Vakantieherinnering (2)

G. met de jongens naast onze tent

Zweden moet een mooi land zijn, hadden we gehoord. De campings zijn er rustig, de natuur is in de zomer op zijn mooist en overal is wel een meer om in te duiken. Ruim op tijd kopen we in 1983 kaartjes voor de overtocht van het Deense Fredrikshavn naar het Zweedse Göteborg. Ondertussen hang ik verlekkerd boven de kaart van Zweden en oefen ik de namen van plaatsen en meren.
De misselijk makende deining op de veerboot nemen we voor lief, evenals de dichte regens die ons het zicht op Göteborg ontnemen. ‘Always look at the bright sight of life. Het is vakantie!’. En zie, als we aankomen op de camping in Kil aan het Frykenmeer, is het droog. Op het groene grasveld is nog heel veel ruimte. We kiezen een plek uit op enkele meters afstand van het water. Nog voordat we de tent hebben opgezet is een van de kinderen al in het water gevallen.

Als we de volgende dag terugkomen van een wandeling, zien we dat we buren hebben gekregen. Een stel jonge Duitse atleten is erin geslaagd om hun bungalowtent nog tussen die van ons en de waterkant te plaatsen. De gettoblaster is al aangesloten. We zijn het er nog niet over eens of dit nu typisch Duits is.
Aan de overkant is er een goedkoop, flodderig tentje bijgekomen, fel blauw en zo te zien nog gloednieuw. Af en toe komt er een blonde vijftiger uit tevoorschijn, die zich met de air van een CEO naar het toiletgebouw beweegt. Na een dag zien we dat er een piepjonge, minstens zo blonde vrouw bij hoort. Zij geven geen overlast, want ze liggen de godganse dag in de tent. Gelukkig is er een windje opgestoken waardoor het gefladder van hun tentdoek andere geluiden overstemt.

Een van de attracties van deze camping is de visvijver. Je kunt er een dikke forel aan de haak slaan. Regelmatig zien wij mannen (het zijn alleen maar mannen) met hun trofee over de camping paraderen, even later gevolgd door een geur van gebakken vis. Dat willen wij ook wel eens proberen. Wij huren een werphengel bij een aardige Zweed die naar alcohol ruikt. Hij vertelt ons dat de vangst door hem zal worden gewogen en dat we dan 58 kronen (9 gulden) per kilo moeten afrekenen. De vis wordt duur betaald in Zweden.
Geen van ons heeft ooit met een werphengel gewerkt. Voor G. is dat geen beletsel om kordaat het tuig te pakken. Me verheugend op de primeur van een vrouw die met haar vangst de blitz maakt, laat ik het initiatief graag aan haar over. Het is bovendien een mooie avond, echt zo’n avond dat je voelt dat alles gaat lukken. Met een flinke zwaai gooit zij de lijn het water in. Een fractie van een seconde later kijken we elkaar verbouwereerd aan. G. heeft enkel nog het handvat in haar hand. Twee meter verderop zien we de bijna complete hengel langzaam onder het wateroppervlak verdwijnen. De werphengel heeft zijn naam eer aangedaan. Nu kan het vissen echt beginnen. Ik vraag me bezorgd af hoeveel gevangen werphengel in Zweden per kilo doet.