt zij de kijker. Teleshop, staat er in beeld en Nachtlounge babes. Men promoot hier telefoonsex.
Vroeger moesten mannen zich tevreden stellen met boekjes uit obscure winkels. Of een bioscoop waar men films draaide als Kom met je waldhoorn tussen mijn Alpen. Dat trok mij totaal niet aan. In Utrecht was er nachtclub Limburgia. Naast de deur hing een vitrine met foto’s van danseressen in fraaie kleding, zodat je wist wat zij binnen uit zouden trekken. Ik kende niemand die daar ooit geweest was.

‘Waar wacht je nog op, onze meisjes wachten op jou. Of durf je niet?’, vraagt de voice-over van de Nachtlounge. Het commentaar is hitsiger dan de beelden. ‘Dat lekkere kontje, die mooie borsten. Doe maar wat uit schatje. Haal maar lekker die grote jongen uit je broek.’ De langdradige reclame wordt nog eens onderbroken door een reclameblok van korte filmpjes met weer andere telefoonnummers. Er is voor elk wat wils. ‘Je mag ook luisteren hoe ik mijn hoogtepunt bereik.’
De aanval op de preutsheid kwam in de jaren zeventig. De vpro-o-o-o bracht Phil Bloom en de PSP het blote meisje naast de koe. De commerciëlen roken hun kans op een fikse omzetverhoging. Na de Tiroler films kwam de echte porno in de bioscoop, nog eens aangewakkerd door minister Dries van Agt, die had bepaald dat Deep Throat alleen ‘in besloten kring’ mochten worden vertoond, dat wil zeggen in een zaal met maximaal negenveertig stoelen. Dat wilde ik wel eens meemaken. Maar toen ik met dat plan door Amsterdam liep, vroeg ik me af of ik het wel zou durven. Ik voelde me een monnik met zondige gedachten. Of Don Camillo met een kennelijke erectie onder zijn rok, dat is misschien een betere vergelijking, want ik had het gevoel dat iedere passant op de Nieuwendijk wist waar ik naar toe ging. Vlakbij de bioscoop liep ik een vriend uit Utrecht tegen het lijf. Mijn eerste gevoel was schaamte, daarna volgde de opluchting. Hij kwam net uit de voorstelling, zei hij. ‘Het is een verhaal van niks.’ Gerustgesteld liep ik naar de kassa.

Met de paarse kabinetten en de vrije marktideologie in de jaren negentig wonnen de commerciëlen. Het nieuwe RTL wist veel kijkers te winnen met Sex voor de Buch. Daarna ging dankzij het internet het hek van de dam. Hulpverleners en feministen waarschuwen voor de negatieve gevolgen. Hoe ver mag de vrijheid gaan?
De jonge dame op het bed streelt lichtjes haar borsten. ‘Onze babes zijn erg heet, ze doen misschien wel alles wat je vraagt.’ Net als ik op de bank voor de tv de gewenste slaap begin te krijgen, trekt het meisje tergend langzaam haar bloesje uit.

2

ONVERWACHT BEZOEK

Herinnering

Het moet rond 1960 geweest zijn, dat er halverwege een nazomermiddag een auto stopte bij ons huis. Het was het laatste huis aan een halfverharde, doodlopende weg. Behalve de tractor van een fruitteler kwam er nooit verkeer langs. De auto was te meer bijzonder, omdat het een Mercedes was met een Duits kenteken. Ik zag het gebeuren en mijn overtuiging dat de vreemdelingen de weg kwijt waren geraakt werd ontkracht door het stilvallen van de motor. Vervolgens gingen alle portieren open en stapte een heel gezelschap uit, volwassenen en kinderen. De komst van de vreemdelingen maakte me bezorgd.
Na al die jaren zie ik nog slechts twee mensen duidelijk voor mij. Als eerste van de groep liep er een kleine, brede man met donker haar het erf op. Hij lachte mij toe alsof hij me eerder gezien had. Achterin het gezelschap schuifelde een oude oma, geheel in het zwart gekleed. Zij had een klein mondje en ingevallen kaken.

Dat voorjaar tijdens het Vleutens Feest hadden de winkeliers bij wie je Ring-zegels kon sparen, een ballonwedstrijd uitgeschreven. Voor ieder kind werd door het promotieteam van Ring een ballon gevuld met helium. Daarna werd het kaartje met je naam en adres eraan geknoopt. Vervolgens moesten we onze ballon stevig vasthouden totdat voor alle kinderen de ballonnen waren gevuld. Terwijl er al een enkele ballon de lucht inging, stond ik met een verkrampte hand te wachten. Onder luid gejuich steeg tenslotte de gekleurde massa ballonnen op richting het zuidoosten.
Van mijn ballon is taal noch teken meer vernomen, maar mijn zus ontving na een aantal dagen het kaartje retour. Haar ballon was ergens in Duitsland geland. Daarmee had zij de tweede prijs in de wedstrijd gewonnen. En nu stonden onverwacht de vinders voor de deur.

Daar zaten we dan met zijn allen, in een wijde boog om de tafel in de voorkamer, terwijl mijn moeder druk in de weer was met kopjes en glaasjes. De bezoekers keuvelden er rustig op los, blijkbaar ervan uitgaande dat wij hun Duits goed kon volgen. Veel buitenlanders zien Nederland als een Duitse provincie en het Nederlands als een Duits dialect.
Mijn broer die een paar jaar middelbare school achter de rug had, was de enige die wat kon verstaan. We misten node mijn vader die als veertienjarige met mooie cijfers het diploma Duitsche Handelscorrespondentie had behaald. De woordenschat die mijn moeder in de oorlog had opgedaan, beperkte zich tot woorden als nicht, richtig en aufmachen.
Het was daarom pijnlijk dat mijn moeder op een stoel naast oma belandde. Door het ontbreken van het grootste deel van haar tanden zou het geslis van de oude vrouw zelfs voor leraren Duits onverstaanbaar zijn geweest. Met bewondering zag ik hoe mijn moeder aanhoudend begrijpelijk naar oma knikte.
Er is tot slot nog één beeld dat ik levendig voor me zie. Ik was destijds nog nooit iemand tegengekomen met een gouden tand. Nu zag ik bij elke lach van de Duitse man links en rechts, boven en onder, gouden tanden blinken. Niet lang daarvoor had ik gehoord, dat de nazi’s de gouden tanden uit de lijken van de gaskamers hadden verwijderd.

0

EEN SPECIALE PRIJS

Herinnering

Vakantieherinnering (4)

De haven van Genua

Eenmaal waren G. en ik in Genua, de stad die is beschreven door Ilja Leonard Pfeiffer en eenmaal reden we over het beroemde viaduct, dat ons toen nog kon dragen. Het was in 2012, we beschikten niet over een navigatiesysteem, dus het kostte veel overbodig rondrijden, vragen en irritatie voor we ons doel bereikt hadden: een overdekte, bewaakte parkeergarage naast het station.
We zouden een week gaan wandelen in het Parque Nazionale delle Cinque Terre, langs vijf voormalige vissersdorpjes, die op onmogelijke plaatsen tussen de rotsen boven de Middellandse Zee liggen. Dorpjes die vroeger over land onbereikbaar waren, maar nu vanwege hun schitterende ligging en hun ‘authentieke karakter’ jaarlijks een paar miljoen bezoekers trekken. Waardoor je er niet je auto kunt parkeren. In zijn boek Grand Hotel Europa, één lange aanklacht tegen het toerisme, besteedt Pfeiffer ook een hoofdstuk aan de Cinque Terre.

We reden de Golf Variant de donkere buik van de garage in, het ene na het andere smalle bochtje omlaag, langs stootranden die al vaak geraakt waren en met banden die piepten op een vloer die op geglazuurd beton leek. Diep onderin vonden we een veilig plekje. Het tarief was € 1,60 per uur. Een schappelijk prijsje, maar wij waren benieuwd naar het tarief per week. De automaat gaf het ons niet prijs en het kantoortje daarachter was leeg en donker. In de hele garage was het doodstil, we waren de enigen in het halfduister ergens diep onder de grond. Dit was bewaking op zijn Italiaans.
De automaat beschikte over een gele knop met het woord ‘info’. Aarzelend duwden we deze in. We hoorden een krakerige stem, die ons in het Italiaans toesprak. Het klonk mij alsof wij in overtreding waren en opgesloten zouden blijven, maar G., die beter is in talen, had ook enkele Engelse woorden opgevangen en daaruit begrepen dat er iemand naar ons toe zou komen. Na vijftien spannende minuten kwam er waarachtig een kleine Italiaan in een mouwloos hemd op een scooter aangereden. Hij verontschuldigde zich. Het was de nationale feestdag, La Festa de la Republicca, hij had thuis achter de tv gezeten.
Natuurlijk, een week parkeren was mogelijk. Dat kostte 105 euro, maar – hier begon hij zachter te praten, zijn blik werd samenzweerderig – hij kon ons de stalling voor 90 euro aanbieden, handje contantje. We moesten dan bij het ophalen vragen naar Gianlucca. Zijn ogen glinsterden. Wij keken elkaar bezorgd aan. ‘Dit is Italië’, zei ik in de duistere lift omhoog.

Een week later waren wij opgelucht dat we de auto in puike staat terugzagen. Gianlucca was echter nergens te bekennen. In plaats daarvan zagen wij in het kantoortje een onkreukbaar uitziende Italiaan in uniform, die zomaar eens de baas van Gianlucca zou kunnen zijn. Het leek mij onverstandig om uit te leggen welke prijs wij hadden afgesproken. We stopten daarom ons parkeerkaartje in de automaat. We werden aangeslagen voor € 264. Zie je wel, we zijn bedonderd, zei ik. Er zat niets anders op dan de kwestie aan de onkreukbare beambte voor te leggen. Die glimlachte bij het horen van de naam Gianlucca. Hij gaf ons voor 90 euro de begeerde uitrijkaart, waarna wij met piepende banden uit het duister omhoog reden naar het zonlicht .

1

OPLOPENDE TEMPERATUREN

Herinnering

Vakantieherinnering (3)

Ronda

In augustus 1981 zijn G. en ik in Andalusië met de bus onderweg van Ronda naar Sevilla. Het is 37 graden Celsius in de schaduw. De zweetdruppels lopen van mijn hoofd en mijn rug plakt vast aan de zitting. Ik zweet snel, wat volgens sommigen een voordeel is. Maar in dit soort omstandigheden ervaar ik dat als een nadeel. Zolang de bus maar rijdt en er warme lucht door de openstaande ramen naar binnen waait, is de hitte nog te dragen.
Ik had vier jaar daarvoor 35 graden meegemaakt in Athene. Dat vond ik ongekend. Elvis was net overleden en in de YMCA had ik de bijzondere aandacht van een man die naakt bij de wastafels liep. Ik had niet het idee, dat hij dat deed vanwege de hitte.

Vergeleken met Athene voelt deze hitte ondragelijker. Hoewel we een tentje bij ons hebben zoeken we in Sevilla een fonda waar je voor een habbekrats kunt slapen. Een oude man, die moeizaam loopt, wijst ons op de eerste étage een kamer met een klein balkon boven een nauwe steeg. Het voelt er nog relatief koel. Naar later zou blijken beheert de man het logement samen met een oudere broer en zus. Iedere nacht slaapt een van hen in een leunstoel onderaan de trap om te voorkomen dat gasten ’s morgens vroeg vertrekken zonder te betalen.
Als we onze rugzakken uitpakken blijkt dat het kampeer-botervlootje, ooit gekocht omdat het bestand was tegen hoge temperaturen, tijdens de reis niet goed afgesloten is geweest. De gesmolten boter heeft zich over een slaapzak verspreid. Mijn vermogen om tegenslag te accepteren was in de loop der jaren wat gegroeid, als ik maar de mogelijkheid had om het probleem direct te verhelpen. Maar als ik met de goed beboterde slaapzak en een stukje toiletzeep klaar sta bij het fonteintje, blijkt dat er geen druppel water uit de kraan vloeit. We horen dat het water in Sevilla op rantsoen is. ‘Esta noche, quizas’, vanavond misschien, zegt onze gastheer onverstoord.

Het Alcazar op een rustige morgen

De volgende ochtend gaan we al vroeg op stap naar het Alcazar, het schitterende koninklijk paleis uit de Moorse tijd. We lopen van schaduw naar schaduw om de ongenadige zon te vermijden. In de middag, als de temperatuur opgelopen is tot bijna 40 graden vluchten we naar het Parque Maria Luis om uit te hijgen op een fraai betegelde bank. De warmte ligt als een zware, niet te verwijderen deken om mij heen. Iedere beweging is teveel. Ik voel een enorme weerstand.
Laat op de avond komt er een eerste verkoelend windje door de wijd openstaande balkondeuren van onze kamer. Ik heb al mijn kleren als overbodige ballast uitgetrokken en moet de exhibitionistische neiging onderdrukken om zo het balkon op te lopen. Van buiten klinkt het lawaai van spelende kinderen. Het loopt tegen twaalven.
Om de warmte voor te zijn vertrekken we de volgende morgen in alle vroegte uit het pension. Met een opgeknapte slaapzak en een leeg botervlootje. Het gestommel op de trap maakt de man in de leunstoel wakker. Hij zet zijn stoel aan de kant om ons met de rugzakken te laten passeren. Op naar Cordoba.

1

VAKANTIE VOOR DE GEWONE MAN

Reizen

Sassnitz

Eind 19e eeuw kwam het vakantievieren aan zee in zwang. Zonnebaden uit medische noodzaak maakte plaats voor ontspanning en vertier. Aan de Duitse Ostsee lieten rijke burgers en adellijke lieden grote villa’s bouwen. Eenvoudige vissersdorpjes veranderden radicaal door de bouw van pompeuze hotels met fraai gedecoreerde houten balkons en overkappingen. Op het eiland Rügen heeft men een speciale term voor deze bouwstijl: Bäderarchitektur. Fraaie voorbeelden zijn onder andere te vinden in Sassnitz, waar wij de afgelopen week tijdens onze Ostsee Radtour een nachtje logeerden. Maar in een geheel ander soort hotel.

Prora

Het nazibewind vond dat het pootje baden aan de kust ook voor de kleine man beschikbaar moest komen. In 1935 begon men met de bouw van Prora, een megalomaan project van 10.000 appartementen op Rügen. Het zou het grootste hotel ter wereld zijn geworden, ware het niet dat in 1939 de manschappen en het materieel elders nodig waren, zodat het complex onafgemaakt bleef. De Russen hebben in 1945 nog geprobeerd om de boel op te blazen maar zagen er vanwege de grundliche Duitse makelij maar snel vanaf. Zo fietsten wij vierenhalve kilometer langs een aaneenschakeling van kolossale flatgebouwen zonder ramen. Hier en daar zijn delen afgebouwd ten behoeve van bijvoorbeeld een jeugdherberg. Projectontwikkelaars hebben likkebaardend plannen gemaakt voor het pimpen van andere delen. Niet zonder discussie natuurlijk. In Duitsland is het verleden nooit ver weg.

Hotel Rügen, Sassnitz

Ook de DDR wilde in de jaren zestig zijn bijdrage leveren aan de ontspanning van de gewone man. Als statement tegenover de luxe villa’s uit de Bäderarchitektur bouwde men in Sassnitz  Hotel Rügen, een grijze kolos van negen verdiepingen. Dit was het hotel waar wij de nacht doorbrachten. De kamers zijn aan de binnenzijde volledig nieuw ingericht. Alleen de deuren en de tegeltjes in de douche zijn nog origineel, zodat ik mij zittend op de wc-pot nog even een Partei-Genosse kon wanen na een copieus maal van kool en bieten.
Ook in het openbare leven is er weinig meer van de Oost-Duitse Staat te merken. Alleen de onafzienbare graanvelden roepen herinneringen op aan de collectieve landbouw en hier en daar passeren we een Karl Marx- of Friedrich Engelsstrasse. Alweer een derde deel van de bewoners in het oosten heeft de DDR nooit gekend. De populistische AfD heeft in deze streek een grote aanhang bij de (klein-)kinderen van de kameraden; een wrang gegeven voor de voormalige staat die een dam tegen het fascisme wilde opwerpen.

In kustplaatsen als Zinnowitz en Heringsdorf, staatlich anerkannte Erholungsorte, heerst het massatoerisme. Hier fietsten we voor de verandering meer dan vierenhalve kilometer langs de ene na de andere camping. Dichte drommen mensen liepen op de promenades langs aanbiedingen van Schweinebraten mit Pommes. Veel te dikke mannen en vrouwen, krijsende kinderen en het gestamp van techno-beats (‘Halt die Hände ho-oh’). Vakantie voor de gewone man. Op dit punt zijn de dromen van zowel Hitler als Honecker uitgekomen. Zo ongeveer dan.

2

AAN HET MEER

Herinnering

Vakantieherinnering (2)

G. met de jongens naast onze tent

Zweden moet een mooi land zijn, hadden we gehoord. De campings zijn er rustig, de natuur is in de zomer op zijn mooist en overal is wel een meer om in te duiken. Ruim op tijd kopen we in 1983 kaartjes voor de overtocht van het Deense Fredrikshavn naar het Zweedse Göteborg. Ondertussen hang ik verlekkerd boven de kaart van Zweden en oefen ik de namen van plaatsen en meren.
De misselijk makende deining op de veerboot nemen we voor lief, evenals de dichte regens die ons het zicht op Göteborg ontnemen. ‘Always look at the bright sight of life. Het is vakantie!’. En zie, als we aankomen op de camping in Kil aan het Frykenmeer, is het droog. Op het groene grasveld is nog heel veel ruimte. We kiezen een plek uit op enkele meters afstand van het water. Nog voordat we de tent hebben opgezet is een van de kinderen al in het water gevallen.

Als we de volgende dag terugkomen van een wandeling, zien we dat we buren hebben gekregen. Een stel jonge Duitse atleten is erin geslaagd om hun bungalowtent nog tussen die van ons en de waterkant te plaatsen. De gettoblaster is al aangesloten. We zijn het er nog niet over eens of dit nu typisch Duits is.
Aan de overkant is er een goedkoop, flodderig tentje bijgekomen, fel blauw en zo te zien nog gloednieuw. Af en toe komt er een blonde vijftiger uit tevoorschijn, die zich met de air van een CEO naar het toiletgebouw beweegt. Na een dag zien we dat er een piepjonge, minstens zo blonde vrouw bij hoort. Zij geven geen overlast, want ze liggen de godganse dag in de tent. Gelukkig is er een windje opgestoken waardoor het gefladder van hun tentdoek andere geluiden overstemt.

Een van de attracties van deze camping is de visvijver. Je kunt er een dikke forel aan de haak slaan. Regelmatig zien wij mannen (het zijn alleen maar mannen) met hun trofee over de camping paraderen, even later gevolgd door een geur van gebakken vis. Dat willen wij ook wel eens proberen. Wij huren een werphengel bij een aardige Zweed die naar alcohol ruikt. Hij vertelt ons dat de vangst door hem zal worden gewogen en dat we dan 58 kronen (9 gulden) per kilo moeten afrekenen. De vis wordt duur betaald in Zweden.
Geen van ons heeft ooit met een werphengel gewerkt. Voor G. is dat geen beletsel om kordaat het tuig te pakken. Me verheugend op de primeur van een vrouw die met haar vangst de blitz maakt, laat ik het initiatief graag aan haar over. Het is bovendien een mooie avond, echt zo’n avond dat je voelt dat alles gaat lukken. Met een flinke zwaai gooit zij de lijn het water in. Een fractie van een seconde later kijken we elkaar verbouwereerd aan. G. heeft enkel nog het handvat in haar hand. Twee meter verderop zien we de bijna complete hengel langzaam onder het wateroppervlak verdwijnen. De werphengel heeft zijn naam eer aangedaan. Nu kan het vissen echt beginnen. Ik vraag me bezorgd af hoeveel gevangen werphengel in Zweden per kilo doet.

0

DORPSHOTELLETJE

Herinnering

Vakantieherinnering (1)

We hebben 1120 kilometer gereden en zijn al een uur op zoek naar een geschikt overnachtingsadres als we in Belin-Beliet, een dorpje onder Bordeaux stoppen voor Hôtellerie des Pins. Het is een oud landhuis, dat wel een verfje kan gebruiken. Aan de voorzijde ligt een stoffig grintterrein.
‘Eén ster, dat doen we niet’, zegt onze zoon van elf. ‘Een verrot zooitje, balos!’ , valt zijn jongere broer hem bij. Om zijn uitroep kracht bij te zetten smijt hij enkele keien op het grint.
‘Laten we eerst maar eens gaan kijken, hoe het er binnen uit ziet’, zeg ik vermoeid.
We zijn in 1996 voor een kampeervakantie op weg naar de Picos d’ Europa in het noorden van Spanje. Dat betekent saaie uren over de Autoroute waar weinig afleiding is. ‘Daar gaan die Zweden weer met die surfplanken’. A. turft vrachtwagens (‘M.A.N. doe ik ook maar bij de DAF’). Elke twee uur een stop op zo’n drukke Aire de Service waar altijd wel een van ons roept: ‘hier zijn we eerder geweest!’ En waar je na een plas jezelf weer in de overvolle, warme auto vouwt, de benen over de tassen met broodjes, spelletjes en snoep.
De vrouw van het hotel gaat ons voor, door donkere gangetjes en over smalle trappen naar een warme kamer waar het gordijn voor het half geopende raam opwaait. ‘Ils sont neufs’ zegt ze over de bedden. Negen jaar oud, denk ik, dat valt niet mee. Het is weer even wennen met dat Frans. De kamer ziet er niet ideaal uit, maar we hebben geen zin om verder te zoeken.
Bij het diner valt alles op zijn plek. We zitten op een rustig terras aan de achterzijde onder een eeuwenoude eik. De avondlucht voelt très agréable. Met de gierende geluiden van de zwaluwen in de zachtblauwe lucht en het geknirp van een sprinkhaan verdwijnt de dreun van de Autoroute uit ons hoofd. Dit is het vakantiegevoel, tijd om onszelf te verwennen na zo’n dag. We overwegen menu’s van 85 franc met Franse kaas èn een dessert. Kijkend op de kaart slaat er naast het hotel een hond aan. ‘Ah, un chien méchant’, roep ik uit. ‘Ik wil liever een Dame Blanche’, antwoordt de jongste zoon.

Belin-Beliet – ‘Bourge sans histoire’

De kinderen hebben hun dessert al op, als G. en ik nog zitten te wachten op ons hoofdgerecht. Wanneer dit wordt opgediend is het zo schemerig, dat ik niet meer kan onderscheiden welke vreemde ingrediënten in deze lokale specialiteit zijn verwerkt. Ik merk het pas uren later als ik, half in slaap, vanuit mijn darmen het signaal krijg, dat ik als de gesmeerde bliksem de wc moet opzoeken. Het geluid dat er vervolgens in die nauwe hurkplee klinkt zal ik niet proberen te beschrijven. Wel kan ik zeggen dat dit ritueel zich in de volgende uren diverse keren herhaald heeft. Vermoeid, maar toch klaarwakker kan ik volgen hoe zich buiten op het grint een groepje jongeren verzamelt. Naar later blijkt wachten zij op de komst van de dealer. Met enige zorg controleer ik bij elke blik door de gordijnen of de kampeeruitrusting nog boven op de auto ligt.